100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

COMPLETE samenvatting Belastingheffing van concerns

Rating
-
Sold
-
Pages
36
Uploaded on
20-12-2025
Written in
2025/2026

Duidelijke en overzichtelijke samenvatting voor het vak Belastingheffing van concerns! Met de belangrijkste begrippen dikgedrukt, de belangrijkste rechtsoverwegingen van de arresten en handige stappenplannen is dit álles wat je moet weten om dit vak te halen! Zie voor meer samenvattingen/aantekeningen van andere vakken van de master Fiscaal recht aan de UvA mijn overige uploads.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 20, 2025
Number of pages
36
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Week 1 Fraus legis, winstdrainage en renteaftrekbeperkingen

Winstdrainage: draineren van de winst/belastbare grondslag. Wordt gebruikt als techniek
door belastingplichtigen om minder Vpb te betalen.

Fraus legis: gekunsteld iets doen om de belastinglast te verminderen, dus zonder
bedrijfseconomische overwegingen, in strijd met strekking en doel van de wet, dus wordt
genegeerd. Ook wel wetsontduiking, rechtsmisbruik om oneerlijke voordelen te behalen of
de af te dragen belasting te verlagen. Antimisbruikleerstuk ontwikkeld door de HR, is een
uiterst redmiddel om gekunstelde belastingbesparende constructies te bestrijden. Art. 10a
Wet Vpb vloeit hieruit voort en is een specifieke bepaling tegen winstdrainage. Kennen een
soort fraus legis leerstuk in art. 29i Wet Vpb (Europese variant). Het gekunstelde wordt
gecorrigeerd door de kunstmatige rechtshandeling te negeren (eliminering) of wat je ziet
vervangen door wat meer aansluit bij de werkelijkheid, dus een meer passende
rechtshandeling en daar de fiscale gevolgen op te baseren (substitutie). Mogelijk als:
● Motiefvereiste (subjectief) → gaat om de intentie/het oogmerk van
belastingplichtige. Belastingbesparing als doorslaggevend motief, dus
alleen uit fiscale overwegingen. Het bereiken van een aanzienlijke
belastingbesparing is de enige/overwegende beweegreden,
belastingplichtige heeft als hoofddoel om belastingvoordeel te
bewerkstelligen.
● Normvereiste (objectief) → toekennen van dat voordeel zou in strijd zijn met
doel en strekking van:
○ Art. 10a (dus truc om 10a te omzeilen), of
○ De wet als geheel → hiervoor kijken naar wat de bedoeling is van de
wet, dus bv naar parlementaire stukken of het Unierecht.

Interne verhanging: bij het verhangen van een vennootschap gebeurt er niks aan de
activakant, aan de passivakant wordt alleen het EV omgezet in VV. In de plaats van de
winstreserves komt dus een schuld, wat niet leidt tot extra investeringen of winst, maar tot
alleen een rentelast.

Hoofdregel renteaftrek vóór 10a:
1. Toegang tot de Vpb? → binnenlands belastingplichtige in NL, BV (art. 1 jo 2
(lid 1 sub a) jo 3 jo 7 jo 8 Wet Vpb). CV’s zijn bv fiscaal transparant, dus
zien we niet voor fiscale wetgeving. De achterliggers (beherende en
commanditaire vennoten) worden dan in de heffing betrokken. Bij
buitenlandse rechtsvormen moet worden gekeken of deze vergelijkbaar is met een
Nederlandse rechtsvorm.
2. Sprake van een geldlening/rente? Betaling moet vergoeding voor verstrekken van VV
zijn. Niet vergoeding ter beschikking stellen EV, want dat is dividend en niet
aftrekbaar. Hoofdregel: naar civiel recht, dus is er naar civielrechtelijke maatstaven
sprake van een geldlening (waarvoor een terugbetalingsverplichting nodig is)?
3. Ook fiscaal gezien sprake van een geldlening? → kwalificatiegronden:
a. Deelnemerschapslening: rente zo hoog dat je als aandeelhouder gaat
fungeren. Cumulatieve voorwaarden: (vrijwel geheel) winstafhankelijke




1

, vergoeding, geen vaste looptijd of een looptijd langer dan 50 jaar, en er is
sprake van achterstelling bij concurrente schuldeisers.
b. Schijnlening: weliswaar terugbetalingsverplichting op papier maar in
werkelijkheid hebben partijen iets anders beoogd om af te spreken, dan
fiscaal herkwalificeren en dus verschaffen EV ipv VV (verkapt dividend of
informele kapitaalstorting).
c. Bodemlozeputlening: lening waarbij je niet kunt verwachten dat er wordt
terugbetaald, positie schuldenaar is te slecht en de vordering is dus niks
waard, geld heeft het vermogen al verlaten.
Vergoedingen op deze leningen zijn niet aftrekbaar, want wordt gezien als EV en dus
dividend.
4. Is de rente at arms length? (art. 8b Wet Vpb) → is de rente
overeenkomstig wat onafhankelijke derden bij elkaar in rekening zouden
brengen?
a. Lager dan in derdensituaties → het meerdere wordt gezien als een
informele kapitaalstorting of verkapt dividend, alleen het
lagere/datgeen wat zakelijk is, is aftrekbaar.
Corrigeren/neerwaartse aanpassing van de winst naar zakelijke
voorwaarden. Geen compenserende opwaartse heffing (art. 8ba ev
Wet Vpb) betekent overige rente niet in aftrek.
b. Hoger dan in derdensituaties → sprake van corresponderende
heffing? Verrekenprijsmismatch (art. 8ba ev Wet Vpb). Winst naar
zakelijke maatstaven vaststellen, dus in derdenverhoudingen
hogere rente betaald en hogere rente in aanmerking nemen mag
alleen als corresponderende opwaartse aanpassing/heffing bij de
wederpartij wordt betrokken. Diegene moet ook diezelfde hogere
rente in de heffing betrekken. Als een ander land dat niet kent
wordt de hogere rente niet toegestaan af te trekken, anders geen
corresponderende heffing. Corrigeren naar lagere voorwaarden.
Niet in 8b kosten.
5. Antiwinstdrainage (art. 10a Wet Vpb) → na art. 8b Wet Vpb (at arms length
beginsel), want art. 10a Wet Vpb is vangnetbepaling. Als je in
concernverhoudingen winst aan het draineren bent en besmette
rechtshandelingen verricht (dividend, aandelen kopen), dan is in beginsel
de rente niet aftrekbaar, tenzij je aannemelijk kunt maken dat zowel aan
de schuld als aan de rechtshandeling zakelijke overwegingen ten
grondslag liggen. Beperkt zich niet louter tot rentebetaling maar ook
kosten.

Renteaftrekbeperking (art. 10a Wet Vpb):
Sowieso stap 1 t/m 3 hierboven eerst!
● Schuld aan verbonden persoon (lid 1) → kan een natuurlijk persoon (die de
aandelen houdt in de vennootschap) of groepsvennootschap zijn. Dan is
immers het risico het grootst dat een vennootschap gekunstelde
rentelasten creëert en zou renteaftrek in strijd met doel en strekking van
de wet komen.
○ Verbonden lichamen/verbondenheid:



2

, ■ Tenminste 1/3e belang (lid 4 en 5) → zodat je kunt bepalen
wat er gebeurt in de vennootschap.
■ Alleen of met samenwerkende groep (lid 6) → bij een
samenwerkende groep (dus als iemand de investering en de
financiering ervan coördineert) worden alle belangen bij
elkaar opgeteld. Ieder voor zich worden ze geacht 1/3e
belang te hebben en dus verbonden te zijn. Verbondenheid
geldt niet alleen in rechte lijn maar ook tussen zusjes, dus als
er een gezamenlijke aandeelhouder is die in beide
vennootschappen 1/3e belang houdt ben je ook verbonden. Of
er sprake is van samenwerking blijkt uit de feiten en omstandigheden.
● In verband met (lid 2) → verband tussen schuld en rechtshandeling.
● Besmette rechtshandeling (lid 1):
○ Winstuitdeling of kapitaalteruggaaf aan een verbonden persoon
(dividenden) (sub a) → leidt beide niet tot heffing, financieren met
schuld betekent slechts EV omzetten in VV.
○ Kapitaalstorting in een verbonden lichaam (sub b) → vennootschap
trekt lening aan, wilt rente aftrekken, daartegenover deelneming,
alles daaruit valt onder deelnemingsvrijstelling.
○ Verwerving/uitbreiding aandelenbelang in een lichaam dat daarna
een verbonden lichaam is (sub c) → (externe) acquisitie (kan
gebruikt worden om enorme rentestroom op gang te brengen).
Entiteit is na de verwerving/acquisitie verbonden. Of een externe
acquisitie zakelijk is wordt niet betwist, gaat erom of de schuld
aangegaan is vanuit zakelijke overwegingen.
Door:
○ De belastingplichtige of
○ Een verbonden aan de Vpb onderworpen lichaam of in NL wonende natuurlijk
persoon.
In beginsel hierdoor geen renteaftrek, tenzij:
● Tegenbewijsregeling (lid 3):
○ Dubbele zakelijkheid (sub a) → zakelijkheid van zowel de schuld als de
besmette rechtshandeling. Er is in overwegende mate uitgegaan
van zakelijke ipv fiscale overwegingen (beoordeling op
concernniveau).
○ Compenserende/redelijke heffing bij de ontvanger (bewijslastverdeler
voor (on)zakelijk handelen) (sub b) →
■ 10% of meer belasting betaald (dus effectief) → over de winst dient
een belasting te worden geheven naar een tarief van ten minste 10%
over een naar NL maatstaven bepaalde belastbare winst. De
inspecteur moet (tegen)bewijzen dat sprake is van misbruik, dat er
onzakelijk wordt gehandeld. De inspecteur dient aannemelijk te
maken dat de schuld is aangegaan met het oog op verrekenen van
verliezen of met het oog op andersoortige overwegingen waarbij de
fiscale motieven zwaarder wegen dan de zakelijke motieven.
■ Minder dan 10% heffing → bewijslast rust op de
belastingplichtige.



3

, Zakelijkheid schuld:
1. Indirecte derdenlening → als de schuld ‘feitelijk’ bij een derde is aangegaan,
dan is zakelijkheid gegeven. Er moet sprake zijn van ‘voldoende parallellie’
tussen de interne (schuld binnen concern) en externe (schuld met derde)
lening; alle voorwaarden moeten parallel zijn (Looptijd van de leningen,
Aflossingschema, Rentevergoeding, Omvang en Tijdstip van aangaan van
de lening (LAROT)). Een kleine afwijking is corrigeerbaar via arm’s-length correctie
(8b), maar geen grond voor weigering renteaftrek, dus daarna pas naar 10a. HR
Credit Suisse (r.o. 2.4.5.3).
2. Rechtstreekse financiering → directe financiering binnen de groep is in
beginsel zakelijk (HR Mauritius (r.o. 3.1.3) en HR Spilfunctie (r.o. 3.3.3)),
ook het geval als de crediteur een ‘financiële spilfunctie’ vervult (HR
Spilfunctie (r.o. 3.3.6)). Geen omleiding als crediteur ‘financiële spilfunctie’ binnen
de groep vervult. Als een tussenliggende vennootschap een actieve
financieringsfunctie vervult binnen het concern dan is geen sprake van een
onzakelijke omleiding, dus; zelfstandig opereren, actief financiële transacties
uitvoeren, niet slechts fungeren als doorgeefluik.
3. Zakelijk gemotiveerde omleiding → (HR Prejudiciële vragen (r.o. 3.4.2)).

Jurisprudentie:
● HR Mauritius: casus → externe acquisitie; binnen concern omgeleide
schuld. In beginsel geldt financieringsvrijheid (keuze tussen EV en VV/kapitaal vs
schuld), een uitzondering daarop/grens is de onzakelijke omleiding. Bij rechtstreekse
financiering is de schuld ivm externe acquisitie in beginsel zakelijk (r.o. 3.1.3), ook bij
andere zakelijke rechtshandelingen dan externe acquisities (HR Spilfunctie (r.o.
3.3.3)). Bij een omleiding binnen concern moet de belastingplichtige aangeven dat
dat zakelijk is (dus fiscaal gedreven of bedrijfseconomische overwegingen?).
Omleiding was onzakelijk. Onzakelijke omleiding bij bv via meerdere
concernentiteiten zonder zakelijke reden, dan kan sprake zijn van misbruik/fraus
legis. Vooral als de structuur slechts bedoeld is om renteaftrek te benutten en de
Nederlandse grondslag uit te hollen. De HR introduceerde daarom de dubbele
zakelijkheidstoets: er moet sprake zijn van zakelijke overwegingen (redenen die
voortkomen uit bedrijfseconomische realiteit, niet enkel uit fiscale motieven) voor
zowel de schuld zelf, als de rechtshandeling waarvoor de schuld is aangegaan.
Zonder zakelijke motieven kan renteaftrek worden geweigerd.
● HR Italiaanse beursvennootschap: casus → storting in Italiaanse dochter, die
beursgenoteerde aandelen van andere groepsvennootschap koopt. In
beginsel geldt voor de belastingplichtige keuzevrijheid bij financiering, dus EV en/of
VV, (tenzij onzakelijke omweg). Dit geldt ook voor financiering/storting in dochter (G)
Dus voor zowel zelf aantrekken van geld als voor doorlenen-/storten geldt
keuzevrijheid. Motieven voor tussenschakelen NL-vennootschap/belastingplichtige
(X) is irrelevant. Wel relevant is waarom überhaupt Italiaanse dochter G was
opgericht om beurspakket te kopen en dus dochter van de beurs te halen, en dit niet
door NLse X werd gedaan. Discriminatie van buitenlandse vennootschap, dus ze
kregen gelijk. R.o. 2.6.3, 2.6.4 en 2.7.3.




4
$10.84
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
soofssamenvattingen Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
248
Member since
5 year
Number of followers
99
Documents
53
Last sold
3 weeks ago

4.2

27 reviews

5
16
4
4
3
5
2
1
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions