H4 – De geboorte en het pasgeboren kind (p128 – p135)
Leerplandoelstellingen
De fysieke en zintuiglijke vaardigheden van pasgeborenen benoemen.
Uitleggen wat het leervermogen van de pasgeborene behelst.
De manieren beschrijven waarop pasgeborenen op anderen reageren.
4.3) Wat een pasgeboren baby allemaal kan
Allemaal te vroeg geboren herseninhoud v gem pasgeborene = slecht 1/4 v die v volwassenen.
4.3.1) Fysieke vaardigheden
Pasgeborene / neonaat heeft meestal het vermogen om automatisch te beginnen ademen adem-
halingsstelsel redelijk goed ontwikkeld.
Spijsverteringsstelsel snel actief 1ste ontlasting in vorm v meconium = overblijfsel v tijd als foetus.
Reflexen = al geoefend in de buik niet-aangeleerde, gestructureerde, onvrijwillige respons die
automatisch optreedt in de aanwezigheid v bepaalde stimuli
zuigreflex en slikreflex: voedsel tot zich nemen
zoekreflex: baby draait in richting v stimulatiebron in buurt vd mond voedselbron
4.3.2) Zintuigen
Sensatie vs perceptie
Sensatie = elementaire gewaarwording v stimulus, zoals die geregistreerd wordt door een zintuig.
Perceptie = de verwerking en interpretatie v zintuiglijke informatie door de hersenen.
- Tast- reuk- en smaakzin zijn bij de geboorte goed ontwikkeld.
- Gehoor = aanwezig, maar verbetert nog aanzienlijk in de 1 ste levensmaanden.
- Gezichtsvermogen = bij de geboorte het minst ontwikkeld. Ze kunnen ook nog niet echt kleuren
onderscheiden, wel verschil tussen licht en donker.
pas na 4tal weken kleuren onderscheiden. Ze hebben een voorkeur voor specifieke kleuren.
4.3.3) Leervermogen van een pasgeborene
Klassieke conditionering Operante conditionering Gewenning / habituatie
Organisme leert op bepaalde Vrijwillige respons wordt Afname vd reactie op een stimulus die plaatsvindt na
manier reageren op een versterkt / verzwakt door herhaaldelijke presentatie v die stimulus.
neutrale stimulus die dat associatie met Als de nieuwigheid na herhaaldelijke blootstelling
type respons normaal niet respectievelijke positieve of verdwijnt reageert de baby niet meer met
teweeg brengt. Doordat negatieve consequenties. oriëntatiereactie
neutrale stimulus gekoppeld Baby heeft geleerd om oorspr stimulus te
wordt aan andere stimulus, herkennen en te onderscheiden v andere stimuli.
krijgt die stimulus extra Gewenning meten: veranderingen in hartslag,
betekenis + ontlokt zelfde ademhalingstempo, tijd die een baby naar bepaalde
respons. stimulus kijkt
Gekoppeld aan fysieke en cognitieve rijping
2
,4.3.4) Sociale vaardigheden: reageren op anderen
Baby’s hebben het vermogen om anderen te imiteren + ze ontlenen er plezier uit.
Field Toonde aan dat baby’s onderscheid kunnen maken tussen basale gezichtsuitdrukkingen als
vrolijkheid, verdriet en verbazing. Met een vb v een volwassene konden baby’s de gezichtsuitdrukking
vrij accuraat imiteren
Voor slechts één imitatie consistente evidentie: uitsteken vd tong.
Imitatievaardigheden = de belangrijke basis voor sociale interacties in het latere leven.
Interactieve vaardigheden + responsen die zijn gedrag oproept bij de ouders moeten basis leggen
voor toekomstige sociale interacties.
Pasgeborene ≠ enkel fysieke en perceptuele vaardigheden ook sterk ontw sociale vaardigheden.
PWP
Infant Mental Health ook perspectief vh kind innemen
De eerste 1000 dagen: vanaf conceptie
blauwdruk (meerdere generaties) epigenetica
vb. invloed v toxische stress tijdens zwangerschap bepaalt temperament vd baby (reactiever stress-
responssysteem).
Aanmaak v cortisol kan impact hebben op foetus
hypergevoelig stressresponssysteem
Belang v sensitief-responsief ouderschap, co-regulatie en de zorg voor ouder én baby door de
context errond.
2
, H5 – De fysieke ontwikkeling in de babytijd (p140 – p173)
Leerplandoelstellingen
Beschrijven hoe het menselijk lichaam zich in de babytijd ontwikkelt.
Reflexen en hun bijdragen aan de motorische ontwikkeling beschrijven.
De ontwikkeling en coördinatie van motorische vaardigheden bij baby’s toelichten.
Uitleggen hoe ontwikkelingsnormen worden gehanteerd en geïnterpreteerd.
De visuele perceptievaardigheden van baby’s benoemen.
De auditieve perceptievaardigheden van baby’s benoemen.
Het vermogen van baby’s om te ruiken, proeven en voelen beschrijven.
Uitleggen wat multimodale perceptie is.
5.1) Groei en ontwikkeling
5.1.1) Fysieke groei: de snelle schreden van de babytijd
De groei van baby’s loopt in de
pas met de gewichtstoename. In
de 1ste twee jaar v zijn leven
begint de rest vh lichaam aan
een inhaalslag.
Hoewel de grootste toename v
lengte en gewicht toeneemt in
het 1ste levensjaar, blijven
kinderen hun hele baby- en
peutertijd sterk groeien.
Slinkende proporties bij
pasgeborenen vormt het hoofd
1/4 vh lichaam. Als de
volwassenheid bereikt is, slechts
1/8 vh gehele lichaam.
4 principes v groei:
Cefalocaudale Groei van boven naar beneden. Eerst het Vb: visuele vermogens ontwikkelen eerder dan
principe hoofd en bovenste lichaamsdelen, daarna het vermogen om te lopen.
rest vh lichaam. al aanwezig in baarmoeder: eerst ontw vh
Richting v groei hoofd, later pas die vd voeten
Proximodistale Principe dat de ontw zich vanuit het Vb: romp groeit en functioneert eerder dan
principe centrum v ons lichaam naar buiten toe armen/benen armen functioneren eerder dan
voltrekt. handen/vingers.
Principe van Eenvoudige vaardigheden ontw eerst Vb: een voorwerp vastgrijpen kan pas nadat het
hiërarchische afzonderlijk en worden later gecombineerd kind afzonderlijke vingerbewegingen beheerst.
integratie tot complexere vaardigheden.
Principe vd onafh Lichaamssystemen groeien in verschillend Vb: groei v lichaamsomvang, zenuwstelsel en
van systemen tempo. seksuele rijpheid verloopt volgens eigen patroon.
2