1. Inleiding
1.1 Arbeidsrecht in sociaal werk
Beschermingswetgeving
- De sociale wetgeving die de werknemer wil beschermen tegen de willekeur en mogelijk
misbruik van de werkgever. Om deze redenen spreekt dan ook van de
beschermingswetten
- bv loonbeschermingswet, de wet op het arbeidsreglement, de wet op de
arbeidsovereenkomst
Sociale grondrechten
1. Het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een
algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een
zo hoog een stabiel mogelijk werkgelegenheid, het recht op de billijke
arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg,
en collectief onderhandelen
2. Het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale,
geneeskundige en juridische bijstand
3. Het recht op op een behoorlijke huisvesting
, 4. het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu
5. het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing
1.2 Ontstaan van het arbeidsrecht (niet kennen)
1.2.1 19e eeuwse werkomstandigheden
1.2.2 Werkboekje en strafwetboek 1810
1.3 Eerste sociale wetgeving (1886–1889)
2. Arbeidsrecht: definitie en toepassingsgebied
2.1 Wat is arbeidsrecht?
= het geheel van rechtsregels (wetten, koninklijke besluiten, collectieve
arbeidsovereenkomsten, individuele arbeidsovereenkomsten, enz.) dat de verhoudingen
regelt tussen werkgevers en werknemers, zowel individueel als collectief, en die het
recht op arbeid als sociaal grondrecht tot voorwerp hebben
2.2 Arbeid in verschillende rechtsstelsels
3. De arbeidsovereenkomst
3.1 Definitie
1. Een AO is een wederkerige overeenkomst waarbij twee partijen, enerzijds de werkgever
en anderzijds de werknemer, tegenover elkaar een verbintenis aangaan of
verplichtingen op zich nemen.
, 2. De werknemer verbindt zich ertoe tegen loon, onder gezag van de werkgever, arbeid te
verrichten.
3. De betaling van het loon en het verschaffen van werk zijn de verplichtingen die de
werkgever op zich neemt.
4. Een arbeidsovereenkomst is een overeenkomst tot het verrichten van arbeid waarbij de
ene partij, de werknemer, zich tegenover de andere partij, de werkgever, verbindt om in
een verhouding van ondergeschiktheid aan of onder het gezag van een werkgever,
tegen loon arbeid te verrichten (Sociaalrechtelijk woordenboek)
3.2 Essentiële kenmerken
3.2.1 Arbeid
= vormt het onderscheid met een leerovereenkomst, waarbij de opleiding centraal staat
3.2.2 Loon
= vormt het onderscheid met vrijwilligers die een onkostenvergoeding (kunnen) krijgen
3.2.3 Gezag (ondergeschikt verband)
, = vormt het onderscheid met een overeenkomst van zelfstandige samenwerking
(aannemings-overeenkomst) waarin niet gewerkt wordt in een hiërarchische relatie
3.2.4 Overeenkomst
= vormt het onderscheid met ambtenaren die werken in een statuut, zijnde een
eenzijdige verbintenis van een overheidsdienst / instelling
BOEK
3 elementen tezamen moeten aanwezig zijn om van een arbeidsovereenkomst te spreken, als 1
van die dingen mist is het geen arbeidsovereenkomst maar is er een andere vorm van
tewerkstelling of samenwerking
1. Vastbenoemde ambtenaren hebben geen arbeidsovereenkomst maar een STATUUT
geen wederkerige overeenkomst maar een eenzijdige verbintenis van de tewerkstelling
van de overheid
2. Arbeidsovereenkomst onderscheidt zich van de leerovereenkomst, in deze
overeenkomst niet de verrichte arbeid essentieel maar de opleiding wel
3. vrijwilligers zij krijgen geen loon maar onkostenvergoeding, wordt altijd zeer goed
nagekeken of het geen verdoken loon is, in dit geval wel is dan is er
arbeidsovereenkomst
4. zelfstandigen leveren wel prestaties tegen betaling maar zij werken niet in ondergeschikt
verband