OC/ES – OC – kennisdoelen
, 1. De student weet wanneer gesproken wordt van een verstandelijke beperking (verstandelijke
ontwikkelingsstoornis) en benoemt de classificatiecriteria volgens de DSM-V en weet wat de
invloed daarvan op de communicatie kan zijn.
Classificatiesysteem DSM-IV:
Lichte verstandelijke beperking (IQ 55-75)
Matige verstandelijke beperking (IQ 35-55)
Ernstige verstandelijke beperking (IQ 20-35)
Zeer ernstige verstandelijke beperking (IQ 20-35)
Classificatiesysteem DSM-V:
Criterium A: te kort in de algemene intellectuele vaardigheden IQ < 70 (+/- 5) = 2 SD
onder gemiddelde
Criterium B: beperking in adaptieve vermogen
Criterium C: tijdens de ontwikkelingsperiode symptomen aanwezig
2. De student kent de definitie van Cerebrale Parese en kan de 3 hoofdgroepen benoemen en
beschrijven.
Cerebrale Parese: een klinisch syndroom gekenmerkt door een persisterende houdings- of
bewegingsstoornis ten gevolge van een niet-progressief pathologisch proces dat de hersenen
tijdens hun ontwikkeling (voor de eerste verjaardag) heeft beschadigd. De houdings- of
bewegingsstoornis moet beperkingen in activiteiten tot gevolg hebben. De aandoening gaat
vaak gepaard met stoornissen in sensoriek, cognitie, communicatie, perceptie en/of gedrag
(Bax 2005). De 3 hoofdgroepen:
Spastische CP: wordt gekenmerkt door spierstijfheid, unilateraal of bilateraal.
Dyskinetische CP: wordt gekenmerkt door extreme/ abnormale (onwillekeurige)
bewegelijkheid, ook in rust.
Atactische CP: wordt gekenmerkt door problemen met het coördineren van
bewegingen en het bewaren van evenwicht.
3. De student benoemt en beschrijft de classificatie niveaus van de Gross Motor Function
Classification Scale (GMFCS):
GMFCS: classificatiesysteem dat is gebaseerd op spontaan uitgevoerde bewegingen met de
nadruk op zitten, transfers, en mobiliteit. Het belangrijkste uitgangspunt bij het construeren
van een classificatie (systeem) met 5 niveaus was dat er in het dagelijks leven een
betekenisvol onderscheid moet bestaan tussen de niveaus:
Niveau I Loopt zonder beperking
Niveau II Loopt met beperking
Niveau III Loopt het behulp van een loophulpmiddel
Niveau IV Zelfstandig voortbewegen met beperking, mogelijk gebruik van elektrisch
vervoersmiddel
Niveau V Wordt vervoerd in een rolstoel
De GMFCS heeft 4 leeftijdsgroepen:
0 – 2 jaar
2 – 4 jaar
4 – 6 jaar
6 – 12 jaar
2
, 1. De student weet wanneer gesproken wordt van een verstandelijke beperking (verstandelijke
ontwikkelingsstoornis) en benoemt de classificatiecriteria volgens de DSM-V en weet wat de
invloed daarvan op de communicatie kan zijn.
Classificatiesysteem DSM-IV:
Lichte verstandelijke beperking (IQ 55-75)
Matige verstandelijke beperking (IQ 35-55)
Ernstige verstandelijke beperking (IQ 20-35)
Zeer ernstige verstandelijke beperking (IQ 20-35)
Classificatiesysteem DSM-V:
Criterium A: te kort in de algemene intellectuele vaardigheden IQ < 70 (+/- 5) = 2 SD
onder gemiddelde
Criterium B: beperking in adaptieve vermogen
Criterium C: tijdens de ontwikkelingsperiode symptomen aanwezig
2. De student kent de definitie van Cerebrale Parese en kan de 3 hoofdgroepen benoemen en
beschrijven.
Cerebrale Parese: een klinisch syndroom gekenmerkt door een persisterende houdings- of
bewegingsstoornis ten gevolge van een niet-progressief pathologisch proces dat de hersenen
tijdens hun ontwikkeling (voor de eerste verjaardag) heeft beschadigd. De houdings- of
bewegingsstoornis moet beperkingen in activiteiten tot gevolg hebben. De aandoening gaat
vaak gepaard met stoornissen in sensoriek, cognitie, communicatie, perceptie en/of gedrag
(Bax 2005). De 3 hoofdgroepen:
Spastische CP: wordt gekenmerkt door spierstijfheid, unilateraal of bilateraal.
Dyskinetische CP: wordt gekenmerkt door extreme/ abnormale (onwillekeurige)
bewegelijkheid, ook in rust.
Atactische CP: wordt gekenmerkt door problemen met het coördineren van
bewegingen en het bewaren van evenwicht.
3. De student benoemt en beschrijft de classificatie niveaus van de Gross Motor Function
Classification Scale (GMFCS):
GMFCS: classificatiesysteem dat is gebaseerd op spontaan uitgevoerde bewegingen met de
nadruk op zitten, transfers, en mobiliteit. Het belangrijkste uitgangspunt bij het construeren
van een classificatie (systeem) met 5 niveaus was dat er in het dagelijks leven een
betekenisvol onderscheid moet bestaan tussen de niveaus:
Niveau I Loopt zonder beperking
Niveau II Loopt met beperking
Niveau III Loopt het behulp van een loophulpmiddel
Niveau IV Zelfstandig voortbewegen met beperking, mogelijk gebruik van elektrisch
vervoersmiddel
Niveau V Wordt vervoerd in een rolstoel
De GMFCS heeft 4 leeftijdsgroepen:
0 – 2 jaar
2 – 4 jaar
4 – 6 jaar
6 – 12 jaar
2