LES 1: TUMOREN SLOKDARM – MAAG – DUODENUM
SLOKDARM TUMOREN
Slokdarmmucosa bestaat uit
o Malpighiaans epitheel = meerlagig plaveiscelepitheel (afgeplat) = squameus epitheel
1. Kan aanleiding geven tot: spinocellulair epithelioom= squameus celcarcinoom=
plaveiselcarcinoom
vooral in bovenste en middelste derde van de slokdarm
2. Door langdurige GERD kan het aanleiding geven tot: metaplastscih epitheel of Barret epitheel en
uiteindelijk transformeren in adenocarcinoom
Aan de gastro-oesophagale junctie
o Start van maagmucosa=> adenocarcinoom
Andere Zz kwaadaardige tumoren:
- NET
- Lymfomen
- Melanomen
- Sarcomen
Goedaardige slokdarm tumoren:
- Leiomyomen
- Lipomen
- Fibromen
Zz en meestal asymptomatisch
Itt grote tumoren: symptomen zoals dysfagie: moeten geresecteerd worden!
MALIGNE SLOKDARMTUMOREN
2 histologische types
1. Spinocellulair epithelioma = squameus cel carcinoma = plaveiselcarcinoom
o Kwaadaardige tumor afkomstig van het meerlagig epitheel (dat de slokdarm bekleedt)
o Kan zich overal manifesteren maar vooral in bovenste en middelste derde van de
slokdarm
o Meest frequent: 87% van alle slokdarmkankers dus afkomstig van malpighiaans epitheel
o RF: roken, alcohol
o Mannen > vrouwen: 3/1
i. Drank en eetgedrag!
o Incidentele daalt
2. Adenocarcinoom
1
, o Afkomstig van mucosa: mucussecreterend carcinoom
o Bij langdurige GERD => thv de distale slokdarm (aan gasto-oesophagale junctie):
metaplasie van het malpighiaans epitheel naar Barrett-epitheel (cilindrisch epitheel) =>
adenocarcinoma
o Is een mucussecreterend carcinoom
o RF: GERD, obesitas
o Mannen > vrouwen
o Incidentie stijgt
RF
- Beiden:
o Ivf regio: oost EU > EU
o M > V: 3:1
o Leeftijd: > 60j
- Squameus cel carcinoom= plaveiselcarcinoom:
1. M > V
2. Roken
3. Alcohol
4. Hete dranken
5. Dieet arm aan groenten en fruit
6. Lage sociale economische klasse
7. Genetische voorbestemming
8. Slechte mondhygiëne
9. Opiumgebruik
- Slokdarm adenocarcinoom:
1. M> V
2. GERD
3. Obesitas
4. Roken
5. Genetische voorbestemming
6. Dieet arm aan groeten en fruit
! Geen alcohol associatie dus!
Klinische presentatie
- Meestal symptomen Adhv kliniek en anamnese
- Symptomen van slokdamrcarcinoom doen zich vaak pas in een gevorderd stadium!
- Symptaomalogie geeft du sok diagnose stelling!: bij deze klachten is de kans op
slokdamrcarcinoom heel groot
o Dysfagie
1. Eerste en karakteristieke symptoom
2. Oorzaak: Organisch: lumen vernauwt progressief: 2/3 aantasting
Moeite met slikken door de obstructie
Eerst vloeistoffen, dan vast stoffen
2
, Moeilijke passage zonder pijn
o Anorexie & gewichtsverlies
1. In gevorderd t stadium wanneer T voldoende groot is geworden zal de moeilijke passage zorgen
voor vermagering
2. Of bij metastase => meer gedissimineerde ziekte (dus veralgemeende klachten)
o Thoracale pijn
1. Door mediastinale invasie en druk op neurale structuren : door lokaal ingroeien in omliggende
structuren=> secundaire symptomen ontstaan
Nervus vagus
Nervus laryngeus recurrens
o Odynofagie
1. Bij geulcereerde tumoren
2. = pijn bij slikken: dus continue pijn!
o Heesheid
1. Door invasie nervus laryngeus recurrens < nervus vagus
o Hoest
1. Door fistel: lumen slokdarm is verbonden met lumen luchtpijp: oesofago-tracheale (-bronchiale)
fistel: dus fistel tss tumor in de slokdarm en trachea!
Hoest tijdens slikken van speeksel, vloeistof, vast voedsel
Dus hoestbui wijst op fistel!
Diagnose
o Anamnese en KO: vermoeden van diagnose DD
o Endoscopie met biopsie: bevestiging van de diagnose
o Biopsie: aan de randen van de tumor!
o Medische beeldvorming
Staging
Bepaald het therapeutisch beleid
o EUS (=echo-endoscopsiche ulrasound) TN
o Locoregionale lymfeklieren
o Wat is de diepte van de T doorheen de slokdarmwand
o Invasie binnen bv bronchiën of trachea?
o Medische beeldvorming: bevestiging van EUS
o CT scan thorax/abdomen cTNM
Bevestigen van de bevindingen met EUS
C= klinisch
o FDG PET/CT scan cNM
Contrast combineren met metabool/functioneel onderzoek
Agressiviteit + activiteit van T bepalen
Is goede scan maar niet altijd beschikbaar!
3
, Beter om monitoren van de systheemtherapie: wat is de respons van de T
op de therapie?
Behandeling
! Multidisciplinaire aanpak
bepaald door: lokalisatie + staging van tumor
Curatieve behandeling
o EMR (endoscopische mucosale resectie)
Bij
kleine tumor (T1a-b N0)
hoogradioactief dysplasie in barret-epitheel
dus in de gevallen waarvan men zeker weet dat er afwezigheid van locoregionele
adenopathien! N=0
Maakt dus niet uit tss spino of adenocarcinoom, zolang negatieve lymfeklieren
Is de enige radicale curatieve behandeling voor slokdamrcarcinoom
Nodig is wel dat mucosa ook wordt meegeresecteerd!
Risico: als te diep te resecteren=> perforatie van slokdarm=> dan is chirurgie nodig!
Limiterende factor: correct inschatten van de N-status
Het risico op T1a tumoren= kleine tumoren is laag voor + N status
o Heelkundige resectie: Oesophagectomie (partieel/totaal) (+ neo adjuvante
chemo(radio)therapie)
Bij
gelokaliseerde kanker
Voor tumoren die iets verder gestaged zijn dan T1a, in afwezigheid van
metastase!: T1A N0=> enkel heelkundige resectie zonder systheem of
radiotherapie
Voor T3 of hoger en alle N+ carcinomen: Resectie dus gecombineerd met pre-
operatieve (=neoadjuvante) systheemtherapie: chemoradiotherapie
Resectie (+gecombineerd met pre-operatieve (=neoadjuvante) systheemtherapie:
chemoradiotherapie al dan niet met een immunotherapie (=afhv moleculair profiel)
indien T3 of hoger en alle N+)
Na 2 maanden dus kijken wat de respons is op die systheemtherapie en afh
daarvan beslissen of tumor klein genoeg is om te opereren / of therapie nog
eens 2 m voortzetten / therapie stoppen en geen chirurgie indein de terhapei
zo volledig is !
Wat houdt de chirurgie in?
T wordt verwijderd MET de locoregionale lymfeklieren: N1-N2
Defect moet terug hersteld worden!
Reconstructie met stukje maagtubulus/interposistie ddarm/colon
Systheemtherapie
o Chemo(radio)therapie +/- immunotherapie
4
SLOKDARM TUMOREN
Slokdarmmucosa bestaat uit
o Malpighiaans epitheel = meerlagig plaveiscelepitheel (afgeplat) = squameus epitheel
1. Kan aanleiding geven tot: spinocellulair epithelioom= squameus celcarcinoom=
plaveiselcarcinoom
vooral in bovenste en middelste derde van de slokdarm
2. Door langdurige GERD kan het aanleiding geven tot: metaplastscih epitheel of Barret epitheel en
uiteindelijk transformeren in adenocarcinoom
Aan de gastro-oesophagale junctie
o Start van maagmucosa=> adenocarcinoom
Andere Zz kwaadaardige tumoren:
- NET
- Lymfomen
- Melanomen
- Sarcomen
Goedaardige slokdarm tumoren:
- Leiomyomen
- Lipomen
- Fibromen
Zz en meestal asymptomatisch
Itt grote tumoren: symptomen zoals dysfagie: moeten geresecteerd worden!
MALIGNE SLOKDARMTUMOREN
2 histologische types
1. Spinocellulair epithelioma = squameus cel carcinoma = plaveiselcarcinoom
o Kwaadaardige tumor afkomstig van het meerlagig epitheel (dat de slokdarm bekleedt)
o Kan zich overal manifesteren maar vooral in bovenste en middelste derde van de
slokdarm
o Meest frequent: 87% van alle slokdarmkankers dus afkomstig van malpighiaans epitheel
o RF: roken, alcohol
o Mannen > vrouwen: 3/1
i. Drank en eetgedrag!
o Incidentele daalt
2. Adenocarcinoom
1
, o Afkomstig van mucosa: mucussecreterend carcinoom
o Bij langdurige GERD => thv de distale slokdarm (aan gasto-oesophagale junctie):
metaplasie van het malpighiaans epitheel naar Barrett-epitheel (cilindrisch epitheel) =>
adenocarcinoma
o Is een mucussecreterend carcinoom
o RF: GERD, obesitas
o Mannen > vrouwen
o Incidentie stijgt
RF
- Beiden:
o Ivf regio: oost EU > EU
o M > V: 3:1
o Leeftijd: > 60j
- Squameus cel carcinoom= plaveiselcarcinoom:
1. M > V
2. Roken
3. Alcohol
4. Hete dranken
5. Dieet arm aan groenten en fruit
6. Lage sociale economische klasse
7. Genetische voorbestemming
8. Slechte mondhygiëne
9. Opiumgebruik
- Slokdarm adenocarcinoom:
1. M> V
2. GERD
3. Obesitas
4. Roken
5. Genetische voorbestemming
6. Dieet arm aan groeten en fruit
! Geen alcohol associatie dus!
Klinische presentatie
- Meestal symptomen Adhv kliniek en anamnese
- Symptomen van slokdamrcarcinoom doen zich vaak pas in een gevorderd stadium!
- Symptaomalogie geeft du sok diagnose stelling!: bij deze klachten is de kans op
slokdamrcarcinoom heel groot
o Dysfagie
1. Eerste en karakteristieke symptoom
2. Oorzaak: Organisch: lumen vernauwt progressief: 2/3 aantasting
Moeite met slikken door de obstructie
Eerst vloeistoffen, dan vast stoffen
2
, Moeilijke passage zonder pijn
o Anorexie & gewichtsverlies
1. In gevorderd t stadium wanneer T voldoende groot is geworden zal de moeilijke passage zorgen
voor vermagering
2. Of bij metastase => meer gedissimineerde ziekte (dus veralgemeende klachten)
o Thoracale pijn
1. Door mediastinale invasie en druk op neurale structuren : door lokaal ingroeien in omliggende
structuren=> secundaire symptomen ontstaan
Nervus vagus
Nervus laryngeus recurrens
o Odynofagie
1. Bij geulcereerde tumoren
2. = pijn bij slikken: dus continue pijn!
o Heesheid
1. Door invasie nervus laryngeus recurrens < nervus vagus
o Hoest
1. Door fistel: lumen slokdarm is verbonden met lumen luchtpijp: oesofago-tracheale (-bronchiale)
fistel: dus fistel tss tumor in de slokdarm en trachea!
Hoest tijdens slikken van speeksel, vloeistof, vast voedsel
Dus hoestbui wijst op fistel!
Diagnose
o Anamnese en KO: vermoeden van diagnose DD
o Endoscopie met biopsie: bevestiging van de diagnose
o Biopsie: aan de randen van de tumor!
o Medische beeldvorming
Staging
Bepaald het therapeutisch beleid
o EUS (=echo-endoscopsiche ulrasound) TN
o Locoregionale lymfeklieren
o Wat is de diepte van de T doorheen de slokdarmwand
o Invasie binnen bv bronchiën of trachea?
o Medische beeldvorming: bevestiging van EUS
o CT scan thorax/abdomen cTNM
Bevestigen van de bevindingen met EUS
C= klinisch
o FDG PET/CT scan cNM
Contrast combineren met metabool/functioneel onderzoek
Agressiviteit + activiteit van T bepalen
Is goede scan maar niet altijd beschikbaar!
3
, Beter om monitoren van de systheemtherapie: wat is de respons van de T
op de therapie?
Behandeling
! Multidisciplinaire aanpak
bepaald door: lokalisatie + staging van tumor
Curatieve behandeling
o EMR (endoscopische mucosale resectie)
Bij
kleine tumor (T1a-b N0)
hoogradioactief dysplasie in barret-epitheel
dus in de gevallen waarvan men zeker weet dat er afwezigheid van locoregionele
adenopathien! N=0
Maakt dus niet uit tss spino of adenocarcinoom, zolang negatieve lymfeklieren
Is de enige radicale curatieve behandeling voor slokdamrcarcinoom
Nodig is wel dat mucosa ook wordt meegeresecteerd!
Risico: als te diep te resecteren=> perforatie van slokdarm=> dan is chirurgie nodig!
Limiterende factor: correct inschatten van de N-status
Het risico op T1a tumoren= kleine tumoren is laag voor + N status
o Heelkundige resectie: Oesophagectomie (partieel/totaal) (+ neo adjuvante
chemo(radio)therapie)
Bij
gelokaliseerde kanker
Voor tumoren die iets verder gestaged zijn dan T1a, in afwezigheid van
metastase!: T1A N0=> enkel heelkundige resectie zonder systheem of
radiotherapie
Voor T3 of hoger en alle N+ carcinomen: Resectie dus gecombineerd met pre-
operatieve (=neoadjuvante) systheemtherapie: chemoradiotherapie
Resectie (+gecombineerd met pre-operatieve (=neoadjuvante) systheemtherapie:
chemoradiotherapie al dan niet met een immunotherapie (=afhv moleculair profiel)
indien T3 of hoger en alle N+)
Na 2 maanden dus kijken wat de respons is op die systheemtherapie en afh
daarvan beslissen of tumor klein genoeg is om te opereren / of therapie nog
eens 2 m voortzetten / therapie stoppen en geen chirurgie indein de terhapei
zo volledig is !
Wat houdt de chirurgie in?
T wordt verwijderd MET de locoregionale lymfeklieren: N1-N2
Defect moet terug hersteld worden!
Reconstructie met stukje maagtubulus/interposistie ddarm/colon
Systheemtherapie
o Chemo(radio)therapie +/- immunotherapie
4