Hoofdstuk 3. Professioneel observeren
- De student kan een persoon in een situatie genuanceerd
beschrijven a.d.h.v. een vooropgesteld observatieschema.
- De student kan beïnvloedende factoren bij de ander zien en
benoemen.
- De student kan beïnvloedende factoren bij zichzelf zien en
benoemen.
1. Observeren: definitie
‘Een bijzondere manier van waarnemen waarbij je bewust, doelgericht en
systematisch te werk gaat om tot een zo betrouwbaar mogelijk geheel te
komen.’
2. Onderdelen van de definitie
a. Waarnemen
Het thema waarnemen bestaat uit twee psychologische processen:
gewaarworden en waarnemen. Deze begrippen worden vaak verward,
maar betekenen niet hetzelfde.
- Gewaarworden is het eerste proces: het ontstaat wanneer onze
zintuigen een prikkel (stimulus) opvangen en deze omzetten in
zenuwimpulsen die door de hersenen verwerkt worden.
- Pas wanneer we ons bewust worden van deze prikkels, spreken
we van een waarneming.
Het proces van gewaarwording begint dus bij een verandering in de
omgeving die via de vijf zintuigen wordt geregistreerd. Deze vormen de
basis van al onze gewaarwordingen en waarnemingen.
Zintuigorgaan Gewaarwording
Ogen Lichtintensiteit, kleuren, vormen,
diepte
Oren Geluiden, tonen
Neus Geuren
Tong en gehemelte Zoet, zuur, bitter, zout
Huid Temp, druk, pijn, jeuk
Waarneming is het proces waarin onze hersenen de gewaarwordingen
interpreteren en betekenis geven aan de prikkels die we via onze zintuigen
ontvangen.
Het begint bij een gewaarwording (het opmerken van een prikkel) en gaat
verder met cognitieve verwerking: de hersenen herkennen, interpreteren
en begrijpen wat wordt waargenomen.
, Wanneer deze interpretatie slaagt, spreken we van een waarneming — het
bewust begrijpen van wat we voelen, zien, horen, ruiken of proeven.
Zintuigorgaan Waarneming
Ogen Zicht – visuele waarneming
Oren Gehoor – auditieve waarneming
Neus Reuk- olfactorische waarneming
Tong en gehemelte Smaak- gustatoire waarneming
Huid Gevoel- tactiele waarneming
Tijdens het proces van waarneming worden niet alle prikkels uit de
omgeving verwerkt. Onze hersenen voeren voortdurend selectieprocessen
uit – deels bewust, deels onbewust – die bepalen wat we wel en niet
waarnemen. Deze beïnvloeden onze interpretatie van de werkelijkheid.
Belangrijke vormen van selectie zijn:
- Werking van de zintuigen / sensorische selectie: onze zintuigen
hebben grenzen en filteren prikkels. Niet alle informatie wordt
doorgelaten; dit verschilt per persoon (bijv. over- of
ondergevoeligheid).
Selectieve aandacht: we richten bewust onze aandacht op
bepaalde prikkels en negeren andere, al lukt dat niet volledig.
- Perceptuele organisatie: de hersenen ordenen informatie
automatisch; we zien eerst wat opvalt, beweegt of op de
voorgrond staat.
- Cognitieve selectie: eerdere ervaringen, verwachtingen,
overtuigingen en kennis sturen onze waarneming. Denk hierbij
aan:
o Halo-effect: een positieve indruk zorgt ervoor dat we meer
positieve eigenschappen toeschrijven.
o Horn-effect: een negatieve indruk leidt tot extra negatieve
oordelen.
- Emotionele selectie: onze emoties (zoals angst, blijdschap of
woede) kleuren wat en hoe we waarnemen, wat kan leiden tot
tunnelvisie.
- Culturele en sociale selectie: cultuur, waarden, familie en sociale
omgeving bepalen mee onze kijk op de wereld.
b. Bewust
Observeren is een actief en doelgericht proces, niet iets wat vanzelf
gebeurt. Het betekent dat je met aandacht en intentie kijkt en luistert om
informatie te verzamelen over een persoon, situatie of gebeurtenis.
- De student kan een persoon in een situatie genuanceerd
beschrijven a.d.h.v. een vooropgesteld observatieschema.
- De student kan beïnvloedende factoren bij de ander zien en
benoemen.
- De student kan beïnvloedende factoren bij zichzelf zien en
benoemen.
1. Observeren: definitie
‘Een bijzondere manier van waarnemen waarbij je bewust, doelgericht en
systematisch te werk gaat om tot een zo betrouwbaar mogelijk geheel te
komen.’
2. Onderdelen van de definitie
a. Waarnemen
Het thema waarnemen bestaat uit twee psychologische processen:
gewaarworden en waarnemen. Deze begrippen worden vaak verward,
maar betekenen niet hetzelfde.
- Gewaarworden is het eerste proces: het ontstaat wanneer onze
zintuigen een prikkel (stimulus) opvangen en deze omzetten in
zenuwimpulsen die door de hersenen verwerkt worden.
- Pas wanneer we ons bewust worden van deze prikkels, spreken
we van een waarneming.
Het proces van gewaarwording begint dus bij een verandering in de
omgeving die via de vijf zintuigen wordt geregistreerd. Deze vormen de
basis van al onze gewaarwordingen en waarnemingen.
Zintuigorgaan Gewaarwording
Ogen Lichtintensiteit, kleuren, vormen,
diepte
Oren Geluiden, tonen
Neus Geuren
Tong en gehemelte Zoet, zuur, bitter, zout
Huid Temp, druk, pijn, jeuk
Waarneming is het proces waarin onze hersenen de gewaarwordingen
interpreteren en betekenis geven aan de prikkels die we via onze zintuigen
ontvangen.
Het begint bij een gewaarwording (het opmerken van een prikkel) en gaat
verder met cognitieve verwerking: de hersenen herkennen, interpreteren
en begrijpen wat wordt waargenomen.
, Wanneer deze interpretatie slaagt, spreken we van een waarneming — het
bewust begrijpen van wat we voelen, zien, horen, ruiken of proeven.
Zintuigorgaan Waarneming
Ogen Zicht – visuele waarneming
Oren Gehoor – auditieve waarneming
Neus Reuk- olfactorische waarneming
Tong en gehemelte Smaak- gustatoire waarneming
Huid Gevoel- tactiele waarneming
Tijdens het proces van waarneming worden niet alle prikkels uit de
omgeving verwerkt. Onze hersenen voeren voortdurend selectieprocessen
uit – deels bewust, deels onbewust – die bepalen wat we wel en niet
waarnemen. Deze beïnvloeden onze interpretatie van de werkelijkheid.
Belangrijke vormen van selectie zijn:
- Werking van de zintuigen / sensorische selectie: onze zintuigen
hebben grenzen en filteren prikkels. Niet alle informatie wordt
doorgelaten; dit verschilt per persoon (bijv. over- of
ondergevoeligheid).
Selectieve aandacht: we richten bewust onze aandacht op
bepaalde prikkels en negeren andere, al lukt dat niet volledig.
- Perceptuele organisatie: de hersenen ordenen informatie
automatisch; we zien eerst wat opvalt, beweegt of op de
voorgrond staat.
- Cognitieve selectie: eerdere ervaringen, verwachtingen,
overtuigingen en kennis sturen onze waarneming. Denk hierbij
aan:
o Halo-effect: een positieve indruk zorgt ervoor dat we meer
positieve eigenschappen toeschrijven.
o Horn-effect: een negatieve indruk leidt tot extra negatieve
oordelen.
- Emotionele selectie: onze emoties (zoals angst, blijdschap of
woede) kleuren wat en hoe we waarnemen, wat kan leiden tot
tunnelvisie.
- Culturele en sociale selectie: cultuur, waarden, familie en sociale
omgeving bepalen mee onze kijk op de wereld.
b. Bewust
Observeren is een actief en doelgericht proces, niet iets wat vanzelf
gebeurt. Het betekent dat je met aandacht en intentie kijkt en luistert om
informatie te verzamelen over een persoon, situatie of gebeurtenis.