WETTELIJK SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSSTELSEL....................................................3
HOOFDSTUK I. ALGEMEEN....................................................................................................3
AFDELING 1. VERANTWOORDING VAN DE KEUZE.................................................3
AFDELING 2. JURIDISCHE AARD VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK VERMOGEN........3
HOOFDSTUK II. HET ACTIEF..................................................................................................3
AFDELING I. BATEN VAN DE EIGEN VERMOGENS..................................................3
§1 Goederen eigen omwille van hun oorsprong.................................................5
§2 Goederen eigen omwille van hun aard..........................................................6
AFDELING 2. BATEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJKE VERMOGEN......................12
HOOFDSTUK III. HET PASSIEF.............................................................................................13
AFDELING 1. VERBINTENIS EN BIJDRAGE............................................................13
AFDELING 2. DEFINITIEF PASSIEF (BIJDAGE)........................................................14
AFDELING 3. VOORLOPIG PASSIEF (VERBINTENIS)..............................................17
§1 Verhaalsrecht van de schuldeisers met betrekking tot eigen schulden.......17
§2 Verhaalsrecht van de schuldeisers met betrekking tot gemeenschappelijke
schulden.......................................................................................................... 19
AFDELING 4. APARTE REGELING VOOR SCHULDEN TUSSEN ECHTGENOTEN......20
HOOFDSTUK III. BESTUUR...................................................................................................22
AFDELING 1. ALGEMEEN...................................................................................... 22
AFDELING 2. BESTUUR VAN HET GEMEENSCHAPPELIJKE VERMOGEN.................22
§1 Begrip bestuur en doelgebondenheid van het vermogen............................22
§2 Regel: gelijktijdig bestuur............................................................................22
§3 Eerste uitzondering: alleenbestuur..............................................................25
§4 Tweede uitzondering: gezamenlijk bestuur.................................................25
§3 Tweede uitzondering: eigenbestuur............................................................27
AFDELING 4. BEVEILINGSMAATREGELEN EN SANCTIES.......................................28
§1 Rechterlijke machtiging (art. 2.3.34 BW).....................................................28
§2 Rechterlijk verbod (art. 2.3.35 BW).............................................................28
§3 Nietigverklaring (art. 2.3.36-37 BW)............................................................29
§4 Vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen (art. 2.3.44, 3 e lid BW) 29
§5 Ontneming van de bestuursbevoegdheden (art. 2.3.40 BW)......................31
§6 Gerechtelijke scheiding van goederen (art. 2.3.78-80 BW).........................31
HOOFDSTUK IV. ONTBINDING, VEREFFENING EN VERDELING......................................33
AFDELING 1. OORZAKEN EN OGENBLIK VAN ONTBINDING..................................33
§1 Overlijden van een echtgenoot...................................................................33
§2 Echtscheiding of scheiding van tafel en bed...............................................35
§3 Gerechtelijke scheiding van goederen........................................................37
1
, §4 Overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel................................38
§5 Gerechtelijke verklaring van afwezigheid....................................................38
§6 Gerechtelijke verklaring van overlijden.......................................................38
§7 Nietigverklaring van het huwelijk................................................................40
AFDELING 2. POSTCOMMUNAUTAIRE ONVERDEELDHEID....................................40
§1 Aard van de onverdeeldheid.......................................................................40
§2 Samenstelling van de onverdeelde massa..................................................40
§3 Beheer van de onverdeelde massa.............................................................41
§4 Bijzondere problemen gesteld door retroactiviteit van de ontbinding bij
echtscheiding................................................................................................... 41
AFDELING 3. BOEDELBESCHRIJVING....................................................................44
§1 Verplichting tot boedelbeschrijving.............................................................44
§2 Vorm en inhoud van de boedelbeschrijving.................................................44
§3 Termijn voor het opmaken van de boedelbeschrijving................................46
§4 Sanctie bij gebreke van boedelbeschrijving................................................46
AFDELING 4. VEREFFENING.................................................................................46
§1 Samenstelling van de boedels → de kwalificatie van de goederen en
schulden.......................................................................................................... 46
§2 Opmaak van de vergoedingsverrekeningen................................................46
§3 Verrekening van de lasten...........................................................................52
§4 Verrekening van de vergoedingen..............................................................53
§5 Verdeling..................................................................................................... 54
AFDELING V. OVERGANGSRECHT........................................................................58
§1 Overgangsrecht van de wet van 14 juli 1976..............................................58
§2 Overgangsrecht van de wet van 22 juli 2018..............................................63
§3 Overgangsrecht van de wet van 19 januari 2022........................................63
HOOFDSTUK V. ONTBINDING VAN HET HUWELIJK...........................................................63
AFDELING 1. OVERLIJDEN VAN EEN ECHTGENOOT..............................................63
AFDELING 2. ECHTSCHEIDING............................................................................. 64
2
,WETTELIJK SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSSTELSEL
HOOFDSTUK I. ALGEMEEN
Het wettelijk stelsel berust op het bestaan van drie vermogens (art. 2.3.16 BW):
Het eigen vermogen van elk van beide echtgenoten
Het gemeenschappelijk vermogen van beide echtgenoten
De eerste stap bij het oplossen van de casus (vereffening en verdeling) is
het gaan samenstellen van de boedels van de echtgenoten → hiermee kan je
al ½ van de punten verdienen→ gaan bekijken welke activa en welke passiva
in welk vermogen zit !
- Kunnen motiveren waarom een bepaald goed tot de activa behoort van
één echtgenoot, dan wel het gemeenschappelijk vermogen
- Kunnen motiveren waarom een schuld een gemeenschappelijke of een
eigen schuld is
- Correct kwalificeren is dus van groot belang
AFDELING 1. VERANTWOORDING VAN DE KEUZE
Het wettelijk stelsel is het stelsel dat de wet automatisch van toepassing verklaart
wanneer huwenden geen huwelijkscontract hebben gesloten. Het wettelijk stelsel kan
evengoed een “gemeenschap van aanwinsten” als een “scheiding van goederen met
gemeenschap van aanwinsten” worden genoemd.
De gemeenschap is beperkt tot de aanwinsten
AFDELING 2. JURIDISCHE AARD VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK VERMOGEN
Het gemeenschappelijk vermogen heeft geen rechtspersoonlijkheid: de
gemeenschap kan niet in rechte optreden, noch als eiser, noch als verweerder; de
gemeenschap kan geen schulden hebben
De gemeenschap is geen vennootschap: beheer, begin en einde van de
vennootschap worden geregeld door dwingende wetsvoorschriften
De gemeenschap is geen vorm van mede-eigendom
Het gemeenschappelijke vermogen is een patrimonium met een eigen bestemming
HOOFDSTUK II. HET ACTIEF
AFDELING I. BATEN VAN DE EIGEN VERMOGENS
Twee grote categorieën eigen goederen kunnen worden onderscheiden:
1. De goederen eigen omwille van hun oorsprong, die in de wet
“voorhuwelijkse goederen, nalatenschappen en giften” worden genoemd (art.
2.3.17 BW)
2. De goederen eigen omwille van hun aard, die limitatief in de wet worden
opgesomd als:
˃ “eigen met vergoedingsplicht” (art. 2.3.18 BW)
˃ “eigen ten persoonlijke titel” (art. 2.3.19 BW)
Voor de casus vereffening en verdeling is het belangrijk dat er altijd
gestaafd wordt met een wetsartikel waarom een goed al dan niet tot het
eigen vermogen behoort!
- Wetsbepaling !
3
, - Waarde vermelden !
4