HF 1: Algemene systeemtheorie en cybernetica
SYSTEEMDENKEN = geen pasklare oplossingen
➔ Focust op de samenhang tussen verschillende elementen
binnen een geheel
➔ Niet alleen kijken naar de individuele cliënt, maar ook naar
de bredere context
➔ Interactie en de onderlinge samenhang tussen elementen
(gedachten en emoties tot sociale relaties en
omgevingsfactoren) = cruciaal voor het begrijpen van het
systeem
GRONDLEGGERS 1. LUDWIG VON BERTALANFFY
FOCUS: ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE
o Hollisme = systemen meer zijn dan de som van hun
onderdelen: een individu maakt deel uit van een groep en
oefent daar invloed op
o Interconnectiviteit = alle onderdelen van een systeem zijn
met elkaar verbonden en we beïnvloeden elkaar
o Open systemen = systemen staan in wisselwerking met hun
omgeving, ze wisselen energie, informatie en materie uit
met hun externe omgeving
o Feedbackmechanismen = systemen bevatten vaak
feedbackloops, deze helpen bij het reguleren van gedrag
- Positieve feedback versterkt veranderingen
- Negatieve feedback bevordert stabiliteit
o Dynamische processen = systemen evolueren en
veranderen doorheen de tijd, beïnvloed door interne en
externe factoren zijn systemen voortdurend in
ontwikkeling
1
, 2. NORBERT WIENER
FOCUS: CYBERNETICA
o Interdisciplinair karakter = cybernetica combineert
inzichten uit verschillende disciplines, zoals wiskunde,
engineering, biologie, psychologie en sociale
wetenschappen, dit heeft geleid tot een breder begrip van
hoe complexe systemen functioneren
o Zelfregulatie en controle = cybernetica bestudeert hoe
systemen zichzelf reguleren en aanpassen aan
veranderingen in de omgeving, dit omvat het concept van
feedback = informatie over de output van een systeem
koppelt terug naar de input => hierdoor kan het systeem
leren en zich kan aanpassen
o Communicatie = communicatie tussen de delen van een
systeem = cruciaal, cybernetica => hoe informatie wordt
verzonden, ontvangen en verwerkt binnen systemen is
essentieel voor het functioneren en aanpassing van die
systemen
o Complexiteit en adaptatie = cybernetica richt zich op => de
dynamiek van complexe systemen, hoe deze complexe
systemen in staat zijn om zich aan te passen aan zowel
interne als externe veranderingen
3. GREGORY BATESON
FOCUS: BEGIN SYSTEEMTHEORIE, an Ecology of Mind
o Het streven naar evenwicht = dynamisch evenwicht
in een “orde”…waarin vaste “complementaire” posities…
zorgen voor het natuurlijk (ecologisch) evenwicht
- dit dynamische evenwicht is nodig voor het
voortbestaan van de soort
- een familie / het gezin: mensen moeten
vanuit deze optiek niet meer (noodzakelijk)
opgenomen en buitengesloten
o Het vermogen om zich aan te passen aan veranderde
omstandigheden = vermogen van een systeem (een gezin,
een gezinslid, …) om te overleven en coherent te blijven,
ondanks veranderende omstandigheden:
- interne omstandigheden (ik heb griep; mijn
kind gaat zelfstandig wonen;…)
- externe omstandigheden (we hebben
nieuwe buren ; mijn bedrijf reorganiseert
en ik krijg een nieuwe functie ; mijn kind
brengt een nieuwe partner mee naar het
familiefeest ;…).
Het begrip ‘aanpasbaarheid’ (adaptability) = een blijvend
proces van veranderende relaties
2
, o Regelmechanismen van positieve en negatieve feedback-
loops =
- negatieve feedback => ‘morfostase’/
‘morphostasis’ = het gezinssysteem
behoudt haar status quo
- positieve feedback =>
‘morfogenese’/’morphogenesis’ = nieuwe
structuren ontstaan in het systeem =>
leidt tot verandering
Voldoende balans houden tussen verandering en stabiliteit
3
SYSTEEMDENKEN = geen pasklare oplossingen
➔ Focust op de samenhang tussen verschillende elementen
binnen een geheel
➔ Niet alleen kijken naar de individuele cliënt, maar ook naar
de bredere context
➔ Interactie en de onderlinge samenhang tussen elementen
(gedachten en emoties tot sociale relaties en
omgevingsfactoren) = cruciaal voor het begrijpen van het
systeem
GRONDLEGGERS 1. LUDWIG VON BERTALANFFY
FOCUS: ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE
o Hollisme = systemen meer zijn dan de som van hun
onderdelen: een individu maakt deel uit van een groep en
oefent daar invloed op
o Interconnectiviteit = alle onderdelen van een systeem zijn
met elkaar verbonden en we beïnvloeden elkaar
o Open systemen = systemen staan in wisselwerking met hun
omgeving, ze wisselen energie, informatie en materie uit
met hun externe omgeving
o Feedbackmechanismen = systemen bevatten vaak
feedbackloops, deze helpen bij het reguleren van gedrag
- Positieve feedback versterkt veranderingen
- Negatieve feedback bevordert stabiliteit
o Dynamische processen = systemen evolueren en
veranderen doorheen de tijd, beïnvloed door interne en
externe factoren zijn systemen voortdurend in
ontwikkeling
1
, 2. NORBERT WIENER
FOCUS: CYBERNETICA
o Interdisciplinair karakter = cybernetica combineert
inzichten uit verschillende disciplines, zoals wiskunde,
engineering, biologie, psychologie en sociale
wetenschappen, dit heeft geleid tot een breder begrip van
hoe complexe systemen functioneren
o Zelfregulatie en controle = cybernetica bestudeert hoe
systemen zichzelf reguleren en aanpassen aan
veranderingen in de omgeving, dit omvat het concept van
feedback = informatie over de output van een systeem
koppelt terug naar de input => hierdoor kan het systeem
leren en zich kan aanpassen
o Communicatie = communicatie tussen de delen van een
systeem = cruciaal, cybernetica => hoe informatie wordt
verzonden, ontvangen en verwerkt binnen systemen is
essentieel voor het functioneren en aanpassing van die
systemen
o Complexiteit en adaptatie = cybernetica richt zich op => de
dynamiek van complexe systemen, hoe deze complexe
systemen in staat zijn om zich aan te passen aan zowel
interne als externe veranderingen
3. GREGORY BATESON
FOCUS: BEGIN SYSTEEMTHEORIE, an Ecology of Mind
o Het streven naar evenwicht = dynamisch evenwicht
in een “orde”…waarin vaste “complementaire” posities…
zorgen voor het natuurlijk (ecologisch) evenwicht
- dit dynamische evenwicht is nodig voor het
voortbestaan van de soort
- een familie / het gezin: mensen moeten
vanuit deze optiek niet meer (noodzakelijk)
opgenomen en buitengesloten
o Het vermogen om zich aan te passen aan veranderde
omstandigheden = vermogen van een systeem (een gezin,
een gezinslid, …) om te overleven en coherent te blijven,
ondanks veranderende omstandigheden:
- interne omstandigheden (ik heb griep; mijn
kind gaat zelfstandig wonen;…)
- externe omstandigheden (we hebben
nieuwe buren ; mijn bedrijf reorganiseert
en ik krijg een nieuwe functie ; mijn kind
brengt een nieuwe partner mee naar het
familiefeest ;…).
Het begrip ‘aanpasbaarheid’ (adaptability) = een blijvend
proces van veranderende relaties
2
, o Regelmechanismen van positieve en negatieve feedback-
loops =
- negatieve feedback => ‘morfostase’/
‘morphostasis’ = het gezinssysteem
behoudt haar status quo
- positieve feedback =>
‘morfogenese’/’morphogenesis’ = nieuwe
structuren ontstaan in het systeem =>
leidt tot verandering
Voldoende balans houden tussen verandering en stabiliteit
3