Tabblad 1
,Inleiding in de sociologie voor criminologen
Hoofdstuk 1: Op ontdekkingstocht door een bekend gebied?
Inleiding
Sociologie = samentrekking van socius en logos
Socius = voorwerp van kennis, de metgezel, de bondgenoot → sociale context
Logos = bepaald systeem van de systematische kennis
De eigen aard van de samenleving
Sociologie als ‘studie van de samenleving’ of ‘samenlevingskunde’
→ religieus persoon uitgevonden (p11 boek)
Deze persoon maakte periode voor en na Franse revolutie mee + kon daar veel over vertellen
→ vorm was normatief gericht met bepaalde doelstelling ⇒ meer ruimte vragen, macht
geven aan derde stand (handelsmensen)
⇒ zij hadden geen plaats in de maatschappij door edelen (toppunt van de macht, hadden
gestudeerd)
Indeling van staat was te statisch + geen ruimte voor verandering
→ religieus persoon wilde derde stand meer kracht geven / duwtje in de rug
⇒ maar zo wordt sociologie niet altijd bekeken; het kan ook beschrijvend zijn
Van Sieyès tot Comte, van normatief tot empirisch
August Comte = vindt dat sociologie wetenschappelijker moet worden
→ sterk beïnvloedt door andere wetenschappen
→ hij wil sociale wetenschap ontwikkelen die lijkt op natuurwetenschap
→ doelstelling: wetmatigheden in sociale werkelijkheid vatten
!! Wetten van sociale wetmatigheden zijn anders dan die van de natuur !!
De studie van
- sociale verbanden
- kenmerken
- ‘wetmatigheden’
,Causaliteit = er is een duidelijke oorzaak die leidt tot een duidelijk gevolg →
natuurwetenschappen
→ dit is niet zo bij sociale wetenschap = oorzaken en gevolgen zijn niet eenduidig, er zijn
veel verschillende oorzaken en gevolgen
Contingentie = heel belangrijk
Een beeld van een titel
Speelveld = de wijze waarop de samenleving is ingericht
→ deze is nooit onveranderbaar, de regels kunnen over wijzigen
= samenleving is een speelveld met spelregels en spelers
- specifieke posities = sterspelers, vaste positie kan gewijzigd worden
→ bij voetbal zijn er vaste posities (specifiek)
Positie = plaats die men in de organisatie inneemt
Hoe komen die personen op die posities terecht?
- specifieke rollen = invulling positie, manier waarop men invulling geeft aan positie
- hoge / lage status = externe appreciatie voor een positie
⇒ voorbeeld: aanvallers hebben hogere status, omdat ze vooraan spelen en moeten scoren
(voetbal), hetzelfde bij kopmannen in het wielrennen
- info en communicatie = niet verbale tot zeer verbale communicatie
→ (on)helder, klassieke of nieuwe kanalen, sociale media
- taakverdeling en hiërarchie = posities geven taken aan personen
→ kan veranderen voor tijdje (lange periode of korte periode)
⇒ voorbeeld: persoon valt uit → andere persoon neemt tijdelijk zijn taken over
Hier verandert de taakverdeling voor een langere periode
- ruimte rond speelveld in concentrische cirkels / buitenwereld
= personen aan rand van speelveld (medische staf, reservespelers, trainer)
Toeschouwers zijn nog een verdere cirkel = ze staan voldoende ver van het speelveld,
kunnen wel verschillend reageren
- derde cirkel = commentatoren (zitten in cabine of achterop motor bij wielrennen)
→ zij doen niet aan de sport
Cirkels = spelers die aanwezig zijn (sporten, regels, instellingen, .. )
! De belangrijkste artikelen voor jezelf verschijnen sneller dan artikelen die jou niet boeien !
= voorbeeld uit media // De kenmerken komen voor in micro-, meso- en macroniveau
, Het dagelijks leven door de lens van een socioloog
De sociologische lens verleent een betekenis aan de samenleving
Je kan het minimum van sport leren kennen door ernaar te kijken / door mensen die erover
vertellen, MAAR je kan enkel een sport leren als je hulpmiddelen gebruikt
→ die middelen = je kennis
Je moet meer weten dan enkel het oppervlakkige → sociologische lens toepassen (sociale
bril) = specifieke manier van kijken ontwikkelen om aan sociologie te kunnen doen
een betekenis geven aan samenleving = bedoeling van sociologie
Sociologen willen alles weten (beperken zich tot niets, ze specialiseren zich niet in 1 bepaald
gebied)
Sociologie = een huis met veel kamers (70 subdisciplines)
C.W. Mills over ‘sociological imagination’ (1959) = zijn boek
→ gaat over sociologische verbeelding = betekenis geven aan feiten + met bepaalde bril naar
iets kijken → zo wordt iets logisch / systematisch wat eerst chaos was
Zonder deze 4 kenmerken werkt het niet // deze volgen = breed en neutraal zicht op mtshp
- geschiedenis = hoe zaken zich ontwikkelen doorheen de tijd en ruimte, historische
ontwikkelingen
→ criminologie ging van personen naar voorwerpen
- biografie = wijze waarop persoon zich ontwikkelt, individuele omstandigheden,
belang persoonlijke kenmerken
⇒ voorbeeld: topspelers kunnen in elke situatie iets goed doen omdat ze zo getalenteerd
zijn
- sociale structuur = wijze waarop samenlevingen gestructureerd zijn, ze ingericht
worden
⇒ voorbeeld: mannen en vrouwen voetbal is op hetzelfde veld, maar explosiviteit tussen
beiden is anders, moet dan het veld aangepast worden voor vrouwen?
Wie beslist hoe ploegen spelen op een veld? Wie beslist welke speler er wordt gekocht?
! Er is veel geld bij golf / voetbal, omdat er veel publiek is → veel sponsors !
- wisseling van perspectieven = andere aard, procesmatige component
→ enkel vanuit eigen perspectief kijken → je hanteert 1 bepaalde manier van denken ⇒
maar je moet je blik veranderen / verschillende manieren van denken hanteren, zodat je een
bredere kennis krijgt = zorgt voor verschillende perspectieven
,Inleiding in de sociologie voor criminologen
Hoofdstuk 1: Op ontdekkingstocht door een bekend gebied?
Inleiding
Sociologie = samentrekking van socius en logos
Socius = voorwerp van kennis, de metgezel, de bondgenoot → sociale context
Logos = bepaald systeem van de systematische kennis
De eigen aard van de samenleving
Sociologie als ‘studie van de samenleving’ of ‘samenlevingskunde’
→ religieus persoon uitgevonden (p11 boek)
Deze persoon maakte periode voor en na Franse revolutie mee + kon daar veel over vertellen
→ vorm was normatief gericht met bepaalde doelstelling ⇒ meer ruimte vragen, macht
geven aan derde stand (handelsmensen)
⇒ zij hadden geen plaats in de maatschappij door edelen (toppunt van de macht, hadden
gestudeerd)
Indeling van staat was te statisch + geen ruimte voor verandering
→ religieus persoon wilde derde stand meer kracht geven / duwtje in de rug
⇒ maar zo wordt sociologie niet altijd bekeken; het kan ook beschrijvend zijn
Van Sieyès tot Comte, van normatief tot empirisch
August Comte = vindt dat sociologie wetenschappelijker moet worden
→ sterk beïnvloedt door andere wetenschappen
→ hij wil sociale wetenschap ontwikkelen die lijkt op natuurwetenschap
→ doelstelling: wetmatigheden in sociale werkelijkheid vatten
!! Wetten van sociale wetmatigheden zijn anders dan die van de natuur !!
De studie van
- sociale verbanden
- kenmerken
- ‘wetmatigheden’
,Causaliteit = er is een duidelijke oorzaak die leidt tot een duidelijk gevolg →
natuurwetenschappen
→ dit is niet zo bij sociale wetenschap = oorzaken en gevolgen zijn niet eenduidig, er zijn
veel verschillende oorzaken en gevolgen
Contingentie = heel belangrijk
Een beeld van een titel
Speelveld = de wijze waarop de samenleving is ingericht
→ deze is nooit onveranderbaar, de regels kunnen over wijzigen
= samenleving is een speelveld met spelregels en spelers
- specifieke posities = sterspelers, vaste positie kan gewijzigd worden
→ bij voetbal zijn er vaste posities (specifiek)
Positie = plaats die men in de organisatie inneemt
Hoe komen die personen op die posities terecht?
- specifieke rollen = invulling positie, manier waarop men invulling geeft aan positie
- hoge / lage status = externe appreciatie voor een positie
⇒ voorbeeld: aanvallers hebben hogere status, omdat ze vooraan spelen en moeten scoren
(voetbal), hetzelfde bij kopmannen in het wielrennen
- info en communicatie = niet verbale tot zeer verbale communicatie
→ (on)helder, klassieke of nieuwe kanalen, sociale media
- taakverdeling en hiërarchie = posities geven taken aan personen
→ kan veranderen voor tijdje (lange periode of korte periode)
⇒ voorbeeld: persoon valt uit → andere persoon neemt tijdelijk zijn taken over
Hier verandert de taakverdeling voor een langere periode
- ruimte rond speelveld in concentrische cirkels / buitenwereld
= personen aan rand van speelveld (medische staf, reservespelers, trainer)
Toeschouwers zijn nog een verdere cirkel = ze staan voldoende ver van het speelveld,
kunnen wel verschillend reageren
- derde cirkel = commentatoren (zitten in cabine of achterop motor bij wielrennen)
→ zij doen niet aan de sport
Cirkels = spelers die aanwezig zijn (sporten, regels, instellingen, .. )
! De belangrijkste artikelen voor jezelf verschijnen sneller dan artikelen die jou niet boeien !
= voorbeeld uit media // De kenmerken komen voor in micro-, meso- en macroniveau
, Het dagelijks leven door de lens van een socioloog
De sociologische lens verleent een betekenis aan de samenleving
Je kan het minimum van sport leren kennen door ernaar te kijken / door mensen die erover
vertellen, MAAR je kan enkel een sport leren als je hulpmiddelen gebruikt
→ die middelen = je kennis
Je moet meer weten dan enkel het oppervlakkige → sociologische lens toepassen (sociale
bril) = specifieke manier van kijken ontwikkelen om aan sociologie te kunnen doen
een betekenis geven aan samenleving = bedoeling van sociologie
Sociologen willen alles weten (beperken zich tot niets, ze specialiseren zich niet in 1 bepaald
gebied)
Sociologie = een huis met veel kamers (70 subdisciplines)
C.W. Mills over ‘sociological imagination’ (1959) = zijn boek
→ gaat over sociologische verbeelding = betekenis geven aan feiten + met bepaalde bril naar
iets kijken → zo wordt iets logisch / systematisch wat eerst chaos was
Zonder deze 4 kenmerken werkt het niet // deze volgen = breed en neutraal zicht op mtshp
- geschiedenis = hoe zaken zich ontwikkelen doorheen de tijd en ruimte, historische
ontwikkelingen
→ criminologie ging van personen naar voorwerpen
- biografie = wijze waarop persoon zich ontwikkelt, individuele omstandigheden,
belang persoonlijke kenmerken
⇒ voorbeeld: topspelers kunnen in elke situatie iets goed doen omdat ze zo getalenteerd
zijn
- sociale structuur = wijze waarop samenlevingen gestructureerd zijn, ze ingericht
worden
⇒ voorbeeld: mannen en vrouwen voetbal is op hetzelfde veld, maar explosiviteit tussen
beiden is anders, moet dan het veld aangepast worden voor vrouwen?
Wie beslist hoe ploegen spelen op een veld? Wie beslist welke speler er wordt gekocht?
! Er is veel geld bij golf / voetbal, omdat er veel publiek is → veel sponsors !
- wisseling van perspectieven = andere aard, procesmatige component
→ enkel vanuit eigen perspectief kijken → je hanteert 1 bepaalde manier van denken ⇒
maar je moet je blik veranderen / verschillende manieren van denken hanteren, zodat je een
bredere kennis krijgt = zorgt voor verschillende perspectieven