H1 + H2 : meerkeuzevragen :
1) De som van alle uitgaven voor finale goederen en diensten in een
economie is equivalent met:
De som van de toegevoegde waarde
2) Volgens de Wet van Okun:
Zal de werkloosheidsgraad afnemen wanneer de groei in output
voldoende toeneemt
3) Welke van de volgende items is NIET opgenomen in het BBP van België?
De waarde van de scharreleieren die ik ’s morgens in mijn kippenhok
verzamel.
4) Het nominaal bbp neemt toe met 50% terwijl het algemeen prijspeil
toeneemt met 100%. Dit betekent dat:
Het bbp in constante prijzen daalt
5) Wanneer de prijs van geïmporteerde goederen toeneemt:
Dan stijgt de HICP, maar er is geen effect op de BBP-deflator
6) De werkloosheidsgraad =
Werklozen/(werkenden+werklozen)
7) …
8) In een fictieve economie bedraagt het nominaal bbp 4800. In hetzelfde jaar
bedraagt het reëel bbp 1920. Hoeveel bedraagt de bbp deflator?
2,5 (4800/1920)
1) De som van alle uitgaven voor finale goederen en diensten in een
economie is equivalent met:
De som van de toegevoegde waarde
2) Volgens de Wet van Okun:
Zal de werkloosheidsgraad afnemen wanneer de groei in output
voldoende toeneemt
3) Welke van de volgende items is NIET opgenomen in het BBP van België?
De waarde van de scharreleieren die ik ’s morgens in mijn kippenhok
verzamel.
4) Het nominaal bbp neemt toe met 50% terwijl het algemeen prijspeil
toeneemt met 100%. Dit betekent dat:
Het bbp in constante prijzen daalt
5) Wanneer de prijs van geïmporteerde goederen toeneemt:
Dan stijgt de HICP, maar er is geen effect op de BBP-deflator
6) De werkloosheidsgraad =
Werklozen/(werkenden+werklozen)
7) …
8) In een fictieve economie bedraagt het nominaal bbp 4800. In hetzelfde jaar
bedraagt het reëel bbp 1920. Hoeveel bedraagt de bbp deflator?
2,5 (4800/1920)