100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Internationaal publiekrecht (3012INX4VY) ( 8 behaald )

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
45
Geüpload op
17-12-2025
Geschreven in
2025/2026

Dit is een heel overzichtelijk document met alle belangrijke leerstukken voor het vak Internationaal publiekrecht per week uitgewerkt! Ik heb zelf een 8 voor dit tentamen behaald.

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
17 december 2025
Aantal pagina's
45
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Belangrijkste onderwerpen IPUR

Week 1:

●​ Wat is een verdrag en hoe herken ik het

Art. 2 lid 1 sub a WVV →Een internationale overeenkomst in geschrifte gesloten
tussen staten beheerst door het volkenrecht, hetzij nedergelegd in een enkele akte,
hetzij in twee of meer samenhangende akten, en ongeacht haar bijzondere
benamingen.
a.​ ongeacht de vorm → zo een overeenkomst is vormvrij
b.​ ongeacht de benaming
c.​ Met juridische binding
d.​ Ook andere objecten kunnen een verdrag sluiten → Bv tussen een
internationale organisatie en een Staat → dan is het Weens Verdragen
Verdrag niet van toepassing → maar dat hoeft niet te betekenen dat dat dan
geen Verdrag is ( zie artikel 3 WVV )

Verschil tussen boek en het Weens verdragen verdrag:
-​ Als staten iets mondeling afspreken kan dit ook gelden als een verdrag. (
vormvrij ) → art. 3 WVV
-​ Ook internationale organisaties kunnen verdragen sluiten ( het hoeven niet
perse staten te zijn ) → echter geldt dan het systeem van Weens
verdragenverdrag niet ( via art. 2 WVV ), maar dat betekent niet dat het geen
verdrag is.

Qatar-Bahrein → Zelfs Notulen kunnen juridisch bindend van aard zijn → daarin
doe je ook je wil uiten om gebonden te zijn. De wilsuiting is een belangrijke schakel
om als staat je te binden aan zo een verdrag.

Ook de intentie van de staat is belangrijk en moet er zijn, maar die wordt
geobjectiveerd → je kijkt niet naar de innerlijke belevingswereld van de staat, maar
zodra iets lijkt op een verdrag, wordt dit ook aangenomen als een verdrag.

●​ Totstandkoming en geldigheid van verdragen

Verdragen komen tot stand na onderhandelingen tussen de staten die bij het verdrag
betrokken willen worden. Welke staten deelnemen aan deze onderhandelingen
hangt af van het onderwerp. Deze onderhandelingen worden slechts in beperkte
mate beheerst door internationaal recht.

Een verdrag wordt pas juridisch bindend indien voldoende staten hun instemming tot
uitdrukking hebben gebacht om door het verdrag te worden gebonden.

,Twee kernmomenten in ‘verdragsluiting’
a.​ instemming van staat om door het verdrag gebonden te zijn
b.​ Inwerkingtreding van verdrag als zodanig

Instemming
→ artikel 11 WVV. De instemming van een staat door een verdrag gebonden te
worden kan tot uitdrukking worden gebracht door ondertekening, door uitwisseling
van akten die een verdrag vormen, door bekrachtiging ( ratificatie ), aanvaarding,
goedkeuring of toetreding of door ieder ander overeengekomen middel.

-​ Ondertekening
a.​ Ratificatie vereist → art. 14 WVV ( Bekrachtiging of toetreding )
b.​ Geen ratificatie vereist → art. 12 WVV

In de meeste gevallen leidt ondertekening niet tot de binding van de staat,maar is
het een stap in het proces van het geven van instemming → veel verdragen bepalen
dat staten die een verdrag tekenen, daarna nog hun instemming moeten geven via
bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Een ondertekening die op zichzelf niet tot binding leidt, kan toch rechtsgevolg
hebben:
a.​ staten die een verdrag hebben ondertekend dat nog bekrachtigd dient te
worden, moeten zich onthouden van handelingen die een verdrag zijn
voorwerp en doel zouden ontnemen, art. 18 sub a WVV
b.​ Staten kunnen overeenkomen om vanaf het moment van de ondertekening
het verdrag voorlopig toe te passen.


Inwerkingtreding
Een verdrag wordt van kracht als voldoende staten hun instemming om door het
verdrag gebonden te worden tot uitdrukking hebben gebracht, art. 24 WVV
→ Bekrachtiging en toetreding hebben in beginsel dus geen direct rechtsgevolg,
maar verkrijgen die pas als voldoende andere staten het verdrag ook hebben
bekrachtigd.

Staten die een verdrag hebben bekrachtigd, maar die nog niet in werking is
getreden, zijn alsnog gebonden om niet te handelen met het doel en voorwerp van
een verdrag te handelen ( art. 18 sub b WVV )

Geldigheid
In uitzonderlijke gevallen kan een verdrag dat formeel in werking is getreden toch
geen rechtsgevolg hebben, omdat de instemming van een staat ongeldig was (art.
45–50 WVV). Dit leidt tot vernietigbaarheid, en alleen de betrokken staat zelf kan
zich daarop beroepen.

,Art. 46 WVV – Schending van nationaal recht ( Denk aan een onbevoegdheid )​
Een staat mag zich op ongeldigheid beroepen als:

1.​ de overtreding een fundamentele regel van nationaal recht betreft (bijv.
grondwettelijke goedkeuring), én
2.​ die strijdigheid onmiskenbaar (objectief zichtbaar) is voor andere staten.

Art. 47–50 WVV – Andere wilsgebreken:​
Instemming is vernietigbaar bij dwaling, bedrog, corruptie

Art. 51 WVV – Dwang op vertegenwoordiger:​
Het leidt tot nietigheid van de instemming van de staat.

Art. 52 WVV – Bedreiging of gebruik van geweld:​
Dit leidt tot nietigheid van het hele verdrag.​
(→ Economische of politieke druk maakt een verdrag níet ongeldig.)

Art. 53 WVV – Jus cogens:​
Een verdrag in strijd met een dwingende regel van internationaal recht is nietig.

→ Art. 69 lid 1 WVV – Gevolg:​
Een ongeldig verklaard verdrag of instemming heeft geen rechtsgevolgen.


●​ Verdragsinterpretatie

Interpretatie = het vaststellen van hetgeen de partijen bij een verdrag met de tekst
hebben bedoeld. Het WVV bevat 2 bepalingen die aan dit beginsel nadere invulling
geven;


Bij de theologische interpretatie wordt gewicht toegekend aan de strekking of
doelstelling van een verdrag.


Artikel 31 WVV:
‘Een verdrag moet te goeder trouw worden uitgelegd overeenkomstig de gewone
betekenis van de termen van het Verdrag in hun context en in het licht van voorwerp
en doel van het verdrag’

Artikel 31 lid 3 WVV:
Behalve met context moet rekening worden gehouden met:
●​ Later tot stand gekomen overeenstemming tussen partijen met de uitlegging
●​ Later gebruik
●​ Andere regels van internationaal recht

, ●​ Voorbehouden


Een staat die partij wordt bij een verdrag kan de rechtsgevolgen van bepaalde
verplichtingen uitsluiten of wijzigen dmv voorbehoud ( art. 19 WVV) → Een staat
zegt bij toetreding tot een verdrag: “Ik ben partij, maar dit of dat artikel pas ik niet
(helemaal) toe.”

Ratio → er worden bij verdragen door een groot aantal staten onderhandeld.
Onderhandelen totdat totale overeenstemming tussen alle staten is bereikt, zou het
sluiten van verdragen eindeloos kunnen vertragen.


Staten zullen vooral hechten aan de mogelijkheid een voorbehoud te maken als de
tekst van een verdrag (art. 9 WVV) bij meerderheid ipv unamiteit is aangenomen.
Staten die dan zijn overstemd, komen dan voor de keuze te staan om ofwel toch
partij te worden, maar dan de gevolgen van bepaalde onwenselijke geachte
bepalingen te wijzigen of uit te sluiten.


Het recht van een staat om op een moment van ondertekening of bekrachtiging een
voorbehoud te maken is begrensd → als staten ongehinderd de rechtsgevolgen
kunnen wijzigen zou er immers weinig van het verdrag overblijven.


1)​ Om te beginnen verbieden bepaalde verdragen voorbehouden
-​ Een reden voor zo een verbod kan zijn dat het verdrag het resultaat is
van een package deal, waarbij de aanvaardbaarheid van sommige
bepalingen direct was verbonden met het opnemen van andere
bepalingen. → het eenzijdig uitsluiten van het rechtsgevolg van 1
bepaling zou de overeenstemming wegnemen.
-​ Het kan essentieel zijn dat alle staten alle bepalingen van een verdrag
uitvoeren, omdat anders het doel van het verdrag niet wordt
gerealiseerd.
2)​ Een voorbehoud dat niet door het verdrag in kwestie verboden is, kan
toch ontoelaatbaar zijn als het ism het voorwerp en doel van het verdrag
( art. 19 WVV)
-​ Het verdragenverdrag laat het oordeel of het in strijd is met het
voorwerp en doel over aan afzonderlijke staten. Staten kunnen dus
hun standpunt stellen dat de staat die het voorbehoud maakt toch aan
het gehele verdrag is verbonden.


→ Als het voorbehoud niet is verboden en niet in strijd is met het voorwerp en doel
van het verdrag, worden de rechtsgevolgen van voorbehouden beheerst door een
ingewikkelde regeling in art. 20-23 WVV.
$9.66
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
lindsybeekhof

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
lindsybeekhof Universiteit van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
2 weken
Aantal volgers
0
Documenten
7
Laatst verkocht
2 weken geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen