HEDENDAAGSE STROMINGEN IN COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN
1. INLEIDING
Iedereen die uitspraken doet over media – van jijzelf, je vrienden, familie, naar mediamakers en
politici, tot mediaonderzoekers, professoren en studenten communicatiewetenschappen – vertrekt
van een bepaalde visie op welke rol media spelen, of welke rol ze zouden moeten spelen. Doorheen
de lessenreeks maken we een reeks bestaande visies expliciet en werken deze in detail uit.
7 stromingen: uiteenlopende visies op maatschappelijke rol van media
1. E%ectstudies
2. Media en nationale identiteit
3. Politieke economie
4. Culturele mediastudies
5. Alternatieve media
6. Politiek entertainment – satire
7. Politiek entertainment – fictie
Die stromingen vertrekken vanuit verschillende mens- en maatschappijvisies of dus
verschillende veronderstellingen over de relatie tussen mens, media en maatschappij.
Hieronder staan enkele vragen die ons toelaten om inzichten te krijgen in de mogelijke
verschillen op dit vlak tussen de stromingen. Zo kunnen we die veronderstellingen
blootleggen en herkennen.
• Hebben media een sterke of beperkte invloed op gebruikers?
• Bieden media diverse en tegengestelde visies op vraag van de consument? Of herhalen zij
vooral eenzijdige visies die dominante waarden en belangen reproduceren?
• Hebben media een verbindend of isolerend eCect op hun gebruikers?
• Zijn het media die veranderingen in de maatschappij vooruit stuwen (als oorzaak of motor) of
passen media zich aan maatschappelijke veranderingen aan (gevolg of weerspiegeling)?
• Is er een verschil tussen de feitelijke en wenselijke functies van media?
• Dragen media bij aan de totstandkoming van een maatschappelijke consensus? Of
bestendigen zij in de eerste plaats maatschappelijke ongelijkheid?
Vormen van mediaonderzoek
• Theoretische uitgangspunten & concepten
• Methodes
• Analyses
• Cases
Gebaseerd op
• Specifieke mens- en/of maatschappijvisies
• Specifieke wetenschapsbenaderingen
2 paradigma’s
• Pluralistisch consensusdenken
• Kritisch conflictdenken
1
,BELANGRIJK SCHEMA!! VANBUITEN KENNEN EN KUNNEN UITLEGGEN = GESLAAGD
De stromingen vormen een
reactie op elkaar, proberen
elkaars blinde vlekken in te
vullen, enz.
Positivisme = bepaalde visie op
wetenschap. Het idee dat je
alles in de samenleving kan
verklaren aan de hand van
wetenschappelijk onderzoek. Je
kan alles terugbrengen tot
variabelen die je kan meten.
Actuele mediafenomenen
= Effectstudies
Continue afweging tussen een sterke of beperkte impact van
media.
= Media & nationale identiteit
Media vertellen ons vaak wat onze identiteit is, of de
identiteit van anderen. Zie ook sportevenementen: Tour de
France, WK, EK, Olympische Spelen etc.
= Alternatieve media
De journalist doet aan mediakritiek. Hij schrijft voor
magazine MO dat zich profileert als een alternatief medium.
Wanneer kunnen we spreken van alternatieve media? Aan
welke criteria moeten ze voldoen?
(Stampmedia komt langs in de les)
2
, = Fictie
De huidige kwaliteitsfictie kan ons veel leren.
= Politieke economie
= Culturele mediastudies
Maar ook: geweld in het Midden-Oosten
= Satire
Ook mediakritiek, maar het verschil met alternatieve media zit
hem in de bron. Dit wordt uitgezonden op tv of dus de
commerciële media en niet op een alternatieve website.
Zie ook controverse over column van
Herman Brusselmans
Of studentenprotesten tegen Israëlische
acties in Gaza en verder
2. ALGEMENE SITUERING: MAATSCHAPPELIJKE ROL VAN MEDIA EN COMMUNICATIE IN
DEMOCRATISCHE SAMENLEVINGEN
Iedereen die uitspraken doet over media – jijzelf, je vrienden, mediamakers en politici, en dus ook
mediaonderzoekers – vertrekt van een bepaalde visie op de maatschappelijke rol van media, dus
op hoe media werken, of hoe ze zouden moeten werken. Doorheen de lessenreeks maken we een
reeks bestaande visies expliciet en werken deze in detail uit. Deze visies over de media noemen we
stromingen.
Deze les: hulpmiddelen om stromingen van elkaar te kunnen onderscheiden
• In de vorm van spanningsvelden: hoe kunnen we verschillende stromingen op
basis van specifieke aspecten onderscheiden? Door hen thuis te brengen op een
as van tegenstellingen. Spanningsvelden zijn gebaseerd op tegengestelde
mens- en/of maatschappijvisies. Zo komen we tot 2 paradigma’s.
• Wat is kritisch mediaonderzoek? Wanneer kunnen we spreken van
maatschappelijk engagement bij mediaonderzoek? Wanneer kunnen we spreken
van kritische mediastromingen? Wat is kritisch denken?
3
, Wat is de visie op maatschappelijke rol van media? Of: Welke rol
spelen media in het democratische proces? Anders verwoord:
wat zijn de gevolgen van een commercieel mediasysteem?
Deze figuur geldt niet overal ter wereld.
SPANNINGSVELDEN – 2 PARADIGMA’S
Elke uitspraak over media, elk mediaonderzoek en dus elke stroming, vertrekt vanuit bepaalde ideeën
over mens, media en maatschappij. De spanningsvelden (of ook wel de antwoorden op de vragen op p.1)
helpen ons om de veronderstellingen over mens, media en maatschappij, van waaruit een bepaalde visie
of stroming vertrekt, bloot te leggen en te herkennen. We gaan de stromingen dus onderscheiden op basis
van hun mens- en maatschappijbeeld. Deze tegengestelde mensbeelden en maatschappijvisies
benoemen we als spanningsvelden die je kan visualiseren op een as van tegenstellingen.
Essentieel is dat deze spanningsvelden niet het resultaat maar het startpunt vormen
van wetenschappelijk onderzoek: het is vanuit een bepaalde mens- of
maatschappijvisie dat onderzoeksvragen hun vorm krijgen, waarop vervolgens via
wetenschappelijk onderzoek een antwoord wordt gezocht. We onderscheiden zeven
spanningsvelden die uiteindelijk uitmonden in twee paradigma’s waarbij we alles
samenbrengen en die elk gebaseerd zijn op een andere wetenschapsbenadering:
pluralistisch consensusdenken (functionalisme) vs. kritisch conflictdenken.
1. OBJECT VS. SUBJECT
Beschouw je een gebruiker als een object of subject in het communicatieproces?
Hebben media een sterke of beperkte invloed op gebruikers?
® Tegenstelling in mensvisie
• Object: mens is passief, ontvanger, consument, afhankelijk en beïnvloedbaar
o Vooral de vraag: wat doen media met mensen?
o Het is een visie die heel sterk voorkomt in onze samenleving
• Subject: mens is actief, zender, producent, onafhankelijk
o Vooral de vraag: wat doen mensen met media?
o We starten vanuit onze eigen ideeën
Impact media: historische verschuivingen (afwisselend objectvisie en subjectvisie)
• Opkomst nieuwe media: verschuivingen hangen samen met het reflecteren over
hun potentiële impact op machtsverhoudingen in een samenleving. Elites vs.
verzet: de objectvisie domineert wanneer gevestigde elites zich zorgen maken
over de impact van nieuwe media op bestaande machtsverhoudingen. In dat
geval vertrekken zij van een veronderstelde sterke invloed op gebruikers (bv.
ontstaan schrift, sociale media en recenter ook fake news). Tegelijk blijkt hoe
nieuwe media over het algemeen worden verwelkomd door andere groepen dan
elites (bv. ontstaan van de openbare omroep was ingebed in een maatschappelijk
project van ‘volksverheZing’ en het internet werd in eerste instantie door de
andersglobaliseringsbeweging verwelkomd als een platform om informatie uit te
4
1. INLEIDING
Iedereen die uitspraken doet over media – van jijzelf, je vrienden, familie, naar mediamakers en
politici, tot mediaonderzoekers, professoren en studenten communicatiewetenschappen – vertrekt
van een bepaalde visie op welke rol media spelen, of welke rol ze zouden moeten spelen. Doorheen
de lessenreeks maken we een reeks bestaande visies expliciet en werken deze in detail uit.
7 stromingen: uiteenlopende visies op maatschappelijke rol van media
1. E%ectstudies
2. Media en nationale identiteit
3. Politieke economie
4. Culturele mediastudies
5. Alternatieve media
6. Politiek entertainment – satire
7. Politiek entertainment – fictie
Die stromingen vertrekken vanuit verschillende mens- en maatschappijvisies of dus
verschillende veronderstellingen over de relatie tussen mens, media en maatschappij.
Hieronder staan enkele vragen die ons toelaten om inzichten te krijgen in de mogelijke
verschillen op dit vlak tussen de stromingen. Zo kunnen we die veronderstellingen
blootleggen en herkennen.
• Hebben media een sterke of beperkte invloed op gebruikers?
• Bieden media diverse en tegengestelde visies op vraag van de consument? Of herhalen zij
vooral eenzijdige visies die dominante waarden en belangen reproduceren?
• Hebben media een verbindend of isolerend eCect op hun gebruikers?
• Zijn het media die veranderingen in de maatschappij vooruit stuwen (als oorzaak of motor) of
passen media zich aan maatschappelijke veranderingen aan (gevolg of weerspiegeling)?
• Is er een verschil tussen de feitelijke en wenselijke functies van media?
• Dragen media bij aan de totstandkoming van een maatschappelijke consensus? Of
bestendigen zij in de eerste plaats maatschappelijke ongelijkheid?
Vormen van mediaonderzoek
• Theoretische uitgangspunten & concepten
• Methodes
• Analyses
• Cases
Gebaseerd op
• Specifieke mens- en/of maatschappijvisies
• Specifieke wetenschapsbenaderingen
2 paradigma’s
• Pluralistisch consensusdenken
• Kritisch conflictdenken
1
,BELANGRIJK SCHEMA!! VANBUITEN KENNEN EN KUNNEN UITLEGGEN = GESLAAGD
De stromingen vormen een
reactie op elkaar, proberen
elkaars blinde vlekken in te
vullen, enz.
Positivisme = bepaalde visie op
wetenschap. Het idee dat je
alles in de samenleving kan
verklaren aan de hand van
wetenschappelijk onderzoek. Je
kan alles terugbrengen tot
variabelen die je kan meten.
Actuele mediafenomenen
= Effectstudies
Continue afweging tussen een sterke of beperkte impact van
media.
= Media & nationale identiteit
Media vertellen ons vaak wat onze identiteit is, of de
identiteit van anderen. Zie ook sportevenementen: Tour de
France, WK, EK, Olympische Spelen etc.
= Alternatieve media
De journalist doet aan mediakritiek. Hij schrijft voor
magazine MO dat zich profileert als een alternatief medium.
Wanneer kunnen we spreken van alternatieve media? Aan
welke criteria moeten ze voldoen?
(Stampmedia komt langs in de les)
2
, = Fictie
De huidige kwaliteitsfictie kan ons veel leren.
= Politieke economie
= Culturele mediastudies
Maar ook: geweld in het Midden-Oosten
= Satire
Ook mediakritiek, maar het verschil met alternatieve media zit
hem in de bron. Dit wordt uitgezonden op tv of dus de
commerciële media en niet op een alternatieve website.
Zie ook controverse over column van
Herman Brusselmans
Of studentenprotesten tegen Israëlische
acties in Gaza en verder
2. ALGEMENE SITUERING: MAATSCHAPPELIJKE ROL VAN MEDIA EN COMMUNICATIE IN
DEMOCRATISCHE SAMENLEVINGEN
Iedereen die uitspraken doet over media – jijzelf, je vrienden, mediamakers en politici, en dus ook
mediaonderzoekers – vertrekt van een bepaalde visie op de maatschappelijke rol van media, dus
op hoe media werken, of hoe ze zouden moeten werken. Doorheen de lessenreeks maken we een
reeks bestaande visies expliciet en werken deze in detail uit. Deze visies over de media noemen we
stromingen.
Deze les: hulpmiddelen om stromingen van elkaar te kunnen onderscheiden
• In de vorm van spanningsvelden: hoe kunnen we verschillende stromingen op
basis van specifieke aspecten onderscheiden? Door hen thuis te brengen op een
as van tegenstellingen. Spanningsvelden zijn gebaseerd op tegengestelde
mens- en/of maatschappijvisies. Zo komen we tot 2 paradigma’s.
• Wat is kritisch mediaonderzoek? Wanneer kunnen we spreken van
maatschappelijk engagement bij mediaonderzoek? Wanneer kunnen we spreken
van kritische mediastromingen? Wat is kritisch denken?
3
, Wat is de visie op maatschappelijke rol van media? Of: Welke rol
spelen media in het democratische proces? Anders verwoord:
wat zijn de gevolgen van een commercieel mediasysteem?
Deze figuur geldt niet overal ter wereld.
SPANNINGSVELDEN – 2 PARADIGMA’S
Elke uitspraak over media, elk mediaonderzoek en dus elke stroming, vertrekt vanuit bepaalde ideeën
over mens, media en maatschappij. De spanningsvelden (of ook wel de antwoorden op de vragen op p.1)
helpen ons om de veronderstellingen over mens, media en maatschappij, van waaruit een bepaalde visie
of stroming vertrekt, bloot te leggen en te herkennen. We gaan de stromingen dus onderscheiden op basis
van hun mens- en maatschappijbeeld. Deze tegengestelde mensbeelden en maatschappijvisies
benoemen we als spanningsvelden die je kan visualiseren op een as van tegenstellingen.
Essentieel is dat deze spanningsvelden niet het resultaat maar het startpunt vormen
van wetenschappelijk onderzoek: het is vanuit een bepaalde mens- of
maatschappijvisie dat onderzoeksvragen hun vorm krijgen, waarop vervolgens via
wetenschappelijk onderzoek een antwoord wordt gezocht. We onderscheiden zeven
spanningsvelden die uiteindelijk uitmonden in twee paradigma’s waarbij we alles
samenbrengen en die elk gebaseerd zijn op een andere wetenschapsbenadering:
pluralistisch consensusdenken (functionalisme) vs. kritisch conflictdenken.
1. OBJECT VS. SUBJECT
Beschouw je een gebruiker als een object of subject in het communicatieproces?
Hebben media een sterke of beperkte invloed op gebruikers?
® Tegenstelling in mensvisie
• Object: mens is passief, ontvanger, consument, afhankelijk en beïnvloedbaar
o Vooral de vraag: wat doen media met mensen?
o Het is een visie die heel sterk voorkomt in onze samenleving
• Subject: mens is actief, zender, producent, onafhankelijk
o Vooral de vraag: wat doen mensen met media?
o We starten vanuit onze eigen ideeën
Impact media: historische verschuivingen (afwisselend objectvisie en subjectvisie)
• Opkomst nieuwe media: verschuivingen hangen samen met het reflecteren over
hun potentiële impact op machtsverhoudingen in een samenleving. Elites vs.
verzet: de objectvisie domineert wanneer gevestigde elites zich zorgen maken
over de impact van nieuwe media op bestaande machtsverhoudingen. In dat
geval vertrekken zij van een veronderstelde sterke invloed op gebruikers (bv.
ontstaan schrift, sociale media en recenter ook fake news). Tegelijk blijkt hoe
nieuwe media over het algemeen worden verwelkomd door andere groepen dan
elites (bv. ontstaan van de openbare omroep was ingebed in een maatschappelijk
project van ‘volksverheZing’ en het internet werd in eerste instantie door de
andersglobaliseringsbeweging verwelkomd als een platform om informatie uit te
4