H1: Macht, democratie & verkiezingen
Macht
Definitie
- Intentioneel: doelbewust invloed uitoefenen
- Daad en vermogen: iemand met macht mag je ‘bestraffen’
politieagent - boete
- Effectiviteit: je doet het echt, luisteren naar hen boete betalen
- Asymmetrisch: iemand die macht uitoefent mag meer Ik kan agent niet
straffen
=> agenten: monopoly van geweld
=> Macht is fundament voor organisatie van maatschappij
Machtsmiddelen: (reden)
- Studies, vanuit expertise (informatie)
- Macht van het getal: als je met veel bent, heb je meer macht
- Geweld: bv. luisteren naar een overvaller, M23 in Congo
- Geld: bv. Elon Musk
- Verkozen worden
- Leeftijd: hoe ouder, hoe meer macht
- Impact van geboorte
Latente macht
latent = sluimerend
Hebben van macht zonder dat je ze echt uitoefent. Mensen gaan proactief
handelen op mogelijke, veronderstelde macht.
= bv. gsm achter stuur wegdoen als je politie ziet, politie weet het niet
kinderen worden stil als LK binnenkomt, LK vraagt het niet
democratie
link met verlichting: individu krijgt een belangrijkere rol
Voordien: 3standen (Clerus, Adel, 3de stand)
Adel had alle macht, tijdens verlichting komt er verandering
Verlichtingsfilosofen: (Montesquieu,…) : Hoe My organiseren? kijken naar grootste
groep, volk
=> Democratie is het bestuur van, voor en door het volk
- Van het volk: het volk dat bestuurd wordt
- Voor het volk: in het belang van het volk
- Door het volk: verkiezingen, ministers worden gekozen door ons
Definitie (3 pijlers)
1
, 1. Sociaal contract: vrijheden opgeven om rechten te beschermen
bv. Om eigen veiligheid te beschermen, mag je geen geweld
gebruiken
=> solidariteitsprincipe, collectieve voorzieningen
2. Regels & procedures: scheiding der machten
=> wetgevende, uitvoerende, rechterlijke macht
3. Respect voor individuele rechten: staat moet die waarborgen en
beschermen
bv. recht op onderwijs -> investeren in onderwijs
Scheiding der machten
=> Montesquieu wilt machtsmisbruik vermijden
1. Wetgevende macht: parlement: maken wetten, wij stemmen erop
2. Uitvoerende macht: regering: voert ze uit
3. Rechterlijke macht: rechtbanken: controleren het parlement en de regering
=>Nu vaak regering die invloed heeft op parlement, zou omgekeerd moeten zijn
=> probleem voor scheiding macht: Wetgevende en uitvoerende macht bij
regering
2
,Verkiezingen
= fundament van democratie
= Per land anderen invulling
representatief systeem: Percentage stemmen = percentage zetels
meerderheidssysteem: Wie meerderheid heeft, krijgt alle macht
Belgisch kiesstelsel
Kieskringen ~=~ provincies,
Representatieve vertegenwoordiging: meer inwoners provincie, meer
vertegenwoordigers
Kiesdrempel: Als partij moet je 5% van stemmen halen in kieskring om verkozene
te sturen
Voor de verkiezingen
Politieke partijen
kieslijsten maken: volgorde van kandidaten
=> hoe hoger op lijst, hoe meer kans om verkozen te worden
- evenveel mannen, als vrouwen
- Binnen eerste drie moet afwisseling man/vrouw (1 man => 2 vrouw)
Dag van verkiezingen
Geldig stemmen: stemmen binnen één partij, iets tekenen, op computer kan het
niet
Blanco stemmen: niks invullen
=> Ongeldig stemmen, blanco stemmen: grotere kans dat meerderheid wint,
verhoudingen
Volmacht: Als je niet kan komen stemmen, kan je je stem aan iemand anders
geven
Na de verkiezingen
3
, Vlaamse meerderheid: N-V-A, vooruit, CD&V (federaal: zelfde + Waalse)
4
Macht
Definitie
- Intentioneel: doelbewust invloed uitoefenen
- Daad en vermogen: iemand met macht mag je ‘bestraffen’
politieagent - boete
- Effectiviteit: je doet het echt, luisteren naar hen boete betalen
- Asymmetrisch: iemand die macht uitoefent mag meer Ik kan agent niet
straffen
=> agenten: monopoly van geweld
=> Macht is fundament voor organisatie van maatschappij
Machtsmiddelen: (reden)
- Studies, vanuit expertise (informatie)
- Macht van het getal: als je met veel bent, heb je meer macht
- Geweld: bv. luisteren naar een overvaller, M23 in Congo
- Geld: bv. Elon Musk
- Verkozen worden
- Leeftijd: hoe ouder, hoe meer macht
- Impact van geboorte
Latente macht
latent = sluimerend
Hebben van macht zonder dat je ze echt uitoefent. Mensen gaan proactief
handelen op mogelijke, veronderstelde macht.
= bv. gsm achter stuur wegdoen als je politie ziet, politie weet het niet
kinderen worden stil als LK binnenkomt, LK vraagt het niet
democratie
link met verlichting: individu krijgt een belangrijkere rol
Voordien: 3standen (Clerus, Adel, 3de stand)
Adel had alle macht, tijdens verlichting komt er verandering
Verlichtingsfilosofen: (Montesquieu,…) : Hoe My organiseren? kijken naar grootste
groep, volk
=> Democratie is het bestuur van, voor en door het volk
- Van het volk: het volk dat bestuurd wordt
- Voor het volk: in het belang van het volk
- Door het volk: verkiezingen, ministers worden gekozen door ons
Definitie (3 pijlers)
1
, 1. Sociaal contract: vrijheden opgeven om rechten te beschermen
bv. Om eigen veiligheid te beschermen, mag je geen geweld
gebruiken
=> solidariteitsprincipe, collectieve voorzieningen
2. Regels & procedures: scheiding der machten
=> wetgevende, uitvoerende, rechterlijke macht
3. Respect voor individuele rechten: staat moet die waarborgen en
beschermen
bv. recht op onderwijs -> investeren in onderwijs
Scheiding der machten
=> Montesquieu wilt machtsmisbruik vermijden
1. Wetgevende macht: parlement: maken wetten, wij stemmen erop
2. Uitvoerende macht: regering: voert ze uit
3. Rechterlijke macht: rechtbanken: controleren het parlement en de regering
=>Nu vaak regering die invloed heeft op parlement, zou omgekeerd moeten zijn
=> probleem voor scheiding macht: Wetgevende en uitvoerende macht bij
regering
2
,Verkiezingen
= fundament van democratie
= Per land anderen invulling
representatief systeem: Percentage stemmen = percentage zetels
meerderheidssysteem: Wie meerderheid heeft, krijgt alle macht
Belgisch kiesstelsel
Kieskringen ~=~ provincies,
Representatieve vertegenwoordiging: meer inwoners provincie, meer
vertegenwoordigers
Kiesdrempel: Als partij moet je 5% van stemmen halen in kieskring om verkozene
te sturen
Voor de verkiezingen
Politieke partijen
kieslijsten maken: volgorde van kandidaten
=> hoe hoger op lijst, hoe meer kans om verkozen te worden
- evenveel mannen, als vrouwen
- Binnen eerste drie moet afwisseling man/vrouw (1 man => 2 vrouw)
Dag van verkiezingen
Geldig stemmen: stemmen binnen één partij, iets tekenen, op computer kan het
niet
Blanco stemmen: niks invullen
=> Ongeldig stemmen, blanco stemmen: grotere kans dat meerderheid wint,
verhoudingen
Volmacht: Als je niet kan komen stemmen, kan je je stem aan iemand anders
geven
Na de verkiezingen
3
, Vlaamse meerderheid: N-V-A, vooruit, CD&V (federaal: zelfde + Waalse)
4