100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Bank en beurs

Rating
-
Sold
-
Pages
49
Uploaded on
29-12-2025
Written in
2024/2025

Chaos in Bank & Beurs? Ik heb het samengevat. Jij moet het alleen nog begrijpen. ️ Overzichtelijk ️ Examen­gericht ️ Tijd­besparend => Leer slimmer, niet langer.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 29, 2025
Number of pages
49
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Les 2: Financiële instrumenten voor
particulieren
Notities uit de les:

Cash thuis verbergen -> door inflatie kan het dan zorgen voor een
waardevermindering, het kan gestolen worden dus alleen nadelen.

Waarom is de interest op de zichtrekening kleiner dan je spaarrekening en
waarom de interest daarvan kleiner is dan de termijnrekening?

De bank kan niet aan je geld op de zichtrekening dus ze gaan ervoor
zorgen dat er hoge interesten staan op termijn- en spaarrekening zodat je
het zou overzetten en dat de bank het geld kan lenen aan bedrijven, …

2.2 Sparen voor particulieren
Formule tijdwaarde van geld: V0 = Vt / (1 + r)t

Andere mogelijkheden: V0 x (1+r) = V1 of Vt = V0 x (1 + r)t

 De r komt van consumptie, inflatie en risico

2.2 Sparen voor particulieren (inflatie)
 Zie de Europese economie als een emmer
 Alle waarde zit in de emmer (goederen, diensten, goud, ..)
 Emmer vertegenwoordigt 100 euro (of 120 dollar)



De vraag naar knikkers is constant !

Dit is er om het systeem stabiel te
houden.




Wat als knikkers toenemen en geld niet? Als knikkers toenemen en geld
niet, dan worden dingen goedkoper en wordt je geld meer waard.

Wat als geld toeneemt en knikkers niet? Als geld toeneemt en knikkers
niet, dan worden dingen duurder en wordt je geld minder waard.

ECB beslist om geld bij in systeem te brengen zonder dat er waarde is
bijgekomen in de emmer:

,  Europeanen doen alsof de emmer 120 euro waard is
 Maar Amerikanen kunnen de emmer nog steeds kopen voor 120
dollar (1 euro = 1 dollar) <> (1 knikker = 1,2 EUR)
 Alle goederen in de emmer worden 20% duurder (relatief in EUR)

 INFLATIE

 Inflatie is geldontwaarding (EUR is letterlijk minder waard in dollar)
 Stel dat de economie 10% gegroeid is (10 knikkers erbij)

• Amerikanen zouden nu 132 USD moeten betalen voor
alle knikkers

• ECB kan nu wel (moet nu wel) 10 euro bij in het systeem
laten vloeien

• Indien ze dat niet doen zullen prijzen zakken (1 knikker
0,9 EUR)

 DEFLATIE

Conclusie: als het geld toeneemt en de knikkers ook dan is het geen
probleem en als er minder geld is moeten er ook knikkers weggaan.

MAAR: Systeem kan uit de hand lopen omdat mensen soms teveel geld op
hun spaarrekening zetten of als er mensen veel te veel lenen terwijl er
geen knikkers bijkomen, en als mensen juist niet lenen en er komen wel
knikkers bij dan is er een probleem en om dit probleem op te lossen gaat
de centrale bank geld bijmaken enzovoort.

Centrale banken moeten beleid afstemmen:

- Op de situatie van de nationale economie -> inflatie
- Op de situatie van de internationale economie -> wisselkoers

Inflatie illusie: nominaal gezien krijgen je ouders 2% bij hun loon maar
reëel gezien is dat niks want de inflatie zorgt voor stijging van 2% op alles

 Nominaal rendement <> reëel rendement r: (1+R) = (1+r)(1+i)

Theoretisch gezien zou de interest op het spaarboekje gelijk moeten zijn
aan de inflatie

2 problemen:

- Banken weten dat jullie niet goed weten wat inflatie is

- Inflatie verandert constant waardoor het onmogelijk is omdat tijdig
te veranderen

,Waarom zijn er zoveel verschillen tussen banken? Er zijn zoveel verschillen
tussen banken omdat ze andere kosten, diensten, doelgroepen en
winstmarges hebben.

Waarom verschillen de gemiddelde rentes op spaarrekeningen tussen
landen? De rente op spaarrekeningen verschilt per land door verschillen in
inflatie, centrale bankbeleid, concurrentie en spaargedrag.

Termijnrekening:

 Vaste termijn -> opzeggingstermijn
 Het risico dat je loop is dat je jouw geld vast zet op de
termijnrekening voor 10 jaar dus 2,40 % rente dan kan het zijn dat
de rente na 5 jaar op de spaarrekening opeens 6% is dan kan je jouw
geld niet uit de termijnrekening houden en moet je nog 5 jaar
wachten om het eruit te halen dus het risico hangt eigenlijk altijd af
van de inflatie.

Waarom is rente hoger dan een spaarrekening? Omdat je geld voor een
langere termijn vast zit.

Kasbon:

 Uitgegeven door banken
 Onderhevig aan roerende voorheffing
 Zekerheid van rendement over langere termijn
 Vooral interessant bij hoge rentestand

Roerende voorheffing:

Is de belasting op verkregen interesten uit spaarproducten

 Aan de bron ingehouden, je ontvangt netto interest
 Niet vermelden in belastingaangifte indien reeds afgehouden
 Sinds 1 januari 2017 bedraagt de roerende voorheffing 30%
 Enkele uitzonderingen

Vrijstelling roerende voorheffing op spaarrekeningen:

 Eerste 1050 euro per persoon aan interesten vrijgesteld
 Alle interesten boven 1050 euro belast aan RV van 10%
 Kan jaarlijks aangepast worden

Wat met nier gereglementeerde spaarrekening: Een niet-
gereglementeerde spaarrekening heeft vaak een hogere rente, maar
minder fiscale voordelen en geen wettelijke bescherming van de
eerste €980 aan interesten.

, 2.3 Kredieten aan perticulieren
Kredietkaart:

 Betalingen worden gegroepeerd en pas op het einde van de maand
afgerekend
 Spending limit
 Verzekerd bij diefstal
 Interest toepassing:

 Gedurende 1 jaar gebruik je uw kredietkaart om elke
maand een bedrag van 500 euro af te halen.

 Je belegt steeds de 500 euro in een 1 maand
termijnrekening met opbrengst 1% op jaarbasis

 Wat brengt deze contructie op na 1 jaar? (niet kunnen
berekenen)

 Geld afhalen met kredietkaart is dan ook niet gratis!

Kredietlijn:

 Mogelijkheid om tijdelijk onder 0 te gaan
 Interesten op het negatieve bedrag en het aantal dagen
 Gevaar bij domiciliering

Consumptiekrediet:

 Verkoop op afbetaling
 Lening op afbetaling
 Kredietopening
 Jaarlijks kostenpercentage

Hypothecaire leningen:

 Lening gewaarborgd door onroeren
 Verschillende aflossingsvormen
 Maandelijkse vaste betalingen
 Vaste kapitaalsaflossingen
o Kosten en voorwaarden
 Loonsvoorwaarden
 Tarieven en evolutie
 Lenen op zeer lange termijn
 Fiscaliteit

Waarom is de rentevoet op hypothecaire lening lager dan voor persoonlijke
lening (alle aard)? De rente op een hypothecaire lening is lager omdat de
bank zekerheid heeft via het huis als onderpand, wat het risico
verlaagt.
$10.78
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
manuelcortens4

Get to know the seller

Seller avatar
manuelcortens4 Plantijn Hogeschool van de provincie Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
New on Stuvia
Member since
2 weeks
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions