100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting PITLO + HC

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
103
Geüpload op
22-12-2025
Geschreven in
2025/2026

Stappenplannen, complete samenvatting van het boek van PITLO Deel 3, de hoorcollege's en de arresten.

Instelling
Vak













Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
22 december 2025
Aantal pagina's
103
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting HC en PITLO deel 3

Inhoudsopgave
Week 1 Object en Subject...............................................................................2
Goederen........................................................................................................................ 2
Onroerende zaken 3:3 lid 1 BW......................................................................................2
Roerende zaken 3:3 lid 2 BW.......................................................................................... 3
Registergoederen 3:10 BW............................................................................................. 3
Bestanddelen 3:4 BW...................................................................................................... 3
Natrekking en zaaksvorming.......................................................................................... 3
Juridische scheiding........................................................................................................ 4
Vruchten......................................................................................................................... 4
Algemeenheid van goederen; inboedel...........................................................................4
Beperkte rechten 3:8 BW................................................................................................ 5
Afhankelijke rechten 3:7 BW........................................................................................... 6
Zaaksgevolg................................................................................................................... 6
Vordering op naam, aan order en aan toonder...............................................................6
Eigendom, bezit en houderschap....................................................................................6

Week 2: Creëren, produceren, repareren, toevoegen en afscheiden..................6
Verkrijg en verlies van goederen; 3:80 BW.....................................................................6
Eigendom 5:1 BW......................................................................................................... 10
Natrekking, vermenging en zaaksvorming 5:14-5:16 BW.............................................15
Eigendomsverlies van roerende zaken ........................................................................18
Eigendom onroerende zaak (van grond).......................................................................19
Eigendom van de Staat en van openbare lichamen (art. 5:24- 28 BW) .......................19

Week 3: Wat zit er ‘in’ een goederenrechtelijk recht......................................20
Gemeenschappen......................................................................................................... 20
Erfpacht........................................................................................................................ 34

Week 4: Samen is moeilijker dan alleen.........................................................51
De gemeenschap.......................................................................................................... 51
Bijzondere gemeenschap 3:189 BW..........................................................................53
Appartementsrecht 5:106 BW e.v. (vorm van bijzondere gemeenschap)..................54
Verdeling van de gemeenschap....................................................................................57

Week 5 De overdracht en haar bijzonderheden..............................................59
Onoverdraagbaarheid 3:83 lid 1 BW: eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten
..................................................................................................................................... 59

, Bezit en houderschap................................................................................................... 62
Vertegenwoordiging tussenpersoon..............................................................................62

Week 6 Fiduciaire verhoudingen en derdenbescherming................................64
Voorwaardelijke overdracht..........................................................................................64
Groningerakte............................................................................................................... 64
Derdenbescherming..................................................................................................... 65
Levering c.p.................................................................................................................. 65
De vereisten van 3:99 lid 1 BW (verkrijgende verjaring, te goeder trouw)....................69

Week 9 Leverancierskrediet..........................................................................72
Voorwaardelijke overdracht..........................................................................................73
Huurkoop en lease........................................................................................................ 76

Week 10 Verhaal en retentie.........................................................................76
Algemene bepalingen pand- en hypotheekrecht..........................................................78
Pandrecht op roerende zaken, niet-registergoederen...................................................81
Pandrecht op vorderingen op naam..............................................................................83
Hypotheek.................................................................................................................... 84
Voorrechten (staat er nu dubbel in)..............................................................................86
Retentierecht................................................................................................................ 89

Week 11 + 12 Uitwinning zekerheden en bodemvoorrecht..............................90
Uitwinning..................................................................................................................... 90
Rangorde...................................................................................................................... 91
Hoofdlijnen verhaalsbeslag........................................................................................... 92
Bijzonderheden verhaalsbeslag....................................................................................95
Faillissement................................................................................................................. 97
Positie van de fiscus................................................................................................... 101




1

,Week 1 Object en Subject
Goederen
Goederen is een verzamelbegrip: aller zaken en vermogensrechten op grond van 3:1
BW.
Zaken 3:2 BW: zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten 3:2
BW. De zaak hoeft niet aan iemand toe te behoren, dus ook een ‘res nullius’ is een
zaak. Zij is voor menselijke beheersing vatbaar en dus ook mogelijk aan voorwerp van
eigendom. Object is een synoniem van voorwerp. Vrijwel alles is voor menselijke
beheersing vatbaar, maar niet de zee of de lucht (wel weer lucht in een zuurstoftank).
Een ander voorbeeld is HR Beeldbrigade: computerbestanden zijn geïndividualiseerd
en de koper kan de feitelijke macht uitoefenen erover. Daarentegen is dit niet
stoffelijk, aangezien dit enkel kan zien op de computer zelf en niet op de gedownloade
inhoud.

Vermogensrechten; goodwill 3:6 BW: zijn rechten die, hetzij afzonderlijk, hetzij
tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn of ertoe strekken de rechthebbende
stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het
vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel. Voorbeelden van vermogensrechten zijn:
rechten op zaken zoals alle beperkte rechten, rechten op prestaties, rechten op
dergelijke rechten zoals vruchtgebruik op een vordering etc.
- Eigendomsrecht is een vermogensrecht 5:1 BW en het meest omvattende recht
dat een persoon op een zaak kan hebben.
- Goodwill is een optelsom van het vermogen van het bedrijf als geheel. Goodwill
wordt overgedragen, maar niet als vermogen beschouwd.

Onroerende zaken 3:3 lid 1 BW
De onderscheiding is van belang om te bepalen welke eigendomsbepalingen van
toepassing zijn, titel 5.2 of 5.3. Ook is er een bijzondere bepaling voor de levering van
de onroerende zaken 3:89 BW. De wet bestempeld onroerend als de grond, nog niet
gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, het zij rechtstreeks,
hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.

Voor het antwoord op de vraag of een gebouw of werk duurzaam met de grond is
verenigd, is bepalend of het naar aard en inrichting duurzaam is bestemd ter plaatse te

2

,blijven. Bij de beoordeling van dit laatste moet worden gelet op de bedoeling van de
bouwer, doch alleen voor zover deze naar buiten toe kenbaar is. De verkeersopvatting
kan als hulpbron in aanmerking worden genomen, doch zij vormt geen zelfstandige
beoordelingsmaatstaf. De technische mogelijkheid om een gebouw of werk te
verplaatsen speelt geen rol (HR Portacabin, HR Havenkranen en HR Woonark) p.1
rijtjes

Roerende zaken 3:3 lid 2 BW
Alles dat niet onroerend is. Levering roerende zaak geschiedt door bezitsverschaffing
3:90 BW, tevens maakt het uit voor de fiscaliteit 5:70 BW.

Registergoederen 3:10 BW
Registergoederen zijn goederen welker overdracht of vestiging inschrijving in de daartoe
bestemde openbare registers noodzakelijk is. Een belangrijk registergoed zijn de
onroerende zaken. De categorie registergoed is vooral van belang voor overdracht en
verjaring. Drie vereisten: er moet een register bestaan waarin de vestiging of een
overdracht van het goed kan worden ingeschreven, dat register moet openbaar zijn en de
inschrijving in het register moet voor de vestiging of overdracht constitutief zijn (vestiging
of overdracht treedt pas na inschrijving in).

Bestanddelen 3:4 BW
Bestanddelen zijn hetgeen dat volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van een
zaak. Bestanddelen zijn geen zaken in de zin van het recht omdat zij geen zelfstandig
bestaan leiden. Door het afbreken van de poten van een tafel, het zadel van de fiets of
het slopen van een huis kunnen dergelijke onderdelen de band met de grotere zaak
verliezen en weer zelfstandig worden. Als een bel op een fiets wordt gemonteerd dan
verliest de bel de zelfstandigheid en hoort het bij de grotere zaak, de fiets. Of iets een
bestanddeel is of niet, maakt veel uit, want volgens 5:3 BW is de eigenaar van de
hoofdzaak ook eigenaar van alle bestanddelen. Of een bestanddeel een zaak is wordt
beoordeeld aan de hand van de verkeersopvatting van 3:4 lid 1 BW:
- Verkeersopvatting van lid 1. Denk aan een machine in een fabrieksgebouw.
Het komt erop neer wat de verkeersopvatting ten aanzien van de feitelijke
samenhang tussen gebouw en machine meebrengt: of gebouwen en machine in
constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd dan wel of het gebouw – als
fabrieksgebouw – bij het ontbreken van de machine als onvoltooid moet worden
beschouwd (HR Depex/Curatoren van Bergel).
o Wat wel tot het gebouw behoord: cv-ketel, lampen, elektriciteitskabels en
nooduitgangsbord.
- Fysieke criterium van lid 2. Als je iets alleen kan losmaken door er schade aan
toe te brengen dan is het een bestanddeel en dus één zaak. Wordt aan dit
criterium voldaan, dan is de invulling van de verkeersopvatting niet meer nodig
(HR UTB Glencore: Zalco II)

Doorbreking van de hoedanigheid van bestanddeel:
- Afscheiding
- Opstalrecht 5:101 BW
- Mandeligheid 5:60 BW, want gemeenschappelijke heggen of scheidsmuren zijn
zelfstandig en dus niet vatbaar voor overdracht

Natrekking en zaaksvorming
Natrekking 5:14 BW: het verschijnsel dat een voorwerp zijn zakenrechtelijke
zelfstandigheid verliest doordat het bestanddeel wordt van en andere zaak.



3

,Zaaksvorming 5:16 BW: wordt van meerdere voorwerpen een voorwerp met een
geheel nieuwe identiteit gevormd.
LET OP: Hadden de voorwerpen verschillende eigenaars, dan kan de natrekking
respectievelijk zaaksvorming wijziging in de eigendomssituatie ten gevolge hebben. Dit
wordt geregeld in 5:14 e.v. BW voor roerende zaken en in 5:20 BW voor onroerende
zaken. Bij de eigenaar van de grond vindt eigendomsverkrijging plaats door natrekking
van de grond.

Juridische scheiding
Bij roerende zaken kan de natrekking niet worden doorbroken. Hoogstens kan het
voorkomen dat geen van de zaken als hoofdzaak kan worden aangewezen; dan ontstaat
er mede-eigendom bij verschillende eigenaars 5:14 lid 2 BW. Bij onroerende zaken is
daarentegen een juridische scheiding van de eigendom wel mogelijk. Het recht van opstal
kan de bestande zakenrechtelijke eenheid tussen grond en bovenbouw doorbreken 5:101
jo 5:20 BW. Dus een gebouw kan een andere eigenaar hebben dan de ondergrond.

Vruchten
Natuurlijke vruchten (art. 3:9, lid 1 en 4 BW) – dit zijn zaken die volgens
verkeersopvatting als vruchten van andere zaken worden aangemerkt, bijv. appels van
een appelboom.
Burgerlijke vruchten (art. 3:9, lid 2 en 4 BW) – dit zijn rechten die volgens
verkeersopvatting als vruchten van goederen worden aangemerkt, zoals rente en
huurpenningen.

Het onderscheid tussen natuurlijke en burgerlijke vruchten kan worden gemaakt aan de
hand van de verkeersopvatting (HR Hollanders Kuikenbroederij).

Algemeenheid van goederen; inboedel
Goederenrechtelijke status. Er zijn zaken of goederen die een eenheid vormen
vanwege de gemeenschappelijke bestemming die zij hebben (kudde schapen). De vraag
is of zij juridisch ook als eenheid dienen worden te beschouwd. De wet bepaalt hier niets
over. Verbintenisrechtelijk is het wel mogelijk om dergelijke eenheidshandelingen te
verrichten. Denk aan een nalatenschap verkopen zonder ieder goed afzonderlijk te
vermelden. Het is voldoende als kan worden bepaald waartoe men zich verbindt (art.
6:227 BW). Goederenrechtelijk is de hoofdregel dat het vermogenscomplex niet meer is
dan een verzameling van goederen en eventuele schulden. De individuele goederen
dienen afzonderlijk te worden geleverd naar de eigen vereisten.

Art. 4:183 BW: actie waarmee nalatenschap als geheel kan worden gevorderd (hereditatis
petitio). Dit is in zekere zin een goederenrechtelijke behandeling van de nalatenschap als
eenheid, omdat de erfgenaam de tot de nalatenschap behorende goederen niet stuk voor
stuk door revindicatie (art. 5:2 BW) of bezitsactie (art. 3:125 BW) moet opeisen (dat is
normaal wel vereist, Potjarst/Serrée r.o 3.7).

Gemeenschappen. Dit is een soort vermogenscomplex dat in bepaalde opzichten als
geheel wordt behandeld. De regels zijn toegespitst op de positie van de gerechtigden
(deelgenoten). Deze zijn grotendeels goederenrechtelijk van aard, maar betekent nog
steeds dat ieder aandeel in een goed afzonderlijk moet worden geleverd.

Rechtspersoon. Dit is een bijzonder soort rechtssubject: de economisch gerechtigden
wisselen tot zijn vermogen, terwijl in juridisch opzicht het vermogen steeds blijft
toebehoren aan dezelfde rechtspersoon. Bij vervreemding dienen weer de afzonderlijke



4

, goederen en verplichtingen onderverdeeld te worden. Toch kan het wel voorkomen dat de
wet de rechtspersoon als eenheid ziet, denk aan art. 2 Handelsnaamwet.

Inboedel. Art. 3:5 BW beschrijft de inboedel als het geheel van tot huisraad en tot
stoffering en meubilering van een woning dienende roerende zaken.

Onderscheid tussen absolute en relatieve rechten; kwalitatieve rechten
Absoluut recht: een recht op een goed, dat iedereen moet respecteren. De gerechtigde
heeft ook speciale acties tegen iedere schending van zijn recht.
Relatief recht: een vordering die slechts geldt tegen een of enkele personen en alleen
de wederpartij van de gerechtigden zijn vorderingsrecht kan schenden.

Onderscheid in faillissement. Een relatief gerechtigde (relatieve verbintenis) kan
alleen zijn recht tegen de failliet uitoefenen en deze is in beginsel gelijk met de rechten
van andere crediteuren 3:277 BW. Een absoluut gerechtigde (absoluut eigendomsrecht)
heef een recht die hij tegenover iedereen kan uitoefenen  seperatisenpositie. Bij een
pand- of hypotheekrecht kan de absoluut gerechtigde het object executeren alsof er geen
faillissement is artikel 57 Fw.

Een vordering kan voorwerp van een absoluut recht zijn. De vordering zelf geeft
de crediteur een relatief recht tegen een persoon, de absoluut gerechtigde heeft een
recht op de vordering. Hij kan de vordering bijvoorbeeld verpanden en heeft daardoor de
rechten van een pandhouder, crediteur is hij niet.

Tegenwoordige en toekomstige goederen
- Absoluut (objectief) toekomstig: goederen die in het geheel nog niet bestaan.
De bestanddelen zijn ook als absoluut toekomstige goederen aan te merken.
- Relatief (subjectief) toekomstig: bestaande goederen die nog niet tot het
vermogen behoren van degene die deze goederen als toekomstig aanduidt,
oftewel: bestaande goederen waarbij de vervreemder nog niet
beschikkingsbevoegd is.

- Enkel toekomstige goederen: niet bestaande goederen uit een
rechtsverhouding die al wel bestaat.
- Dubbel toekomstige goederen: nog niet bestaande goederen uit een
rechtsverhouding die nog niet bestaat.

Beperkte rechten 3:8 BW
Een beperkt recht is afgeleid uit een meeromvattend recht dat met een beperkt recht is
bezwaard  het is afgesplitst van het moederrecht (afgeleid uit het eigendomsrecht). Je
kunt nooit een beperkt recht vestigen met meerder rechten dat je zelf hebt, nemo-
plusbeginsel.
Niet ieder beperkt recht kan op een ander beperkt recht worden gevestigd.
 Een erfpachtrecht, erfdienstbaarheid en opstal kan je alleen vestigen op een
onroerende zaak
 Een erfpacht recht is geen zaak, dus het is geen onroerende zaak. Een erfpacht
recht kan je dus ook niet vestigen op een erfpacht recht.
 Als je wil stapelen dan zul je het beperkte recht van ‘C’ (de derde gestapelde)
uit boek 3 moeten halen, hier gaat het namelijk over goederen: vrucht, pand
en hypotheek.
 Ezelsbruggetje: boek 5 op boek 5 kan niet!



5
$12.68
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
celestehengeveld

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
celestehengeveld Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen