Leerplandoelstellingen
Aan het einde van H11 kun je:
De manieren waarop kinderen tijdens hun schooltijd groeien en de factoren die van invloed zijn op hun
groei beschrijven.
Uitleggen hoe de motorische ontwikkeling in de schooltijd verloopt.
Aan het einde van H12 kun je:
De theorie van Piaget over cognitieve ontwikkeling in de kindertijd weergeven.
Uitleggen hoe het geheugen zich ontwikkelt volgens benaderingen van informatieverwerking.
Een overzicht geven van de taalontwikkeling in de schoolleeftijd.
De trends benoemen die wereldwijd in invloed zijn op onderwijs.
De factoren weergeven die bijdragen aan positieve schoolresultaten voor kinderen.
Omschrijven hoe de morele ontwikkeling verloopt in de schooltijd.
Aan het einde van H13 kun je:
Uitleggen hoe kinderen in hun schooltijd een ander zelfbeeld ontwikkelen.
Het belang van eigenwaarde tussen het zesde en twaalfde levensjaar beargumenteren.
De stadia en de soorten vriendschappen die typerend zijn voor de schooltijd opsommen en beschrijven.
Het begrip ‘sociale competentie’ definiëren en de karaktereigenschappen benoemen die een kind populair
maken.
Beschrijven hoe sekse vriendschappen beïnvloedt.
Omschrijven wat de oorzaken van pesten kunnen zijn en hoe je pesten kunt beïnvloeden.
Enkele psychische problemen en gedragsproblemen toelichten waarvan kinderen in de schooltijd last
kunnen hebben.
De schooltijd (6 – 12j)
Schoolkind bevindt zich tussen de speelse, fantasierijke kleutertijd en de zelfstandige, abstract
denkende adolescentie.
= Brugperiode: minder afh v volwassenen, maar nog niet klaar voor autonomie en identiteitsvragen.
Kenmerkend: energiek, leergierig, zelfbewust, competitief, ijverig, rechtvaardigheidsgevoel
H11) De fysieke ontwikkeling in de schooltijd
11.1) Het groeiende lichaam
11.1.1) Fysieke groei
Groei tijdens de schooltijd = langzaam en gestaag (zonder grote sprongen)
Veranderingen in lengte en gewicht
Westerse kinderen groeien in de basisschool gem 5 tot 7 cm per jaar.
Levensperiode waarin meisjes fractie groter zijn dan jongens groeispurt bij meisjes eerder (10j)
2
, De jaarlijkse gewichtstoename = ong 3 kg.
Het gewicht gaat zich anders verdelen: het lichaam wordt gespierder en krachtiger.
ze verdubbelen hun kracht, de botten worden harder (=ossificatie) en jongens zijn door hun
grotere aantal spiercellen meestal sterker dan meisjes.
Grote individuele verschillen: 2 kinderen v 11j kunnen tot 20 cm verschillen in lengte.
De tandenwissel (5-6j) vervanging van melkgebit door definitieve tanden meer geprononceerde
onderkaak
11.1.2) Motorische vaardigheden: voortdurende verbetering
Lichaamsbesef: steeds beter overweg kunnen met hoe eigen lichaam beweegt in de ruimte, sneller en
trefzekerder in bewegingen en goede lichaamscontrole
Ook optimale oog-handcoördinatie + uitstekende reactiesnelheid
Grove motoriek
Een belangrijke vooruitgang is de verbeterde spiercoördinatie. (fietsen, schaatsen, zwemmen,…) +
toenemende elasticiteit
Verschillen tussen jongens en meisjes:
Oudere onderzoeken gingen ervan uit dat jongens steeds beter zouden presteren dan meisjes.
Recente bevindingen tonen echter dat verschillen in beide richtingen voorkomen:
Jongens (6–8 jaar): beter in mikken en van richting veranderen.
Meisjes: sterker in evenwichtsbeheersing.
De afwijking met vroegere studies kan verklaard worden door motivatie en verwachtingen.
Meisjes kregen vaker de boodschap slechter te zijn in sport, wat hun prestaties beïnvloedde.
Fijne motoriek
Verbetert sterk en maakt vaardigheden mogelijk zoals typen, schrijven en gedetailleerd tekenen.
Motorische precisie (knippen, veters strikken, constructiespelen,…)
o 6–7 jaar veters strikken, knopen vastmaken.
o 8 jaar beide handen onafhankelijk gericht gebruiken.
o 11–12 jaar objecten bijna even vaardig hanteren als volwassenen.
Er bestaan grote individuele verschillen in tempo en vlotheid.
Een belangrijke oorzaak van deze vooruitgang is de toename van myeline in de hersenen (6–8 jaar).
Doordat elektrische prikkels sneller bewegen, ontvangen spieren sneller boodschappen.
Kinderen kunnen hun spieren daardoor beter beheersen, verbetering vd motoriek.
De sociale voordelen van fysieke competentie
Sportieve vaardigheden beïnvloeden hoe kinderen zichzelf zien en hoe anderen hen zien.
Fysiek sterke of vaardige kinderen vaak meer geaccepteerd en aardiger gevonden.
Het verband tussen fysieke competentie en populariteit is sterker bij jongens dan bij meisjes door
sociale normen waarbij jongens meer waardering krijgen voor fysieke kracht.
Bij meisjes spelen fysieke prestaties een kleinere rol, al veranderen deze normen langzaam.
2