Samenvatting sociale instituties
Inleiding
Sociale instituties zijn georganiseerde gehelen van regels die:
• Formele en informele regels bevatten
• Een maatschappelijke behoefte beantwoorden
• Het handelen van mensen sturen
• Het welzijn van burgers optimaliseren
Behoefte van de maatschappij → sociale institutie → concrete organisaties/ diensten
Gedragspatronen zijn veranderlijk dus sociale instituties ook.
• Wisselwerking tussen beleidmakers en maatschappelijke ontwikkeling.
• aandacht voor historiek diensten + actuele gebeurtenissen
• kritische kijk op heden + verleden
metafoor: de welzijnsboom
• de (zij)takken: de sociale kaart = een overzicht van actuele organisaties en diensten
rond welzijn, gezondheid, onderwijs, wonen, werken en veiligheid.
o Bv. OZ/CM, huisarts, thuiszorg,...
• De boom heeft een verleden, heden en toekomst.
• De wortels liggen in het welzijn in de verzorgingsstaat.
o Bv. Ontstaan ziekenfondsen
• De stam: ons systeem van sociale zekerheid.
o Bv. Vervangingsinkomen.
!! De boom groeit en verandert: nieuwe diensten ontstaan, sommige verdwijnen of hebben een
“snoeibeurt” nodig.
BASISBEGINSELEN VAN BELGIE:
→ grondwettelijke staat: de grondwet bepaalt hoe het land bestuurd wordt, hoe instellingen
werken en welke rechten en plichten burgers hebben.
→ Scheiding der machten is het verdelen van de staatsmacht zodat geen enkele instantie te
veel macht krijgt en misbruik wordt voorkomen.
• Montesquieu: ‘De l’esprit des lois’ (1748)
Macht Wie? Bevoegdheid
Wetgevende Macht Koning en Parlement (Kamer van 1. Wetten Maken
Volksvertegenwoordiging en Senaat)
2. Controleren van uitvoerende
macht
Uitvoerende Macht Koning en de Regering 1. Het land leiden
2. Uitvoeren van de wetten
, Rechterlijke Macht Hoven en Rechtbanken Uitspraak doen over geschillen
→ monarchie: De koning is staatshoofd, maar heeft beperkte macht en oefent bevoegdheden
samen met de ministers uit.
• Gekozen tijdens de oprichting van België (1830)
• De troon gaat over op de eerstgeborene.
• 1991: ook vrouwen kunnen de troon erven.
→ representatieve democratie: het parlement maakt de wetten en bestaat uit verkozen leden
die het volk vertegenwoordigen.
→ parlementair stelsel: enkel de parlementsleden worden verkozen, de ministers en het
staatshoofd niet.
→ Rechtsstaat: In een rechtsstaat gelden wetten voor iedereen, zowel burgers als overheid.
Niemand staat boven de wet.
OVERHEDEN VAN BELGIË:
→ gedecentraliseerde staat: de hogere overheid wijst een deel van haar bevoegdheden toe aan
andere autonome organen.
1. Federale overheid: Beslist over het hele land.
2. Gemeenschappen: Beschermen en ontwikkelen de culturele eigenheid van de
Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige bevolking. Bevoegdheden: cultuur,
onderwijs, welzijn, jeugd, gelijke kansen, …
3. Gewesten: Werken rond de economische en territoriale eigenheid van een regio.
Bevoegdheden: economie, leefmilieu, water, energie, werk, openbaar vervoer, landbouw,
…
4. Provincies: Hebben grondgebonden bevoegdheden zoals waterlopen,
streekontwikkeling, provinciale domeinen en onderwijs.
5. Gemeenten en steden: Bevoegd binnen hun eigen grondgebied.
→ Hiërarchie van normen: hogere wetten staan boven lagere; lagere overheden moeten altijd
de hogere normen volgen.
Overheden kunnen eigen wetten maken, waardoor de wetgeving uit regels van verschillende
instanties bestaat:
Overheid Rechtsnorm
Federale overheid Grondwet, Wetten, EU-richtlijnen en Internationale verdragen.
Gemeenschappen & Decreten
gewesten
Brussels Hoofdstedelijk Gewest vaardigt ordonnanties uit.
Provincies Provinciale verordeningen
Gemeenten Gemeentelijke verordeningen
,Rangorde:
1. Grondwet: hoogste norm; geen wet mag hiermee in strijd zijn.
2. Wetgevende akten (wetten, decreten, ordonnanties): gelijkwaardig, mogen de grondwet
niet schenden.
3. Uitvoeringsbesluiten: worden door regeringen gemaakt, moeten wetgevende akten
volgen.
4. Provinciale verordeningen: mogen uitvoeringsbesluiten niet schenden.
5. Gemeentelijke verordeningen: mogen provinciale verordeningen niet schenden.
Vlaams gewest en Vlaamse gemeenschap: Franstaligen: aparte gewest- en
één parlement en één regering → eenvoudiger gemeenschapsoverheden.
besluitvorming.
België heeft een asymmetrisch federale structuur door verschillende organisatie van Vlaamse
en Franstalige instellingen.
1. Welzijn in de verzorgingsstaat
1.1 Begrip verzorgingsstaat / welvaartsstaat
1.1.1 Betekenis
professor Herman Deleeck:
De welvaartsstaat is de samenlevingsvorm van sommige rijke geïndustrialiseerde landen
waarbij een aantal grondrechten van de burger effectief gewaarborgd worden. Deze
grondrechten zijn bedoeld om zijn materiële welvaart en zijn kansen tot ontplooiing te
bevorderen. Dit alles gebeurt binnen de parlementaire democratie en met behoud van de
vrijemarkteconomische productiewijze
→ ‘Welvaartstaat’ omdat dit beter aansluit bij het internationale taalgebruik.
Synoniemen die telkens een ander aspect belichten: de overvloedmaatschappij of de
consumptiemaatschappij. Ook de postindustriële samenleving, de toebedelingseconomie, de
overlegeconomie en de gemengde economie.
1.1.2 KENMERKEN VAN DE WELVAARTSSTAAT:
De welvaartsstaat biedt niet alleen rijkdom , maar ook wordt uitgebouwd om burgers te
beschermen door basisrechten te garanderen en hun levensomstandigheden te verbeteren.
→ hoog welvaartspeil
• Kenmerk: hooggeorganiseerde economische ontwikkeling die leidde tot een hoge
levensstandaard.
• Welvaart is alleen voor iedereen toegankelijk als deze spreidbaar is.
• Voorwaarde: voortdurende economische groei en volledige werkgelegenheid.
→ overheidsoptreden
• De overheid spreidt de welvaart en waarborgt de grondrechten van burgers via:
, o Sociale zekerheid is een uitgebreid stelsel van sociale uitkeringen die de
financiële zekerheid van burgers helpen waarborgen bij ziekte, werkloosheid,
invaliditeit of ouderdom
o Dienstverlening: gezondheidszorg, onderwijs, welzijnszorg,…
→ verwezenlijken van grondrechten
• Welvaartsstaat gaat verder dan armoedebestrijding; focus ligt op het voorkomen van
problemen via:
o Het preventief organiseren van solidariteit (sociale zekerheid)
o het uitbouwen van het zorgapparaat (‘sociale instituties’)
→ vrije markt en overleg
• Beslissingen ontstaan via overleg binnen de vrije markt.
→ Sociaal overleg tussen:
o Ondernemingen
o Burgers en hun belangenorganisaties (vakbonden, ziekenfondsen,
belangengroepen)
o Overheid
• De welvaartsstaat is niet alleen taak van de overheid.
→ binnen democratie
• Welvaartsstaat is niet autoritair.
• Zorg en sociale zekerheid ontstaan via parlementaire democratie met inspraak en
overleg.
• Totalitaire regimes (bv. Cuba, China) kunnen wel welvaart bieden, maar verschillen sterk
van onze welvaartsstaat.
1.1.3 De welvaartsstaat is niet-staats en is verzuild
De welvaartsstaat is niet-staats.
• ‘Middenveld’ / sociale organisaties (vakbonden, ziekenfondsen, andere
belangenorganisaties) spelen een belangrijke rol.
ROLLEN VAN HET MIDDENVELD:
→ Betrokken bij besluitvorming
• Inspraak bij het tot stand komen van adviezen en wettelijke besluitvorming over sociaal
beleid.
• Voeren sociaal overleg:
o Tweeledig/paritair: werknemers & werkgevers
o Drieledig/tripartiet: werknemers & werkgevers + overheid
→ Betrokken bij uitvoering
• Uitbetaling sociale uitkeringen (werkloosheid, gezondheidszorg, kinderbijslag).
Inleiding
Sociale instituties zijn georganiseerde gehelen van regels die:
• Formele en informele regels bevatten
• Een maatschappelijke behoefte beantwoorden
• Het handelen van mensen sturen
• Het welzijn van burgers optimaliseren
Behoefte van de maatschappij → sociale institutie → concrete organisaties/ diensten
Gedragspatronen zijn veranderlijk dus sociale instituties ook.
• Wisselwerking tussen beleidmakers en maatschappelijke ontwikkeling.
• aandacht voor historiek diensten + actuele gebeurtenissen
• kritische kijk op heden + verleden
metafoor: de welzijnsboom
• de (zij)takken: de sociale kaart = een overzicht van actuele organisaties en diensten
rond welzijn, gezondheid, onderwijs, wonen, werken en veiligheid.
o Bv. OZ/CM, huisarts, thuiszorg,...
• De boom heeft een verleden, heden en toekomst.
• De wortels liggen in het welzijn in de verzorgingsstaat.
o Bv. Ontstaan ziekenfondsen
• De stam: ons systeem van sociale zekerheid.
o Bv. Vervangingsinkomen.
!! De boom groeit en verandert: nieuwe diensten ontstaan, sommige verdwijnen of hebben een
“snoeibeurt” nodig.
BASISBEGINSELEN VAN BELGIE:
→ grondwettelijke staat: de grondwet bepaalt hoe het land bestuurd wordt, hoe instellingen
werken en welke rechten en plichten burgers hebben.
→ Scheiding der machten is het verdelen van de staatsmacht zodat geen enkele instantie te
veel macht krijgt en misbruik wordt voorkomen.
• Montesquieu: ‘De l’esprit des lois’ (1748)
Macht Wie? Bevoegdheid
Wetgevende Macht Koning en Parlement (Kamer van 1. Wetten Maken
Volksvertegenwoordiging en Senaat)
2. Controleren van uitvoerende
macht
Uitvoerende Macht Koning en de Regering 1. Het land leiden
2. Uitvoeren van de wetten
, Rechterlijke Macht Hoven en Rechtbanken Uitspraak doen over geschillen
→ monarchie: De koning is staatshoofd, maar heeft beperkte macht en oefent bevoegdheden
samen met de ministers uit.
• Gekozen tijdens de oprichting van België (1830)
• De troon gaat over op de eerstgeborene.
• 1991: ook vrouwen kunnen de troon erven.
→ representatieve democratie: het parlement maakt de wetten en bestaat uit verkozen leden
die het volk vertegenwoordigen.
→ parlementair stelsel: enkel de parlementsleden worden verkozen, de ministers en het
staatshoofd niet.
→ Rechtsstaat: In een rechtsstaat gelden wetten voor iedereen, zowel burgers als overheid.
Niemand staat boven de wet.
OVERHEDEN VAN BELGIË:
→ gedecentraliseerde staat: de hogere overheid wijst een deel van haar bevoegdheden toe aan
andere autonome organen.
1. Federale overheid: Beslist over het hele land.
2. Gemeenschappen: Beschermen en ontwikkelen de culturele eigenheid van de
Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige bevolking. Bevoegdheden: cultuur,
onderwijs, welzijn, jeugd, gelijke kansen, …
3. Gewesten: Werken rond de economische en territoriale eigenheid van een regio.
Bevoegdheden: economie, leefmilieu, water, energie, werk, openbaar vervoer, landbouw,
…
4. Provincies: Hebben grondgebonden bevoegdheden zoals waterlopen,
streekontwikkeling, provinciale domeinen en onderwijs.
5. Gemeenten en steden: Bevoegd binnen hun eigen grondgebied.
→ Hiërarchie van normen: hogere wetten staan boven lagere; lagere overheden moeten altijd
de hogere normen volgen.
Overheden kunnen eigen wetten maken, waardoor de wetgeving uit regels van verschillende
instanties bestaat:
Overheid Rechtsnorm
Federale overheid Grondwet, Wetten, EU-richtlijnen en Internationale verdragen.
Gemeenschappen & Decreten
gewesten
Brussels Hoofdstedelijk Gewest vaardigt ordonnanties uit.
Provincies Provinciale verordeningen
Gemeenten Gemeentelijke verordeningen
,Rangorde:
1. Grondwet: hoogste norm; geen wet mag hiermee in strijd zijn.
2. Wetgevende akten (wetten, decreten, ordonnanties): gelijkwaardig, mogen de grondwet
niet schenden.
3. Uitvoeringsbesluiten: worden door regeringen gemaakt, moeten wetgevende akten
volgen.
4. Provinciale verordeningen: mogen uitvoeringsbesluiten niet schenden.
5. Gemeentelijke verordeningen: mogen provinciale verordeningen niet schenden.
Vlaams gewest en Vlaamse gemeenschap: Franstaligen: aparte gewest- en
één parlement en één regering → eenvoudiger gemeenschapsoverheden.
besluitvorming.
België heeft een asymmetrisch federale structuur door verschillende organisatie van Vlaamse
en Franstalige instellingen.
1. Welzijn in de verzorgingsstaat
1.1 Begrip verzorgingsstaat / welvaartsstaat
1.1.1 Betekenis
professor Herman Deleeck:
De welvaartsstaat is de samenlevingsvorm van sommige rijke geïndustrialiseerde landen
waarbij een aantal grondrechten van de burger effectief gewaarborgd worden. Deze
grondrechten zijn bedoeld om zijn materiële welvaart en zijn kansen tot ontplooiing te
bevorderen. Dit alles gebeurt binnen de parlementaire democratie en met behoud van de
vrijemarkteconomische productiewijze
→ ‘Welvaartstaat’ omdat dit beter aansluit bij het internationale taalgebruik.
Synoniemen die telkens een ander aspect belichten: de overvloedmaatschappij of de
consumptiemaatschappij. Ook de postindustriële samenleving, de toebedelingseconomie, de
overlegeconomie en de gemengde economie.
1.1.2 KENMERKEN VAN DE WELVAARTSSTAAT:
De welvaartsstaat biedt niet alleen rijkdom , maar ook wordt uitgebouwd om burgers te
beschermen door basisrechten te garanderen en hun levensomstandigheden te verbeteren.
→ hoog welvaartspeil
• Kenmerk: hooggeorganiseerde economische ontwikkeling die leidde tot een hoge
levensstandaard.
• Welvaart is alleen voor iedereen toegankelijk als deze spreidbaar is.
• Voorwaarde: voortdurende economische groei en volledige werkgelegenheid.
→ overheidsoptreden
• De overheid spreidt de welvaart en waarborgt de grondrechten van burgers via:
, o Sociale zekerheid is een uitgebreid stelsel van sociale uitkeringen die de
financiële zekerheid van burgers helpen waarborgen bij ziekte, werkloosheid,
invaliditeit of ouderdom
o Dienstverlening: gezondheidszorg, onderwijs, welzijnszorg,…
→ verwezenlijken van grondrechten
• Welvaartsstaat gaat verder dan armoedebestrijding; focus ligt op het voorkomen van
problemen via:
o Het preventief organiseren van solidariteit (sociale zekerheid)
o het uitbouwen van het zorgapparaat (‘sociale instituties’)
→ vrije markt en overleg
• Beslissingen ontstaan via overleg binnen de vrije markt.
→ Sociaal overleg tussen:
o Ondernemingen
o Burgers en hun belangenorganisaties (vakbonden, ziekenfondsen,
belangengroepen)
o Overheid
• De welvaartsstaat is niet alleen taak van de overheid.
→ binnen democratie
• Welvaartsstaat is niet autoritair.
• Zorg en sociale zekerheid ontstaan via parlementaire democratie met inspraak en
overleg.
• Totalitaire regimes (bv. Cuba, China) kunnen wel welvaart bieden, maar verschillen sterk
van onze welvaartsstaat.
1.1.3 De welvaartsstaat is niet-staats en is verzuild
De welvaartsstaat is niet-staats.
• ‘Middenveld’ / sociale organisaties (vakbonden, ziekenfondsen, andere
belangenorganisaties) spelen een belangrijke rol.
ROLLEN VAN HET MIDDENVELD:
→ Betrokken bij besluitvorming
• Inspraak bij het tot stand komen van adviezen en wettelijke besluitvorming over sociaal
beleid.
• Voeren sociaal overleg:
o Tweeledig/paritair: werknemers & werkgevers
o Drieledig/tripartiet: werknemers & werkgevers + overheid
→ Betrokken bij uitvoering
• Uitbetaling sociale uitkeringen (werkloosheid, gezondheidszorg, kinderbijslag).