4 VWO
Leven in een Broeikas 1.
De zon is de motor van het klimaatsysteem. De zon stuurt veel kortgolvige
straling naar de aarde toe Zichtbaar licht. Echter, niet alle straling komt
door de atmosfeer heen.
De inkomende straling van de zon:
20% van de straling wordt door stoffen opgenomen in de
atmosfeer.
25% van de straling wordt door wolken en allerlei vaste deeltjes
teruggekaatst naar de ruimte.
5% van de straling vindt plaats op het aardoppervlak zelf. Reflectie
vooral groot bij 1. Lage invalshoek & 2. Licht kleurige
aardoppervlakken.
Uiteindelijk wordt gemiddeld 50% door het aardoppervlak
geabsorbeerd Opwarming van het aardoppervlak
De opgewarmde arde zendt ook straling uit die je niet kunt zien, maar die
je voelt als warmte.
Uitgaande straling van de aarde:
10% van deze straling verdwijnt naar de ruimte.
90% van deze straling wordt geabsorbeerd door de atmosfeer
(natuurlijk) Broeikaseffect.
Stralingsoverschot en stralingstekort:
Stralingsbalans: Het saldo van alle inkomende en uitgaande straling
op een bepaalde plaats. Kan positief of negatief zijn
(stralingsoverschot & stralingstekort)
De invalshoek van de straling van de zon bepaalt de
stralingsdichtheid:
De hoeveelheid zonnestraling die per oppervlakte-eenheid de
atmosfeer binnenkomt. 90º
Doordat de invalshoek op hogere breedten lager is, ontstaat er een
stralingstekort. 50º
! Door het continu streven naar evenwicht in de energiebalans van de
aarde, ontstaat transport van warmte en kou.
Terugkoppelingsmechanismen:
Mechanismen die het warmer worden van het klimaat versterken
(Positiefmechanisme) of verzwakken (negatief mechanisme).
, Positief: Opwarming Ijs smelt Minder reflectie Meer absorptie
Opwarming
Negatief: Opwarming Meer verdamping Meer wolken Meer
reflectie Minder opwarming
Verschillende stoffen:
O3 – De ozonlaag bestaat hieruit
O2 – Zuurstofmoleculen, die door zonlicht gesplitst kunnen worden
tot O
O – Zuurstofatomen die samengevoegd kunnen worden tot O3
H2O, CO2 en CH4 – Spelen belangrijke rol bij de absorptie van de
straling van de zon
Warmtetransport door de atmosfeer 2.
Luchtbewegingen zorgen voor het transport van warmte en kou over de
aarde. Wanneer er verschil in temp aanwezig is op het aardoppervlak
ontstaat: atmosferische circulatie/mondiale windsystemen.