1e hoofdstuk grote lijnen kennen + alleen wat er in de powerpoint staat (veel
is weggelaten)
Kans is groot dat hier niets van gevraagd wordt
Sociale psychologie = het studiedomein binnen de psychologie dat een
antwoord wil bieden op de vraag hoe individuen reageren in sociale situaties.
Welke invloed heeft de aanwezigheid van anderen op het gedrag van een
individu ?
“Je kan niet niet beïnvloed worden” : aanwezigheid van anderen beïnvloedt
denken, gedrag (verbaal/nonverbaal), emoties, motivatie,
Wij zijn kuddedieren : de mens heeft anderen nodig om te overleven, om zich
veilig te voelen, om taken te verdelen, om ideeën uit te voeren, om bij te
leren, om steun te vinden, om te zorgen en verzorgd te worden…
Het belang van ons sociale leven
- Sociale behoeften en huidhonger (= het missen van huidcontact bv
corona)
- Sociale verbondenheid als basisbehoefte in motivatietheorieën
o Motivatie theorie: Autonomie, verbondenheid, competentie
- Introvert/extravert?
o Introvert, extravert: Beide hebben ze mensen nodig maar op een
andere manier, andere hoeveelheid en andere sociale noden
- Empathie en spiegelneuronen
o hersencellen die actief worden wanneer je een actie uitvoert én
wanneer je iemand anders diezelfde actie ziet uitvoeren.
Hoofdstuk 2: hulpverlenend gedrag
In welke omstandigheden gaan wij geneigd zijn om iemand die in nood is, te
helpen? (persoonlijkheid? Context?)
De empathie/altruïsme hypothese (Batson)
altruïstisch gedrag
, o
gedrag waarbij je de ander centraal stelt
o
maximalisatie van de opbrengst voor anderen
o
zelfopofferend, je wint er niets bij
o
Empathie: wanneer wij ons kunnen verplaatsen in het standpunt van
een ander gaan we heel onbaatsuzchtig gaan helpen
ook een egoïstisch component
o helpend gedrag kan belonend zijn voor de helper (bv dankbaarheid)
o niet helpen kan negatieve gevolgen hebben (bv reacties van
anderen, schuldgevoel)
o In ons altruïstische gedragingen zit ook focus op ons eigenbelang
Aangezien dat je een goed gevoel krijgt als je iemand helpt,
betekent ook dat je dit deels doet voor jezelf.
Bv. Je bent in een stad en je ziet daklozen en je besluit hun geld te geven.
Waarom doe je dat? Waarom niet een andere dakloze?
Bv je kan vatbaar zijn voor de dankbaarheid van een ander.
Bv je helpt iemand om in een goed plaatje te staan bij anderen
Batson: De empathie/altruïsme
hypothese
Wanneer helpen we uit authentieke
bezorgdheid voor anderen?
Wanneer helpen we uit eigenbelang,
proberen we vooral ons eigen onbehagen
te verminderen?
Kern : in welke mate kunnen we ons
empathisch inleven in de ander, kunnen
we het perspectief van de ander
aannemen?
Wanneer helpen we uit authentieke bezorgdheid voor anderen?
Wanneer helpen we uit eigenbelang
Wanneer onze drijfveer is: een negatief gevoel voor onszelf weghalen
,Hoe groter onze verbondenheid, hoe groter dat wij echt onbaatszuchtig gaan
werken
De case “Kitty Genovese”
mensen zagen Kitty Genovese vermoord worden en grepen niet in het was de
aanzet voor hulpdiensten 911. Op dat moment was er nog geen algemene
hulpdienst
Uitgaanspunten:
Je gaat afwegen wat de anderen doen en wat de schade voor jou zal zijn
Zodra er onzekerheid is hebben wij het oordeel van andere nodig
bijstander effect
Het omstaanderseffect (bystander apathy) :
= Hoe meer omstaanders er bij een noodsituatie zijn, hoe minder kans dat het
slachtoffer zal geholpen worden
- ‘Er is volk genoeg om te helpen’
- Hoe meer potentiële hulpverleners, hoe lager men de eigen
verantwoordelijkheid
inschat
- Slachtoffer heeft meer kans om geholpen te worden indien er één
voorbijganger is dan wanneer er meerdere zijn
- Schuldgevoel bij niet helpen is kleiner (‘de anderen hebben ook niet
geholpen’)
- Wat de anderen doen wordt gezien als oké en daar baseren we ons op
Exp Darley & Latané : reactie op geësceneerde epileptische
aanval (p61-62)
Studenten werden uitgenodigd voor een groepsdynamisch
onderzoek. Zij zouden in verschillende kamers hun mening geven.
Op een bepaald moment werd één van de deelnemers (een acteur
mee in het complot) deed alsof hij een epileptische aanval aan het
krijgen was.
Verschillende soorten versies van onderzoeken:
, Exp Darley & Latané 2 : reactie op rookwolk (p63-64)
o Deelnemers zaten in een kamer. Plots kwam er in de hoek een grote
rookwolk.
o Verschillende versies waar de acteurs zich wel zorgen maakten en
waar de acteurs de rook compleet negeerden.
o Degene die getest werd stemde zich af op het gedrag van anderen.
Omdat de acteurs niet reageerden op de rook, reageerde ze ook
niet.
Factoren van invloed op hulpverlenend gedrag
1. Bekendheid van de medegetuigen
a. Wanneer de proefpersonen in een experiment elkaar kennen, zullen
ze vaker overgaan tot helpend gedrag wanneer ze elkaar niet
kennen
i. Minder angst om zich belachelijk te maken: Als er vrienden bij
zijn (mensen die je kent) ga je minder sociale zorg en minder
onzekerheid zijn. Sociale afkeur gaat namelijk minder zijn in
situaties waar je de mensen kent.
ii. Betere communicatie/overleg
Conditie Percentage hulpverlenende
proefpersonen
Alleen 70% (theoretisch 91%)
Twee onbekende 40%
personen
Twee vrienden 70%
2. Competentie van de omstaanders
a. Ga je wel helpen wanneer je de enige bent die kan helpen, alhoewel
je niet de enige getuige bent?
Bibiliotheek experiment Bickman:
Hulp wordt geboden wanneer proefpersoon de enige is die hulp kan
aanbieden
Experiment met medeproefpersonen die kinderen zijn van 4-6
jaar oud. Omdat de proefpersoon een volwassene was kon die
sneller hulp bieden. MAAR toch zal de volwassene nog altijd
niet even hulpvaààardig zijn als in een situatie waar ze alleen
zijn.