100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting filosofie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
82
Geüpload op
23-12-2025
Geschreven in
2023/2024

Deze samenvatting is gebaseerd op de slides van de prof en notities die ik gemaakt heb in de les. Ik heb voor het examen 18/20 behaald op basis van deze samenvatting

Instelling
Vak

















Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
23 december 2025
Aantal pagina's
82
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1: ethiek over het goede en het juiste


BASISBEGRIPPEN
- Waarden: algemene, abstracte, morele uitgangspunten, aspecten van het
leven die we belangrijk (‘waardevol’) vinden. Drukken een beoordeling of
evaluatie uit. Vaak impliciet omdat er geen expliciete wijze of manier aan
vasthangt.
- Waardevolle karaktereigenschappen noemen we deugden: bv. Vriendelijkheid,
eerlijkheid, bescheidenheid
- Normen: concrete gedragsbepalingen, specifieke regels die ons voorschrijven
wat we moeten of mogen doen. Het is een plicht/ verbod


Afbakening van de ethiek  afbakening domein van de ethiek: moreel versus a-
moreel
- MOREEL: wat overeenstemt met de heersende waarden en normen. bv. de
zieken verzorgen
- IMMOREEL: wat de heersende waarden en normen schendt. bv. uitsluiting
o.b.v. racisme
- A-MOREEL: waarbij geen waarden en normen betrokken zijn → heeft niks met
ethiek te maken. bv. “De zon komt op in het oosten.”
- MORAAL: stelsel van normen en waarden, dat betrekking heeft op het
handelen van mensen
- ETHIEK: studie van normen en waarden, die zich richt op de vraag welke
normen en waarden we kunnen rechtvaardigen. Het is de moraalfilosofie; het
reflecteert over de moraal. Ethiek is normatief want het gaat kijken naar hoe
iets zou moeten zijn


Kerntaak van de ethiek
 niet beschrijven (descriptief = ‘wat is’), bv. Antropologie, rechtsgeleerdheid
 niet verklaren (oorzaken), bv. Sociologie, geschiedenis
 ethiek werkt normatief: morele geldigheid onderzoeken van waarden en normen.
Bv. socioloog begrijpt waarom drugsdealers drugs willen legaliseren, ethiek oordeelt
of het goede zaak is of niet




1

,2

,Hoe rechtvaardig je een norm?
NIET door oorzaken te formuleren = eigenschap van causaal verband, iets
heeft je ertoe gebracht, een gevolg.
WEL door redenen te formuleren voor die norm → een reden is iets dat je doet
omdat je iets wil bereiken, het is iets dat in de toekomst geprojecteerd wordt.
à Welke normen en waarden kunnen we met goede redenen verdedigen?
à Wanneer kunnen we spreken van goede redenen?
 De ethiek is zelf normatief: ze vormt een oordeel over de geldende normen
en waarden en geeft dus aan welke normen en waarden we zouden moeten
naleven (moreel versus immoreel)




3

,HET FUNDERINGSPROBLEEM:
Logische kloof tussen zijn en moeten → uit feiten kan je geen normen afleiden
Twee verregaande implicaties:
- Het hele wetenschappelijke instrumentarium van feiten, verklaringen,
experimenten, bewijzen, … kan de ethiek niks mee, ethiek kan hier niks uit
afleiden.
- Wetenschap kan ons dus niet een uitsluitend argument geven over hoe we
moeten leven. Puur obv feiten kan je geen normen afleiden, je hebt daar andere
normen voor nodig die geldig moeten zijn op basis van een andere norm.
Hierdoor kom je in soort spiraal: regressus ad infinidum =
funderingsprobleem.


Sinds we geen religieuze fundamenten meer hebben in onze cultuur door
securalisatie. Hierdoor hebben we geen fundamenten, want ook wetenschap kunnen
we hiervoor niet gebruiken.


→ objectivisme: de juistheid van algemene morele uitgangspunten kan bewezen
worden. bv. in religieus wereldbeeld is God een fundament


→ relativisme: er is geen ultiem fundament, waarden en normen zijn altijd relatief;
het is zinloos om te proberen ze te rechtvaardigen. Denk aan culturele verschillen
Het probleem van relativisme: het is relatief dus altijd verbonden aan iets anders
- Cultuurrelativisme: relatief ten aanzien van cultuur (geografisch & historisch). Er
zijn verschillende gevoeligheden binnen culturen. Bv. doodstraf
rechtvaardigingen gebeurd anders in België dan in Amerika.
Maar: maar er zijn ook cultuur overschrijdende normen en waarden die in elke
cultuur belang hebben.
- Subjectivisme: individueel relativisme. Je waarden en normen hangen vast aan
persoonlijkheid, ‘ik doe dit want ik vind dit goed.’
- Emotivisme = voorbeeld subjectivisme. Relatief ten aanzien van het gevoel, als
je je er goed bij voelt vind je een waarde waardevol, anders immoreel.




4

,Drie bezwaren tegen emotivisme:
- Afkeer leidt niet altijd tot morele afkeuring en anders: bv. sympathie hebben
voor vijand / je gaat met de trein, is veel duurder maar vliegtuig is ecologisch
niet goed. Wanneer je op de trein zit en hij heeft vertraging zal dit tegenslaan,
maarje bent toch blij dat je goed doet voor milieu
- Betekenis van rechtvaardiging van onze morele keuzes: verantwoording doet
veel
- Morele gevoelens zijn niet de oorzaak, maar het gevolg van morele opvattingen:
de waarde was er eerst, maar nadien pas zal je er voldoening uit halen en er
genot van hebben.


→ tussenweg: het heeft zin om algemene morele uitgangspunten te onderzoeken (=
ethiek) en na te gaan welke morele consequenties ze met zich meebrengen, hoe de
uitganspunten worden ingevuld




5

,VRIJHEID, AUTHENTICITEIT, GELUK
1. Vrijheid
Twee concepten van vrijheid – Isiah Berlin:
- Negatieve vrijheid = situatie waar geen beperkingen worden opgelegd, er is
niks dat je tegenhoudt zoals een overheid ofzo
- Positieve vrijheid = je bent vrij als je ook vrije keuze mogelijkheden hebt


Voorbeeld kapitalisme = kapitalisme is het beste sociaal-economische systeem
omdat het zorgt voor indiviudele vrijheid. Het zorgt voor vrije martk economie en
vrijheid van concurrentie, wat zichzelf zal regelen als er voldoende vrijheid is.
Tegenhangers zeggen dat het mensen onvrij zal maken omdat het vrije markt
systeem zal leiden tot verschraling van de keuze. Je hebt als consument juist geen
keuze omdat er massaproductie is, multinationals, standaardisering is etc.


Voorbeeld zwerver = een persoon beslist te stoppen met job, huis verkopen, alles
achterlaten en als zwerver door leven gaan. Negatieve vrijheid zegt: mens is super
vrij, hij moet niet meer luisteren naar baas, huis afbetalen, etc. geen beperkingen
meer. Positieve vrijheid: mens wordt onvrij, veel minder kansen om zich te
ontwikkelen omdat geen sociaal-economisch netwerk meer hebt. je hebt geen keuze
meer.


Waarom is vrijheid zo’n centrale waarde?
- Instrumentele waarde: je gebruikt vrijheid om er iets mee te bereiken. Bv.
burgerlijke vrijheid om te stemmen, vrijheid om op reis te gaan want culturen
leren kennen
- Instrinsieke waarde: onafhankelijk van gevolgen van vrijheid
 Symbolische waarde: Het is intrinsiek belangrijk dat die vrijheid erkend
wordt, zelf al kan je zelf niks mee realiseren, bv. homohuwelijk vind je
belangrijk omdat je zelf misschien niet nodig hebt maar belangrijk dat die
vrijheid erkend wordt.
 Expressieve waarde: je hebt vrijheid nodig om jezelf te kunnen realiseren en
er verantwoordelijk voor zijn


Is vrijheid dan een absolute waarde?


6

,→ soms inperking nodig om andere vrijheden te beschermen, het is ook niet altijd
relevant om super veel vrijheden te hebben (bv. keuzestress),
→ niet iedere vrijheidsvergroting is moreel interessant: het is niet altijd noodzakelijk
→ vrijheden zorgen ook voor meer verantwoordelijkheden (bv. prenatale diagnostiek)
2. Authenciteit
= trouw zijn aan jezelf: iedereen moet zijn of haar ware identiteit zo goed mogelijk tot
uitdrukking proberen te brengen. Lastige definitie omdat het veronderstelt te weten
wie je bent.
→ is het altijd goed om volledig jezelf te zijn? kan ook als verdeding gebruikt worden
(bv. ik ben sadistisch en ga niet veranderen want ik moet trouw zijn aan mezelf)
→ oorzaak-gevolg moeilijk vast te stellen: bv. je kiest een studie omdat dit bij je
identiteit aansluit of je kiest iets en dat maakt je identiteit


Identiteit is wisselwerking tussen twee verschillende bronnen:
- Interne bron = de identiteit waarmee je geboren bent met bepaalde DNA,
karaktereigenschappen. Je kan dit veranderen maar je vertrekt altijd hieruit =
nature
- externe bron =


nature vs nurture: debat in hoeverre die twee hoofdrol spelen bij iemand. Bv. iemand
pleegt moord maar is te wijten aan hersenen die toch zo zijn OF allerlei zaken hebben
je zo gevormt waardoor je zelf verantwoordelijk bent.


authentiek = juiste balans tussen interne en externe bronnen
 niet koppig of egoïstisch
 ook niet karakterloos of opportunistisch (= proberen alle graantjes mee te
pikken)


3. Geluk
Geluk is ultieme waarde omdat iedereen altijd gelukkig wil zijn = fundering voor
vrijheid en authenticiteit: we hebben vrijheid en authenticiteit nodig om gelukkig te
zijn
→ wat is geluk: vaak iets dat je achteraf beseft, een gevoel dat je even kan hebben.
Soms heb je misschien alles waardoor je gelukkig bent maar alsnog depressief bent.


7

,Gedachte-experiment Robert Nozick: neuro-wetenschappers kunnen je brein op die
manier stimuleren waardoor je alles (wat je dan op voorhand op schrijft) hebt waarvan
je gelukkig wordt als je je laat aansluiten op een machine. Je weet niet dat dit nep is,
je gelooft dat het geluk echt is.
Veel mensen zouden dit NOOIT willen omdat geluk is niet hetzelfde geluksgevoel. Bv.
je wil dat je kinderen gelukkig zijn, niet dat je dat alleen denkt maar dat ze misschien
helemaal niet gelukkig zijn. Je wil het echte gevoel en hebt schrik voor het moment
wanneer je erachter komt dat dat niet het geval is. bv. je vriendin’s lief gaat vreemd
en je zegt dit niet
Redenering omgekeerd: we zijn gelukkig omdat we vrij en authentiek (= geen illusie)
zijn, niet andersom
 niet: vrijheid en authenticiteit zijn waardevol omdat ze leiden tot geluk
 wel: vrijheid en authenticiteit leiden tot geluk omdat ze waardevol zijn
 het goede / geslaagde leven = balans tussen verschillende waarden (=
persoonlijk). Bv. Gevangene vind vrijheid veel belangrijker dan geluk


Ethiek = voortdurend teruggrijpen naar andere waarden om de vorige te verdedigen




8

,utilitarisme versus ethiek van Kant


utilitarisme – Jeremy Bentham = objectieve berekening maken van alle gevolgen
om op die manier te handelen.
Morele plicht = verricht altijd die handeling die tot zoveel mogelijk netto-geluk leidt
Bv. herverdeling: armere delen vd wereld zijn veel gelukkiger als wij geld geven dan
dat we ongelukkiger zullen zijn als we een deeltje afgeven


Gedachte-experiment: je hebt juist kei dure nieuwe schoenen en ziet een kind
verdrinken in een vijver waar er niemand bij is. → moreel gezien is niet springen
FOUT: geluk van levend kind > nieuwe schoenen


MAAR: die schoenen zijn gemaakt door kinderen die in erge omstandigheden moet
werken. Het leven van die kinderen gaat eigenlijk volgens dezelfde logica uit als het
kind in vijver, maar alsnog wordt dat meer geaccepteerd dan het kind te laten
verdrinken.


Kritiek:
1. Praktische problemen: niet altijd mogelijk om de gevolgen van je daden zo
correct in te schatten. Ook vaak moeilijk te vergelijken omdat het soms appelen
met peren zijn. Bv. adoptie kan je nooit goede inschatting maken of het kind er
beter aan gaat doen of niet
2. Puur consequentialisme = als je enkel kijkt naar gevolgen laat je veel andere
dingen achterwege, zoals belangrijke waarden. Bv. je vriendinnen vragen om
mee naar de zee te gaan maar je had 1 iemand beloofd om te helpen verhuizen.
Volgens utilitalisme zou je naar de zee moeten gaan omdat je dan met meer
gelukkig bent en je laat maar een iemand zitten.
3. Rechtvaardigheid: negeert de manier waarop het geluk tot stand komt, bv.
uitbuiting, opoffering
4. Relatie tussen authenciteit en geluk: je kan niet zeggen dat geluk de
belangrijkste waarde is voor iedereen. Geluksmaximalisatie is extern doel,
houdt geen rekening met persoonlijke overtuigingen en waarden




9

, Plichtethiek / deontologische ethiek – immanuel kant: Of een handeling in
moreel opzicht goed is, hangt niet af van de gevolgen van die handeling, maar van
het principe op basis waarvan gehandeld wordt. Je vertrekt vanuit de gedachte dat
iets goed is, dan doe je dit en dan zie je nog wel waar je komt. Je moet zelf bepalen of
het intrinsiek goed is of niet


Bv. je springt in de vijver om kindje te redden maar het gaat mis … dat gevolg moreel
gezien maakt niet uit, het gaat om het principe om erin te springen.
Maar omgekeerd ook: als je faalt in iets dat je gedaan hebt met slechte bedoelingen is
nog altijd moreel fout (bv. poging tot moord)


Categorische imperatief: imperatief = een bevel, een normatieve uitspraak dat
zegt wat je moet doen. Het is categorisch omdat die in alle gevallen geldt. Komt
vanuit idee dat de mens is zelf vrij om te bepalen wat hij doet en is er
verantwoordelijk voor.


Categorische imperatieven: absolute, ethische geboden. bv. lieg nooit
↔ hypothetische imperatieven: i.f.v. zelf gestelde doelen bv. strak trainingsschema
voor marathon


Ultiem criterium om categorische imperatieven te onderscheiden van hypothetische
imperatieven= Categorisch Imperatief (hoofdletters)
- Handel alleen volgens het maxime waarvan je wil dat het een algemene wet wordt
- Handel zo dat jij het menszijn, zowel in eigen persoon als in de persoon van ieder
ander, altijd tegelijk als doel, nooit louter als middel gebruikt.
= twee verschillende manieren om te formuleren maar komt op hetzelfde neer


1. Contradictie in de maxime
bv. “Iedereen moet zich aan de afspraken houden, maar mezelf sta ik een
uitzondering toe.”
→ gedragsregel is logisch niet universaliseerbaar


2. Contradictie in de wil
bv. “Mensen hoeven alleen voor zichzelf te zorgen, niemand is iets aan iemand


10
$7.34
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
jillbroeckx1

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
jillbroeckx1 Universiteit Antwerpen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
Nieuw op Stuvia
Lid sinds
2 weken
Aantal volgers
1
Documenten
6
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen