100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Goed ouderschap - Theoretische pedagogiek (PABAP021A)

Rating
-
Sold
-
Pages
18
Uploaded on
23-12-2025
Written in
2025/2026

Samenvatting van het boek Goed Ouderschap van Ramaekers & Suissa. Hoofdstuk 1 t/m 4, ofwel het hele boek. BUNDEL MET ALLE TENTAMENSTOF BESCHIKBAAR: incl. Biesta en de artikelen.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
December 23, 2025
Number of pages
18
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting: goed ouderschap, een andere kijk op
opvoeden
Stefan Ramaekers en Judith Suissa

Hoofdbekommernis van het boek: ‘laten zien dat en hoe opvoeden in de greep is van
bepaalde, vandaag dominante manieren van denken en spreken erover, die in zulk een
verregaande mate de blik bepalen van hoe we naar onszelf en anderen kijken dat het
haast onmogelijk geworden is om nog op een andere manier te denken of te spreken over
opvoeden, zowel op individueel als maatschappelijk niveau.’

Discours: een bepaalde manier van spreken die de blik vormgeeft van hoe we naar
onszelf en anderen kijken, en die meteen ook aangeeft wat we voor werkelijk en waar
(moeten) aannemen.

H1 – Taal van de psychologie en verwetenschappelijking van de
opvoeding

- De manier waarop we vandaag denken en spreken over opvoeding,
opvoedingsrelatie, wat ouders zouden moeten doen, de manier waarop ouders
zichzelf verstaan en verhouden tegenover hun kind.  gebaseerd op taal en
(ontwikkelings- en gedrags)psychologie.
- Behoefte aan professionalisering  verwachting: ouders moeten
professionaliseren.

 verwetenschappelijking van de opvoedingsrelatie.

- Centraal: bezorgdheid over de mate waarin deze ‘wetenschappelijke
benadering’ doordringt in ons denken en invloed heeft op hoe wij opvoeding en de
opvoedingsrelatie zien.  er zijn ook andere manieren.
- Er zijn altijd psychologische concepten in onze taal aanwezig geweest, maar nu:
psychologisering
 Deze concepten hebben steeds vaker een gespecialiseerde, meer technische
betekenis.
 Technische concepten die voortkomen uit (bijv. psychologisch) onderzoek,
worden vaker in onze alledaagse taal opgenomen.  ontwikkelingspsychologie
(ook steeds meer neurowetenschappen) een belangrijke verwijsplaats naar
‘goed opvoeden’.
 uitdrukkingen uit ontwikkelingspsychologie terug te zien in de media: ‘emotionele steun
bieden’. En ook op producten voor baby’s en kinderen expliciete verwijzingen naar hun
ontwikkeling.

- Gewoon gedrag krijgt een psychologische naam / wordt meteen symptoom van
stoornis, zoals ADHD in het dagelijks leven.  verwachting: ouders moeten op deze
psychologische manier ook naar hun kinderen kijken.
 Ouders lijken niet meer gewoon met hun kinderen samen te leven, maar te
‘interageren’
(onderling beïnvloeden) met hen; speelgoed draait niet om spelen, maar om hoe het zou
helpen met de ontwikkeling bijv.

, - Media / producenten laten het lijken alsof ontwikkelingsstadia universeel zijn, door
gebruik van het woord ‘ontwikkelingsmijlpaal’.  idee dat wordt gecreëerd: als
kind deze mijlpaal niet haalt, zal hij de achterstand nooit meer inhalen.  hoe
moeten kinderen zich gedragen en wat moeten ze doen?
- Implicaties voor ouders: goed informeren over ontwikkelingsstadia, als definitief
referentiepunt in het maken van beslissingen.
- ‘Hechting’ en ‘binding’ tegenwoordig belangrijke termen in het denken en spreken
over opvoeding:
 Ontwikkelingspsychologie: veilige hechting cruciaal!  veel negatieve
gevolgen als een kind niet veilig gehecht, hersenen zullen niet op de juiste
manier ontwikkelen, zo wordt gezegd.
 weerspiegelen altijd bepaalde waarden en normatieve veronderstellingen; openstaan
voor discussie. Kijken in de context; begrip verschillend in verschillende culturen, maar
wordt behandeld als vaststaand.

Wetenschappelijke taal in de opvoeding

 moeilijkheden die ontstaan door aanwezigheid wetenschappelijke taal in denken over
opvoeding:

- Universalisme: ‘wat meestal het geval is’ wordt de norm.  proces van
naturalisering van ontwikkeling: regelmatigheden die worden gevonden in de
ontwikkeling van een groep (meestal blanke, westerse!) kinderen (uit de
middenklasse) wordt tot norm verheven en als natuurlijk beschouwd.
 Onderzoek in de ontwikkelingspsychologie kan niet los van de contexten
waarin het wordt uitgevoerd, begrepen worden.

 Kagan: hechtingstheorie populair na WOII.  veronderstelling dat mensen meer dan wat
dan ook liefde nodig hebben en de illusie dat we kunnen voorkomen dat mensen elkaar
vermoorden door van ze te houden als ze jong zijn.
 Tegenwoordig: kinderen hebben symbolische tekenen van liefde nodig,
 Idee van veiligheid als basis voor de relatie tussen kind en verzorger; besef dat
we leven in een tijd van angst en onzekerheid.

- Ontwikkelingspsychologie en het gezin: in de ontwikkelingspsychologie te
weinig invulling aan dat het begrip ‘gezin’ de laatste jaren behoorlijk veranderd is.
 Standaard relationele omgeving: één-op-één relatie tussen ouder (meestal
moeder) en kind.  Ontwikkelingspsychologie gaat hierdoor uit van cruciale
invloed van een moeder in het leven van kinderen; vaders en andere
belangrijke personen ondergeschikt.
 ‘Verarmde weergave van het sociale’; context en publieke/gemeenschappelijke
wereld ook introduceren in de opvoeding.
- (Causale) logica van de ontwikkelingspsychologie: de taal van de
ontwikkelingspsychologie veronderstelt een (causale) logica.  deze wordt ook
gezien tussen het opvoeden van ouders en de ‘gewenste uitkomst’ van het kind.
 Misleidend: taalgebruik suggereert dat alleen de middelen belangrijk zijn, niet
wat ouders waardevol/belangrijk vinden.  opvoeding moet ergens toe leiden.
 Bijzonderheden van het menselijk leven (bijv. liefde en spel)
geïnstrumentaliseerd tot middel om de optimale uitkomst van de opvoeding

, te bereiken, want bijv. goed voor ontwikkeling.  daar ligt de nadruk op, niet
op dat het leuk is om tijd met je kind door te brengen.

 afwezigheid van andere manieren om te spreken over opvoeding en ouderschap; die
minder precies, helder een eenduidig zijn.  psychologie is hierin ons handelen en
spreken gaan beheersen; sociale dimensie ontbreekt.  ontwikkeling als proces met vele
niveaus waarin omgeving, gedrag en genexpressie (kenmerken vanuit DNA) elkaar
wederzijds beïnvloeden.
- Beleids- en onderzoekagenda’s bepalen: de ontwikkelingspsychologie bepaalt
mede wat er wel en niet onderzocht moet worden als het gaat om opvoeding. Dit
beleid wordt ingezet om ouders te voorzien in ‘de juiste
ontwikkelingsmogelijkheden’.  Bijv. ontmoetingsplaatsen in Vlaanderen.
- Neurowetenschap en pedagogische actie: we ‘weten’/kunnen dingen verklaren
vanuit de ontwikkelingspsychologie met betrekking tot opvoeding. Nu ontstaat het
beeld dat we dit ook moeten doen, want we stellen dit onderzoek niet in vraag.
 Omdat we het weten, zouden we er ook naar moeten handelen.

Behoefte aan expertise in het gebied van opvoeding: professionalisering van
ouders

- Er wordt uitgegaan van dat ouders behoefte hebben aan onderricht, opleiding en
kennis hebben over opvoeden; door de publieke aandacht wordt het beeld geschetst
dat ouders niet meer in staat zijn hun kinderen zelf op te voeden.

 Veel workshops, boeken, etc. om ouders te helpen om zichzelf beter te
professionaliseren in de opvoeding, met opvoedkwesties om de rol als ouder te versterken.
 bijv. Parenting with a reason. Evidence-based approaches to parenting
dilemmas.

- Nadeel: ouders kunnen onzeker worden over het opvoeden van hun kind en worden
gezien als niet voorbereid. Verantwoordelijkheid wordt gezien als eigenschap, niet
als iets wat je kunt aanleren.
 Hoe moet het wel?
 Opvoedondersteuners moeten de mogelijkheden, kennis en vaardigheden
die ouders al bezitten naar waarde schatten en als basis nemen.
 Klemtoon moet gelegd worden op: de levenslange aard en wederkerigheid
van de ouderschapsrelatie, de verscheidenheid van opvoedingswijzen en
de manieren waarop de noden (behoeften) van ouders verweven zijn met de
noden van kinderen en gezinnen.
- Ouders moeten zich op een hele specifieke manier tot hun kinderen verhouden, is de
verwachting.  goede ouder heeft geleerd om op een doelgerichte manier dingen te
doen met de kinderen en om de juiste dingen te doen, zodat de doelen bereikt
worden.
 Gevolg: van ouders wordt verwacht zich als leerkracht tot hun eigen kind te
verhouden; ‘gemodelleerd naar de culturele patronen van het klaslokaal’. 
altijd handelen naar educatieve doelen voor het kind.
- Taal van professionalisering ook deel geworden van onze alledaagse taal (spreken en
denken over opvoeding en opvoedingsrelaties): men moet ‘handelen’ als ouders 
opvoeden wordt gezien als ‘job’ of ‘taak’ die je op een bepaalde manier moet
uitvoeren.
$7.66
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
pwesmee

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
pwesmee Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
8
Last sold
4 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions