Samenvatting Evidence-Based kritisch handelen
1 INTRODUCTIE
Boek kennen handelingsgerichte diagnostiek (Pameijer, …)
- Samenvatting op canvas dat niet voldoende is
Extra hoofdstukken op canvas leren
2 IN DIAGNOSTIEK EN PRAKTIJK
2.1 IN DIAGNOSTIEK
In de diagnostiek wordt het model van handelingsgerichte diagnostiek
(HGD) aangebracht en bestudeerd. HGD is ontwikkeld binnen de
jeugdhulpverlening maar het is ook toepasbaar in andere contexten. Het
model is leeg en wordt ingevuld door de content
2.2 IN BEHANDELING
Evidence-based hulpverlenen
Veel methodes maar er zijn er maar enkele die effectief zijn
Doel is kennis van effectieve (geprotocolleerde) behandelwijzen uit
de klinische psychologie en de orthopedagogiek te vergroten (is niet
kunnen toepassen)
2.2.1 Definitie
“diagnostiek is een zoek- en beslissingsproces waarbij de diagnosticus
problemen onderkent en analyseert in dialoog met de cliënt en zijn
omgeving. De diagnosticus zoekt naar mogelijke verklaringen voor de
problemen met als doel het geven van een advies dat gericht is op het
oplossen van die problemen. Het begin is de hulpvraag van de cliënt of de
problemen door de cliënt of diens omgeving gesignaleerd”
Diagnostiek zorgt voor het verzamelen van info met als doel een
verantwoorde besluitvorming en het geven van advies
Meerdere rollen van de diagnosticus:
Expert in gedragswetenschappen
- Nadenken over hoe er antwoord kan komen op de vraag van de
cliënt
- Andere vakken nodig om inhoud te geven over hoe we dit precies
doen
Partner in dialoog met de cliënt
- Niet positioneren als een expert maar luisteren naar de cliënt
- Cliënt moet mee zijn zodat de behandeling werkt
, Verdediger van de belangen van het kind
- Kind moet centraal staan, elke vraag moet in functie staan van
het kind
2.2.2 Kwaliteit en wetenschappelijkheid
De kwaliteit wordt bedreigd door:
Geen systematische procedures en consistente werkwijze
- Systematische werkwijze verhoogd de kans dat je dezelfde
uitkomst krijgt bij verschillende psychologen
- Mogen ons buikgevoel niet volgen
Meer gegevens worden verzameld dan noodzakelijk en info wordt
niet benut
- Moeten gericht kijken welke info nodig is
Hypothesen blijven impliciet en niet correct getoetst
- gericht hypotheses formuleren zodat de vraagstelling begrepen
wordt en je ze kan toetsen
Beslissingscriteria worden niet geëxpliciteerd
- Bv bij lager dan 70 IQ zwak begaafd, moeten op voorhand
bekijken waar we de grens leggen om een beslissing te maken
Diagnosticus blijven vasthouden aan het eerste idee en stellen
steeds dezelfde diagnoses (zie oordeelsfouten)
- Gaat andere gedragingen in het perspectief bekijken als je eerste
idee, kan fouten maken op basis van het eerste oordeel
Adviezen zijn niet bruikbaar, niet herkend en versplinterd
- Adviezen moeten afgesteld zijn op de cliënt
Geen antwoord op de hulpvraag van de cliënt
We kunnen deze zaken oplossen of toch de kans verkleinen door de
werken met een handelingsgericht model
2.3 BESLIS- EN OORDEELSFOUTEN
We mogen echter niet vergeten dat we als psycholoog mensen zijn,
mensen zijn kwetsbaar voor biases en oordeelsfouten.
Confirmation Bias: Richt zich op het zoeken en interpreteren van
informatie die bestaande overtuigingen bevestigt.
Belief Perseverance: Richt zich op het vasthouden aan
overtuigingen, zelfs wanneer deze overtuigingen worden weerlegd
door nieuw bewijs
Gaan foute correlaties zien door situaties die toevallig samen
voorkomen
Belief perseverance: Vasthouden aan juistheid van eigen mening ondanks
informatie die dit ontkracht of weerlegt
Confirmation bias: Er wordt voornamelijk informatie die consistent is met
de eigen visie gezocht of onthouden
,Primacy effect: Informatie die het eerst wordt verkregen, die levendig is,
emoties oproept of mondeling werd verkregen zal meer doorwegen in
keuzeprocessen
Excessive data collection: Er wordt veel informatie verzameld die niet
noodzakelijk relevant is
Search for the exotic: Zoeken naar het buitengewone. Dit resulteert in o.a.
de neiging om de prevalentie van weinig voorkomende problemen te
overschatten
Illusory correlation: Het veronderstellen van verbanden die niet bestaan
Overconfidence in own capability: Overschatten van de kwaliteit van
eigen oordeelvermogen
2.4 PRAKTIJK-WETENSCHAPPER EN WETENSCHAPPELIJKE
DIAGNOSTIEK
We hebben 2 belangrijke modellen om aan
diagnostiek te doen
Empirische cyclus van de Groot
Regulatieve cyclus van Van Strien
Beide deze modellen werken met hypothese, deze
zijn gebaseerd op wetenschappelijke theorieën
(deductie) en sluiten aan op informatie over de
cliënt (inductie).
2.4.1 Wetenschappelijke diagnostiek
Het wordt wetenschappelijker naarmate men
Explicieter werkt met theorieën en verschillende theorieniveaus met
elkaar in verband brengt
Weet waarom hij in bepaalde gevallen kiest voor welke theorie en
niet voor een andere
De denkstappen vastlegt die hebben geleid tot advies (link moet
duidelijk zijn)
De waarde van de theorieën onderzoekt voor de problemen waar ze
betrekking op hebben en de effecten van de ingrepen
De resultaten van eigen werk uitwisselt met collega’s
(samenwerking)
2.5 UITGANGSPUNTEN HGD
Doelgericht:
Het is geen doel maar een middel om de vraag van een cliënt te
beantwoorden
, Willen info verzamelen dat nodig is zodat we advies kunnen geven
geen info verzamelen zonder reden
Als we deze info zouden hebben dan kunnen we hier achter komen
als dan principe om zodat we nadenken over welke info nodig is
Bruikbaar advies geven
- Kijken naar de wenselijke oplossing van de cliënt
- Houdt rekening met spanning tussen klasgroep en individu
- Attributies van problemen: kijken welke oorzaak (intern of
extern) de cliënt geeft een bepaalde problemen
- Gericht op veranderbare kenmerken
Transactioneel kader:
Niet alleen kijken naar de cliënt, de omgeving speelt een grote rol
Afstemmen tussen kind en ouder
Niet alleen focussen op de cliënt zelf maar kijken hoe die
functioneert in zijn omgeving
Samenwerking is belangrijk:
Praten met de cliënt en niet alleen over de cliënt
Gebruik van meta-communicatie (het doel van dit gesprek is voor
mij …, ik vraag u naar … want als we dit weten dan …)
Iedereen mag aan woord komen (zeker als het gaat over kinderen)
Oog voor positieve aspecten en deze benutten:
Tijdens het proces ook vragen en in kaart brengen van positieve
aspecten van de cliënt
- Tegengewicht voor het negatieve beeld tijdens de diagnostiek
Zicht krijgen op positieve aspecten door een positieve dynamiek in
het onderzoek te brengen
Systematische en transparante procedures:
Volgens een procesmodel bestaand uit verschillende fasen
gebaseerd op de empirische cyclus van de Groot (1961)
Verschillende vragen zijn geassocieerd met verschillende analyses:
- Klachtenanalyse – vraag om verheldering - verheldering
- Probleemanalyse – onderkennende vraag -
classificatie
- Verklaringsanalyse – verklarende vraag -verklaring
- Indicatieanalyse – indicerende vraag –
aanbeveling/advies-veranderingsgericht-
evaluerend
Behoeften van de cliënt en context:
Kijken naar beide kanten en zien wat je kan doen om
te helpen
1 INTRODUCTIE
Boek kennen handelingsgerichte diagnostiek (Pameijer, …)
- Samenvatting op canvas dat niet voldoende is
Extra hoofdstukken op canvas leren
2 IN DIAGNOSTIEK EN PRAKTIJK
2.1 IN DIAGNOSTIEK
In de diagnostiek wordt het model van handelingsgerichte diagnostiek
(HGD) aangebracht en bestudeerd. HGD is ontwikkeld binnen de
jeugdhulpverlening maar het is ook toepasbaar in andere contexten. Het
model is leeg en wordt ingevuld door de content
2.2 IN BEHANDELING
Evidence-based hulpverlenen
Veel methodes maar er zijn er maar enkele die effectief zijn
Doel is kennis van effectieve (geprotocolleerde) behandelwijzen uit
de klinische psychologie en de orthopedagogiek te vergroten (is niet
kunnen toepassen)
2.2.1 Definitie
“diagnostiek is een zoek- en beslissingsproces waarbij de diagnosticus
problemen onderkent en analyseert in dialoog met de cliënt en zijn
omgeving. De diagnosticus zoekt naar mogelijke verklaringen voor de
problemen met als doel het geven van een advies dat gericht is op het
oplossen van die problemen. Het begin is de hulpvraag van de cliënt of de
problemen door de cliënt of diens omgeving gesignaleerd”
Diagnostiek zorgt voor het verzamelen van info met als doel een
verantwoorde besluitvorming en het geven van advies
Meerdere rollen van de diagnosticus:
Expert in gedragswetenschappen
- Nadenken over hoe er antwoord kan komen op de vraag van de
cliënt
- Andere vakken nodig om inhoud te geven over hoe we dit precies
doen
Partner in dialoog met de cliënt
- Niet positioneren als een expert maar luisteren naar de cliënt
- Cliënt moet mee zijn zodat de behandeling werkt
, Verdediger van de belangen van het kind
- Kind moet centraal staan, elke vraag moet in functie staan van
het kind
2.2.2 Kwaliteit en wetenschappelijkheid
De kwaliteit wordt bedreigd door:
Geen systematische procedures en consistente werkwijze
- Systematische werkwijze verhoogd de kans dat je dezelfde
uitkomst krijgt bij verschillende psychologen
- Mogen ons buikgevoel niet volgen
Meer gegevens worden verzameld dan noodzakelijk en info wordt
niet benut
- Moeten gericht kijken welke info nodig is
Hypothesen blijven impliciet en niet correct getoetst
- gericht hypotheses formuleren zodat de vraagstelling begrepen
wordt en je ze kan toetsen
Beslissingscriteria worden niet geëxpliciteerd
- Bv bij lager dan 70 IQ zwak begaafd, moeten op voorhand
bekijken waar we de grens leggen om een beslissing te maken
Diagnosticus blijven vasthouden aan het eerste idee en stellen
steeds dezelfde diagnoses (zie oordeelsfouten)
- Gaat andere gedragingen in het perspectief bekijken als je eerste
idee, kan fouten maken op basis van het eerste oordeel
Adviezen zijn niet bruikbaar, niet herkend en versplinterd
- Adviezen moeten afgesteld zijn op de cliënt
Geen antwoord op de hulpvraag van de cliënt
We kunnen deze zaken oplossen of toch de kans verkleinen door de
werken met een handelingsgericht model
2.3 BESLIS- EN OORDEELSFOUTEN
We mogen echter niet vergeten dat we als psycholoog mensen zijn,
mensen zijn kwetsbaar voor biases en oordeelsfouten.
Confirmation Bias: Richt zich op het zoeken en interpreteren van
informatie die bestaande overtuigingen bevestigt.
Belief Perseverance: Richt zich op het vasthouden aan
overtuigingen, zelfs wanneer deze overtuigingen worden weerlegd
door nieuw bewijs
Gaan foute correlaties zien door situaties die toevallig samen
voorkomen
Belief perseverance: Vasthouden aan juistheid van eigen mening ondanks
informatie die dit ontkracht of weerlegt
Confirmation bias: Er wordt voornamelijk informatie die consistent is met
de eigen visie gezocht of onthouden
,Primacy effect: Informatie die het eerst wordt verkregen, die levendig is,
emoties oproept of mondeling werd verkregen zal meer doorwegen in
keuzeprocessen
Excessive data collection: Er wordt veel informatie verzameld die niet
noodzakelijk relevant is
Search for the exotic: Zoeken naar het buitengewone. Dit resulteert in o.a.
de neiging om de prevalentie van weinig voorkomende problemen te
overschatten
Illusory correlation: Het veronderstellen van verbanden die niet bestaan
Overconfidence in own capability: Overschatten van de kwaliteit van
eigen oordeelvermogen
2.4 PRAKTIJK-WETENSCHAPPER EN WETENSCHAPPELIJKE
DIAGNOSTIEK
We hebben 2 belangrijke modellen om aan
diagnostiek te doen
Empirische cyclus van de Groot
Regulatieve cyclus van Van Strien
Beide deze modellen werken met hypothese, deze
zijn gebaseerd op wetenschappelijke theorieën
(deductie) en sluiten aan op informatie over de
cliënt (inductie).
2.4.1 Wetenschappelijke diagnostiek
Het wordt wetenschappelijker naarmate men
Explicieter werkt met theorieën en verschillende theorieniveaus met
elkaar in verband brengt
Weet waarom hij in bepaalde gevallen kiest voor welke theorie en
niet voor een andere
De denkstappen vastlegt die hebben geleid tot advies (link moet
duidelijk zijn)
De waarde van de theorieën onderzoekt voor de problemen waar ze
betrekking op hebben en de effecten van de ingrepen
De resultaten van eigen werk uitwisselt met collega’s
(samenwerking)
2.5 UITGANGSPUNTEN HGD
Doelgericht:
Het is geen doel maar een middel om de vraag van een cliënt te
beantwoorden
, Willen info verzamelen dat nodig is zodat we advies kunnen geven
geen info verzamelen zonder reden
Als we deze info zouden hebben dan kunnen we hier achter komen
als dan principe om zodat we nadenken over welke info nodig is
Bruikbaar advies geven
- Kijken naar de wenselijke oplossing van de cliënt
- Houdt rekening met spanning tussen klasgroep en individu
- Attributies van problemen: kijken welke oorzaak (intern of
extern) de cliënt geeft een bepaalde problemen
- Gericht op veranderbare kenmerken
Transactioneel kader:
Niet alleen kijken naar de cliënt, de omgeving speelt een grote rol
Afstemmen tussen kind en ouder
Niet alleen focussen op de cliënt zelf maar kijken hoe die
functioneert in zijn omgeving
Samenwerking is belangrijk:
Praten met de cliënt en niet alleen over de cliënt
Gebruik van meta-communicatie (het doel van dit gesprek is voor
mij …, ik vraag u naar … want als we dit weten dan …)
Iedereen mag aan woord komen (zeker als het gaat over kinderen)
Oog voor positieve aspecten en deze benutten:
Tijdens het proces ook vragen en in kaart brengen van positieve
aspecten van de cliënt
- Tegengewicht voor het negatieve beeld tijdens de diagnostiek
Zicht krijgen op positieve aspecten door een positieve dynamiek in
het onderzoek te brengen
Systematische en transparante procedures:
Volgens een procesmodel bestaand uit verschillende fasen
gebaseerd op de empirische cyclus van de Groot (1961)
Verschillende vragen zijn geassocieerd met verschillende analyses:
- Klachtenanalyse – vraag om verheldering - verheldering
- Probleemanalyse – onderkennende vraag -
classificatie
- Verklaringsanalyse – verklarende vraag -verklaring
- Indicatieanalyse – indicerende vraag –
aanbeveling/advies-veranderingsgericht-
evaluerend
Behoeften van de cliënt en context:
Kijken naar beide kanten en zien wat je kan doen om
te helpen