Systeembiologie (Prof. Dr. Van Laere)
1. Hallmarks of cancer
De ontwikkeling van kanker is een meerstapsproces waarbij een cel
verschillende DNA veranderingen accumuleert oiv mutagene stoffen of door
falende intrinsieke processen
o Intrinsieke processen zijn processen die gelinkt zijn aan DNA metabolism
niet 100% fijlloos foutjes ingebouwd in DNA leiden tot ontstaan van
een tumorcel
Mutaties kunnen de werking van de homeostasemechanismen (i.e. de
basiskenmerken van kanker) van normale cellen beïnvloeden
o Homeostasemechanismen beïnvloeden = basiskenmerken van kanker
o Homeostasemechanismen beïnvloeden cellen dominant worden
Darwiniaanse evolutie cel die veranderingen draagt heft een selectief
groeivoordeel en wordt dus dominant en overheerst de andere cellen
Hierdoor verwerven bepaalde cellen een selectief voordeel (cfr. Darwiniaanse
evolutie) en worden ze dominant
Micro-omgeving kan veranderen waardoor andere mutaties geselecteerd
kunnen worden (cfr. resistentie tegen therapie)
Links = bevruchte eicel
o In kern: op die moment is er nog geen mutatie geaccumuleerd
o MAAR cel moet gaan delen er kunnen mutaties ontstaan (gele bollen)
o Dit is voornamelijk door intrinsiek mutationeel proces
o Op bepaald moment wordt organisme geboren en wordt blootgesteld aan
omgevingsfactoren dragen ook bij aan de opbouw van mutaties (blauwe
bollen)
o Blauwe ster = mutatie geïnduceerd door levensomstandigheden in een
gen dat de cel een selectief groeivoordeel gaan geven (driver mutatie)
Cel krijgt driver mutatie sneller delen dominatie tegenover
andere cellen
o Gele ster = intrinsieke fout
Rechts = aggressieve tumorcel
Genen van herstelmechanisme worden uitgeschakeld DNA moeilijker herstellen
mutater fenotype = heel snel mutaties gaan accumulaties en dat gebeurd op
moment dat goedaardige tumor gaat overgaan naar invasieve kankercel
Deze invasieve kankercel gaat gediagnostiseerd worden en behandeld worden
door chemotherapie kunnen er 2 zaken optreden
o Gaat DNA schade optreden waardoor apoptose kan optreden
o Zelf mutaties introduceren die kunnen leiden tot verdere progressive
Micro-omgeving veranderen
, Op het einde 10-100.000 mutaites geaccumuleerd 1-10 echt belangrijk =
driver mutaties
o Mutaties in genen die ervoor gaan zorgen dat kankercel groeivoordeel gaat
krijgen
o Weten wat driver mutaties zijn want behandeling wordt afgesteld op
genetisch profile van kankercellen welke driver mutaties zijn er
aanwezig?
o Niet iedereen heeft mutaties in alle genen
o Afhankelijk van welke mutaties en driver genen patient op andere
manier behandelen
A = Hallmarks of cancer
Kankercel moet zichzelf voorzien van
groeifactoren (e.g. KRAS)
Meeste cellen hebben een rem op de celcyclus
staan
o Mutaties in genen die de celcyclus
aansturen (= activerende mutaties) zijn
belangrijk maar ook degene die de
celcylcus remmen (= inactiverende
mutaties)
Kankercellen moeten de mogelijkheid hebben
om celdood te gaan ontwijken cellen met
DNA schade blijven dus bestaan
Kankercellen hebben een ongelimiteerd
replicatief potentieel ongelimiteerd kunnen
delen telomeren zo kort dat cel senescent
wordt of dood gaat
Angiogenese is een belangrijk process waarbij
de kwaadaardige cellen de ontwikkelingen van
nieuwe BV gaat stimuleren
o Waarom doen ze dit? kankercellen
hebben zuurstof nodig en voedsel om te
kunnen delen en afvalstoffen te kunnen afvoeren
o Kankercellen gebruik maken van vooraf bestaande capillairen ertegen
plakken en zo gebruik maken van het process dus angiogenese is niet
de enige manier waarop ze dit doen
Kankercellen kunnen genen activeren waardoor ze kunnen invaderen en uitzaaien
– meest maligne eigenschap van kanker
o Vroeg stadium diagnostiseren dan is prognose goed
o Moeilijk bij uitzaaiing want patient komt in een ander stadium van de
ziekte terecht
We moeten deze patiënt dus goed kunnen behandelen
B = verschillende paden die kunnen lijden tot kanker
o Heeft geen vast patroon
2. DNA veranderingen
Niveau van individuele basen (i.e. puntmutaties): substituties, inserties, deleties
(i.e. indels)
o 2 transities (C>T, A>G) en 4 transversies (A>C, A>T, C>G, G>T)
Transitie is wanneer een purine base wordt omgezet naar een
andere purine base of wanneer een pyrimidine base wordt omgezet
naar een pyrimidine base
Transversie is wanneer een purine base wordt omgezet naar
pyrimidine base of vica versa
, o Silent, nonsense, missense, frameshift, splice site mutaties
o Genomische locatie: coderend vs. niet-coderend
Structurele variaties: herschikkingen, kopijnummervariaties
o Breekpunten in het DNA
o Structurele variaties = veranderingen die afspelen in een groter gebied
van het DNA
o DNA moet gebroken worden
Andere kenmerken
o Origine: somatisch vs. kiembaan
Kiembaan = DNA verandering overgeërfd van de ouder
Somatisch = mutatie komt voor in lichaamscel en wordt niet
doorgegeven aan de volgende generatie
o Oorzakelijke (“driver”) en niet-oorzakelijke (“passenger”) mutaties
Driver = mutatie die zich voordoet in gen die kritisch is voor de
ontwikkeling van de tumorcel en die de ontwikkeling van de
tumorcel gaat aandrijven
Passenger = mutaties die ontstaan door falende intrinsieke
processen (= niet kritisch voor ontstaan van kankercel)
o Dominant (e.g. oncogenen) vs. recessief (e.g. tumorsupressoren)
2.1. Overzicht structurele variaties
Deletie: chromosoom in 2 delen knippen DNA breuken ontstaan stuk B eruit
deleteren sequentie is AC
o Deletie is gekoppeld aan breuken in DNA streng
o Structurele variatie gevolg = 1 of 2 kopijen minder
Insertie: een nieuw stuk ertussen er moet een DNA breuk optreden zodat E
ertussen kan
o Aantal kopijen blijft neutraal maar er ontstaat een fusiegen
Inversie: stuk BC omdraaien maar kan niet als je geen DNA breuk introduceert
o Gevolg: DNA kopijen blijft neutraal maar er treedt een fusiegen op
Tandem duplicatie: wanneer stuk A gedupliceert worft en duplicaat wordt tussen
A en B ingekleefd er zal een DNA breuk plaatsvinden aantal kopijen gaat
verhogen
Dispersed duplicatie: stuk A dupliceren maar niet achter A inkleven maar achter
B kopijen verhogen en ontstaan van fusiegen
CNV: heel sterke amplificatie stuk A geamplificeerd (2x hier) aantal kopijen
veel groter dan 3
,
1. Hallmarks of cancer
De ontwikkeling van kanker is een meerstapsproces waarbij een cel
verschillende DNA veranderingen accumuleert oiv mutagene stoffen of door
falende intrinsieke processen
o Intrinsieke processen zijn processen die gelinkt zijn aan DNA metabolism
niet 100% fijlloos foutjes ingebouwd in DNA leiden tot ontstaan van
een tumorcel
Mutaties kunnen de werking van de homeostasemechanismen (i.e. de
basiskenmerken van kanker) van normale cellen beïnvloeden
o Homeostasemechanismen beïnvloeden = basiskenmerken van kanker
o Homeostasemechanismen beïnvloeden cellen dominant worden
Darwiniaanse evolutie cel die veranderingen draagt heft een selectief
groeivoordeel en wordt dus dominant en overheerst de andere cellen
Hierdoor verwerven bepaalde cellen een selectief voordeel (cfr. Darwiniaanse
evolutie) en worden ze dominant
Micro-omgeving kan veranderen waardoor andere mutaties geselecteerd
kunnen worden (cfr. resistentie tegen therapie)
Links = bevruchte eicel
o In kern: op die moment is er nog geen mutatie geaccumuleerd
o MAAR cel moet gaan delen er kunnen mutaties ontstaan (gele bollen)
o Dit is voornamelijk door intrinsiek mutationeel proces
o Op bepaald moment wordt organisme geboren en wordt blootgesteld aan
omgevingsfactoren dragen ook bij aan de opbouw van mutaties (blauwe
bollen)
o Blauwe ster = mutatie geïnduceerd door levensomstandigheden in een
gen dat de cel een selectief groeivoordeel gaan geven (driver mutatie)
Cel krijgt driver mutatie sneller delen dominatie tegenover
andere cellen
o Gele ster = intrinsieke fout
Rechts = aggressieve tumorcel
Genen van herstelmechanisme worden uitgeschakeld DNA moeilijker herstellen
mutater fenotype = heel snel mutaties gaan accumulaties en dat gebeurd op
moment dat goedaardige tumor gaat overgaan naar invasieve kankercel
Deze invasieve kankercel gaat gediagnostiseerd worden en behandeld worden
door chemotherapie kunnen er 2 zaken optreden
o Gaat DNA schade optreden waardoor apoptose kan optreden
o Zelf mutaties introduceren die kunnen leiden tot verdere progressive
Micro-omgeving veranderen
, Op het einde 10-100.000 mutaites geaccumuleerd 1-10 echt belangrijk =
driver mutaties
o Mutaties in genen die ervoor gaan zorgen dat kankercel groeivoordeel gaat
krijgen
o Weten wat driver mutaties zijn want behandeling wordt afgesteld op
genetisch profile van kankercellen welke driver mutaties zijn er
aanwezig?
o Niet iedereen heeft mutaties in alle genen
o Afhankelijk van welke mutaties en driver genen patient op andere
manier behandelen
A = Hallmarks of cancer
Kankercel moet zichzelf voorzien van
groeifactoren (e.g. KRAS)
Meeste cellen hebben een rem op de celcyclus
staan
o Mutaties in genen die de celcyclus
aansturen (= activerende mutaties) zijn
belangrijk maar ook degene die de
celcylcus remmen (= inactiverende
mutaties)
Kankercellen moeten de mogelijkheid hebben
om celdood te gaan ontwijken cellen met
DNA schade blijven dus bestaan
Kankercellen hebben een ongelimiteerd
replicatief potentieel ongelimiteerd kunnen
delen telomeren zo kort dat cel senescent
wordt of dood gaat
Angiogenese is een belangrijk process waarbij
de kwaadaardige cellen de ontwikkelingen van
nieuwe BV gaat stimuleren
o Waarom doen ze dit? kankercellen
hebben zuurstof nodig en voedsel om te
kunnen delen en afvalstoffen te kunnen afvoeren
o Kankercellen gebruik maken van vooraf bestaande capillairen ertegen
plakken en zo gebruik maken van het process dus angiogenese is niet
de enige manier waarop ze dit doen
Kankercellen kunnen genen activeren waardoor ze kunnen invaderen en uitzaaien
– meest maligne eigenschap van kanker
o Vroeg stadium diagnostiseren dan is prognose goed
o Moeilijk bij uitzaaiing want patient komt in een ander stadium van de
ziekte terecht
We moeten deze patiënt dus goed kunnen behandelen
B = verschillende paden die kunnen lijden tot kanker
o Heeft geen vast patroon
2. DNA veranderingen
Niveau van individuele basen (i.e. puntmutaties): substituties, inserties, deleties
(i.e. indels)
o 2 transities (C>T, A>G) en 4 transversies (A>C, A>T, C>G, G>T)
Transitie is wanneer een purine base wordt omgezet naar een
andere purine base of wanneer een pyrimidine base wordt omgezet
naar een pyrimidine base
Transversie is wanneer een purine base wordt omgezet naar
pyrimidine base of vica versa
, o Silent, nonsense, missense, frameshift, splice site mutaties
o Genomische locatie: coderend vs. niet-coderend
Structurele variaties: herschikkingen, kopijnummervariaties
o Breekpunten in het DNA
o Structurele variaties = veranderingen die afspelen in een groter gebied
van het DNA
o DNA moet gebroken worden
Andere kenmerken
o Origine: somatisch vs. kiembaan
Kiembaan = DNA verandering overgeërfd van de ouder
Somatisch = mutatie komt voor in lichaamscel en wordt niet
doorgegeven aan de volgende generatie
o Oorzakelijke (“driver”) en niet-oorzakelijke (“passenger”) mutaties
Driver = mutatie die zich voordoet in gen die kritisch is voor de
ontwikkeling van de tumorcel en die de ontwikkeling van de
tumorcel gaat aandrijven
Passenger = mutaties die ontstaan door falende intrinsieke
processen (= niet kritisch voor ontstaan van kankercel)
o Dominant (e.g. oncogenen) vs. recessief (e.g. tumorsupressoren)
2.1. Overzicht structurele variaties
Deletie: chromosoom in 2 delen knippen DNA breuken ontstaan stuk B eruit
deleteren sequentie is AC
o Deletie is gekoppeld aan breuken in DNA streng
o Structurele variatie gevolg = 1 of 2 kopijen minder
Insertie: een nieuw stuk ertussen er moet een DNA breuk optreden zodat E
ertussen kan
o Aantal kopijen blijft neutraal maar er ontstaat een fusiegen
Inversie: stuk BC omdraaien maar kan niet als je geen DNA breuk introduceert
o Gevolg: DNA kopijen blijft neutraal maar er treedt een fusiegen op
Tandem duplicatie: wanneer stuk A gedupliceert worft en duplicaat wordt tussen
A en B ingekleefd er zal een DNA breuk plaatsvinden aantal kopijen gaat
verhogen
Dispersed duplicatie: stuk A dupliceren maar niet achter A inkleven maar achter
B kopijen verhogen en ontstaan van fusiegen
CNV: heel sterke amplificatie stuk A geamplificeerd (2x hier) aantal kopijen
veel groter dan 3
,