FVR SV
LW1
“RELATIE”-VERMOGENS-RECHT fundamenteel onderscheid tussen
Titel 1. HUWELIJKSVERMOGENSRECHT (HVR) Definitie
Regelt de vermogensrechtelijke aanspraken tussen gehuwden, zowel tussen de echtgenoten als
tegenover derden tijdens het huwelijk ALS bij de ontbinding.
= lex specialis = vóór andere wetgeving toe te passen (= ze primeert). Pas als het HVR niets voorziet, is
het gemeen recht (verbintenissen- en contractenrecht) van toepassing. (voorbeeld) Het HVR wijkt voor vele
aspecten af van het gemeen recht.
Het HVR primeert boven het gemeen verbintenissen- en contractenrecht!
Bronnen
BURGERLIJK WETBOEK (in hoofdzaak)
Het primair stelsel in boek I. ‘Wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten deel van BOEK
I (personen) --> art. 212-224 OBW ( (bedoeling mee in te kantelen in boek
Het secundair HVR in boek III. ‘over de wijze waarop eigendom wordt verkregen’ Boek 2 titel 3 BW
(vervanging van art. 1387- 1474/1 OBW) Opm. W 22 juli 2018: grondige wijzigingen aangebracht
maar basisfilosofie werd wel behouden
Bijzondere wetgeving
Vb. in het Gerechtelijk Wetboek : bevoegdheid van de familierechtbanken voor (de meeste)
huwelijksvermogensrechtelijke geschillen. Vb. IPR (= internationaal privaatrecht) Denk aan internationale
koppels! Opm. Sinds 01/09/2014 : Familierechtbank bevoegd om kennis te nemen van (het overgrote deel
van ) huwelijksvermogensrechtelijke geschillen.
1
r
,H1, Primair stelsel
Regelt de minimale rechten en verplichtingen van echtgenoten zowel tussen hen onderling als in
verhouding tot derden.
Kenmerken:
1. = “minimum minimorum” voor ALLE GEHUWDEN afwijken in huwcontract=onmogelijk (vb)
2. = DWINGEND (niet van O.O.)
3. = wederkerige verplichtingen op grond van de WET gevolg : = NA TE LEVEN en het is niet omdat de
ene echtgenoot er zich niet aan houdt, dat de andere echtgenoot het recht heeft om de eigen
verplichtingen op te schorten.
Primair stelsel (vervolg)
Op wie van toepassing?
Alle gehuwden door het enkele feit van het huwelijk
Hoelang?
Gedurende de hele duur van het huwelijk. Ook tijdens feitelijke scheiding en echtscheidingsprocedure.
(soms dan wel in een andere vorm)
KRACHTLIJNEN : GAS
G : Gelijkheid van de echtgenoten
A : Behoud van Autonomie van elk der echtgenoten
S : Minimale Solidariteit tussen de echtgenoten – bescherming gezinsbelang
Gelijkheid van de echtgenoten
Ieder heeft dezelfde rechten en plichten
Ieder is handelsbekwaam: iedere echtgenote kan bijvoorbeeld een bankrekening openen.
maar gehuwden kunnen niet alles alleen doen. Wet bepaalt soms dat de één iets niet kàn doen
zonder de andere.
Vb. Bart en Mieke = gehuwd; Bart = enige eigenaar van de gezinswoning. Zonder instemming van Mieke (handtekening
van de notariële akte) kan Bart niet verkopen zelfs al is hij enige eigenaar! (art. 215 §1 OBW)
Recht beroep te kiezen Elke echtgenoot RECHT (g)een BEROEP TE KIEZEN ! ZONDER
INSTEMMING van de andere echtgenoot. (art 216 § 1 0BW)
Vb. Bart was beenhouwer in een supermarkt en wil kippenboer
worden; Mieke moet niet akkoord zijn of instemming geven.
Wat als de andere niet akkoord VERZET mogelijk door de andere echtgenoot VIA PROCEDURE VOOR
gaat? FAMILIERECHTBANK als die meent dat aan de uitoefening van dit
beroep een “ernstig nadeel is verbonden voor de belangen van het
gezin en de kinderen”
vb. Mieke meent dat de kippenboerderij een véél te groot financieel
risico inhoudt. Zij kan naar de familierechtbank gaan en de rechter
zal oordelen
En dan? Art. 216 OBW voorziet geen sancties…. Beslissing van rechter niet
afdwingbaar !
2
r
, Stel Rechter geeft Mieke gelijk en hij verbiedt Bart om kippenboer te
worden !? maar …Bart doet het toch. En dan ? wat nu voor Mieke ?
Mieke kan dringende en voorlopige maatregelen tot echtscheiding
vragen of bv als ze gehuwd zijn onder een wettelijk stelsel (zie later
in cursus) dan zullen de schulden die Bart als kippenboer maakt
eigen schulden zijn
Gebruik naam
GEBRUIK NAAM VAN ANDERE ECHTGENOOT IN
BEROEPSUITOEFENING ? INSTEMMING NODIG van de andere
echtgenoot (art. 216 § 2 0BW)
Stel Bart wil kippenboerderij noemen : “Bij Bart en Mieke”; Mieke
weigert. Gevolg : “Bij Bart”
Behoud van Autonomie van elk der echtgenoten
= behoud van zelfstandigheid
3 facetten :
1. VRIJHEID VAN BEROEPSUITOEFENING (art. 216 OBW)
2. INNING en BESTEDING VAN DE INKOMSTEN (art. 217 OBW)
3. OPENING BANKREKENING OF KLUIS HUREN (art. 218 OBW)
1. VRIJHEID VAN BEROEPSUITOEFENING (art. 216 OBW)
2. INNING en BESTEDING VAN DE INKOMSTEN (art. 217 OBW)
Elkeen mag zijn inkomsten innen.
Vrij besteden van de inkomsten ? Nee (art. 217 OBW)
Wet geeft volgorde op:
Eerst : bijdrage in de LASTEN VAN HET HUWELIJK
Dan voor aankoop van goederen verantwoord voor de uitoefening BEROEP
Overschot hangt af van het huwelijkstelsel (zie later in cursus)
Vb. casus 11
3. OPENING BANKREKENING OF KLUIS HUREN (art. 218 OBW)
Elke echtgenoot kan doen openen op eigen naam zonder instemming van de andere
Bank: meldingsplicht van het bestaan (niet de inhoud) post factum aan de echtgenoot
Tegenover de Bank heeft deze echtgenoot het exclusieve bestuur van deze goederen (en dus alle
gebruikelijke bankverrichtingen doen)
Geen kredietverrichtingen!!
Minimale Solidariteit tussen de echtgenoten – bescherming van het gezinsleven
3 facetten :
3
r
, 1. HULP en BIJDRAGE VERPLICHTING (art. 213,217, 220 en 221 OBW)
2. BESCHERMING van de GEZINSWONING (art. 215 en 224 OBW)
3. HOOFDELIJKHEID voor de HUISHOUDELIJKE SCHULDEN (art. 222 OBW)
1. HULP en BIJDRAGE VERPLICHTING (art. 213,217, 220 en 221 OBW)
Hulpplicht: Levensstandaard
Bijdrage in de lasten van het huwelijk: Inkomsten voor de kosten van het huwelijk en
samenleven (art. 217 OBW) - ‘lasten van het huwelijk’ = ruim begrip (zie randnr. 26 boek)
2. BESCHERMING van de GEZINSWONING (art. 215 en 224 OBW)
‘Bescherming van de gezinswoning en de huisraad’
Voornaamste gezinswoning = feitenkwestie (vb casus 16)
Dienstdoen als gezinswoning Daadwerkelijk bewonen (huis in
aanbouw?)
Gezinswoning = ONROEREND GOED Ook hetgeen er bijhoort zoals garage,
tuinhuisje
Huisraad = alle roerende goederen voor gebruik of versiering van de GW en behoren tot normale kader
(kunst?)
Doel = Beschermen van de ene echtgenoot tegen rechtshandelingen gesteld door de andere echtgenoot.
Geen bescherming tegenover derden – gezinswoning in principe beslagbaar !
Mogelijkheid verklaring van onbeslagbaarheid van de GW bij notariële akte (voor iedereen ?)
Voor de hele duurtijd van het huwelijk. dus van begin van huwelijk tot aan de ontbinding (overlijden,
echtscheiding)
De bescherming van de gezinswoning is groot maar er zijn bevoegdheidsbeperkingen !
Wet : “niet zonder instemming van de andere echtgenoot onder bezwarende of kosteloze titel onder de
levenden over de gezinswoning of het huisraad beschikken of het goed met een hypotheek bezwaren.” -->
echtgenoot-eigenaar = handelingsonbevoegd om te beschikken zonder instemming
Vb. gehuwde man erft grond – koppel bouwt er een woning op en gaat daar samen wonen.
Grond …+ gebouwen = eigen van de man (wie eigenaar is van de grond, is eigenaar van de gebouwen).
Mag de man de woning zonder instemming van de vrouw verkopen ?
Mag de man een hypothecaire lening aangaan ?
Mag een schuldeiser van de man beslag leggen op de woning ?
Vb. 3 zussen hebben een woning hebben geërfd, elk voor 1/3de.
1 zus woont er met haar man en kinderen.
4
r
LW1
“RELATIE”-VERMOGENS-RECHT fundamenteel onderscheid tussen
Titel 1. HUWELIJKSVERMOGENSRECHT (HVR) Definitie
Regelt de vermogensrechtelijke aanspraken tussen gehuwden, zowel tussen de echtgenoten als
tegenover derden tijdens het huwelijk ALS bij de ontbinding.
= lex specialis = vóór andere wetgeving toe te passen (= ze primeert). Pas als het HVR niets voorziet, is
het gemeen recht (verbintenissen- en contractenrecht) van toepassing. (voorbeeld) Het HVR wijkt voor vele
aspecten af van het gemeen recht.
Het HVR primeert boven het gemeen verbintenissen- en contractenrecht!
Bronnen
BURGERLIJK WETBOEK (in hoofdzaak)
Het primair stelsel in boek I. ‘Wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten deel van BOEK
I (personen) --> art. 212-224 OBW ( (bedoeling mee in te kantelen in boek
Het secundair HVR in boek III. ‘over de wijze waarop eigendom wordt verkregen’ Boek 2 titel 3 BW
(vervanging van art. 1387- 1474/1 OBW) Opm. W 22 juli 2018: grondige wijzigingen aangebracht
maar basisfilosofie werd wel behouden
Bijzondere wetgeving
Vb. in het Gerechtelijk Wetboek : bevoegdheid van de familierechtbanken voor (de meeste)
huwelijksvermogensrechtelijke geschillen. Vb. IPR (= internationaal privaatrecht) Denk aan internationale
koppels! Opm. Sinds 01/09/2014 : Familierechtbank bevoegd om kennis te nemen van (het overgrote deel
van ) huwelijksvermogensrechtelijke geschillen.
1
r
,H1, Primair stelsel
Regelt de minimale rechten en verplichtingen van echtgenoten zowel tussen hen onderling als in
verhouding tot derden.
Kenmerken:
1. = “minimum minimorum” voor ALLE GEHUWDEN afwijken in huwcontract=onmogelijk (vb)
2. = DWINGEND (niet van O.O.)
3. = wederkerige verplichtingen op grond van de WET gevolg : = NA TE LEVEN en het is niet omdat de
ene echtgenoot er zich niet aan houdt, dat de andere echtgenoot het recht heeft om de eigen
verplichtingen op te schorten.
Primair stelsel (vervolg)
Op wie van toepassing?
Alle gehuwden door het enkele feit van het huwelijk
Hoelang?
Gedurende de hele duur van het huwelijk. Ook tijdens feitelijke scheiding en echtscheidingsprocedure.
(soms dan wel in een andere vorm)
KRACHTLIJNEN : GAS
G : Gelijkheid van de echtgenoten
A : Behoud van Autonomie van elk der echtgenoten
S : Minimale Solidariteit tussen de echtgenoten – bescherming gezinsbelang
Gelijkheid van de echtgenoten
Ieder heeft dezelfde rechten en plichten
Ieder is handelsbekwaam: iedere echtgenote kan bijvoorbeeld een bankrekening openen.
maar gehuwden kunnen niet alles alleen doen. Wet bepaalt soms dat de één iets niet kàn doen
zonder de andere.
Vb. Bart en Mieke = gehuwd; Bart = enige eigenaar van de gezinswoning. Zonder instemming van Mieke (handtekening
van de notariële akte) kan Bart niet verkopen zelfs al is hij enige eigenaar! (art. 215 §1 OBW)
Recht beroep te kiezen Elke echtgenoot RECHT (g)een BEROEP TE KIEZEN ! ZONDER
INSTEMMING van de andere echtgenoot. (art 216 § 1 0BW)
Vb. Bart was beenhouwer in een supermarkt en wil kippenboer
worden; Mieke moet niet akkoord zijn of instemming geven.
Wat als de andere niet akkoord VERZET mogelijk door de andere echtgenoot VIA PROCEDURE VOOR
gaat? FAMILIERECHTBANK als die meent dat aan de uitoefening van dit
beroep een “ernstig nadeel is verbonden voor de belangen van het
gezin en de kinderen”
vb. Mieke meent dat de kippenboerderij een véél te groot financieel
risico inhoudt. Zij kan naar de familierechtbank gaan en de rechter
zal oordelen
En dan? Art. 216 OBW voorziet geen sancties…. Beslissing van rechter niet
afdwingbaar !
2
r
, Stel Rechter geeft Mieke gelijk en hij verbiedt Bart om kippenboer te
worden !? maar …Bart doet het toch. En dan ? wat nu voor Mieke ?
Mieke kan dringende en voorlopige maatregelen tot echtscheiding
vragen of bv als ze gehuwd zijn onder een wettelijk stelsel (zie later
in cursus) dan zullen de schulden die Bart als kippenboer maakt
eigen schulden zijn
Gebruik naam
GEBRUIK NAAM VAN ANDERE ECHTGENOOT IN
BEROEPSUITOEFENING ? INSTEMMING NODIG van de andere
echtgenoot (art. 216 § 2 0BW)
Stel Bart wil kippenboerderij noemen : “Bij Bart en Mieke”; Mieke
weigert. Gevolg : “Bij Bart”
Behoud van Autonomie van elk der echtgenoten
= behoud van zelfstandigheid
3 facetten :
1. VRIJHEID VAN BEROEPSUITOEFENING (art. 216 OBW)
2. INNING en BESTEDING VAN DE INKOMSTEN (art. 217 OBW)
3. OPENING BANKREKENING OF KLUIS HUREN (art. 218 OBW)
1. VRIJHEID VAN BEROEPSUITOEFENING (art. 216 OBW)
2. INNING en BESTEDING VAN DE INKOMSTEN (art. 217 OBW)
Elkeen mag zijn inkomsten innen.
Vrij besteden van de inkomsten ? Nee (art. 217 OBW)
Wet geeft volgorde op:
Eerst : bijdrage in de LASTEN VAN HET HUWELIJK
Dan voor aankoop van goederen verantwoord voor de uitoefening BEROEP
Overschot hangt af van het huwelijkstelsel (zie later in cursus)
Vb. casus 11
3. OPENING BANKREKENING OF KLUIS HUREN (art. 218 OBW)
Elke echtgenoot kan doen openen op eigen naam zonder instemming van de andere
Bank: meldingsplicht van het bestaan (niet de inhoud) post factum aan de echtgenoot
Tegenover de Bank heeft deze echtgenoot het exclusieve bestuur van deze goederen (en dus alle
gebruikelijke bankverrichtingen doen)
Geen kredietverrichtingen!!
Minimale Solidariteit tussen de echtgenoten – bescherming van het gezinsleven
3 facetten :
3
r
, 1. HULP en BIJDRAGE VERPLICHTING (art. 213,217, 220 en 221 OBW)
2. BESCHERMING van de GEZINSWONING (art. 215 en 224 OBW)
3. HOOFDELIJKHEID voor de HUISHOUDELIJKE SCHULDEN (art. 222 OBW)
1. HULP en BIJDRAGE VERPLICHTING (art. 213,217, 220 en 221 OBW)
Hulpplicht: Levensstandaard
Bijdrage in de lasten van het huwelijk: Inkomsten voor de kosten van het huwelijk en
samenleven (art. 217 OBW) - ‘lasten van het huwelijk’ = ruim begrip (zie randnr. 26 boek)
2. BESCHERMING van de GEZINSWONING (art. 215 en 224 OBW)
‘Bescherming van de gezinswoning en de huisraad’
Voornaamste gezinswoning = feitenkwestie (vb casus 16)
Dienstdoen als gezinswoning Daadwerkelijk bewonen (huis in
aanbouw?)
Gezinswoning = ONROEREND GOED Ook hetgeen er bijhoort zoals garage,
tuinhuisje
Huisraad = alle roerende goederen voor gebruik of versiering van de GW en behoren tot normale kader
(kunst?)
Doel = Beschermen van de ene echtgenoot tegen rechtshandelingen gesteld door de andere echtgenoot.
Geen bescherming tegenover derden – gezinswoning in principe beslagbaar !
Mogelijkheid verklaring van onbeslagbaarheid van de GW bij notariële akte (voor iedereen ?)
Voor de hele duurtijd van het huwelijk. dus van begin van huwelijk tot aan de ontbinding (overlijden,
echtscheiding)
De bescherming van de gezinswoning is groot maar er zijn bevoegdheidsbeperkingen !
Wet : “niet zonder instemming van de andere echtgenoot onder bezwarende of kosteloze titel onder de
levenden over de gezinswoning of het huisraad beschikken of het goed met een hypotheek bezwaren.” -->
echtgenoot-eigenaar = handelingsonbevoegd om te beschikken zonder instemming
Vb. gehuwde man erft grond – koppel bouwt er een woning op en gaat daar samen wonen.
Grond …+ gebouwen = eigen van de man (wie eigenaar is van de grond, is eigenaar van de gebouwen).
Mag de man de woning zonder instemming van de vrouw verkopen ?
Mag de man een hypothecaire lening aangaan ?
Mag een schuldeiser van de man beslag leggen op de woning ?
Vb. 3 zussen hebben een woning hebben geërfd, elk voor 1/3de.
1 zus woont er met haar man en kinderen.
4
r