INLEIDING
Psychologische basisvaardigheden
Een geheel van bewust ingezeAe:
• Persoonlijke houdingen en a'tudes
• RelaEonele vaardigheden
• Gespreksvaardigheden
o Luisteren, observeren,…
o Parafraseren, reflecteren,…
o Interpreteren, confronteren,…
Begeleiding
= traject van verschillende gesprekken en / of andere hulpverleningsacEviteiten
• Alle basisvaardigheden voor één gesprek gelden ook voor de ganse begeleiding
• Bijzondere momenten in een begeleiding die niet in elke sessie voorkomen, zoals het verkennen van
de hulpvraag
Conceptueel overzicht:
,HOOFDSTUK 1: MET AANDACHT LUISTEREN ALS BASISHOUDING
Every head is a world
• Elk hoofd is een wereld: elk hulpverleningsaanbod = binnentreden van iemands wereld
• Vergt een zorgzaam en neutraal luisteren
Basisinstrumentarium van hulpverlener
• Elke intervenEe wordt pas werkzaam binnen een goede werkrelaEe
• RecepEeve basishouding: open, niet-oordelende en aandachEge manier van luisteren en
waarnemen
o RecepEeve basishouding nodig voor een acEeve en bij de persoon en diens vraag passende
hulpverlening
Is luisteren een leerproces?
• Elk kind leert luisteren: oprecht en geïnteresseerd in zich opnemen wat een ander vertelt
• Oprecht luisteren verfijn je doorheen latere goede relaEes
o Eerst vooral volwassenen en later in peerrelaEes
• Hulpverlener worden:
o Oefenen en verfijnen van vaardigheden
o Leren hanteren binnen specifieke context en relaEe
o Tegen de achtergrond van groeiende theoreEsche bagage
Startpunt hulpverlening: open, aandachEg en met milde nieuwsgierigheid luisteren
• Open: in jezelf opnemen wat ander vertelt
• AandachEg: gedetailleerd aandacht schenken aan het verhaal van een ander
o Moeilijk: veel zaken met affecEeve lading worden tussen de lijnen door gezegd
• Mild nieuwsgierig: afvragen wat de ander precies bedoelt, waarom hij/zij de dingen ziet en ervaart
zoals hij/zij ze verwoordt
Belang van gehoord te worden: bevorderen van persoonlijke groei
• EssenEeel voor gevoel van idenEteit
• Helpt om sEl te staan bij en te ontdekken wat je zelf denkt en/of voelt
, • Helpt bij het verwerken van ervaring
Wat wanneer je nood aan gezien en gehoord worden genegeerd wordt?
• SEll face experiment bij baby’s
o Moeder moet kind twee minuten kind aankijken zonder interacEe
o Kind probeert op verschillende manieren aandacht terug te trekken: weent, schreeuwt
o Als dit niet lukt, toont de baby stress en trekt hij/zij zich emoEoneel terug wat toont dat
sociale interacEe heel belangrijk is voor baby’s
o Herstel van aandacht is heel belangrijk
• Video peuter en papa
o Wel gehoord worden
o Kind brabbelt en papa maakt er een “gesprek” van
o Het gaat niet alleen over de inhoud van gehoord worden, maar vooral ook over het
relaEonele
Technische aspecten om met aandacht te luisteren
Externe basisvoorwaarden
Creëer een passende ruimte, die je luisterhouding faciliteert en de expressiemogelijkheden van de ander
ondersteunt
• Ruim
• Beschikbaar
• RusEg
• Ongestoord (betekent ook zonder mobiele telefoon)
• Vertrouwelijk
Van kort tot duurzaam
• Geschikte ruimte hangt ook af van duur intervenEe: korte, acute intervenEe (crisisgesprek) of
langdurige begeleiding van meerdere gesprekken
Ook met collega’s afspreken hoe jullie omgaan met privacy, rust, en wanneer je elkaar niet stoort.
Met andere woorden: samen zorgen voor een omgeving die veilig en professioneel is.
Ruimte opEmaliseren:
• Angulair
o Als hulpverlener meestal deze posiEe
o Geeg zowel mogelijkheid tot aankijken als wegkijken
o Samenwerkend, veiligheid biedend
• Frontaal
o Wederzijds ‘volwassen’
• Parallel
o Verbondenheid
o Ondersteunend
o Niet naar elkaar moeten kijken (soms makkelijker om te praten)
• Diagonaal
o Onverschillig
,Interne voorwaarden: aandacht schenken vergt ruimte in je hoofd
Met een eigen vol hoofd, kan je niet luisteren
Zorg dragen voor je persoonlijke ingesteldheid:
• Sta even sEl: ben ik rusEg genoeg voor dit gesprek? Kan ik met volle aandacht luisteren?
o Maak je hoofd leeg (5 minuutjes-truc): maak een wandeling, verplaats je even…
o Laat je niet afleiden: ga nu geen gesprek aan met je collega over een andere client, vraag of
dat straks mag
o Zoek naar een focus op deze client (herlees bijvoorbeeld even je nota’s van het vorige
gesprek, zo kom je soms snel terug bij wat er vorige keer aan de orde was)
UiEng van aandachEge ingesteldheid
Belangrijk dat cliënt ziet dat je je volle aandacht op hem legt. Met je luisterhouding vertel je veel over je
ingesteldheid
• Oogcontact en gelaatsexpressie
o Belangrijke manier om communicaEe te reguleren
o Oogcontact aangaan kan veel betekenen: inEmiteit, dominaEe, onderwerping, …
o Ontwijken: kan uiEng zijn van angst, desinteresse, ongemakkelijkheid
• Paralinguale aspecten
o Stemgebruik/ spreeksnelheid
o Vocale aanmoedigingen: bijvoorbeeld mhm zeggen, toont dat je aandachEg bent
o SElte: kan zowel ruimte geven als ongemakkelijk zijn (hangt af van cliënt tot cliënt)
o Aansluiten bij het taalgebruik van de ander: te groot verschil in woordkeuze kan een barrière
vormen
• Lichaamshouding
• Gebruik van de ruimte
o Zorg dat er enige speelruimte is dat persoon zelf kan afstemmen hoe dicht die wil gaan ziAen
bijvoorbeeld meerdere stoelen zeAen
o Manier hoe cliënt met afstand omgaat is ook nonverbale communicaEe
,InquisiEve stance (verwonderd bevragen) van hoe iets is voor de ander
Belang van een vragende, niet-wetende maar geïnteresseerde houding
• Hoe was het voor jou?
• Kan je me helpen begrijpen wat je precies zo geraakt heeg?
• Wat ging er door je heen toen hij dat vertelde?
Elementen van goede interne luisterhouding
• Zorg dat je rusEg bent om te kunnen ‘ontvangen’ wat de ander zegt
• Richt je op het ritme van de cliënt
o Eerste fase van gesprek: opwarmen, probeer in contact te geraken met wat hij zou willen
bespreken
o Vaak beginnen ze niet direct over hun problemen, geef cliënt Ejd
• Laat de persoon uitspreken
• Pas je taalgebruik aan aan
o Leegijd
o Sociale achtergrond
o CogniEeve en verstandelijke mogelijkheden
• Gebruik meta-communicaEe om (fouten in) je aanpassing te duiden
o Communiceren over de communicaEe
Belang van feedback
• GeautomaEseerde processen: processen die je geautomaEseerd hebt en waar je zelf niet meer van
bewust bent, leer uit hoe anderen naar jou kijken
• Opgedaan doorheen je persoonlijke relaEonele geschiedenis
• Belang van feedback: peers (en rollenspel), video, supervisie
Specifieke vaardigheden bij luisteren
• De aandacht richten op de cliënt en op je eigen reacEes ten aanzien van de cliënt
o Parallelproces: bij luisteren let je niet alleen op de cliënt maar ook op je eigen gedachten en
gevoelens die Ejdens het gesprek opkomen
o Soms raakt een verhaal je persoonlijk (je eigen rugzak)
o Iedereen heeg kwetsbare thema’s (blinde vlekken). Je moet ze kennen en kunnen hanteren
zodat ze het gesprek niet verstoren
• Het verwerken van manifeste en latente communicaEe
o Manifeste communicaEe: wat iemand leAerlijk zegt
o Latente communicaEe: wat tussen de lijnen zit
o IncongruenEes tussen verbaal vs non-verbaal
§ Soms stemt wat iemand zegt niet overeen met hoe hij zich gedraagt
§ Bijvoorbeeld iemand lacht terwijl hij zegt dat het zwaar is
§ Bijvoorbeeld iemand zegt dat hij het oke vindt om over te praten maar kijkt weg
o IncongruenEes binnen het verbale
§ Bijvoorbeeld iemand zegt “Ik vertrouw mijn vrienden volledig” maar later zegt hij “Ik
durf eigenlijk niemand iets te vertellen”
o Non-verbaal gedrag is meestal eerlijker
• Patronen en thema’s
, o Patronen: herhalende gevoelens, gedragingen of situaEes waar de cliënt steeds in terecht
komt
o Thema’s: onderliggende ideeën of overtuigingen over zichzelf, anderen of de wereld
o Deze inzichten vormen later het fundament voor verdere intervenEes
Gebeuren en affecEeve kleur
Elk verhaal omvat zowel
• Het gebeurde, de ervaring waarvan je het verloop kan beschrijven
• De betekenis die de ervaring heeg gekregen/ de affecEeve kleur ervan
o Wat de ene persoon pre'g/ lasEg vindt, is anders dan wat iemand anders pre'g/ lasEg
vindt
o Dit is hetgene wat een therapeut wil weten, hiermee ga je aan de slag
ReflecEe: herbekijk het gesprek dat je voerde vanuit dit perspecEef
Metaforen en symbolen
• Metafoor = beeldspraak
o Geeg beleving of affect weer
o Brengt je dichter bij hoe iets ervaren wordt
o Helpen ervaringen treffend te vaAen: op een krachEge, duidelijke manier uitdrukken
o Belang van sensiEef te zijn voor metaforen, niet negeren, spreek erover met de cliënt
(gevoelig en aandachEg zijn voor metaforen)
o Ze hebben vaak een persoonlijke betekenis (niet de woordenboekbetekenis)
• OntwikkelingsperspecEef
o Kinderen gebruiken minder abstracte woorden maar wel symbolen en non-verbale
metaforen
§ Tekenen: een volledige zwarte tekening, een gebroken hartje
§ Speelgedrag: laat een pop voortdurend huilen, speelgoed verstoppen onder tafel
(onveilig voelen), auto’s steeds laten crashen (chaos of innerlijke spanning)
o Volwassenen gebruiken vooral verbale metaforen
• Metaforen en symbolen onthullen meerdere laagjes van betekenis (patronen en thema’s)
Mogelijke fouten:
• Te concreet opvaAen
o LeAerlijk opvaAen -> je mist de gevoelsbetekenis
o Bijvoorbeeld: “Mijn hoofd voelt als een ballon die knapt”
§ Correct: heb je het gevoel dat je hoofd te vol zit?
§ Fout (concreet): denk je echt dat je hoofd gaat ontploffen?
§ Fout (normaEef): normerende uitleg over dat hoofden niet kunnen ontploffen
• Evaluerend of normerend reageren
o Oordelen of corrigeren -> sluit de emoEonele betekenis af
o Bijvoorbeeld: kind maakt een schietgebaar
§ Correct: vind je het niet leuk dat ik je kom halen?
§ Fout (concreet): ga je me doodschieten?
§ Fout (evaluerend): dat is niet leuk wat je doet
,Luisteren in een werkrelaEe (geen vriendschapsrelaEe)
• Sobere neutraliteit
o Het gaat om de cliënt
o Je kunt iets over jezelf zeggen maar leg de aandacht alEjd terug bij de cliënt
§ Niet onderdrukken van eigen inbreng
§ Wel bewust afstemmen zodat inbreng cliënt op de voorgrond blijg
• Warme ontvankelijkheid
o Warm, empathisch en ondersteunend zijn.
o Betrokkenheid tonen
• Gedoseerde relaEe op diverse conEnua
o Afstand – nabijheid
§ Afstand: professionele grenzen houden
§ Nabijheid: warm, betrokken, aanwezig zijn
§ Je bent niet de vriend van de cliënt maar te veel afstand voelt kil en onbereikbaar
aan.
o Leiden – volgen
§ Balans tussen volgen van communicaEes van cliënt en leiding geven, invulling geven
§ Leiding: structuur geven, niet de inhoud overnemen
o NegaEviteit toelaten – relaEe goed houden
§ Zorg ervoor dat de cliënt ook negaEeve gevoelens over de therapie bespreekbaar kan
maken
Blokkades bij het luisteren
• Inadequaat luisteren: teveel bezig met jezelf
• (Be-)oordelend luisteren: teveel gericht op je oordeel
• SelecEef of gefilterd luisteren: gefilterd door eigen vooroordelen
• Op feiten gericht luisteren: je hoort het gebeuren, niet de affecEeve kleur
• Je antwoord bedenken bij het luisteren: teveel bezig zijn met wat je moet zeggen
• Te dichtbij (sympatheEc) luisteren: objecEviteit en afstand gaan verloren
De ander begrijpen is per definiEe onzeker
We nemen waar en interpreteren. We weten nooit zeker wat de ander denkt en voelt, we proberen het ons
voor te stellen, in te leven, te verbeelden
De binnenwereld van de ander is:
• Opaak: je kunt er nooit volledig inkijken
• Veranderbaar: gevoelens en gedachten kunnen snel wisselen
• Moeilijk vast te pinnen: je kunt het nooit 100% zeker definiëren
Slotbedenkingen
• AcEef en met gerichte aandacht luisteren en observeren: voorwaarde om de ander te begrijpen
• Het trainen in en verfijnen van deze vaardigheden
Iedereen heeg momenten waarop je
• Afgeleid bent
, • Met je eigen zorgen bezig bent
• Minder goed luistert
Niemand is perfect, drie belangrijke hulpmiddelen
• Bijsturen: als je merkt dat je een fout maakt of iets verkeerd begrijpt, pas je aan
• Metacommuniceren: hardop bespreken wat er gebeurt in het gesprek
o Bijvoorbeeld: ik merk dat ik misschien verkeerd begreep wat je bedoelde, kunnen we dat
verduidelijken
• Supervisie: met collega of begeleider praten over moeilijke gesprekken om te leren en te groeien
,HOOFDSTUK 2: EEN BASISHOUDING VAN ACTIEVE RECEPTIVITEIT: MET AANDACHT KIJKEN NAAR NON-
VERBALE ASPECTEN
Inleiding
Dit hoofdstuk gaat over hoe je als hulpverlener mensen begrijpt door niet alleen te praten, maar ook acEef
te observeren. Dat vraagt een basishouding van acEeve recepEviteit: je bent betrokken en aanwezig, maar
blijg tegelijk aandachEg kijken en luisteren naar wat iemand non-verbaal laat zien.
ObservaEe versus gesprek
Gesprek:
• Is vooral het medium van volwassenen
• Gebaseerd op taal
• Past bij mensen die zich goed verbaal kunnen uitdrukken
ObservaEe:
• Is het medium van het kind (het verbale is niet het primaire expressiemiddel van het kind)
• Ook belangrijk bij
o Jonge kinderen
o Mensen met een verstandelijke beperking
o Mensen bij wie taal door ziekte minder beschikbaar is (NAH, demenEe)
Samengaan van kijken en luisteren
ObservaEe en gesprek zijn geen tegenpolen, maar twee perspecEeven op dezelfde realiteit.
• Je luistert naar wat iemand zegt
• Je kijkt naar hoe iemand zich uitdrukt: via spel, gedrag, mimiek, interacEe, affect
SituaEes met een klemtoon op observaEevaardigheden omdat taal terkortschiet
• Taal is er nog niet of nog onvoldoende om te communiceren over je denken en voelen: baby’s,
peuters, kleuters en ook nog lagere schoolkinderen
• Taal wordt nooit de belangrijkste manier van communiceren: kinderen en jongeren met een
verstandelijke beperking
• Mensen bij wie taal op de achtergrond raakt door ziekte (niet-aangeboren hersenaandoening,
demenEe)
• Ook bij volwassenen kan observaEe centraal blijven (bijvoorbeeld verstandelijk gehandicapte
volwassenen)
Umbrella
Taal is maar één beperkt facet van een verhaal. Kijken naar
• Expressieve vaardigheden zoals tekenen, spelen, muziek
• Gedrag
• InteracEe
• Affect
• Ervaring en verhaal
Gesprek en observaEe: twee perspecEeven op één realiteit
Beide willen inzicht krijgen in dezelfde persoon en zijn/haar beleving, maar doen dat via een andere ingang.
, • Gemeenschappelijke faceAen
o Doel en focus
§ Beide hebben hetzelfde doel
§ De focus ligt bij beide op betekenis geven aan gedrag, emoEes en relaEes
o Thema’s
§ Dezelfde levens- en probleemdomeinen komen aan bod
• Verschillen
o Evenwicht luisteren/observeren
§ Bij gesprek nadruk op luisteren
§ Bij observaEe nadruk op kijken
o RelaEoneel evenwicht
§ Bij gesprek meer symmetrische relaEe (cliënt en hulpverlener praten op gelijk
niveau)
§ Bij observaEe meer asymmetrische relaEe (hulpverlener stuurt meer)
o RelaEef belang in funcEe van ontwikkelingsfase
§ Volwassenen: gesprek meestal belangrijker
§ Kinderen / jonge ontwikkelingsleegijd: observaEe belangrijker
§ Mensen met verstandelijke beperking, niet-aangeboren hersenletsel, demenEe:
observaEe blijg cruciaal, ook op volwassenleegijd
ParEciperend observeren
ParEciperend observeren: een manier van werken waarbij je
• Niet afstandelijk observeert
• Maar ook geen puur verbaal gesprek voert
• Zelf deelneemt aan de interacEe
Concreet:
• Je biedt ruimte en materiaal (spel, tekenen, foto’s) voor nonverbale uiEngen
• De cliënt bepaalt hoe hij zich uitdrukt
• Jij volgt, ondersteunt en observeert tegelijk
Twee pijlers van parEciperend observeren
Het relaEe-aanbod
• De hulpverlener
o Straalt aandacht en professionele nieuwsgierigheid uit
o Is acEef betrokken, maar bewaart reflecEeve afstand
o Laat zoveel mogelijk ruimte voor het eigen verhaal van de cliënt
Het observaEekader
• Helpt om
o SystemaEsch te kijken
o Betekenis te geven aan gedrag
o Niet te snel conclusies te trekken