Wereldoriëntatie 2
!STUDEER MET CURSUS EN POWERPOINT ERBIJ EN BEKIJK ZEKER DE
TEKENINGEN!
HFSTK 1: Didactische krachtlijnen
1.1 Wereldoriëntatie in de opleiding
Vanuit Eindtermen:
Mens en Maatschappij en Wetenschappen en Techniek wordt samengevat als
wereldoriëntatie. Dit bevat een breed spectrum aan leerinhouden zoals:
- Samenleving
- Tijd
- Ruimte
- Techniek en natuur
Alles wat onze omgeving vormt.
1.2 Eindtermen en Leerplandoelen
Eindtermen
Definitie:
Streefdoelen die de leerlingen op het einde van het 6e leerjaar moeten behalen. Deze
worden bepaald door de overheid. Basiskennis die je moet verwerven in lager onderwijs,
secundair onderwijs, de basiseducatie en secundair volwassenonderwijs.
Eindtermen WERO
De ET voor WERO vind je terug binnen de leergebieden Wetenschap en techniek en Mens
en maatschappij.
Ontwikkelingsdoelen
Definitie:
Doelstellingen waar scholen bij hun leerlingen naar streven in het kleuteronderwijs en het
buitengewoon onderwijs.
Leerplandoelen
Definitie:
Ook wel minimumdoelen genoemd. Verschillende netten die de ET hebben vertaald.
Soorten leerplannen
1. Gemeenschapsonderwijs
2. Katholiek Onderwijs
3. Onderwijs voor steden en gemeenten
Verschillen tussen deze drie leerplannen: EXAMEN
Verkeer en mobiliteitseducatie
- De leerinhoud verkeer en mobiliteitseducatie vallen bij het Zill en het GO
onder Ruimte terwijl ze bij Leer lokaal een afzonderlijk domein vormen.
Aarde en kosmos & weer en klimaat
, - De leerinhoud met betrekking tot de aarde en de kosmos en met betrekking tot
weer en klimaat vallen bij het ZIll en het GO onder Natuur
- terwijl Leer lokaal ze onder Ruimte plaatst.
- Ruimte ziet Leer lokaal eerder als Aardrijkskunde terwijl het Zill en Go onder
Ruimte alles verstaan wat met kaart en oriëntatie te maken heeft.
1.3 Didactische principes binnen Wero
Aanschouwelijkheidsprincipe
Leren wordt betekenisvoller wanneer leerlingen worden ondergedompeld in realistische
contexten. De complexe werkelijkheid vormt de leerinhoud en kan op verschillende
manieren worden geïntegreerd:
In de wereld stappen (buiten de school):
o Leerwandeling in de natuur of stad
o Bezoek aan een museum, fabriek of boerderij
o Verkenning van historische gebouwen of archeologische sites
De wereld naar binnen brengen (in de klas):
o Gastsprekers uitnodigen (bv. een meteoroloog of imker)
o Concreet materiaal laten zien (zoals fossielen, planten, maquettes)
o Inleefspelen organiseren (bv. simulatie van een dorpsraad)
o Actualiteit bespreken (bv. klimaatverandering, verkiezingen)
De wereld tonen (via media en literatuur):
o Informatieve boeken en tijdschriften inzetten
o Video’s en documentaires tonen
o Digitale simulaties of virtual reality gebruiken
Activiteitsprincipe
Leren gebeurt door te doen. Leerlingen worden actief betrokken en gestimuleerd om zelf
na te denken, te onderzoeken en te ervaren.
Zintuiglijke prikkels gebruiken:
o Experimenten waarbij leerlingen moeten ruiken, proeven of voelen (bv.
kruiden herkennen op basis van geur)
o Luisteren naar natuurgeluiden of muziek uit een bepaalde cultuur
Concrete ervaringen laten opdoen:
o Zelf water zuiveren in een les over milieu
o Een toren bouwen om principes van stabiliteit en zwaartekracht te
begrijpen
Transfer tussen theorie en praktijk:
o Zelf elektriciteitscircuits maken na theorie over stroom
o Klimaatmodellen toepassen op hun eigen leefomgeving
o Een toneelstuk spelen na een les over een historische periode
,Integratieprincipe
Nieuwe kennis wordt betekenisvol als het aansluit bij wat leerlingen al weten. De
leerkracht helpt hen verbanden te leggen en informatie te structureren.
Aansluiten bij voorkennis:
o Vorige lessen kort herhalen en samenvatten
o Bordschema’s of mindmaps maken om verbanden te visualiseren
Ervaringen van leerlingen benutten:
o Leerlingen laten vertellen over een eigen uitstap of ervaring
o Koppeling maken tussen persoonlijke interesses en de leerstof
Contextualiseren en situeren:
o Kaarten en tijdlijnen gebruiken om historische gebeurtenissen in te passen
o Lessen over duurzaamheid koppelen aan eigen leefstijl en keuzes
Motivatieprincipe
Leren is effectiever als leerlingen intrinsiek gemotiveerd zijn. Dit gebeurt door aan te
sluiten bij hun interesses en hen een actieve rol te geven in het leerproces.
Aansluiten bij de interesse van leerlingen:
o Leerlingen zelf laten kiezen welk aspect van een thema ze willen
onderzoeken
o Ingaan op actuele gebeurtenissen die hen aanspreken
Leerlingen laten meebepalen:
o Keuze geven in werkvormen (bv. groepswerk, onderzoek, presentatie)
o Projecten laten ontwerpen rond hun eigen interesses
Zelfstandig leren stimuleren:
o Leerlingen eigen leervragen laten formuleren
o Ruimte geven voor zelfontdekkend leren en probleemoplossend denken
1.4 Hoofd-hart-handen
Aspe Wat? Hoe? Voorbeeld
ct
Hoofd Cognitief denken of Leerlingen Moeilijke oefeningen
cognitieve ontwikkeling: aanmoedigen om maken, nieuwe
verwerven van kennis, kritisch logisch te dingen leren.
denken, probleemoplossende redeneren en - Praten over
vaardigheden en intellectuele theoretische het gebit:
groei. concepten te hoeveel
begrijpen. tanden heeft
een
volwassene?
Hart Emotionele en sociale Leerlingen laten "Vind je dat mooi of
ontwikkeling: ontwikkelen van nadenken over niet?" → het hart
empathie, zelfbewustzijn, hun gevoelens en laten spreken.
sociale vaardigheden en meningen. - Zou je graag
, emotionele intelligentie. tandarts
Bevordert een positieve worden?
houding, motivatie en
betrokkenheid bij het
leerproces.
Hande Praktische en motorische Actief Handvaardigheid,
n vaardigheden: experimenteren en experimenteren
leren door dingen te doen. kennis toepassen - tanden
Leerlingen laten praktische in real-life poetsen op
vaardigheden en handelingen situaties. papier
uitvoeren.
Voorbeeld: Foto uit omgeving van sneeuw
Aspect Wat? Voorbeeld
Hoofd Cognitieve ontwikkeling: Wat is sneeuw? Hoe
kennis verwerven en ontstaat sneeuw? Soorten
kritisch denken. sneeuw, welk seizoen is
dit? Hoe warm zou het zijn?
Hart Emotionele Vind je deze foto mooi?
ontwikkeling: gevoelens Heb je graag sneeuw? Vind
en meningen uiten. je sneeuw leuk?
Handen Praktische Sneeuwman maken,
vaardigheden: leren door sneeuwballen maken,
te doen. nadenken over dieren in de
sneeuw → vogels helpen
door vetbollen te maken.
Combinatie Integratie van hoofd, hart Wat is een goede foto?
en handen. Leerlingen 10 minuten
buiten laten gaan om zelf
een foto te nemen.
1.5 CSA- model
!STUDEER MET CURSUS EN POWERPOINT ERBIJ EN BEKIJK ZEKER DE
TEKENINGEN!
HFSTK 1: Didactische krachtlijnen
1.1 Wereldoriëntatie in de opleiding
Vanuit Eindtermen:
Mens en Maatschappij en Wetenschappen en Techniek wordt samengevat als
wereldoriëntatie. Dit bevat een breed spectrum aan leerinhouden zoals:
- Samenleving
- Tijd
- Ruimte
- Techniek en natuur
Alles wat onze omgeving vormt.
1.2 Eindtermen en Leerplandoelen
Eindtermen
Definitie:
Streefdoelen die de leerlingen op het einde van het 6e leerjaar moeten behalen. Deze
worden bepaald door de overheid. Basiskennis die je moet verwerven in lager onderwijs,
secundair onderwijs, de basiseducatie en secundair volwassenonderwijs.
Eindtermen WERO
De ET voor WERO vind je terug binnen de leergebieden Wetenschap en techniek en Mens
en maatschappij.
Ontwikkelingsdoelen
Definitie:
Doelstellingen waar scholen bij hun leerlingen naar streven in het kleuteronderwijs en het
buitengewoon onderwijs.
Leerplandoelen
Definitie:
Ook wel minimumdoelen genoemd. Verschillende netten die de ET hebben vertaald.
Soorten leerplannen
1. Gemeenschapsonderwijs
2. Katholiek Onderwijs
3. Onderwijs voor steden en gemeenten
Verschillen tussen deze drie leerplannen: EXAMEN
Verkeer en mobiliteitseducatie
- De leerinhoud verkeer en mobiliteitseducatie vallen bij het Zill en het GO
onder Ruimte terwijl ze bij Leer lokaal een afzonderlijk domein vormen.
Aarde en kosmos & weer en klimaat
, - De leerinhoud met betrekking tot de aarde en de kosmos en met betrekking tot
weer en klimaat vallen bij het ZIll en het GO onder Natuur
- terwijl Leer lokaal ze onder Ruimte plaatst.
- Ruimte ziet Leer lokaal eerder als Aardrijkskunde terwijl het Zill en Go onder
Ruimte alles verstaan wat met kaart en oriëntatie te maken heeft.
1.3 Didactische principes binnen Wero
Aanschouwelijkheidsprincipe
Leren wordt betekenisvoller wanneer leerlingen worden ondergedompeld in realistische
contexten. De complexe werkelijkheid vormt de leerinhoud en kan op verschillende
manieren worden geïntegreerd:
In de wereld stappen (buiten de school):
o Leerwandeling in de natuur of stad
o Bezoek aan een museum, fabriek of boerderij
o Verkenning van historische gebouwen of archeologische sites
De wereld naar binnen brengen (in de klas):
o Gastsprekers uitnodigen (bv. een meteoroloog of imker)
o Concreet materiaal laten zien (zoals fossielen, planten, maquettes)
o Inleefspelen organiseren (bv. simulatie van een dorpsraad)
o Actualiteit bespreken (bv. klimaatverandering, verkiezingen)
De wereld tonen (via media en literatuur):
o Informatieve boeken en tijdschriften inzetten
o Video’s en documentaires tonen
o Digitale simulaties of virtual reality gebruiken
Activiteitsprincipe
Leren gebeurt door te doen. Leerlingen worden actief betrokken en gestimuleerd om zelf
na te denken, te onderzoeken en te ervaren.
Zintuiglijke prikkels gebruiken:
o Experimenten waarbij leerlingen moeten ruiken, proeven of voelen (bv.
kruiden herkennen op basis van geur)
o Luisteren naar natuurgeluiden of muziek uit een bepaalde cultuur
Concrete ervaringen laten opdoen:
o Zelf water zuiveren in een les over milieu
o Een toren bouwen om principes van stabiliteit en zwaartekracht te
begrijpen
Transfer tussen theorie en praktijk:
o Zelf elektriciteitscircuits maken na theorie over stroom
o Klimaatmodellen toepassen op hun eigen leefomgeving
o Een toneelstuk spelen na een les over een historische periode
,Integratieprincipe
Nieuwe kennis wordt betekenisvol als het aansluit bij wat leerlingen al weten. De
leerkracht helpt hen verbanden te leggen en informatie te structureren.
Aansluiten bij voorkennis:
o Vorige lessen kort herhalen en samenvatten
o Bordschema’s of mindmaps maken om verbanden te visualiseren
Ervaringen van leerlingen benutten:
o Leerlingen laten vertellen over een eigen uitstap of ervaring
o Koppeling maken tussen persoonlijke interesses en de leerstof
Contextualiseren en situeren:
o Kaarten en tijdlijnen gebruiken om historische gebeurtenissen in te passen
o Lessen over duurzaamheid koppelen aan eigen leefstijl en keuzes
Motivatieprincipe
Leren is effectiever als leerlingen intrinsiek gemotiveerd zijn. Dit gebeurt door aan te
sluiten bij hun interesses en hen een actieve rol te geven in het leerproces.
Aansluiten bij de interesse van leerlingen:
o Leerlingen zelf laten kiezen welk aspect van een thema ze willen
onderzoeken
o Ingaan op actuele gebeurtenissen die hen aanspreken
Leerlingen laten meebepalen:
o Keuze geven in werkvormen (bv. groepswerk, onderzoek, presentatie)
o Projecten laten ontwerpen rond hun eigen interesses
Zelfstandig leren stimuleren:
o Leerlingen eigen leervragen laten formuleren
o Ruimte geven voor zelfontdekkend leren en probleemoplossend denken
1.4 Hoofd-hart-handen
Aspe Wat? Hoe? Voorbeeld
ct
Hoofd Cognitief denken of Leerlingen Moeilijke oefeningen
cognitieve ontwikkeling: aanmoedigen om maken, nieuwe
verwerven van kennis, kritisch logisch te dingen leren.
denken, probleemoplossende redeneren en - Praten over
vaardigheden en intellectuele theoretische het gebit:
groei. concepten te hoeveel
begrijpen. tanden heeft
een
volwassene?
Hart Emotionele en sociale Leerlingen laten "Vind je dat mooi of
ontwikkeling: ontwikkelen van nadenken over niet?" → het hart
empathie, zelfbewustzijn, hun gevoelens en laten spreken.
sociale vaardigheden en meningen. - Zou je graag
, emotionele intelligentie. tandarts
Bevordert een positieve worden?
houding, motivatie en
betrokkenheid bij het
leerproces.
Hande Praktische en motorische Actief Handvaardigheid,
n vaardigheden: experimenteren en experimenteren
leren door dingen te doen. kennis toepassen - tanden
Leerlingen laten praktische in real-life poetsen op
vaardigheden en handelingen situaties. papier
uitvoeren.
Voorbeeld: Foto uit omgeving van sneeuw
Aspect Wat? Voorbeeld
Hoofd Cognitieve ontwikkeling: Wat is sneeuw? Hoe
kennis verwerven en ontstaat sneeuw? Soorten
kritisch denken. sneeuw, welk seizoen is
dit? Hoe warm zou het zijn?
Hart Emotionele Vind je deze foto mooi?
ontwikkeling: gevoelens Heb je graag sneeuw? Vind
en meningen uiten. je sneeuw leuk?
Handen Praktische Sneeuwman maken,
vaardigheden: leren door sneeuwballen maken,
te doen. nadenken over dieren in de
sneeuw → vogels helpen
door vetbollen te maken.
Combinatie Integratie van hoofd, hart Wat is een goede foto?
en handen. Leerlingen 10 minuten
buiten laten gaan om zelf
een foto te nemen.
1.5 CSA- model