100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

samenvatting cel II: fysiologie

Rating
-
Sold
-
Pages
24
Uploaded on
27-12-2025
Written in
2025/2026

Samenvatting van fysiologie, gegeven door Alain Labro in het eerste jaar geneeskunde en tandheelkunde. Het is kritisch gefilterd op basis van wat er in de les gezegd werd, zodat het enkel de nodige maar grondige informatie bevat om het examen makkelijk te slagen.

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 27, 2025
Number of pages
24
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting fysiologie

H2-3

Inhoud LES: Opbouw en eigenschappen van het plasmamembraan

Waarom membraanlipiden in celfysiologie?

 Cellen communiceren via membraaneiwitten
(receptoren/transporters).

 Die eiwitten functioneren in een lipide-omgeving; de
lipidesamenstelling en membraanvloeibaarheid beïnvloeden
receptorfunctie (conformatieveranderingen, mobiliteit, clustering).



4) Basisstructuur plasmamembraan: fosfolipidendubbellaag

Amfipathisch karakter

 Membraanlipiden (vooral fosfolipiden) zijn amfipathisch:

o Hydrofiele/polaire kop (graag in water).

o Hydrofobe/lipofiele vetzuurstaarten (mijden water).

 Daarom vormen ze spontaan een lipidendubbellaag:

o Koppen naar het waterige milieu (extra- en intracellulair).

o Staarten naar binnen → hydrofobe kern.

Gevolg: barrière-eigenschap

 De hydrofobe kern maakt dat water en grote/geladen moleculen
niet gemakkelijk spontaan door het membraan gaan (later belangrijk
voor transport en membraanpotentialen).



5) Variatie in fosfolipiden & “asymmetrie”

Fosfolipiden zijn niet allemaal hetzelfde

 Verschillende fosfolipiden hebben verschillende kopgroepen (en
dus ladingskarakter/chemische eigenschappen).

 Naast fosfolipiden zijn er ook cholesterol en glycolipiden (lipiden
met suiker).

o Glycolipiden zitten typisch aan de buitenzijde (extracellulaire
leaflet) van het plasmamembraan.

Asymmetrie (kernidee)

,  De binnenste leaflet (cytosolisch) en buitenste leaflet
(extracellulair) hebben een verschillende lipidesamenstelling.

 Daarnaast bestaan er lateraal in het membraan microdomeinen
met afwijkende samenstelling: lipid rafts.



6) Membraanvloeibaarheid en “fasegedrag”

Twee toestanden (conceptueel)

 Ordered / “gel-solid-like” toestand: vetzuurstaarten liggen netjes
gepakt → membraan stijver.

 Disordered / “fluid-liquid-like” toestand: meer ruimte, minder
strakke pakking → membraan vloeibaarder.

Transitie-temperatuur

 De temperatuur waarbij een membraan van meer ordered naar meer
disordered overgaat heet de transitie-temperatuur.

Wat bepaalt vloeibaarheid? (2 grote spelers + cholesterol)

1. Lengte van vetzuurstaarten

 Langere staarten → meer interactieoppervlak → betere pakking →
hogere transitie-temperatuur (minder vloeibaar bij dezelfde T).

 Kortere staarten → minder interacties → lagere transitie-
temperatuur (vloeibaarder).

2. Verzadiging (dubbele bindingen)

 Verzadigde staarten (geen dubbele binding) zijn rechter → pakken
beter → hogere transitie-temperatuur.

 Onverzadigde staarten (dubbele bindingen) veroorzaken een
“knik” → slechtere pakking → lagere transitie-temperatuur →
meer vloeibaar.

Illustratief voorbeeld dat de docent geeft

 Plantaardige oliën (meer onverzadigd) zijn bij kamertemperatuur
vloeibaar.

 Dierlijke vetten zoals boter (meer verzadigd) zijn bij
kamertemperatuur vaker vaster en worden vloeibaar bij opwarming
→ hoger transitiepunt.

Waarom moet het membraan “juist” vloeibaar zijn?

,  Het membraan moet vloeibaar genoeg zijn voor correcte werking
van membraaneiwitten (dynamiek/conformatie).

 Maar niet té vloeibaar, anders kan het membraan te
“lek”/instabiel worden (scheurtjes/gaten).



7) Cholesterol: rol in membraanfluiditeit en permeabiliteit

Plaatsing in het membraan (conceptueel)

 Cholesterol heeft:

o een klein polair OH-“kopje”,

o een stijve steroïdring (hydrofoob),

o een korte hydrofobe staart.

 Het gaat tussen fosfolipiden zitten:

o OH-groep bij de kopregio (waterinterface),

o ringstructuur net onder de koppen,

o korte staart richting kern.

Twee hoofdeffecten (zoals docent uitlegt)

1. Stabilisatie/ordening van de kopregio

 Beperkt beweging/rotatie van fosfolipiden rond de kopregio →
minder permeabel, “strakker” aan de buitenkant.

2. Vloeibaar houden van de kern

 Door de korte staart en de vorm kan cholesterol de strakke
interactie tussen vetzuurstaarten verstoren in (delen van) de
hydrofobe kern, waardoor die kern minder ‘vast’ wordt en
vloeibaarder blijft.

Belangrijk nuancepunt (wetenschappelijk correct geformuleerd)

 Cholesterol werkt als “buffer” voor fluiditeit: het kan de
ordening verhogen in zeer vloeibare membranen, maar ook
kristallisatie/te sterke ordering tegengaan in zeer “vaste”
membranen. De docent benadrukt vooral: juiste hoeveelheid is
cruciaal; te veel kan membraaneiwitfunctie verstoren.

Cholesterol en asymmetrie
$9.20
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
marievanmoeseke

Get to know the seller

Seller avatar
marievanmoeseke Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
New on Stuvia
Member since
2 weeks
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions