Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting psychopathologie bij volwassenen en ouderen: psychologische processen (3de bachelor)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
76
Geüpload op
26-12-2025
Geschreven in
2025/2026

Deze samenvatting bevat alle hoofdstukken en is gebaseerd op de slides, extra lesnotities en wat er in de verplichte teksten staat. Alle besproken studies zijn duidelijk uitgelegd en voorzien van bijhorende grafieken. Belangrijke onderzoekers worden afgebeeld met foto. Vak werd gedoceerd door Filip Raes.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenva'ng psychopathologie volwassenen en ouderen

HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Het vak… de verwondering
We willen onbegrijpelijk gedrag begrijpelijk maken
• De waarom vraag
• Als A (oorzaak) dan B (gevolg)
• Hier over psychopathie: onaangepast, vreemd, gestoord gedrag
• Onbegrijpelijk gedrag begrijpen en zo kunnen helpen

Verwondering gecentreerd rond
• Ontstaan van psychopathologie:
o Waarom-vraag cruciaal voor vele paRënten
• In stand houden van psychopathologie
o Niet noodzakelijk dezelfde factoren
o Roept vaak nog meer verwondering op
o Hier kunnen we vaak wel iets aan veranderen
• Terugval van psychopathologie
o Sommige stoornissen hebben een hoog terugvalpercentage
o Secundaire prevenRe: vroegRjdige opsporing van problemen en verergering voorkomen
o Belang van studie van factoren die hier een rol spelen
• Niet de mechanismen van werkzame behandelingen (voor andere vakken)

Nieuwsgierigheid en maatschappelijke opdracht
Psychopathologie -> verklaren eerder dan beschrijven

Het is een belangrijk maatschappelijk probleem gezien de epidemiologische studies (over prevalenRe)

NaRonal Comorbidity Study (ReplicaRon!) (NCS-R); Ronald Kessler
• 9000 respondenten in VS
• Interview van alle diagnosen DSM-IV
• Ongeveer hel^ van Amerikanen zullen op bepaald punt in hun leven voldoen aan DSM-IV criteria
voor een stoornis
o Onset meestal in kinderRjd of adolescenRe
o PrevenRes en behandelingen moeten gericht zijn op jeugd

NEMESIS-2-studie (NL)
• Bewijs dat ook in Nederland psychische aandoeningen frequent voorkomen
• LifeRmeprevalenRe van Nederlandsers: 43,6%

Impact van Covid:
• Pandemie was bedreiging voor mentale gezondheid
o Omgeving met veel determinanten voor slechte mentale gezondheid
• Resultaten: toename van 27,6 % op vlak van majeure depressies (53 miljoen extra gevallen
wereldwijd)
• Cruciaal om gezondheidssysteem te versterken

We moeten pas iets ondernemen als een stoornis veel voorkomt en als het veel last veroorzaakt

,Burden of disease project (WHO)
• Doel: meten hoeveel schade ziektes zullen aanrichten in termen van verloren gezonde levensjaren
• Maat voor totale last die ontstaat door ziekte: Disability Adjusted Life Years (DALY)
o Aantal kwaliteitsvolle levensjaren die verloren gaan door ziekte (morbiditeit) of voorRjdig
sterven (mortaliteit)
• PredicRes 2030: stoornissen waar mensen het meeste last van zullen hebben
o Wereldwijd: depressieve stoornis op nummer 2
o In hoge inkomst landen: depressieve stoornis op nummer 1

Psychopathologie vormt een belangrijk maatschappelijk probleem
• Belangrijke rol weggelegd voor klinisch psychologen
• Verantwoordelijk handelen kan alleen op basis van grondige wetenschappelijke kennis van de
materie
o Is veel meer dan gewoon goed luisteren en een goed gesprek hebben met mensen die het
psychisch lasRg hebben

Verklaren = theorieën
Overvloed aan theorieën over psychopathologie
• Verschillen in vertrek- of standpunt (op basis van eigen mensvisie of wereldbeeld)
o Niet echt wetenschappelijk criterium (is een levensbeschouwelijke keuze)

Doel wetenschap: algemene uitspraken kunnen doen (los van mensenvisie)

Basis van deze cursus
Beantwoorden van vragen over ontstaan, instandhouden en terugval van pathologie
• NIET gebaseerd op één van de grote referenRekaders, mensvisie/wereldbeeld
• WEL op basis van eigen psychologische (wetenschappelijke) basisdisciplines
o FuncReleer, sociale psychologie, ontwikkelingspsychologie, leerpsychologie, differenRële
psychologie

• NIET verbonden aan een welbepaalde levensbeschouwelijke visie
• WEL gebaseerd op een zuiver wetenschappelijke benadering
o Theorieën zijn er om getoetst te worden -> vervolgens aanpassen, uitbreiden of verlaten
(enigste richtlijn is empirische cyclus)
o Elke vraag is toegelaten, zolang het maar toetsbaar is
o Met theorieën die niet toetsbaar zijn, zijn we niets

De empirische cyclus
• Probleemstelling: hoe komt het dat depressieve personen zo weinig iniRaRef vertonen?
• Observeren
o Klinische observaRe: depressieve personen zijn soms bijzonder weinig acRef, niets lijkt hen
nog te interesseren
o Onderzoek observaRe: dieren die geconfronteerd werden met negaReve ervaringen
waarover ze geen controle hebben, vertonen vergelijkbare gedragsinhibiRe
• Hypothese: de inacRviteit van depressieve personen is gebaseerd op negaReve oncontroleerbare
ervaringen uit het verleden
• Voorspelling: indien personen geconfronteerd worden met onvermijdbare negaReve ervaringen ->
uitblijven van gedragsiniRaReven in vergelijkbare situaRes
• Toetsen: drie groepen van proefpersonen
o Aversieve oncontroleerbare tonen
o Aversieve controleerbare tonen

, o Geen tonen
• EvaluaRe: anankelijk van de resultaten
o BevesRging van de hypothese/theorie
o Verwerpen of aanpassen van de theorie
o In laatste geval zeker opnieuw observeren




Beschrijven versus verklaren
Nadruk van cursus ligt op verklaren
• Wil niet zeggen dat beschrijven niet belangrijk zou zijn (zie observaRefase uit empirische cyclus)
• Maar we hebben meer nodig om waarom-vraag te beantwoorden: als A (oorzaak) dan B (gevolg)
o Bijvoorbeeld: Waarom hallucineert iemand ?
o Geen baat bij cirkelredeneringen -> je moet zoeken naar het mechanisme dat eronder zit

Welke methode moeten we hanteren om zicht te krijgen op vragen naar het ontstaan, in stand houden en
terugval van psychopathologie -> causale mechanismen blootleggen

Cross-sec(onele correla(onele methode
Eerste zinvolle stap: zoeken naar staRsRsch verband tussen een bepaald fenomeen en de veronderstelde
oorzaak, bijvoorbeeld emoRoneel gedrag en psychoses komen vaak samen voor
• Onbekende richRng van verband
• Mogelijke derde factor
• Kan puur toeval zijn
• Wordt in media vaak tegen gezondigd
o Causale interpretaRe van correlaRonele verbanden
o Bijvoorbeeld: aantal ooienvaars in stadsdeel gaat samen met aantal baby’s dat daar geboren
wordt
§ Derde variabele: jonge koppels die komen wonen in de stad en nieuwe huizen
bouwen
o Bijvoorbeeld: wijn drinken in plaats van bier, verbetert de cardiovasculaire gezondheid
§ Foute interpretaRe: hee^ te maken met wat die mensen daar nog bij eten, eerder
ongezonder eten bij bier
o Bijvoorbeeld: kijken naar Fox News maakt je dom
§ Klopt niet, hee^ te maken wie er naar Fox News kijkt, geen causaal verband uit
trekken

,Differen(eel design
• Vergelijkt groepen op andere variabelen
• Bijvoorbeeld met versus zonder psychopathologie

Longitudinale correla(onele methoden
• RetrospecReve methode
o Terugkijken naar het verleden
o Probleem: recall bias
o Oplossing: follow-back onderzoek (dossiers, huisartsen, andere bronnen)
• ProspecReve methode
o Dezelfde personen doorheen de Rjd volgen
o Lost probleem van richRng op maar niet van derde variabele
o Voorbeeld: scheurbuik -> kan men voorspellen wie scheurbuik zal ontwikkelen?
§ ProspecReve observaRe: lage acRviteit -> scheurbuik
§ Foute causale interpretaRe: inacRviteit is de oorzaak van de scheurbuik
§ De echter oorzaak bleek een vitamine C-tekort (leidde tot scheurbuik en lage
acRviteit)
§ Vitamine C-tekort is dus de derde factor

Experimentele methode (als A dan B)
Op A ingrijpen hee^ een effect op B
• A oproepen of intensifiëren (type 1) (hee^ iets weg van stoornis creëren)
• A reduceren of weghalen (type 2) (hee^ iets weg van behandelen)
• Omgekeerde redenering: ex-juvanRbus redenering
o Men redeneert vaak: als iets B doet dalen, dan zegt dat iets over A
o Probleem: dat iets helpt betekent niet automaRsch dat het iets over de oorzaak zegt
o Bijvoorbeeld hoofdpijn vermindert door aspirine -> betekent niet dat aspirinetekort de
oorzaak was
o Bijvoorbeeld: anRdepressiva beïnvloeden neurotransmirers -> betekent niet dat depressie
veroorzaakt wordt door neurotransmirertekort
• Therapie effectonderzoek (type 2) gaat vaak samen met type 1 onderzoek
o Psychopathologische fenomenen experimenteel oproepen
o Daarna testen hoe ze beïnvloed of verminderd kunnen worden

Taxonomie van onderzoeksmethoden
Veel manieren van opdeling:
• Steekproefgroore (groep versus N = 1)
• Aard steekproef (mensen versus dieren)
• Klinische status (paRënt, subklinisch, gezond)
• Type se'ng (veldstudie versus labo)
• Type vraagstelling (risicofactoren, mediator, moderator, oorzakelijk verband)
o Mediator: verklaard waarlangs de onanankelijke variabele de anankelijke variabele
beïnvloed
§ Geslacht en depressie staan in verband met elkaar
§ Naar waarlangs loopt dat verband -> bijvoorbeeld piekeren

o Moderator: versterkt of verzwakt het verband tussen twee variabelen
§ Trauma meemaken -> depressie
§ Maar niet alle mensen met trauma krijgen depressie
§ Sterkte verband wordt beïnvloed door moderator -> bijvoorbeeld sociale steun

, CorrelaRoneel of Verwijst naar studies waarbij de onderzoeker het verband tussen twee
observaRoneel design variabelen systemaRsch onderzoekt. Dit zonder de relaRe te manipuleren.
Experimenteel design Verwijst naar studies waarbij de onderzoeker het verband tussen twee
variabelen systemaRsch onderzoek door deze relaRe te manipuleren.
CorrelaRonele methode Cross secRoneel
• Niet alles kan experimenteel onderzocht worden
• Verband op één en hetzelfde moment
• Geen causaal verband
• Ook differenReel onderzoek: groepen die al bestaan vergelijken

Longitudinaal
• RetrospecRef
o Bijvoorbeeld vernederende ervaringen en sociale angst:
veel mensen met sociale angst werden in het verleden
gepest
o Let op: recall biases -> follow-back onderzoek
• ProspecRef
o Veronderstelde oorzaken (A) gemeten op eerste moment,
om vervolgens band met anankelijke variabele (B) te
meten op tweede moment
o RichRng (+), recall bias speelt geen rol, derde variabele (-)
o Geen zeker causaal verband maar je weet al iets meer over
de richRng
Experimentele methode Manipuleren van minstens 1 variabele -> effect op andere variabele
nagaan
• Laat causale uitspraken toe
• Mits goede controlecondiRes en andere regels van goede
methodologie
Twee types
• Zuiver experimenteel design -> toewijzing proefpersonen aan
condiRes op zuiver toevallige wijze
o Alles manipuleren
o Laat meer sluitende conclusies toe
o Soms lage externe validiteit
o Wel goede interne validiteit
• Quasi-experimenteel -> toewijzing is niet toevallig
o Soms niet aangewezen of wenselijk: bijvoorbeeld paRënten
versus gezonde controles
o Hoge externe validiteit
o Meer kans op confounding variabelen

Enkele reflecRes
Ethische grenzen
• Bijvoorbeeld impact van trauma op intrusieve gedachten (hoogstens een minimale operaRonalisaRe
want je mag mensen geen trauma geven; maar in welke mate zegt dit iets over hoe het in het echte
leven is)
• Informeren (informed consent) over procedure (versus methodologische eisen)

Grenzen aan generalisaRe
• Psychopathologie kan niet echt gecreëerd worden in een labo -> onderzoek gebruikt analoge
modellen

, • Zo’n model moet lijken op de echte stoornis door:
o Gelijke fenomenen / symptomen
o Gelijke onderliggende oorzaken of processen
§ Bijvoorbeeld: Cyberball-paradigma als model voor sociale exclusie

Vier types analoge designs:
• Subklinische onderzoeksgroepen
o Komen in buurt van klachten
o Verhoogd scoren op een bepaalde vragenlijst maar net niet aan de diagnose voldoen
• InducRe van psychopathologie
o Klachten induceren (bijvoorbeeld stemmingsinducRe of angstcondiRonering)
• Dierstudies
• ComputersimulaRes

Vooral eerste twee worden gebruikt. Ook steeds meer aandacht voor klinische groepen

Doelstelling
IntroducRe in wetenschappelijk onderzoek naar de psychologische processen die aan de basis liggen van
psychopathologie en deze onderhouden
• Vertrekpunt: kennis van normale psychologische processen & kennis van pathologie
• Focus: wijze waarop verstoring of vertekening van deze psychische processen aanleiding kan geven
tot psychopathologie of psychopathologie kan conRnueren

Vak slaat brug tussen algemene vakken en problemaReken die eigen zijn aan klinische psychologie

Benadering die we volgen combineert
• Kennis van normale psychologische processen met empirische aanpak
• Die oorsprong vindt in wetenschappelijke nieuwsgierigheid en besef van het grote maatschappelijke
belang

Rol van klinisch psycholoog
CompetenRes en kerntaken
• Verantwoordelijke funcRe in diagnosRek, prevenRe, behandeling, besluitvorming
• Vereist kennis van symptomen, syndromen en de processen die hierin een rol spelen

Processen
Mogelijke aanpak: vertrekken van stoornis of diagnose -> op zoek gaan naar verklaringen

Andere aanpak: transdiagnosRsch perspecRef (paradigmashi^)
• So^e variant: kijken naar gemeenschappelijke processen of fenomenen als verklaring voor
meerdere stoornissen
• Harde variant: diagnoses laten vallen en enkel focussen op processen of mechanismen
o Diagnoses laten vallen -> door kriRek ten aanzien van diagnosRsche categorieën

TransdiagnosRsch perspecRef: visie op psychopathologie waarbij ervan wordt uitgegaan dat dezelfde
onderliggende mechanismen kunnen leiden tot verschillende stoornissen of deze in stand houden. Hiermee
kan de gelijkRjdige of opvolgende comorbiditeit verklaard worden.

,HOOFDSTUK 2: RUMINEREN
Genderverschil in depressie
Odss raRo (OR) = 1.95 (blijkt uit meta-analyse, Salk et al.,2017)
• Uitleg OR
o OR = 1 -> geen verschil, zelfde kans
o OR > 1 -> grotere kans (voor de groep die je eerst plaatst)
• Dus voor elke depressieve man zijn er ongeveer twee depressieve vrouwen
• Opgelet voor simplisRsche uitspraken zoals: “Veel vrouwen en weinig mannen zijn depressief”
• Een van de meest robuuste bevindingen in psychopathologie onderzoek

De OR van 1.95 hee^ een Chohen’s D van 0.37 -> small to medium effect (depressieve symptomen hee^
een d = 0.27)
• Geen groot effect/verschil is, maar het is er wel -> gezondheidsverschil
• Opleren voor stereotype zoals depressie is een vrouwenziekte
• Stereotype kan schaden voor:
o Vrouwen: risico op overdiagnosRceren en overmedicaRe
o Mannen: onderdiagnosRceren (missen van diagnose), mannen ontwikkelen minder vaak
depressie maar ze zijn er wel + lijden ook.

Susan Nolen-Hoeksema: Response Style Theory (RST) (verklaring)
De manier waarop mensen reageren op sombere stemming bepaalt het verdere verloop
• Twee copingsRjlen
o Rumineren: versterkt en verlengt depressieve stemming
o DistracRe: help stemming sneller te doen afnemen
• Bij depressie
o Degene die in acRviteiten doen die afleiden van de sombere stemming -> sneller herstel
o Degene die inacRef zijn en rumineren over oorzaak en gevolg -> minder herstel
• Genderverschil volgens RST
o Vrouwen rumineren gemiddeld meer dan mannen
o Mannen hebben de neiging om afleiding te zoeken
o Vragenlijst van mogelijke manieren hoe je kan reageren op sombere stemming
§ Mannen: ontwijken na te denken over oorzaken, gaan iets fysiek doen
§ Vrouwen: zoeken naar oorzaken, praten met andere over gevoelens
o Dit kan een deel van het genderverschil in depressie verklaren
o Onderzoek focust vooal op ruminaRe; distracRe werd minder onderzocht

Rumineren: figuurlijk herkauwen van dezelfde gedachten, telkens dezelfde gedachten naar boven halen
• Depressief rumineren: rumineren over je depressieve gevoelens
• DefiniRe rumineren (Nolen Hoeksema): herhaald en passief focussen op:
o Symptomen van depressieve stemming (“ik geraak niet vooruit”)
o Mogelijke oorzaken (“waar is het misgelopen”)
o Eventuele gevolgen (“dit gaat mijn studies beïnvloeden”)

Kenmerken:
• Leidt tot langere en ernsRgere depressies
• Eerder een stabiele individuele trait (trekvisie) dan een Rjdelijke toestand (state)

, Wat zegt het wetenschappelijk onderzoek
Cross secRoneel correlaRoneel onderzoek
Rumineren meten:
• RuminaRve Response Scale (RRS; Nolen-Hoeksema) aan de hand van zelfrapportage
• Verschillende versies
• RuminaRe-subtype (meest schadelijke): brooding (broeden)

CorrelaRe tussen ruminaRe vragenlijst en vragenlijst die peilt naar depressieve symptomen

ProspecRef (longitudinaal) correlaRoneel onderzoek
In welke richRng verloopt deze correlaRe?
Studie aardbeving
Aardbeving = enorme stressor
• Onderzocht of degene die erover rumineren depressieve klachten kregen enkele weken na het
onderzoek
o T1 = 2 weken voor de aardbeving (N = 250) -> ruminaRe en depressievragenlijst
§ IDD: Interview to Diagnose Depression
§ RRS: RuminaRve Response Scale
o T2 = 10 dagen na de aardbeving (N=137)
§ Aangepaste ruminaRevragenlijst (rumineren over aardbeving)
§ Stress tegenover de aardbeving (gelede schade en ongemak zelf / naasten)
§ Depressie vragenlijst (IDD)
o T3 = 7 weken na de aardbeving (N = 41) -> depressie vragenlijst (IDD)
• Resultaten
o RuminaRe op T1 was voorspellend voor ernst van depressieve symptomen op T2
o RuminaRe op T1 was voorspellend voor ernst van depressieve symptomen op T3
o RuminaRe over aardbeving op T2 was voorspellend voor ernst van depressieve symptomen
op T3
o Steeds na nodige staRsRsche controles (bijvoorbeeld voor baseline depressieve symptomen:
rekening houdende met hoe depressief iemand al was op T1)

• Zeer vaak gerepliceerd, ook zonder bepaalde concrete grote stressor.
• Robuust verband
• Ook aanwijzingen voor omgekeerde verband
• Voorspellende waarde van ruminaRe ook bij depressieve paRënten en jongeren vastgesteld.

Experimenteel onderzoek
Onderzoek: Effects of Responses to Depression on the RemediaRon of Depressive Affect
• InducRe negaReve stemming
o Verbeeldingsoefening -> zodat iedereen ongeveer aan hetzelfde gaat denken
o Inleven in een verhaal (waar de moeder van het hoofdpersonage ster^)
o Ondertussen droevige muziek
• Vier soorten responses experimenteel geïnduceerd (4 condiRes) (rumineren of niet)
o RuminaRe-passief: in sRlte op stoel kaartjes lezen met zinnen met focus op eigen gevoelens
(bijvoorbeeld “Ik vraag me af waarom ik me voel zoals ik me voel’)
o DistracRe-passief: in sRlte op stoel kaartjes lezen met zinnen met externe focus
(bijvoorbeeld “Binnenkort start de voetbalcompeRRe weer”)
o RuminaRe-acRef: rechtstaand + heen en weer wandelen kaartjes sorteren met emoRes (hoe
ze zich voelden)
o DistracRe-acRef: rechtstaand + heen en weer wandelen kaartjes sorteren met landen
(industrialisaRegraad)

, • Likert schaal (1-9): sadness -> meRng van depressieve gevoelens
• Resultaten: acRef/passief en rumineren/distracRe -> addiRef effect
o Twee hoofdeffecten
o RuminaRe passief -> minste verandering in sadness score
o AcReve distracRe -> meeste verandering in sadness score




Bevindingen:
• NegaReve impact van ruminaRe op stemming vaak experimenteel gerepliceerd
• Er zijn verschillende paradigma en proefopzeren gebruikt
• Vaak enkel of sterker effect bij individuen die van nature al meer rumineren of verhoogde
depressieve gevoelens hebben (interacRe-effect)
• Ook vastgesteld bij depressieve paRënten

Conclusies
Rumineren hee^ een negaReve impact op een depressieve stemming en op het verloop van een depressie
• Maar hoe zit dat nu met dat genderverschil?
• En is ruminaRe een link (mediator) tussen gender en depressie?

Mechanismen
Redenen waarom rumineren je depressieve stemming aanwakkert

Tussenliggende mechanismen (met al heel wat onderzoeksevidenRe):
• Rumineren interfereert met acRe (toenaderings gedrag)!
o Rumineren interfereert met goede problem-solving: rumineren mogelijks als een soort
cogniReve vermijding
• Rumineren brengt (nog meer) negaReve herinneringen naar boven
• Rumineren staat een goede verwerking van pijnlijke ervaringen in de weg
• Rumineren hee^ negaReve impact op slaap, op concentraRe

Heel wat mechanismen die uitleggen waarom rumineren een negaRef effect hee^

ImplicaRes voor behandeling
Rumineren staat acRe in de weg -> problemen vaak alleen maar groter worden (hier werkt gedragsacRvaRe
op in)
• Mindfulness-based CogniRve Therapy (MBCT)
o Zorgt ervoor dat mensen sneller opmerken dat ze rumineren

, o Decentrering: afstand nemen van negaReve gedachten, niet meegaan in ruminaRe maar
gedachten observeren en loslaten
o Doorbreekt negaReve spiraal
o Combineert cogniReve therapie en meditaRe
o EffecRef voor terugvalprevenRe
• RuminaRon-focused CBT
o Gericht werken aan het verminderen van ruminaRe
o Denkpatronen herkennen en bij te sturen
• GedragsacRvaRe
o PaRënt aanzeren tot gezond en acRef gedrag (doorbreken van passiviteit en negaReve
stemming)
• MetacogniReve therapie (MCT)
o Werken met overtuigingen (metacogniRes) over rumineren en inzicht geven dat rumineren
niet helpt en negaRef effect hee^
o RuminaRe gee^ een vals gevoel van controle, wordt een gewoonte, kan zich vastzeren aan
bepaalde contexten of situaRes

Verder over genderverschil in depressie
Tot de lee^ijd van 10-12 weinig genderverschil.
Vanaf 13-15 jaar genderverschillen -> meisjes hogere score van depressie

De ABC’s van kwetsbaarheid (affecReve, biologische en cogniReve kwetsbaarheid)
• A: affecReve kwetsbaarheid
o Verschillen in temperament
o Meisjes ervaren en verwerken emoRes anders (dit kan leiden tot meer ruminaRe)
• B: biologische kwetsbaarheid
o Timing van de puberteit, hormonale veranderingen
o Meisjes zijn vroeger lichamelijk ontwikkeld en meer bezig met lichaam en uiterlijk
o Lichaamsveranderingen vormen een kruispunt van biologische en sociale factoren ->
biologisch bepaalde lichaamsveranderingen krijgen sociale betekenis (aandacht,
opmerkingen, seksuele objecRficaRe, vergelijken, schoonheidsidealen)
o Dit vergemakkelijkt ruminaRe rond lichaamsbeeld en aantrekkelijkheid
• C: cogniReve kwetsbaarheid
o NegaReve cogniReve sRjl: meisjes piekeren meer
o Jongens en meisjes kunnen gelijke depressieve symptomen hebben
o Maar deze kunnen via verschillende paden onstaan -> equifinaliteit

OBC-theorie (objecRficaRe, body image, cultureel)
• O: objecRficaRe
o Het leren bekijken en beoordelen van het eigen lichaam alsof het een object is voor anderen
(door de ogen van anderen)
o ObjecRficaRe -> self-surveillance (= jezelf voortdurend van buitenaf observeren)
• B: body shame
o Als je jezelf constant beoordeelt, ga je jezelf vaak negaRef vergelijken
o Dat leidt tot body shame: schaamte en ontevredenheid over je lichaam
o Self-surveillance -> body shame
• C: cultureel
o Aanhoudende schaamte en ontevredenheid ondermijnt zelfwaarde en verhoogt de kans op
sombere en depressieve gevoelens
o Vooral Rjdens adolescenRe waar biologische en sociale factoren samenkomen
o Body shame -> depressieve gevoelens

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
26 december 2025
Aantal pagina's
76
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$9.37
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
amaura Katholieke Universiteit Leuven
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
54
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
8
Documenten
14
Laatst verkocht
1 maand geleden

4.5

2 beoordelingen

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen