INLEIDING TOT
BEDRIJFSPSYCHOLOGIE
H1: INLEIDING EN SITUERING VAN DE
ARBEIDS-EN
ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
INLEIDING: HET BELANG VAN (ZINVOL) WERK
Heel wat mensen spenderen meer tijd en energie aan werk dan aan gelijk welke andere activiteit
- Alleen al om deze reden kunnen we aannemen dat werk, en hoe we dat ervaren, belangrijk is voor
ons
- De betekenis van werk gaat een stuk verder dan tijdverdrijf of bron van inkomsten
“had je 10 miljoen wat zou jij dan doen?”
- Op het eerste zicht lijkt dit een ludieke vraag maar je leert er wel degelijk heel wat uit over de mate
waarin mensen betrokken zijn bij hun werk
- Uit onderzoek blijkt dat velen wel degelijk professioneel aan de slag zouden blijven →
Amerikaans onderzoek: 70%
o Dit cijfer lijkt door de tijd wel een klein beetje te dalen maar de meerderheid zou vandaag
de dag nog steeds aan de slag blijven, ook als was het strikt genomen niet meer nodig
o Uiteraard is wie minder tevreden is met de job, meer geneigd om te stoppen maar het
verband is minder sterk dan je zou verwachten
o Dit illustreert goed wat werk betekent voor mensen (niet een specifieke job, maar de
ervaring van werken) voor het bepalen van onze identiteit
Maar waarom willen ze blijven werken?
- Eén manier om die vraag te beantwoorden, is door te kijken naar wat er gebeurt wanneer mensen
werkloos worden
- Verschillende studies tonen aan dat job verlies niet alleen gepaard gaat met verlies van inkomen,
maar ook negatieve impact heeft op het mentale en fysieke welzijn
- Na jobverlies ervaart men minder tevreden over het leven en zichzelf en worden er vaak
relationele en familiale problemen gerapporteerd
- Wie niet werkt -> vaker slechte gezondheid + meer risicogedrag
- Opvallend: de meeste van deze nadelige effecten verdwijnen bij het vinden van een nieuwe job
Werken gaat dus gepaard met welzijn maar heeft ook nog 5 andere belangrijke functies:
1. Ritme en structuur
1
, a. Opstaan op een vast uur, klaarmaken, pendelen, middagpauzes -> men ontwikkelt
routines, regelmaat en voorspelbaarheid
2. Verbondenheid met collectief doel
a. We voelen ons nuttig en hebben het gevoel dat we bijdragen aan de SL en iets betekenen
voor anderen
3. Sociale contacten
a. Het trekt aan om aan de slag te blijven met collega’s.
4. Bron van identiteit
a. Als we iemand nieuw leren kennen: “Wat doe je van werk?”. Dit zegt veel over een
persoon.
b. Als iemand werkloos wordt
5. Houdt ons actief in beweging
➔ Werken is dus over het algemeen beter dan niet werken
o Zinvol werken = je wil het gevoel hebben dat je werk relevant en betekenisvol is
▪ Basisvoorwaarden: veilige werkvloer + voldoende loon
Werk is te belangrijk om er niet uitgebreid aandacht aan te besteden → arbeids-en
organisatiepsychologie
DRIE FUNDAMENTELE PRINCIPES ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
1. Wetenschappelijke onderbouwing
a. Voorbij de ‘management hypes’ en ‘coaching fashions’
b. We toetsen een vraag systematisch af aan wat we vanuit wetenschappelijk onderzoek op
dit moment weten over een bepaald thema
c. We stellen ons dus vraag welke empirische evidentie hebben we hier op dit moment
voor?
2. Pragmatiek
a. Dus voor een deel ook vraag-gestuurd (bv: burn-out, telewerk, AI,…)
b. De missie bestaat erin om oplossingen te zoeken voor reële uitdagingen en problemen
die zich op dit moment stellen
3. Voor mens én organisatie
a. Van tegengestelde belangen naar gemeenschappelijke belangen
b. Doel: zowel effectiviteit van organisaties verhogen als het welbevinden van werknemers
te verbeteren
c. We streven naar een balans tussen beide vanuit een idee dat ze elkaar zullen versterken
WAT IS DE ARBEIDS-EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE?
Er is een wisselwerking tussen beide:
- Domeinen binnen de toegepaste psychologie gebruiken ideeën en inzichten afkomstig uit de
fundamentele psychologie
- MAAR anderzijds zal de toegepaste psychologie ook een belangrijke bijdrage leveren aan de
fundamentele psychologie
2
, Fundamentele psychologie Toegepaste psychologie
- Biologische psychologie - Klinische psychologie
- Cognitieve psychologie o = focust op het begrijpen van
- Ontwikkelingspsychologie psychopathologie en
- Differentiële psychologie aanverwante mentale en
- Sociale psychologie gedragsmatige
problematieken
- Gezondheidspsychologie
o Richt zich op het verbeteren
van de gezondheid van
individuen en
maatschappijen
o Gericht op stimuleren van
geen gezondere levensstijl,
voorkomen van ziekte
en/optimaliseren van herstel
- Educatiepsychologie
o Richt zich op het begrijpen
en optimaliseren van leren,
ontwikkelen, opleiden en
trainen
- Forensische psychologie
o Gericht op het beter
begrijpen van crimineel
gedrag
- Arbeids- en organisatiepsychologie
o Arbeidspsychologie
o Organisatiepsychologie
o Personeelspsychologie
o Consumentenpsychologie
Arbeidspsychologie = kijkt naar kenmerken van het werk en hoe deze een impact hebben op de
gezondheid en het welzijn van werknemers
Organisatiepsychologie = kijkt naar hoe mensen functioneren binnen organisaties, in interactie gaan
met elkaar, met procedures,…
Personeelspsychologie = bestudeert en implementeert technieken en interventies om de talenten of het
“menselijk” kapitaal binnen organisaties maximaal te renderen
Consumentenpsychologie = beschouwt de mens als consument en gebruikt en ontwikkelt
psychologische theorievorming om het economisch gedrag te begrijpen en zelfs te beïnvloeden
Volgens de eenvoudigste definitie is de arbeids-en organisatiepsychologie dus die deeldiscipline van de
psychologie die psychologische principes, theorieën en onderzoek toepast op werksetting
- MAAR opmerking: “werksetting” mag niet te eng worden ingevuld”
- Het domein strekt zich uit tot ver buiten de fysieke grenzen van de organisatie waarvoor men
werkt
- De arbeids-en organisatiepsychologie richt zich op de wederkerige impact van werk op het
leven daarbuiten en omgekeerd
Zo komen we tot een formele definitie die goed duidelijk maakt dat het veelzijdig domein bestrijkt:
3
, - “ de arbeids-en organisatiepsychologie bestudeert de mens en zijn gedrag op werk, als ook
de organisaties waarbinnen mensen aan de slag zijn : arbeids-en organisatiepsychologen
ontwikkelen theorieën en passen wetenschappelijke methoden toe op actuele problemen
en/of uitdagingen binnen werksettings, met als doel het beter begrijpen en uiteindelijk ook
optimaliseren van het functioneren van individuen, groepen individuen en organisaties in hun
totaliteit”
- Het arbeid gedeelte richt zich vooral op de kenmerken van het werk zelf
en de impact die deze kunne hebben op individuele medewerkers
- Het organisatie gedeelte richt zich meer op het begrijpen van het gedrag van mensen
wanneer zij worden samengebracht binnen de contouren van een organisatie
Terminologie
- Bv: arbeids-en organisatiepsychologie, work psychology, bedrijfpsychologie, industrial
psychology, organizational behavior,… -> veel verschillende termen
- Deze termen en hun verschillen zijn betekenisvol voor mensen die actief zijn in het domein
maar zijn doorgaans van ondergeschikt belang voor het bredere publiek
- Neveneffect van deze terminologische onduidelijkheid: de discipline mist in haar totaliteit
wat een bekendheid
Produceren en consumeren:
- 2 complementaire activiteiten
- Producent
o = de mens die werkt, produceert
o Binnen de arbeids-en organisatiepsychologie staat de mens centraal en focussen
we op zijn functioneren binnen de organisaties in de context van een betaalde arbeid
- Consument
o = de mens die het geproduceerde consumeert
o De benaderingen van de mens als consument behoren niet tot het vakgebied van de
arbeids-en organisatiepsychologie in enge zin
o MAAR de natuurlijke link tussen produceren en consumeren maakt wel dat
er nogal wat connecties zijn tussen de 2 benaderingen
HISTORISCHE ACHTERGROND
Deze discipline is niet zomaar uit het niks ontstaan, maar als gevolg van een aantal historische en
maatschappelijke ontwikkelingen aan het begin van de 20ste eeuw
1) Het was een periode van wetenschappelijke bloei
2) Binnen deze periode van wetenschappelijke bloei situeert zich ook de opkomst van de moderne
psychologie als wetenschappelijke discipline
o In verschillende landen werd er onderzoek gedaan naar het in kaart brengen van
psychologische verschillen tussen mensen om vervolgens deze info te gebruiken in de
werkcontext
3) De ‘wereld van werk’ veranderde tijdens deze periode, waardoor er een nood ontstond aan ‘een
psychologie over de werkende mens’
WETENSCHAPPELIJKE EVOLUTIES
De wortels van de arbeids-en organisatiepsychologie als wetenschappelijke discipline zijn terug te
brengen tot de start van de psychologie als wetenschapsterrein
4
BEDRIJFSPSYCHOLOGIE
H1: INLEIDING EN SITUERING VAN DE
ARBEIDS-EN
ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
INLEIDING: HET BELANG VAN (ZINVOL) WERK
Heel wat mensen spenderen meer tijd en energie aan werk dan aan gelijk welke andere activiteit
- Alleen al om deze reden kunnen we aannemen dat werk, en hoe we dat ervaren, belangrijk is voor
ons
- De betekenis van werk gaat een stuk verder dan tijdverdrijf of bron van inkomsten
“had je 10 miljoen wat zou jij dan doen?”
- Op het eerste zicht lijkt dit een ludieke vraag maar je leert er wel degelijk heel wat uit over de mate
waarin mensen betrokken zijn bij hun werk
- Uit onderzoek blijkt dat velen wel degelijk professioneel aan de slag zouden blijven →
Amerikaans onderzoek: 70%
o Dit cijfer lijkt door de tijd wel een klein beetje te dalen maar de meerderheid zou vandaag
de dag nog steeds aan de slag blijven, ook als was het strikt genomen niet meer nodig
o Uiteraard is wie minder tevreden is met de job, meer geneigd om te stoppen maar het
verband is minder sterk dan je zou verwachten
o Dit illustreert goed wat werk betekent voor mensen (niet een specifieke job, maar de
ervaring van werken) voor het bepalen van onze identiteit
Maar waarom willen ze blijven werken?
- Eén manier om die vraag te beantwoorden, is door te kijken naar wat er gebeurt wanneer mensen
werkloos worden
- Verschillende studies tonen aan dat job verlies niet alleen gepaard gaat met verlies van inkomen,
maar ook negatieve impact heeft op het mentale en fysieke welzijn
- Na jobverlies ervaart men minder tevreden over het leven en zichzelf en worden er vaak
relationele en familiale problemen gerapporteerd
- Wie niet werkt -> vaker slechte gezondheid + meer risicogedrag
- Opvallend: de meeste van deze nadelige effecten verdwijnen bij het vinden van een nieuwe job
Werken gaat dus gepaard met welzijn maar heeft ook nog 5 andere belangrijke functies:
1. Ritme en structuur
1
, a. Opstaan op een vast uur, klaarmaken, pendelen, middagpauzes -> men ontwikkelt
routines, regelmaat en voorspelbaarheid
2. Verbondenheid met collectief doel
a. We voelen ons nuttig en hebben het gevoel dat we bijdragen aan de SL en iets betekenen
voor anderen
3. Sociale contacten
a. Het trekt aan om aan de slag te blijven met collega’s.
4. Bron van identiteit
a. Als we iemand nieuw leren kennen: “Wat doe je van werk?”. Dit zegt veel over een
persoon.
b. Als iemand werkloos wordt
5. Houdt ons actief in beweging
➔ Werken is dus over het algemeen beter dan niet werken
o Zinvol werken = je wil het gevoel hebben dat je werk relevant en betekenisvol is
▪ Basisvoorwaarden: veilige werkvloer + voldoende loon
Werk is te belangrijk om er niet uitgebreid aandacht aan te besteden → arbeids-en
organisatiepsychologie
DRIE FUNDAMENTELE PRINCIPES ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
1. Wetenschappelijke onderbouwing
a. Voorbij de ‘management hypes’ en ‘coaching fashions’
b. We toetsen een vraag systematisch af aan wat we vanuit wetenschappelijk onderzoek op
dit moment weten over een bepaald thema
c. We stellen ons dus vraag welke empirische evidentie hebben we hier op dit moment
voor?
2. Pragmatiek
a. Dus voor een deel ook vraag-gestuurd (bv: burn-out, telewerk, AI,…)
b. De missie bestaat erin om oplossingen te zoeken voor reële uitdagingen en problemen
die zich op dit moment stellen
3. Voor mens én organisatie
a. Van tegengestelde belangen naar gemeenschappelijke belangen
b. Doel: zowel effectiviteit van organisaties verhogen als het welbevinden van werknemers
te verbeteren
c. We streven naar een balans tussen beide vanuit een idee dat ze elkaar zullen versterken
WAT IS DE ARBEIDS-EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE?
Er is een wisselwerking tussen beide:
- Domeinen binnen de toegepaste psychologie gebruiken ideeën en inzichten afkomstig uit de
fundamentele psychologie
- MAAR anderzijds zal de toegepaste psychologie ook een belangrijke bijdrage leveren aan de
fundamentele psychologie
2
, Fundamentele psychologie Toegepaste psychologie
- Biologische psychologie - Klinische psychologie
- Cognitieve psychologie o = focust op het begrijpen van
- Ontwikkelingspsychologie psychopathologie en
- Differentiële psychologie aanverwante mentale en
- Sociale psychologie gedragsmatige
problematieken
- Gezondheidspsychologie
o Richt zich op het verbeteren
van de gezondheid van
individuen en
maatschappijen
o Gericht op stimuleren van
geen gezondere levensstijl,
voorkomen van ziekte
en/optimaliseren van herstel
- Educatiepsychologie
o Richt zich op het begrijpen
en optimaliseren van leren,
ontwikkelen, opleiden en
trainen
- Forensische psychologie
o Gericht op het beter
begrijpen van crimineel
gedrag
- Arbeids- en organisatiepsychologie
o Arbeidspsychologie
o Organisatiepsychologie
o Personeelspsychologie
o Consumentenpsychologie
Arbeidspsychologie = kijkt naar kenmerken van het werk en hoe deze een impact hebben op de
gezondheid en het welzijn van werknemers
Organisatiepsychologie = kijkt naar hoe mensen functioneren binnen organisaties, in interactie gaan
met elkaar, met procedures,…
Personeelspsychologie = bestudeert en implementeert technieken en interventies om de talenten of het
“menselijk” kapitaal binnen organisaties maximaal te renderen
Consumentenpsychologie = beschouwt de mens als consument en gebruikt en ontwikkelt
psychologische theorievorming om het economisch gedrag te begrijpen en zelfs te beïnvloeden
Volgens de eenvoudigste definitie is de arbeids-en organisatiepsychologie dus die deeldiscipline van de
psychologie die psychologische principes, theorieën en onderzoek toepast op werksetting
- MAAR opmerking: “werksetting” mag niet te eng worden ingevuld”
- Het domein strekt zich uit tot ver buiten de fysieke grenzen van de organisatie waarvoor men
werkt
- De arbeids-en organisatiepsychologie richt zich op de wederkerige impact van werk op het
leven daarbuiten en omgekeerd
Zo komen we tot een formele definitie die goed duidelijk maakt dat het veelzijdig domein bestrijkt:
3
, - “ de arbeids-en organisatiepsychologie bestudeert de mens en zijn gedrag op werk, als ook
de organisaties waarbinnen mensen aan de slag zijn : arbeids-en organisatiepsychologen
ontwikkelen theorieën en passen wetenschappelijke methoden toe op actuele problemen
en/of uitdagingen binnen werksettings, met als doel het beter begrijpen en uiteindelijk ook
optimaliseren van het functioneren van individuen, groepen individuen en organisaties in hun
totaliteit”
- Het arbeid gedeelte richt zich vooral op de kenmerken van het werk zelf
en de impact die deze kunne hebben op individuele medewerkers
- Het organisatie gedeelte richt zich meer op het begrijpen van het gedrag van mensen
wanneer zij worden samengebracht binnen de contouren van een organisatie
Terminologie
- Bv: arbeids-en organisatiepsychologie, work psychology, bedrijfpsychologie, industrial
psychology, organizational behavior,… -> veel verschillende termen
- Deze termen en hun verschillen zijn betekenisvol voor mensen die actief zijn in het domein
maar zijn doorgaans van ondergeschikt belang voor het bredere publiek
- Neveneffect van deze terminologische onduidelijkheid: de discipline mist in haar totaliteit
wat een bekendheid
Produceren en consumeren:
- 2 complementaire activiteiten
- Producent
o = de mens die werkt, produceert
o Binnen de arbeids-en organisatiepsychologie staat de mens centraal en focussen
we op zijn functioneren binnen de organisaties in de context van een betaalde arbeid
- Consument
o = de mens die het geproduceerde consumeert
o De benaderingen van de mens als consument behoren niet tot het vakgebied van de
arbeids-en organisatiepsychologie in enge zin
o MAAR de natuurlijke link tussen produceren en consumeren maakt wel dat
er nogal wat connecties zijn tussen de 2 benaderingen
HISTORISCHE ACHTERGROND
Deze discipline is niet zomaar uit het niks ontstaan, maar als gevolg van een aantal historische en
maatschappelijke ontwikkelingen aan het begin van de 20ste eeuw
1) Het was een periode van wetenschappelijke bloei
2) Binnen deze periode van wetenschappelijke bloei situeert zich ook de opkomst van de moderne
psychologie als wetenschappelijke discipline
o In verschillende landen werd er onderzoek gedaan naar het in kaart brengen van
psychologische verschillen tussen mensen om vervolgens deze info te gebruiken in de
werkcontext
3) De ‘wereld van werk’ veranderde tijdens deze periode, waardoor er een nood ontstond aan ‘een
psychologie over de werkende mens’
WETENSCHAPPELIJKE EVOLUTIES
De wortels van de arbeids-en organisatiepsychologie als wetenschappelijke discipline zijn terug te
brengen tot de start van de psychologie als wetenschapsterrein
4