Antibiotische therapie:
Aminoglycosiden:
AB derivaten van streptomyces streptomycine voor eerste aminoglycosede
gentamicine, tobramycine en amikacin
Activiteit en klinisch gebruik:
aminoglycosides zijn bactericide meest actieve AB tegen gram negatieve aerobe bacillen.
pseudomonas aeruginosa.
Amikaine is meest actieve; minder in de kliniek dan de rest ( en minder tijd om resistentie op te
bouwen)
Aminoglycosiden blijven vaak gereserveerd voor infecties met pseudomonas.
bij gram negatieve sepsis met neutropenie of shock empirische AB met aminoglycoside vaker
effectief icm carbapenem, cefepime, of pipericilline/tazobactam.
Dosering:
vaak in 1 dosis gebaseerd op lichaams gewicht en renale functie.
Aminoglycosiden gebaseerd op ideaal lichaamsgewicht. Voor obese patienten adjusted
lichaamsgewicht.
ABW= IBW+0.45(TBW-IBW)
Dosering op renale functie:
Aminoglycosides worden geklaard door klaring in de nieren. dosering wordt aangepast op
nierfunctie.
Monitoren:
serum aminoglycosiden moeten bepaald worden per individuele patienten.
gentamycine en tobramycine 4-8 mg/L, 15-20mg/L bij amikacin.
Bijwerkingen:
Nefrotoxiciteit in de proximale tubuli. Risico op nierschade is gelijk bij alle aminoglycosiden.
serum creat stijgt na 5-7 dagen. . bij nierfalen is dit vaak reversibel.
Andere bijwerkingen:
ototoxiciteit en neuromusculaire blokkade. Gehoorschade is irreversibel, maar vaak asymptomatisch
verloop.
, Antischimmel middelen:
Vooral gericht tegen candida.
Amphotericine B
AmB is normaal voorkomend antibiotisch middel dat tegen schimmels werkt. Meest effectief echter
ook , maar geteisterd door toxische reacties. Infusie gerelateerde inflammatoire respons en
nefrotoxiciteit. backup middel
Dosering:
alleen iv, en heeft een vehicle nodig in dit geval natrium deoxycholaat om oplosbaarheid te
vergroten. Dagelijkse dosis van 0.5-1 mg/kg. Geinfuseerd over 4u, maar kan in 1u gegeven worden.
Continue infusie totdat acuumulatie dosis is bereikt. AmB dosis afhankelijk van ernst van
schimmelinfectie, dosis kan dus varieren van 500-mg-4 gram.
Infusie gerelateerde inflammatoire respons
infusie van AmB geeft vaak koorts, rillingen, misselijkheid, braken en rigors in 70% van de gevallen.
reactie meest uitgesproken bij initiele infusie en verminderd vaak in intensiteit na herhaalde infusies.
30 min voor infusie PCM geven ( 10-15 mg/kg oraal) en diphenhydramine 25 mg oraal of iv. Bij
rigors premedicatie met meperidine 25 mg iv.
geef bij onvoldoende effect hydrocortison bij het AmB infusaat
Nefrotoxiciteit:
AmB bindt aan cholesterol aan het oppervlak van renale epitheliale cellen en produceert schade.
Gelijkend op renale tubulaire acidose.
meer kalium en Mg excretie
vermindering van effect in 30-40% vd gevallen
kan nierfalen veroorzaken die dialyse behoeft
Electrolyt abnormaliteiten:
Hypokaliemie en hypomagnesiemie zijn vaak voorkomend tijdens AmB. Cave hypoMg voor refractie.
Speciale lipide preparaten zijn gemaakt om beter te plakken aan schimmelcellen en niet aan cellen
van zoogdieren.
Triazolen:
Synthetische antischimmel middel die minder toxisch zijn dan AmB.
fluconazol candida
itraconazol en voriconazol
Gebruik in de kliniek:
Fluconazol bij C. albicans, C tropicalis en C parapsilosis, maar niet voor C. glabrata of C. krusei
Aminoglycosiden:
AB derivaten van streptomyces streptomycine voor eerste aminoglycosede
gentamicine, tobramycine en amikacin
Activiteit en klinisch gebruik:
aminoglycosides zijn bactericide meest actieve AB tegen gram negatieve aerobe bacillen.
pseudomonas aeruginosa.
Amikaine is meest actieve; minder in de kliniek dan de rest ( en minder tijd om resistentie op te
bouwen)
Aminoglycosiden blijven vaak gereserveerd voor infecties met pseudomonas.
bij gram negatieve sepsis met neutropenie of shock empirische AB met aminoglycoside vaker
effectief icm carbapenem, cefepime, of pipericilline/tazobactam.
Dosering:
vaak in 1 dosis gebaseerd op lichaams gewicht en renale functie.
Aminoglycosiden gebaseerd op ideaal lichaamsgewicht. Voor obese patienten adjusted
lichaamsgewicht.
ABW= IBW+0.45(TBW-IBW)
Dosering op renale functie:
Aminoglycosides worden geklaard door klaring in de nieren. dosering wordt aangepast op
nierfunctie.
Monitoren:
serum aminoglycosiden moeten bepaald worden per individuele patienten.
gentamycine en tobramycine 4-8 mg/L, 15-20mg/L bij amikacin.
Bijwerkingen:
Nefrotoxiciteit in de proximale tubuli. Risico op nierschade is gelijk bij alle aminoglycosiden.
serum creat stijgt na 5-7 dagen. . bij nierfalen is dit vaak reversibel.
Andere bijwerkingen:
ototoxiciteit en neuromusculaire blokkade. Gehoorschade is irreversibel, maar vaak asymptomatisch
verloop.
, Antischimmel middelen:
Vooral gericht tegen candida.
Amphotericine B
AmB is normaal voorkomend antibiotisch middel dat tegen schimmels werkt. Meest effectief echter
ook , maar geteisterd door toxische reacties. Infusie gerelateerde inflammatoire respons en
nefrotoxiciteit. backup middel
Dosering:
alleen iv, en heeft een vehicle nodig in dit geval natrium deoxycholaat om oplosbaarheid te
vergroten. Dagelijkse dosis van 0.5-1 mg/kg. Geinfuseerd over 4u, maar kan in 1u gegeven worden.
Continue infusie totdat acuumulatie dosis is bereikt. AmB dosis afhankelijk van ernst van
schimmelinfectie, dosis kan dus varieren van 500-mg-4 gram.
Infusie gerelateerde inflammatoire respons
infusie van AmB geeft vaak koorts, rillingen, misselijkheid, braken en rigors in 70% van de gevallen.
reactie meest uitgesproken bij initiele infusie en verminderd vaak in intensiteit na herhaalde infusies.
30 min voor infusie PCM geven ( 10-15 mg/kg oraal) en diphenhydramine 25 mg oraal of iv. Bij
rigors premedicatie met meperidine 25 mg iv.
geef bij onvoldoende effect hydrocortison bij het AmB infusaat
Nefrotoxiciteit:
AmB bindt aan cholesterol aan het oppervlak van renale epitheliale cellen en produceert schade.
Gelijkend op renale tubulaire acidose.
meer kalium en Mg excretie
vermindering van effect in 30-40% vd gevallen
kan nierfalen veroorzaken die dialyse behoeft
Electrolyt abnormaliteiten:
Hypokaliemie en hypomagnesiemie zijn vaak voorkomend tijdens AmB. Cave hypoMg voor refractie.
Speciale lipide preparaten zijn gemaakt om beter te plakken aan schimmelcellen en niet aan cellen
van zoogdieren.
Triazolen:
Synthetische antischimmel middel die minder toxisch zijn dan AmB.
fluconazol candida
itraconazol en voriconazol
Gebruik in de kliniek:
Fluconazol bij C. albicans, C tropicalis en C parapsilosis, maar niet voor C. glabrata of C. krusei