1. Goed openbaar bestuur
- Polarisatie in voor/tegen de overheid, nuance verdwijnt
- Oorzaken van wantrouwen:
o Onzichtbare overheid: te weinig direct contact
o Onzichtbare burger: men ziet onze noden niet
o Ongelijke behandeling
o Incompetente bestuurders
- Veel vanzelfsprekendheden leiden tot (te) hoge verwachtingen
- Overheid is niet almachtig
- Discussie over prioriteiten
- Tegenstrijdig beleid van verschillende overheden
2. Overzicht openbaar bestuur
De overheid is actief op meerdere beleidsniveaus: federaal (bijv. leger,
sociale zekerheid), Vlaams (bijv. subsidiëren van voorzieningen voor
personen met een handicap, arbeidsbemiddeling) en lokaal (bijv.
bevolkingsdienst, stedebouw, speelpleinwerking). Ze opereert bovendien
in diverse domeinen zoals wonen, werk, cultuur en sport, en voert een
breed scala aan activiteiten uit, waaronder afvalophaling, opvang van
asielzoekers, wetgeving, onderwijs, gevangenisbouw en subsidies aan
jeugdverenigingen.
- Rechtstreeks door de overheid gecontroleerde organen: volledig
opgericht en beheerd door de overheid, zoals Agentschap
Opgroeien, VAPH, het parlement, de gemeenteraad en de
uitvoerende macht (regering, schepencollege).
- Semi-overheid: door de overheid opgericht maar met een
zelfstandig statuut en eigen raad van bestuur, zoals De Lijn
(Vlaams overheidsbedrijf) en de Hoge Raad voor Justitie (federale
adviesraad).
, Deze structuur laat zien dat de overheid zowel direct als via autonome
organen een brede rol speelt in het organiseren, reguleren en
ondersteunen van de samenleving.
3. Organisatievormen openbaar bestuur
Wetgevende macht
- Bestaat uit verkozen vertegenwoordigers op alle beleidsniveaus.
- Vertegenwoordigt de bevolking (afspiegeling?).
- Beslissingen bij meerderheid.
- Wetgevend werk: wetten, decreten, richtlijnen, besluiten, …
- Controleert de uitvoerende macht via begrotingstoezicht, moties
van wantrouwen en interpellaties.
Uitvoerende macht
- Monistisch: deel van de wetgevende macht (bv. gemeenteraad).
- Duaal: onafhankelijk van wetgevende macht (bv. parlementen).
- Beslissingen meestal bij consensus; bij onenigheid: overtuigen,
accepteren of ontslag.
Specifieke situatie: provinciegouverneur
- Ambtenaar benoemd door Vlaamse regering.
- Voert opdrachten uit voor Vlaamse en federale overheid.
- Lid van deputatie zonder stemrecht.
Semi-overheid
1. Overheidsbedrijven: autonoom bedrijf voor specifieke
dienstverlening.
o Federaal, Vlaams of lokaal (AGB).
2. Adviesorganen: overleg met belangengroepen en deskundigen.
o Federaal: bv. Hoge Raad voor Vrijwilligerswerk