Nederlands 1
(Meertalige) taalverwerving
1. De noodzakelijke voorwaarden om taal te verwerven
Rijk taalaanbod
o Veel en rijke taal horen tijdens betekenisvolle activiteiten
Hypothese vormen
o Onbewust hypothese vormen over taal
Oefenkansen krijgen
o Veel kansen krijgen om in interactie te gaan met een (meer)
ervaren taalgebruiker en fouten te maken
Feedback ontvangen
o Feedback krijgen op de taaluiting en, indien nodig, hypotheses
bijstellen
2. De vier fasen van vroege taalverwerving
Voortalige fase
0 - 12 maanden
Onderscheid maken tussen gesproken taal en andere
omgevingsgeluiden
Eerste weken vooral comfortgeluidjes, na aantal maanden ook
medeklinkers produceren
→ gapen, kirren, “ammm”
Klankencombinaties maken, maar nog geen echte betekenis
→ “dadada”
Meer luisteren dan taal produceren
Vroegtalige fase
1 – 2,5 jaar
Zijn eerste echte woorden, produceren en combineren tot korte
zinnen
→ “papa boek”
Vaak klanknabootsingen ipv. Echte woorden gebruiken
→ “wawa” voor hond
Eenvoudige boodschappen begrijpen en korte vragen stellen
Uiteindelijk tot 200 woorden kunnen gebruiken
,Differentiatiefase
2,5 – 5 jaar
Snel veel nieuwe woorden leren en er complexere en langere zinnen
mee maken
Ingewikkelde en samengestelde klanken steeds beter kunnen
uitspreken
→ “sch”
Een aantal eenvoudige grammaticale regels onder de knie krijgen
Eenvoudige verhalen kunnen begrijpen en steeds meer vragen
stellen
Voltooiingsfase
5 – 10 jaar
Uiteindelijk meer dan 6000 woorden kennen
De meeste grammaticale regels verworven hebben en langere en
complexe zinnen maken
Meer nadenken over taal, verbanden leggen en vlot waarom-vragen
beantwoorden
Op school leren lezen en schrijven
3. Een blik op moedertaalverwerving
Je moedertaal leren vraagt (veel) tijd:
Vier fasen geven een algemeen beeld weer
Lang, geleidelijk en grillig proces
(grote) verschillen tussen kinderen
, Samenhang met individuele en omgevingsfactoren, de mate waarin
de voorwaarden voor taalverwerving vervuld zijn
4. Meertalige taalverwerving
Meertalig: als ze meer dan 1 taal begrijpen en produceren of als ze
meerdere talen regelmatig gebruik maken
Anderstalig: als je thuis een andere moedertaal spreekt of naast het
Nederlands ook nog een 2e moedertaal hebben
Moedertaalverwerving: verwijst naar het verwerven van een taal die
een kind van bij de geboorte aangeboden krijgt van de ouders
Tweedetaalverwerving: verwijst naar het verwerven van een taal die
niet de moedertaal is, maar die wel dominant is in de omgeving van de
taalleerder
Vreemdetaalverwerving: verwijst naar het verwerven van een taal die
niet de moedertaal is en die ook niet dominant is in de omgeving van de
taalleerder
Meertaligheid: verwijst naar de competentie van kinderen om meer dan
1 taal te begrijpen en produceren
5. Processen bij ontwikkelen van meertalige ontwikkeling
Simulante meertalige ontwikkeling
Beide talen ontwikkelen zoals de eentalige ontwikkeling
o Systeem zoeken om voldoende taalaanbod in beide talen te
garanderen
OPOL = one parent, one language (kan ook inwonende grootouder
zijn)
Successieve meertalige ontwikkeling
Het kind leert de ene taal (pas) na de andere, nieuwe taal wordt
opgebouwd op kennis van de eerste taal maar thuistaal is belangrijk voor
de 2e taal
De eerste taal (moedertaal)
o De ontwikkeling verloopt zoals ééntalige ontwikkeling
De tweede taal
o Eerste fasen van taalontwikkeling worden overgeslagen
Basisstructuren van taal al geleerd bij het ontwikkelen
van 1ste taal
Kennis en vaardigheden in 1ste taal worden gebruikt bij
het verwerven van 2de taal = positieve transfer
(Meertalige) taalverwerving
1. De noodzakelijke voorwaarden om taal te verwerven
Rijk taalaanbod
o Veel en rijke taal horen tijdens betekenisvolle activiteiten
Hypothese vormen
o Onbewust hypothese vormen over taal
Oefenkansen krijgen
o Veel kansen krijgen om in interactie te gaan met een (meer)
ervaren taalgebruiker en fouten te maken
Feedback ontvangen
o Feedback krijgen op de taaluiting en, indien nodig, hypotheses
bijstellen
2. De vier fasen van vroege taalverwerving
Voortalige fase
0 - 12 maanden
Onderscheid maken tussen gesproken taal en andere
omgevingsgeluiden
Eerste weken vooral comfortgeluidjes, na aantal maanden ook
medeklinkers produceren
→ gapen, kirren, “ammm”
Klankencombinaties maken, maar nog geen echte betekenis
→ “dadada”
Meer luisteren dan taal produceren
Vroegtalige fase
1 – 2,5 jaar
Zijn eerste echte woorden, produceren en combineren tot korte
zinnen
→ “papa boek”
Vaak klanknabootsingen ipv. Echte woorden gebruiken
→ “wawa” voor hond
Eenvoudige boodschappen begrijpen en korte vragen stellen
Uiteindelijk tot 200 woorden kunnen gebruiken
,Differentiatiefase
2,5 – 5 jaar
Snel veel nieuwe woorden leren en er complexere en langere zinnen
mee maken
Ingewikkelde en samengestelde klanken steeds beter kunnen
uitspreken
→ “sch”
Een aantal eenvoudige grammaticale regels onder de knie krijgen
Eenvoudige verhalen kunnen begrijpen en steeds meer vragen
stellen
Voltooiingsfase
5 – 10 jaar
Uiteindelijk meer dan 6000 woorden kennen
De meeste grammaticale regels verworven hebben en langere en
complexe zinnen maken
Meer nadenken over taal, verbanden leggen en vlot waarom-vragen
beantwoorden
Op school leren lezen en schrijven
3. Een blik op moedertaalverwerving
Je moedertaal leren vraagt (veel) tijd:
Vier fasen geven een algemeen beeld weer
Lang, geleidelijk en grillig proces
(grote) verschillen tussen kinderen
, Samenhang met individuele en omgevingsfactoren, de mate waarin
de voorwaarden voor taalverwerving vervuld zijn
4. Meertalige taalverwerving
Meertalig: als ze meer dan 1 taal begrijpen en produceren of als ze
meerdere talen regelmatig gebruik maken
Anderstalig: als je thuis een andere moedertaal spreekt of naast het
Nederlands ook nog een 2e moedertaal hebben
Moedertaalverwerving: verwijst naar het verwerven van een taal die
een kind van bij de geboorte aangeboden krijgt van de ouders
Tweedetaalverwerving: verwijst naar het verwerven van een taal die
niet de moedertaal is, maar die wel dominant is in de omgeving van de
taalleerder
Vreemdetaalverwerving: verwijst naar het verwerven van een taal die
niet de moedertaal is en die ook niet dominant is in de omgeving van de
taalleerder
Meertaligheid: verwijst naar de competentie van kinderen om meer dan
1 taal te begrijpen en produceren
5. Processen bij ontwikkelen van meertalige ontwikkeling
Simulante meertalige ontwikkeling
Beide talen ontwikkelen zoals de eentalige ontwikkeling
o Systeem zoeken om voldoende taalaanbod in beide talen te
garanderen
OPOL = one parent, one language (kan ook inwonende grootouder
zijn)
Successieve meertalige ontwikkeling
Het kind leert de ene taal (pas) na de andere, nieuwe taal wordt
opgebouwd op kennis van de eerste taal maar thuistaal is belangrijk voor
de 2e taal
De eerste taal (moedertaal)
o De ontwikkeling verloopt zoals ééntalige ontwikkeling
De tweede taal
o Eerste fasen van taalontwikkeling worden overgeslagen
Basisstructuren van taal al geleerd bij het ontwikkelen
van 1ste taal
Kennis en vaardigheden in 1ste taal worden gebruikt bij
het verwerven van 2de taal = positieve transfer