Samenvatting pijn
Inleiding
Heersende ideeën over pijn
Zie stellingen
Pijn heeft vele dimensies
Man met hamer
- Pijn zinvol en begrijpelijk
- Prikkel, nociceptie en pijngewaarwording mooi in serie
- Eenvoudige vorm van pijn
Automutilatie = zelfbeschadiging
- Waarom beschadigen mensen zichzelf?
- Psychiatrische stoornis?
- Sensibiliteitsstoornis?
- Ervaren ze pijn als aangenaam?
Vrouw met brillen (dia 33): pijn is pijngedrag geworden -> zoeken nr oplossing is belangrijker dan pijn
Congenitale analgesie
- Afwezigheid pijnzin
- Pijnzin = vitale sensibiliteit
- Verwondingen vanaf 1ste levensdagen
- Extreme medische zorg nodig (vooral 1ste levensjaren omdat ze niks kunnen inschatten)
- Bij kinderen -> valt al op bij hielprik (omdat ze niet wenen)
Definitie van pijn
= onaangename sensorische en emotionele ervaring die wordt opgewekt dr een weefselbeschadiging
of w beschreven in termen ve weefselbeschadiging
Belangrijke onderdelen in definitie:
- Pijn is subjectief -> ieder individu leert het woord pijn gebruiken obv ervaringen met
weefselschade vroeg ih leven
- Meten is moeilijk
- Pijn is een emotie
- Weefselschade niet noodzakelijk: pijnkabel model achterhaald, wel flexibel en leerbaar
pijnsysteem
Indelingen van pijn
- Ideaal: indeling volgens ontstaansmechanisme (moeilijk bij chronische pijn)
- Plaats pijn
- Plaats oorsprong (somato-, viscero-, neuro-, psychogeen)
- Somatisch versus psychisch
- Nociceptief versus non nociceptief
- Tijdsduur: Acuut of chronisch
1
,Samenvatting pijn
Psychogeen en psychisch hebben bep stempel (P denkt dan dat je hem/haar niet geloofd)
Stempels vermijden
Epidemiologie van pijn
= voorkomen van pijn id samenleving bestuderen om belangrijke verbanden te ontdekken +
risicofactoren afleiden die belangrijk zijn vr preventie
Incidentie = # nieuwe pijngevallen -> laat toe om trends in ontstaan te bestuderen => belangrijk vr
studie van ontstaansmechanisme
Prevalentie = # mensen met bep pijn op bep ogenblik -> leert ons grootte vh probleem
Epidemiologie
- Meest voorkomende regionale pijnsyndromen: rug, heup en nek
- Man vs vrouw: vrouwen meer ernstige, frequente en meer aanhoudend
- =/ patronen naargelang cultuur
- Pijn-gerelateerde beperkingen hoger bij lager maatschappelijke klassen
- =/ voorkomen van bep vormen van pijn ifv leeftijd
Verschillen in leeftijdsprofiel van enkele pijnsyndromen
A: herpes zoster
- Vooral op jonge en oude leeftijd; te maken met weerstand?
- Op jonge leeftijd hoofdzakelijk mannen, op oude leeftijd vrouwen
B: artrose
- Zelden op jonge leeftijd (slijtagetheorie) -> leeftijdseffect
- Nauwelijks verschil tussen geslachten -> geen geslachtseffect
C: rugpijn met ischias
- Vooral in middenste levensfase (Ambities, maatschappelijke eisen, problemen huwelijk, werk,
…)
D: hoofdpijn: hoogste frequentie op jong volwassen leeftijd, geleidelijk afnemend op hogere leeftijd
E: migraine: piek in middenste levensfase, afnemend tot nul bij stijgen van leeftijd
2
,Samenvatting pijn
F: maagzweer: piek rond 60 en extra piek rond 30 voor mannen (beroep, pensioen,…?)
Hoofdstuk 1: Van pijnprikkel tot gewaarwording
1.1 Pijnkabelmodel
Bij nociceptieve pijn
1) Stimulus = pijnlijke prikkel => activeert receptor en AP
2) Impuls transmissie door actiepotentialen op te wekken
3) Dorsale hoorn: AP langs C en A-delta vezels nr dorsale hoorn
4) Synaptische transmissie
o Aankomst AP veroorzaakt opening kanalen op uiteinde van perifere afferente
sensorische vezels
o Vesikels die neurotransmitters bevatten fuseren met presynaptisch membraan en
laten hun inhoud los in synaptische spleet
o Neurotransmitters binden met receptoren op postsynaptisch membraan
5) Postsynaptisch: influx en efflux van stoffen die voortgang van AP langs axonen van
ruggenmerg nr brein toelaat
6) Verwerking en perceptie: pijninfo w opgevangen dr hogere centra id hersenen => individu
ervaart pijn
1.2 De nociceptoren en soorten afferente vezels
Nociceptieve pijn : nociceptoren zijn ongespecialiseerde zenuwcel-uiteinden die sensatie van pijn
opwekken -> cellichaam in dorsale ganglion, axon nr periferie, axon nr ruggenmerg
Nociceptoren-afferenten:
- C-vezels:
o Ongemyeliniseerd
o Geleidingssnelheid: 0.4-1m/s
o Polymodaal: hoge intensiteit mechanische, chemische, thermische prikkels
- A-delta-vezels:
o Gemyeliniseerd
o Geleidingssnelheid: 5 tot 30 m/s
o Thermisch of mechanisch
Primaire vs secundaire pijn
Dualiteit van pijn: de =/ klassen van nociceptoren-afferenten leiden ook tot 2 categorieën van
pijnperceptie
- Primaire pijn:
o Eerste felle pijnscheut bij verwonding
o Scherp, kortdurend en goed gelokaliseerd
o Aard pijn zegt iets over aard prikkel
o Gepaard met felle reactie
3
, Samenvatting pijn
o Via A-delta-vezels
o Testen met speldeprik
- Secundaire pijn:
o Begint later
o Zeurend langdurig en diffuus gelokaliseerd
o Sterk emotioneel getint, door deze pijn lijdt men
o Dwingt tot gedragsverandering
o Via C-vezels
Bij ischemie: eerst verdwijnt primaire pijn, daarna secundaire
Veroudering: a-delta vezels degenereren eerst dus relatief aandeel c-vezels is groter
BESLUIT
- Pijn is zeer complex gegeven waar vele misverstanden over bestaan. Therapeuten moeten
pijnmechanismen begrijpen en kunnen uitleggen aan patiënt.
- Pijnkabelmodel: stimulus-transmissie-respons in hersenen
- Specifieke nociceptoren geven het pijnsignaal door.
- A-deltavezels: primaire pijn; c-vezels: secundaire pijn
1.3 De achterhoorn als eerste beslissingsstation
Achterhoorn is het centrum waar 1ste beslissing gebeurt, al dan nt gewijzigd doorsturen van
binnenkomende impulsstroom
Geen 1-op-1 relatie, wel divergentie en convergentie
- Convergentie= signalen komen samen -> 1 neuron krijgt info van =/ afferenten
- Divergentie= signalen gaan uit elkaar -> 1 afferent geeft info aan =/ neuronen
First and second order neuron
Laminae van Rexed:
- Thv dorsale wortel, ordening van vezels: c-vezels en A-delta-vezels dorsolateraal
- Binnenkomen dorsale hoorn: vertakkingen over =/ segmenten (tractus van Lissauer)
- Nociceptieve afferenten vnl laag I, II en V
o Zone 1: marginale zone
4
Inleiding
Heersende ideeën over pijn
Zie stellingen
Pijn heeft vele dimensies
Man met hamer
- Pijn zinvol en begrijpelijk
- Prikkel, nociceptie en pijngewaarwording mooi in serie
- Eenvoudige vorm van pijn
Automutilatie = zelfbeschadiging
- Waarom beschadigen mensen zichzelf?
- Psychiatrische stoornis?
- Sensibiliteitsstoornis?
- Ervaren ze pijn als aangenaam?
Vrouw met brillen (dia 33): pijn is pijngedrag geworden -> zoeken nr oplossing is belangrijker dan pijn
Congenitale analgesie
- Afwezigheid pijnzin
- Pijnzin = vitale sensibiliteit
- Verwondingen vanaf 1ste levensdagen
- Extreme medische zorg nodig (vooral 1ste levensjaren omdat ze niks kunnen inschatten)
- Bij kinderen -> valt al op bij hielprik (omdat ze niet wenen)
Definitie van pijn
= onaangename sensorische en emotionele ervaring die wordt opgewekt dr een weefselbeschadiging
of w beschreven in termen ve weefselbeschadiging
Belangrijke onderdelen in definitie:
- Pijn is subjectief -> ieder individu leert het woord pijn gebruiken obv ervaringen met
weefselschade vroeg ih leven
- Meten is moeilijk
- Pijn is een emotie
- Weefselschade niet noodzakelijk: pijnkabel model achterhaald, wel flexibel en leerbaar
pijnsysteem
Indelingen van pijn
- Ideaal: indeling volgens ontstaansmechanisme (moeilijk bij chronische pijn)
- Plaats pijn
- Plaats oorsprong (somato-, viscero-, neuro-, psychogeen)
- Somatisch versus psychisch
- Nociceptief versus non nociceptief
- Tijdsduur: Acuut of chronisch
1
,Samenvatting pijn
Psychogeen en psychisch hebben bep stempel (P denkt dan dat je hem/haar niet geloofd)
Stempels vermijden
Epidemiologie van pijn
= voorkomen van pijn id samenleving bestuderen om belangrijke verbanden te ontdekken +
risicofactoren afleiden die belangrijk zijn vr preventie
Incidentie = # nieuwe pijngevallen -> laat toe om trends in ontstaan te bestuderen => belangrijk vr
studie van ontstaansmechanisme
Prevalentie = # mensen met bep pijn op bep ogenblik -> leert ons grootte vh probleem
Epidemiologie
- Meest voorkomende regionale pijnsyndromen: rug, heup en nek
- Man vs vrouw: vrouwen meer ernstige, frequente en meer aanhoudend
- =/ patronen naargelang cultuur
- Pijn-gerelateerde beperkingen hoger bij lager maatschappelijke klassen
- =/ voorkomen van bep vormen van pijn ifv leeftijd
Verschillen in leeftijdsprofiel van enkele pijnsyndromen
A: herpes zoster
- Vooral op jonge en oude leeftijd; te maken met weerstand?
- Op jonge leeftijd hoofdzakelijk mannen, op oude leeftijd vrouwen
B: artrose
- Zelden op jonge leeftijd (slijtagetheorie) -> leeftijdseffect
- Nauwelijks verschil tussen geslachten -> geen geslachtseffect
C: rugpijn met ischias
- Vooral in middenste levensfase (Ambities, maatschappelijke eisen, problemen huwelijk, werk,
…)
D: hoofdpijn: hoogste frequentie op jong volwassen leeftijd, geleidelijk afnemend op hogere leeftijd
E: migraine: piek in middenste levensfase, afnemend tot nul bij stijgen van leeftijd
2
,Samenvatting pijn
F: maagzweer: piek rond 60 en extra piek rond 30 voor mannen (beroep, pensioen,…?)
Hoofdstuk 1: Van pijnprikkel tot gewaarwording
1.1 Pijnkabelmodel
Bij nociceptieve pijn
1) Stimulus = pijnlijke prikkel => activeert receptor en AP
2) Impuls transmissie door actiepotentialen op te wekken
3) Dorsale hoorn: AP langs C en A-delta vezels nr dorsale hoorn
4) Synaptische transmissie
o Aankomst AP veroorzaakt opening kanalen op uiteinde van perifere afferente
sensorische vezels
o Vesikels die neurotransmitters bevatten fuseren met presynaptisch membraan en
laten hun inhoud los in synaptische spleet
o Neurotransmitters binden met receptoren op postsynaptisch membraan
5) Postsynaptisch: influx en efflux van stoffen die voortgang van AP langs axonen van
ruggenmerg nr brein toelaat
6) Verwerking en perceptie: pijninfo w opgevangen dr hogere centra id hersenen => individu
ervaart pijn
1.2 De nociceptoren en soorten afferente vezels
Nociceptieve pijn : nociceptoren zijn ongespecialiseerde zenuwcel-uiteinden die sensatie van pijn
opwekken -> cellichaam in dorsale ganglion, axon nr periferie, axon nr ruggenmerg
Nociceptoren-afferenten:
- C-vezels:
o Ongemyeliniseerd
o Geleidingssnelheid: 0.4-1m/s
o Polymodaal: hoge intensiteit mechanische, chemische, thermische prikkels
- A-delta-vezels:
o Gemyeliniseerd
o Geleidingssnelheid: 5 tot 30 m/s
o Thermisch of mechanisch
Primaire vs secundaire pijn
Dualiteit van pijn: de =/ klassen van nociceptoren-afferenten leiden ook tot 2 categorieën van
pijnperceptie
- Primaire pijn:
o Eerste felle pijnscheut bij verwonding
o Scherp, kortdurend en goed gelokaliseerd
o Aard pijn zegt iets over aard prikkel
o Gepaard met felle reactie
3
, Samenvatting pijn
o Via A-delta-vezels
o Testen met speldeprik
- Secundaire pijn:
o Begint later
o Zeurend langdurig en diffuus gelokaliseerd
o Sterk emotioneel getint, door deze pijn lijdt men
o Dwingt tot gedragsverandering
o Via C-vezels
Bij ischemie: eerst verdwijnt primaire pijn, daarna secundaire
Veroudering: a-delta vezels degenereren eerst dus relatief aandeel c-vezels is groter
BESLUIT
- Pijn is zeer complex gegeven waar vele misverstanden over bestaan. Therapeuten moeten
pijnmechanismen begrijpen en kunnen uitleggen aan patiënt.
- Pijnkabelmodel: stimulus-transmissie-respons in hersenen
- Specifieke nociceptoren geven het pijnsignaal door.
- A-deltavezels: primaire pijn; c-vezels: secundaire pijn
1.3 De achterhoorn als eerste beslissingsstation
Achterhoorn is het centrum waar 1ste beslissing gebeurt, al dan nt gewijzigd doorsturen van
binnenkomende impulsstroom
Geen 1-op-1 relatie, wel divergentie en convergentie
- Convergentie= signalen komen samen -> 1 neuron krijgt info van =/ afferenten
- Divergentie= signalen gaan uit elkaar -> 1 afferent geeft info aan =/ neuronen
First and second order neuron
Laminae van Rexed:
- Thv dorsale wortel, ordening van vezels: c-vezels en A-delta-vezels dorsolateraal
- Binnenkomen dorsale hoorn: vertakkingen over =/ segmenten (tractus van Lissauer)
- Nociceptieve afferenten vnl laag I, II en V
o Zone 1: marginale zone
4