Samenvatting TU3 – examenperiode
1/2026
Inhoudstafel
ENERGIEDOELSTELLINGEN (PPT – LES 1)..........................................................2
VERWARMING......................................................................................... 3
DISTRIBUTIESYSTEEM...................................................................................8
AFGIFTESYSTEEM........................................................................................8
WARMWATERINSTALLATIES..................................................................... 9
VERWARMING – ENERGIEBRONNEN (PPT – LES 5).................................... 10
AARDGAS...............................................................................................10
BIOMASSA..............................................................................................16
INBRAAK.............................................................................................. 27
,Energiedoelstellingen (PPT – Les 1)
Europa:
o 2030:
minder uitstoot broeikasgassen
meer hernieuwbare energie
meer energie-efficiëntie
o 2050:
klimaatneutraal GEEN uitstoot broeikasgassen (Green
Deal)
België:
o 2030:
Nationaal energie- en klimaatplan (t.o.v. 2005)
minder uitstoot broeikasgassen
meer hernieuwbare energie
meer energie-efficiëntie
o Brussel (t.o.v. 1990):
2030:
minder uitstoot broeikasgassen
2040:
overheidsgebouwen minstens EPC C
2050:
GEEN uitstoot broeikasgassen
gebouwen minstens EPC C
o Wallonië (t.o.v. 1990):
2030:
minder uitstoot broeikasgassen
2050:
bijna geen uitstoot broeikasgassen
o Vlaanderen (t.o.v. 2005):
2040:
minder uitstoot broeikasgassen
2050:
woongebouwen minstens EPC-klasse A of A+
niet-woongebouwen koolstofneutraal
Energieprestatiecertificaat (EPC)= label + aanbeveling
verbetering woning (F A)
Bijna-Energie-Neutrale (BEN-)woningen:
sinds 2021 nieuwbouw standaard
weinig energie verbruik + hernieuwbare bronnen
2
,Verwarming
Warmte= (hoeveelheid) energie (verplaatsing van)
Geleiding/conductie= warmteoverdracht via direct contact medium
Convectie= warmteoverdracht via stroming van vloeistof of gas
Straling/radiatie= warmteoverdracht zonder medium
Temperatuur= hoe warm of hoe koud iets aanvoelt
Eenheden:
Bouwsector: joule (J) of kilowattuur (kWh)
Verwarmingsinstallaties: vermogen (kW) (= hoeveel energie per
tijdseenheid geleverd kan worden)
Decentrale verwarming= afzonderlijke toestellen voor verwarming van
verschillende ruimtes
Centrale verwarming= 1 warmteopwekker voor verwarming van gehele
woning
o warmteopwekker (bv.: Cv-ketel), distributiesysteem via
warmtegeleider (bv.: water), afgiftesysteem via
verwarmingstoestellen (bv.: radiator) en regelsysteem (via
expansievat, pomp, trekonderbreker, …)
1. condenserende ketels
o gesloten toestel (zuurstof uit buitenlucht en rookgassen naar
buitenlucht)
o condenswater riolering
o hoog rendement (normrendement >
90%)
Drukmeter (1-3 bar):
te lage druk water aanvullen
te hoge druk overstortventiel gaat open door
stoom gecreëerd door te hoge druk
Ontluchtingsventiel: lucht uit systeem (slechte
verdeling voorkomen)
Condensatietechniek (PPT – Les 2):
rookgassen langs koude leidingen (temperatuur
retourwater kouder dan dauwpunt dus best
afgiftetoestellen die met lage temperaturen
werken (zoals vloerverwarming)) laten afkoelen
waardoor waterdamp condenseert om extra
warmte te recupereren
Herkennen:
afvoerleiding condensaat
wandtoestel
muur-/dakdoorvoer & parallelle/concentrische buis
label:
3
, o gas HR-top
o stookolie Optimaz elite
2. gesloten, niet-condenserende ketels
o gesloten toestel
o GEEN condenswater
o gemiddeld rendement (normrendement 80-90%)
ALLES ZELFDE ALS 1 MAAR GEEN CONDENSAAT!
3. open, atmosferische ketels
o open toestel (zuurstof uit binnenlucht ruimte, rookgassen via
schouw weg)
o GEEN condenswater
o laag rendement (normrendement 65-85%)
Zonder ventilator: aanvoer binnenlucht voor verbranding
o trekonderbreker: zodat trek in verbrandingskamer
onafhankelijk is van trek in schoorsteen
Met ventilator: even bij opstart
Herkennen:
o wand-/vloertoestel
o trekonderbreker
o groot
extra:
Oude toestellen: >15j
o rendement <80%
o hogere onderhouds- en energiekosten
Welk ketelvermogen is nodig om een vrijstaande eengezinswoning te
verwarmen met een klassieke verwarmingsketel op gas of stookolie?
30-40kW
Wat is het rendement van een klassieke ketel (ong. 20 jaar oud?) 70-
80%
Wat is het rendement van een hoogrendementsketel (gas)? >86,6%
Wat is het rendement van een gascondensatieketel (nominaal
vermogen)? 95%(+)
3 punten die mee zorgen voor een zo hoog mogelijk rendement bij
een HR+ gasketel:
1. ketel kan afkoelen (min. van ong. 25 °C)
2. lage temperatuurketel met afgiftesysteem op lage temperatuur
3. lucht voor verbranding wordt voorverwarmd door de warme
verbrandingsgassen (concentrische buis) en aangevoerd met een
ventilator voor optimale menging lucht/gas
Rendementsverliezen (drastisch lager bij nieuwere (condenserende)
installaties, vergeleken met oude toestellen):
schoorsteenverliezen
omgevingsverliezen of stralingsverliezen verliezen vanuit ketel
4
1/2026
Inhoudstafel
ENERGIEDOELSTELLINGEN (PPT – LES 1)..........................................................2
VERWARMING......................................................................................... 3
DISTRIBUTIESYSTEEM...................................................................................8
AFGIFTESYSTEEM........................................................................................8
WARMWATERINSTALLATIES..................................................................... 9
VERWARMING – ENERGIEBRONNEN (PPT – LES 5).................................... 10
AARDGAS...............................................................................................10
BIOMASSA..............................................................................................16
INBRAAK.............................................................................................. 27
,Energiedoelstellingen (PPT – Les 1)
Europa:
o 2030:
minder uitstoot broeikasgassen
meer hernieuwbare energie
meer energie-efficiëntie
o 2050:
klimaatneutraal GEEN uitstoot broeikasgassen (Green
Deal)
België:
o 2030:
Nationaal energie- en klimaatplan (t.o.v. 2005)
minder uitstoot broeikasgassen
meer hernieuwbare energie
meer energie-efficiëntie
o Brussel (t.o.v. 1990):
2030:
minder uitstoot broeikasgassen
2040:
overheidsgebouwen minstens EPC C
2050:
GEEN uitstoot broeikasgassen
gebouwen minstens EPC C
o Wallonië (t.o.v. 1990):
2030:
minder uitstoot broeikasgassen
2050:
bijna geen uitstoot broeikasgassen
o Vlaanderen (t.o.v. 2005):
2040:
minder uitstoot broeikasgassen
2050:
woongebouwen minstens EPC-klasse A of A+
niet-woongebouwen koolstofneutraal
Energieprestatiecertificaat (EPC)= label + aanbeveling
verbetering woning (F A)
Bijna-Energie-Neutrale (BEN-)woningen:
sinds 2021 nieuwbouw standaard
weinig energie verbruik + hernieuwbare bronnen
2
,Verwarming
Warmte= (hoeveelheid) energie (verplaatsing van)
Geleiding/conductie= warmteoverdracht via direct contact medium
Convectie= warmteoverdracht via stroming van vloeistof of gas
Straling/radiatie= warmteoverdracht zonder medium
Temperatuur= hoe warm of hoe koud iets aanvoelt
Eenheden:
Bouwsector: joule (J) of kilowattuur (kWh)
Verwarmingsinstallaties: vermogen (kW) (= hoeveel energie per
tijdseenheid geleverd kan worden)
Decentrale verwarming= afzonderlijke toestellen voor verwarming van
verschillende ruimtes
Centrale verwarming= 1 warmteopwekker voor verwarming van gehele
woning
o warmteopwekker (bv.: Cv-ketel), distributiesysteem via
warmtegeleider (bv.: water), afgiftesysteem via
verwarmingstoestellen (bv.: radiator) en regelsysteem (via
expansievat, pomp, trekonderbreker, …)
1. condenserende ketels
o gesloten toestel (zuurstof uit buitenlucht en rookgassen naar
buitenlucht)
o condenswater riolering
o hoog rendement (normrendement >
90%)
Drukmeter (1-3 bar):
te lage druk water aanvullen
te hoge druk overstortventiel gaat open door
stoom gecreëerd door te hoge druk
Ontluchtingsventiel: lucht uit systeem (slechte
verdeling voorkomen)
Condensatietechniek (PPT – Les 2):
rookgassen langs koude leidingen (temperatuur
retourwater kouder dan dauwpunt dus best
afgiftetoestellen die met lage temperaturen
werken (zoals vloerverwarming)) laten afkoelen
waardoor waterdamp condenseert om extra
warmte te recupereren
Herkennen:
afvoerleiding condensaat
wandtoestel
muur-/dakdoorvoer & parallelle/concentrische buis
label:
3
, o gas HR-top
o stookolie Optimaz elite
2. gesloten, niet-condenserende ketels
o gesloten toestel
o GEEN condenswater
o gemiddeld rendement (normrendement 80-90%)
ALLES ZELFDE ALS 1 MAAR GEEN CONDENSAAT!
3. open, atmosferische ketels
o open toestel (zuurstof uit binnenlucht ruimte, rookgassen via
schouw weg)
o GEEN condenswater
o laag rendement (normrendement 65-85%)
Zonder ventilator: aanvoer binnenlucht voor verbranding
o trekonderbreker: zodat trek in verbrandingskamer
onafhankelijk is van trek in schoorsteen
Met ventilator: even bij opstart
Herkennen:
o wand-/vloertoestel
o trekonderbreker
o groot
extra:
Oude toestellen: >15j
o rendement <80%
o hogere onderhouds- en energiekosten
Welk ketelvermogen is nodig om een vrijstaande eengezinswoning te
verwarmen met een klassieke verwarmingsketel op gas of stookolie?
30-40kW
Wat is het rendement van een klassieke ketel (ong. 20 jaar oud?) 70-
80%
Wat is het rendement van een hoogrendementsketel (gas)? >86,6%
Wat is het rendement van een gascondensatieketel (nominaal
vermogen)? 95%(+)
3 punten die mee zorgen voor een zo hoog mogelijk rendement bij
een HR+ gasketel:
1. ketel kan afkoelen (min. van ong. 25 °C)
2. lage temperatuurketel met afgiftesysteem op lage temperatuur
3. lucht voor verbranding wordt voorverwarmd door de warme
verbrandingsgassen (concentrische buis) en aangevoerd met een
ventilator voor optimale menging lucht/gas
Rendementsverliezen (drastisch lager bij nieuwere (condenserende)
installaties, vergeleken met oude toestellen):
schoorsteenverliezen
omgevingsverliezen of stralingsverliezen verliezen vanuit ketel
4