DEEL I. Publiekrecht in perspectief
HOOFDSTUK 1. basisbegrippen en centrale thema’s van het publiekrecht
1. Begrip en evolutie van het bestuur
“C’est une expérience éternelle que tout homme qui a du pouvoir est porté à en
abuser (…). Pour qu’on ne puisse pas abuser du pouvoir, if faut que, par la disposition
des choses, le pouvoir arrête le pouvoir.” - Montesquieu, De L’esprit des Lois (1748)
Trias politica: SDM recept voor een dictatuur nood aan spreiding v macht (staatsmachten): WM
RM UM evenwicht garanderen
Conseil d’état is nu wel een rechter: Gw, EVRM,... maar wel nog een uitvoegsel van administratif juge
(in FR)
Eenheidsstaat, centralisatie en decentralisatie:
➢ Eenheidsstaat
- Gecentraliseerde eenheidsstaat
Soevereiniteit ligt volledig bij het centrale niveau
Centrale instellingen oefenen alle functies uit (wetgeving, bestuur, rechtspraak)
Mogelijkheid tot deconcentratie binnen het centrale bestuur
Lagere instanties hebben geen eigen rechtspersoonlijkheid
- Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Onderliggende besturen met eigen rechtspersoonlijkheid
Minder verregaand toezicht: administratief/bestuurlijk
Bevoegdheden bepaald door (grond)wet
Beperkte autonomie, onderworpen aan centrale wetgeving
Regels hebben geen kracht van wet
➢ Deconcentratie
- Definitie: Overdracht van bevoegdheden binnen dezelfde rechtspersoon
- Toezicht: Onder hiërarchisch toezicht (centrale overheid kan ingrijpen via annulatie, reformatie,
evocatie en injunctie)
- Vormen
Interne deconcentratie: binnen dezelfde dienst
Externe deconcentratie: naar buitendiensten (die wel blijven behoren tot het
centrale orgaan)
, - Kenmerken
Geen eigen rechtspersoonlijkheid
Organen maken deel uit van centrale overheid
Doel: betere uitvoering en efficiëntie
- Voorbeeld
Centrale administratie ➝ lokale ambtenaren
➢ Decentralisatie
- Definitie: Overdracht van bevoegdheden naar aparte rechtspersonen
- Toezicht
Bestuurlijk of administratief toezicht
Geen hiërarchie, maar toezicht op wettelijkheid en doelmatigheid
- Vormen
Territoriale decentralisatie
▪ Op basis van een geografisch gebied
▪ Bevoegdheden in verschillende domeinen
▪ Voorbeelden: Gemeenten, provincies
▪ Met politieke vertegenwoordiging (bv. gemeenteraad)
Functionele decentralisatie
▪ Specifieke taak in een bepaald domein
▪ Gebaseerd op expertise, niet op verkiezingen
▪ Voorbeelden: NMBS, VDAB
Dienstgewijze decentralisatie
▪ Binnen lokale besturen: taken aan min of meer zelfstandige diensten
▪ Voorbeeld: welzijns- of mobiliteitsdiensten
Mengvorm
▪ Combinatie van territoriale en functionele decentralisatie
▪ Voorbeelden: OCMW’s, politiezones
➢ Centralisatie binnen bestuurslagen
Ook lokale besturen zijn intern gecentraliseerd
Politieke organen worden ondersteund door centrale administraties
Ook op lokaal niveau is er sprake van deconcentratie en decentralisatie
➢ Relatie met federale staat
Decentralisatie en federalisme sluiten elkaar niet uit
Lokale besturen blijven belangrijk in een federale context
Bevoegdheid over lokale besturen kan worden overgedragen aan deelstaten (zoals in België)
,Het Goede Bewind
fresco geeft het goed bestuur weer; ene zon-belichtte kant geeft
het goede kant v bestuur en andere kant is de donkere zaal
(geeft chaos, diefstal, ... weer), touw= verbondenheid van de
drie staatsmachten + we herkennen daarin deugden die
universeel zijn, nl. algemene rechtsbeginsel= beginsel v goed
bestuur: vrede, grootmoedigheid, vooruitziende wijsheid,
redelijkheid, streng en rechtvaardigheid, onpartijdigheid (=
mensen die naast elkaar zitten, eerste is die witte vrouw)
Beginselen van een goede bestuur vinden we al hier in dit
werk terug
Staatsstructuur: trias politica
= horizontale machtenscheiding
Overheid
Wetgevend Rechterlijk Uitvoerend
e macht e macht e macht
Bestuursbegrip: impact horizontale machtenscheiding
Bestuur = organen en instellingen van de uitvoerende macht (ruimere begrip dus ook v gemeenten,
provincies,...)
– Nuancering: ook lokale besturen hebben een eigen verankering gekregen (een eigen
Gw-status gekregen)
Maar meer dan ‘uitvoerende’ taken:
– Bepaalde bestuurlijke handelingen hebben een materieel wetgevende inhoud, dwz
regels kunnen w uitgevaardigd door besturen die ...; bv. gemeentereglement
– Bestuurlijke rechtscolleges oefenen een rechtsprekende functie uit en zijn geen
besturen bv. Raad van State die ressorteert niet onder RM maar onder de UM, maar is
dat een bestuur? Als die rechterlijke uitspraken doet is dat geen bestuur
– Ook wetgevende en rechterlijke macht nemen bestuurlijke beslissingen die eig heel
sterk lijken op bestuurlijke beslissingen, bv. gunning overheidsopdracht, aanwerving
personeel, RB moet computers aankopen... binnen WM en RM w beslissingen
genomen die niet verschillen met die bestuurshandelingen nemen dat maakt niet
noodz. hun tot een bestuur
Kritiek op bureaucratiemodel
Bureaucratiemodel van Max Weber (1864-1920) zorgde voor aantal kenmerken waaraan een
moderne overheidsadministratie moest beantwoorden (gebaseerd op Pruisische leger):
, – primaat van de politiek uitvoert wat de politiek zegt
– administratie voert instructies uit als willoze machine
– onderworpen aan formele regels en procedures: als bescherming, bv. tegen nepotisme,
depersonalisering
– gekenmerkt door een depersonalisering van onderlingen, bv. onpartijdigheidsbeginsel
– en een strikte hiërarchie: federale overheidsdienst te Brussel is nog steeds sterk
hiërarchisch
Gewijzigde perceptie van bureaucratie: log, duur, niet flexibel, gebruiksonvriendelijk, … als we
aan bureaucratie denken lijkt dat stroef, niet klantvriendelijk,... weinig performant en dat
verwachten we van de overheid: deed in verleden de wenkbrauwen fronzen
“Government is not the solution of the problem; government is the problem” - Ronald Reagan, 20
januari 1981 Overheid moet anders ingericht w : snel, efficient
Evolutie van het bestuur
Overheidsapparaat is steeds verder uitgebouwd, in meest uiteenlopende aangelegenheden: OH
komt tussen op zoveel terreinen:
Openbaar vervoer, gezondheidszorg, burgerlijke stand, sociale zekerheid, cultuur, radio en
televisie, onderwijs, …
Opkomst van nieuwe organisatievormen en werkmethodes: vraag= kan centrale OH dat wel
besturen, nood aan andere soort OH die klantgerichter zijn, meer gericht op private instanties
– modernisering naar het beeld van het private ondernemerschap
– Verzelfstandiging door beroep op gespecialiseerde diensten en instellingen (zie hierna:
functionele decentralisatie) niet alles kan door centrale OH gebeurt worden dus we
hebben daar (verzelfstandiging..) nood aan instellingen die meer afstand hebben van
deze centrale OH, beslissingen nemen die niet voortdurend teruggenomen w door die
centrale OH (=verzelfstandigingstendens)
Bv. voedselveiligheidsagentschap, NMBS, aquafin... zelf allemaal vd verzelfstandigde bersturen, in
bestuursrechts spreken we dan van functionele decentralisatie
– kerntakendebat en privatisering van overheidstaken:
Kerntakendebat: Welke taken horen essentieel bij OH en welke niet? wat moet de OH nu nog ZELF
doen? volstaat het niet dat die OH een soort stuurman is? Moeten we dus niet gaan naar een sturende
OH (regulerende overheid) dus privatiseren bv. asielcentra, politie,... waar meer
garanties/waarborgen nodig zijn. OH moet dan ng wel zorgen dat die de openbare orde
gewaarborgd worden
OH maakt soms zelfs gebruik van private rechtsorde, drm is vraag wie is overheid en wie niet is niet
zo zwart-wit, wanneer zijn die bestuursrechtelijke regels van toepassing en wnr niet? Heeft te maken
met die verzelfstandiging
2. Besturen in de gelaagde rechtsorde