PUBLIEKE ECONOMIE
Enkele vragen om mee te starten
Wat als we niet meer…
Fietsen?
Melk drinken?
Belas8ngen betalen?
Voetballen in een club?
Wat als…
De overheid de dienstencheques met één derde duurder maakt?
Dan is het te hopen dat dat geld ook doorstroomt naar de huishoudhulp etc.
ImporDarieven naar het buitenland hoger worden?
Deel 1 de consument en de producent
1. Het doel van de economische wetenschap
Economie = Griekse woord voor “iemand die een huishouden leidt”
Het is de studie van het welvaartsteven van de mens en de wetenschap die zich toelegt op het bestuderen van
keuzeproblemen.
- Beheerst het poli8eke en maatschappelijke leven
- “global market”
Het leven is “maken van keuzes”, voor niets gaat de zon op.
Het keuzeprobleem
Ra8oneel denkende en handelende mens
Afwegen voor- en nadelen
Afwegen kosten – baten
Beslissingen nemen
Homo economicus hypothese
= een mensbeeld waarin de mens eerst en vooral een economisch wezen is. Dat wil zeggen dat de mens gericht
is op de bevrediging van zijn behoeSe op efficiënte en ra8onele wijze. Met andere woorden het economische
principe.
- Weerslag op de grote groepen
- Weerslag op de hele wereldbevolking
- Weerslag op het dagelijkse
Prak%jkvoorbeelden
Hoe ga je om met zakgeld? ; Hoe gaat een gezin om met hun inkomen? ; Welke prioriteiten stelt de overheid?
1
,= het is belangrijk om een goed inzicht te hebben in een aantal economische principes, op zowel privé en
professioneel vlak. Dit om belangrijke beslissingen te kunnen nemen en de problemen in de wereld beter te
begrijpen.
Bijvoorbeeld: wat is het gevolg voor de samenleving wanneer de overheid de belas8ngen verhoogt?
Mensen gaan minder werken, zodat ze minder moeten bijdragen voor de belas8ngen.
Economische wetenschap is de studie van het menselijk streven naar bevrediging en behoeSen met behulp van
schaarse middelen.
- Schaars is geen synoniem van zeldzaam
- Definiëren als een middel waarvan de verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou
overtreffen indien het gra8s ter beschikking is
- Het gaat niet om de hoeveelheid goederen en diensten maar om de beperktheid van ons inkomen
Begrippen:
BehoeSe = is het aanvoelen van een tekort en het streven naar dit tekort te bevredigen.
- Primaire en niet-primaire (levensnoodzakelijk – minder belangrijk)
Elementaire goederen
Voedsel, onderdak en veiligheid
/
Secundaire
Niet noodzakelijk
Luxegoederen, reizen
- Materiële en immateriële (tastbaar – zorg en onderwijs)
Tastbare goederen
Voedsel, auto’s, stoelen
/
Dienstverlening
- Individuele en collec8eve (voeding en kleding – wegen en onderwijs)
Eigen behoeSen van de consument voorzien door commerciële bedrijven
/
Iedereen heeS die, maar kan niet individueel ingevuld worden
Veiligheid, rechtspraak, wegen, onderwijs
Meestal voorzien door de overheid
Schaars = niet zeldzaam, maar een middel dat men kan definiëren als een middel waarvan de verlangde
hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou overtreffen indien het gra8s ter beschikking is. Het duidt dus niet
op de hoeveelheid goederen en diensten, maar op de beperktheid van ons inkomen.
Economisch principe = met beschikbare middelen trachten maximale behoeSebevrediging te bereiken
Alloca8evraagstuk = hoe gaan we de middelen op de juiste manier toewijzen? (produc8e: hoe, wat, waar, wie?)
2
, 2. Welvaart en welzijn
Welvaart = de mate waarin mensen met schaarse middelen in hun behoeSen kunnen voorzien.
Als de welvaart s8jgt, dan neemt de schaarste af. Welvaart gaat niet alleen maar om geld, maar ook over vrije
8jd, kwaliteit van het leefmilieu, …
Welzijn = het gevoel van welbehagen, dit is niet bepaald door schaarse middelen.
- Het gevoel van welbevinden
- Welvaart en welzijn hoeven niet samen te vallen
Bijvoorbeeld: je kan 3x per jaar op reis naar een warm land, dan heb je veel welvaart. Als je liever thuis in de
tuin een boek leest dan spreken we over welzijn.
Onze welvaart is gestegen, maar toch zijn er meer depressies en burn-outs.
Wat is dan het verband?
Het gevoel van welzijn neemt toe met de welvaart, maar steeds minder en minder.
Bijvoorbeeld: iemand die arm is en veel welvaart kent, wordt sneller gelukkig.
Iemand die al veel heeS wordt weinig of niet gelukkiger.
Correla8e tussen welvaart en welzijn in de westerse wereld is heel zwak.
3. De ceteris paribus-clausule
!!! belangrijk !!!
Als de prijs s8jgt, dan zal de vraag dalen.
Het is een welbepaald economisch verschijnsel.
= bestuderen ahankelijk van één variabele, terwijl de andere factoren constant worden verondersteld.
De invloed van veranderingen in één grootheid op één andere grootheid onderzoeken.
= “overige omstandigheden gelijkblijvend”
Bijvoorbeeld: de clausule zorgt ervoor dat het ijsje dat je gaat halen met 3 bollen gaat bestuderen. Dit omdat je
wilt weten of het ijs duurder wordt of je nog steeds 3 bollen gaat kopen.
De prijs van 1 goed (P1) en hoeveelheid van het goed (P1 – Q1) met prijs van goed 2 (P2) en inkomen Y en
voorkeur constant
Prijs P
Kwan8teit Q
Inkomen Y
3
, 4. Economische principes
Vier principes van individuele beslissingen
- Keuzes die mensen maken: door te kiezen geven we meestal iets anders op
- Opportuniteitskosten: vergelijken van kosten en opbrengsten
= de kost dat je hebt om voor iets te kiezen. Om voor het ene te kiezen, kan je iets anders niet doen
Bijvoorbeeld: je kiest ervoor om te studeren, je kan dan geen geld verdienen, maar als je afgestudeerd
bent ga je wel meer verdienen.
- Marginale kosten: de kost van één eenheid ten opzichte van 1 opbrengst
= het vergelijken van marginale kosten met de marginale voordelen.
Marginale kost bv.: het loon die een baas moet betalen aan een student.
Marginaal voordeel bv.: de baas gaat meer omzet draaien omdat er meer personeel is.
- Prikkels: mensen reageren op veranderingen
= als men kosten of opbrengsten veranderd, dan gaan de beslissingen ook veranderen
Drie principes van hoe mensen met elkaar omgaan
- Handelen in ieders belang
- Markteconomie
= the invisible hand van Adam Smith leidt de huishouders en bedrijven naar de gewenste
marktresultaten
= the invisible hand : er is iets dat onzichtbaar is, er is ergens wel iets, maar het is niet aanwezig want
het komt allemaal wel goed. De overheid kan de prijzen niet coördineren.
Alles wat publiek is, mag de overheid wel iets aan doen.
- Overheden kunnen de resultaten van de markt soms verbeteren
= regels en weDen beschermen
Effeciën8e en rechtvaardigheid bereiken
Markoalen: de makrt slaagt er niet in om beschikbare middelen efficiënt te verdelen
De overheid gaat wel bijsturen aan de hand van belas8ngen
Drie principes van hoe de economie als geheel werkt
- Produc8viteit is de hoeveelheid producten en diensten die iedere arbeider per uur kan leveren.
Vakbonden of weDen bepalen het minimumloon.
Hoe wordt dat bepaald?
o Door de kost
o Hoeveel nodig om te leven
o Hoe produc8ef is het bedrijf/ de arbeid
- Prijzen s8jgen als de overheid te veel geld drukt: door een toename van de hoeveelheid geld daalt de
waarde van het geld = infla8e, is een s8jging van het totale prijsniveau in de economie.
Hoe meer geld er in omloop is, hoe meer de waarde daalt van de producten.
Infla8e is dat je bijvoorbeeld nu iets koopt voor 100 euro, volgend jaar kan je hetzelfde ook kopen,
maar dan misschien voor 103 euro.
- De samenleving staat voor een korte termijn afweging tussen infla8e en werkloosheid
Bijvoorbeeld: alle energieprijzen s8jgen, dat kost de producent meer en zoekt dus iets zodat zijn prijs
niet moet s8jgen.
Infla8e = een s8jging van het algemeen prijspeil. Totale prijzen s8jgen.
Defla8e = een daling
4
Enkele vragen om mee te starten
Wat als we niet meer…
Fietsen?
Melk drinken?
Belas8ngen betalen?
Voetballen in een club?
Wat als…
De overheid de dienstencheques met één derde duurder maakt?
Dan is het te hopen dat dat geld ook doorstroomt naar de huishoudhulp etc.
ImporDarieven naar het buitenland hoger worden?
Deel 1 de consument en de producent
1. Het doel van de economische wetenschap
Economie = Griekse woord voor “iemand die een huishouden leidt”
Het is de studie van het welvaartsteven van de mens en de wetenschap die zich toelegt op het bestuderen van
keuzeproblemen.
- Beheerst het poli8eke en maatschappelijke leven
- “global market”
Het leven is “maken van keuzes”, voor niets gaat de zon op.
Het keuzeprobleem
Ra8oneel denkende en handelende mens
Afwegen voor- en nadelen
Afwegen kosten – baten
Beslissingen nemen
Homo economicus hypothese
= een mensbeeld waarin de mens eerst en vooral een economisch wezen is. Dat wil zeggen dat de mens gericht
is op de bevrediging van zijn behoeSe op efficiënte en ra8onele wijze. Met andere woorden het economische
principe.
- Weerslag op de grote groepen
- Weerslag op de hele wereldbevolking
- Weerslag op het dagelijkse
Prak%jkvoorbeelden
Hoe ga je om met zakgeld? ; Hoe gaat een gezin om met hun inkomen? ; Welke prioriteiten stelt de overheid?
1
,= het is belangrijk om een goed inzicht te hebben in een aantal economische principes, op zowel privé en
professioneel vlak. Dit om belangrijke beslissingen te kunnen nemen en de problemen in de wereld beter te
begrijpen.
Bijvoorbeeld: wat is het gevolg voor de samenleving wanneer de overheid de belas8ngen verhoogt?
Mensen gaan minder werken, zodat ze minder moeten bijdragen voor de belas8ngen.
Economische wetenschap is de studie van het menselijk streven naar bevrediging en behoeSen met behulp van
schaarse middelen.
- Schaars is geen synoniem van zeldzaam
- Definiëren als een middel waarvan de verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou
overtreffen indien het gra8s ter beschikking is
- Het gaat niet om de hoeveelheid goederen en diensten maar om de beperktheid van ons inkomen
Begrippen:
BehoeSe = is het aanvoelen van een tekort en het streven naar dit tekort te bevredigen.
- Primaire en niet-primaire (levensnoodzakelijk – minder belangrijk)
Elementaire goederen
Voedsel, onderdak en veiligheid
/
Secundaire
Niet noodzakelijk
Luxegoederen, reizen
- Materiële en immateriële (tastbaar – zorg en onderwijs)
Tastbare goederen
Voedsel, auto’s, stoelen
/
Dienstverlening
- Individuele en collec8eve (voeding en kleding – wegen en onderwijs)
Eigen behoeSen van de consument voorzien door commerciële bedrijven
/
Iedereen heeS die, maar kan niet individueel ingevuld worden
Veiligheid, rechtspraak, wegen, onderwijs
Meestal voorzien door de overheid
Schaars = niet zeldzaam, maar een middel dat men kan definiëren als een middel waarvan de verlangde
hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou overtreffen indien het gra8s ter beschikking is. Het duidt dus niet
op de hoeveelheid goederen en diensten, maar op de beperktheid van ons inkomen.
Economisch principe = met beschikbare middelen trachten maximale behoeSebevrediging te bereiken
Alloca8evraagstuk = hoe gaan we de middelen op de juiste manier toewijzen? (produc8e: hoe, wat, waar, wie?)
2
, 2. Welvaart en welzijn
Welvaart = de mate waarin mensen met schaarse middelen in hun behoeSen kunnen voorzien.
Als de welvaart s8jgt, dan neemt de schaarste af. Welvaart gaat niet alleen maar om geld, maar ook over vrije
8jd, kwaliteit van het leefmilieu, …
Welzijn = het gevoel van welbehagen, dit is niet bepaald door schaarse middelen.
- Het gevoel van welbevinden
- Welvaart en welzijn hoeven niet samen te vallen
Bijvoorbeeld: je kan 3x per jaar op reis naar een warm land, dan heb je veel welvaart. Als je liever thuis in de
tuin een boek leest dan spreken we over welzijn.
Onze welvaart is gestegen, maar toch zijn er meer depressies en burn-outs.
Wat is dan het verband?
Het gevoel van welzijn neemt toe met de welvaart, maar steeds minder en minder.
Bijvoorbeeld: iemand die arm is en veel welvaart kent, wordt sneller gelukkig.
Iemand die al veel heeS wordt weinig of niet gelukkiger.
Correla8e tussen welvaart en welzijn in de westerse wereld is heel zwak.
3. De ceteris paribus-clausule
!!! belangrijk !!!
Als de prijs s8jgt, dan zal de vraag dalen.
Het is een welbepaald economisch verschijnsel.
= bestuderen ahankelijk van één variabele, terwijl de andere factoren constant worden verondersteld.
De invloed van veranderingen in één grootheid op één andere grootheid onderzoeken.
= “overige omstandigheden gelijkblijvend”
Bijvoorbeeld: de clausule zorgt ervoor dat het ijsje dat je gaat halen met 3 bollen gaat bestuderen. Dit omdat je
wilt weten of het ijs duurder wordt of je nog steeds 3 bollen gaat kopen.
De prijs van 1 goed (P1) en hoeveelheid van het goed (P1 – Q1) met prijs van goed 2 (P2) en inkomen Y en
voorkeur constant
Prijs P
Kwan8teit Q
Inkomen Y
3
, 4. Economische principes
Vier principes van individuele beslissingen
- Keuzes die mensen maken: door te kiezen geven we meestal iets anders op
- Opportuniteitskosten: vergelijken van kosten en opbrengsten
= de kost dat je hebt om voor iets te kiezen. Om voor het ene te kiezen, kan je iets anders niet doen
Bijvoorbeeld: je kiest ervoor om te studeren, je kan dan geen geld verdienen, maar als je afgestudeerd
bent ga je wel meer verdienen.
- Marginale kosten: de kost van één eenheid ten opzichte van 1 opbrengst
= het vergelijken van marginale kosten met de marginale voordelen.
Marginale kost bv.: het loon die een baas moet betalen aan een student.
Marginaal voordeel bv.: de baas gaat meer omzet draaien omdat er meer personeel is.
- Prikkels: mensen reageren op veranderingen
= als men kosten of opbrengsten veranderd, dan gaan de beslissingen ook veranderen
Drie principes van hoe mensen met elkaar omgaan
- Handelen in ieders belang
- Markteconomie
= the invisible hand van Adam Smith leidt de huishouders en bedrijven naar de gewenste
marktresultaten
= the invisible hand : er is iets dat onzichtbaar is, er is ergens wel iets, maar het is niet aanwezig want
het komt allemaal wel goed. De overheid kan de prijzen niet coördineren.
Alles wat publiek is, mag de overheid wel iets aan doen.
- Overheden kunnen de resultaten van de markt soms verbeteren
= regels en weDen beschermen
Effeciën8e en rechtvaardigheid bereiken
Markoalen: de makrt slaagt er niet in om beschikbare middelen efficiënt te verdelen
De overheid gaat wel bijsturen aan de hand van belas8ngen
Drie principes van hoe de economie als geheel werkt
- Produc8viteit is de hoeveelheid producten en diensten die iedere arbeider per uur kan leveren.
Vakbonden of weDen bepalen het minimumloon.
Hoe wordt dat bepaald?
o Door de kost
o Hoeveel nodig om te leven
o Hoe produc8ef is het bedrijf/ de arbeid
- Prijzen s8jgen als de overheid te veel geld drukt: door een toename van de hoeveelheid geld daalt de
waarde van het geld = infla8e, is een s8jging van het totale prijsniveau in de economie.
Hoe meer geld er in omloop is, hoe meer de waarde daalt van de producten.
Infla8e is dat je bijvoorbeeld nu iets koopt voor 100 euro, volgend jaar kan je hetzelfde ook kopen,
maar dan misschien voor 103 euro.
- De samenleving staat voor een korte termijn afweging tussen infla8e en werkloosheid
Bijvoorbeeld: alle energieprijzen s8jgen, dat kost de producent meer en zoekt dus iets zodat zijn prijs
niet moet s8jgen.
Infla8e = een s8jging van het algemeen prijspeil. Totale prijzen s8jgen.
Defla8e = een daling
4