Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Duidelijke klinisch werkveld en organisatie samenvatting

Note
-
Vendu
1
Pages
44
Publié le
17-12-2025
Écrit en
2025/2026

Dit is een duidelijke klinisch werkveld en organisatie samenvatting inclusief literatuur. De samenvatting is in een lopende tekst geschreven, waardoor het makkelijk door te lezen is

Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
17 décembre 2025
Nombre de pages
44
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Samenvatting klinisch werkveld en organisatie

Klinische organisatie en werkveld – Hoorcollege 1: GGZ volwassenen
organisatie en beleid

Het doel van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is het behandelen van mensen die
psychisch ziek zijn. In de praktijk betekent dit dat de GGZ bedoeld is voor mensen met
een DSM-5-stoornis, zoals een depressie, maar niet voor mensen met alledaagse problemen
zoals eenzaamheid zonder psychische stoornis. Deze afbakening heeft belangrijke voordelen.
Het helpt bij het beheersen van het patiëntvolume en de zorgkosten, omdat het beperkte
budget van de GGZ anders ten koste zou kunnen gaan van mensen die de zorg het meest
nodig hebben. Tegelijkertijd kent deze afbakening ook nadelen. DSM-classificaties zijn niet
altijd betrouwbaar en zeggen weinig over de ernst of impact van klachten op het dagelijks
leven. Daarom wordt steeds vaker gekeken naar zorgzwaarte, waarbij niet alleen symptomen,
maar ook de ernst en gevolgen van klachten worden meegenomen.

Iedereen ervaart weleens psychische klachten, zoals stress of slapeloosheid. Er is pas sprake
van een psychische aandoening wanneer deze klachten ernstig, langdurig of ontregelend zijn.
Van een stoornis is sprake wanneer er psychisch lijden bestaat, beperkingen optreden in het
dagelijks functioneren, de symptomen niet verklaard kunnen worden door normale
omstandigheden zoals rouw en wanneer de klachten langere tijd aanhouden.

In Nederland heeft jaarlijks ongeveer 20–25% van de volwassenen (2,4 tot 3 miljoen
mensen) een DSM-stoornis. Toch zijn slechts ruim één miljoen mensen per jaar
daadwerkelijk in zorg bij de GGZ, wat laat zien dat schaamte en stigma nog steeds een rol
spelen. Vrouwen hebben vaker last van depressie en angststoornissen, terwijl mannen vaker
middelen gebruiken zoals alcohol en drugs of impulsief gedrag vertonen. De GGZ beslaat
ongeveer 5% van het totale gezondheidszorgbudget. Media-aandacht kan leiden tot
overherkenning, waarbij mensen denken dat zij ook een stoornis hebben, maar kan
tegelijkertijd de bereidheid vergroten om hulp te zoeken, wat kan leiden tot zelfdiagnose.

Het zorgstelsel zoekt voortdurend naar een balans tussen kwalitatief goede en efficiënte
zorg. Tussen 2014 en 2021 vonden grote veranderingen plaats in het GGZ-stelsel, de eerste
stelselwijziging. Er kwamen minder opnamebedden, opnames werden korter en de zorg
verschoof naar meer kortdurende ambulante zorg in plaats van langdurige trajecten. Het
doel was betere zorg tegen lagere kosten, waarbij kwaliteit, toegankelijkheid en
betaalbaarheid centraal stonden. Vanaf 2022 volgde een tweede stelselwijziging, waarbij
vooral administratieve en financiële veranderingen werden doorgevoerd. Er kwam minder
registratie en de vergoeding werd gebaseerd op zorgprestaties, zoals consulten, zonder
onderscheid tussen directe en indirecte tijd. Zorg werd niet langer primair gekoppeld aan een
DSM-diagnose, maar aan zorgzwaarte, die wordt gemeten met de HoNOS (19 vragen).
Hierdoor werd het begrip ‘ziekte’ anders gedefinieerd.

De GGZ is georganiseerd in verschillende zorglijnen. De huisarts vormt de eerste lijn en
deze zorg is gratis toegankelijk. De huisarts biedt een luisterend oor, kan medicatie
voorschrijven en verwijst zo nodig naar de POH-GGZ of een psycholoog. De huisarts
beoordeelt de ernst van de klachten en stelt een verwijsbrief op met daarin een beschrijving
van de klachten, eerdere hulpverlening, medicatiegebruik en lichamelijke klachten. Sinds
2014 is extra financiering beschikbaar om meer POH-GGZ in te zetten.

,De tweede lijn bestaat uit de GGZ, waarbij in Nederland het eigen risico wordt
aangesproken. Deze zorg wordt aangeboden door zelfstandige praktijken en GGZ-
instellingen. Zelfstandige praktijken bieden uitsluitend ambulante zorg, waaronder de basis
GGZ en specialistische GGZ. De basis GGZ ontstond in 2014 en is na 2022 vrijwel
verdwenen. Deze was bedoeld voor mensen met lichte tot milde problematiek en kende vaste
behandelduurcategorieën: kort (300 minuten), middel (500 minuten), intensief (750 minuten)
en chronisch (750 minuten), waarbij deze laatste groep vaak bestond uit patiënten met
een Ernstige Psychiatrische Aandoening (EPA). De specialistische GGZ is bedoeld voor
patiënten met ernstigere problematiek en mag langer duren. Deze zorg is vaak intensiever,
bijvoorbeeld in de vorm van dagbehandeling, en wordt ook ingezet voor EPA-patiënten en
FACT-teams. GGZ-instellingen bieden daarnaast ambulante zorg, dagbehandeling, klinische
opname en crisisdiensten.

De derde lijn bestaat uit ultragespecialiseerde zorg, die relatief weinig voorkomt en regionaal
of landelijk is georganiseerd, zoals gespecialiseerde klinieken voor eetstoornissen. In
Vlaanderen is de organisatie anders: daar kan een psycholoog via de huisarts worden
geraadpleegd en verloopt de zorg via CGG’s, waarbij tarieven afhankelijk zijn van het
inkomen van de cliënt.

Binnen de GGZ is er een duidelijk onderscheid tussen psychologen en psychiaters.
Psychologen zijn opgeleid in de psychologie en richten zich op gedrag, emoties en gedachten.
Zij geven psychotherapie, maar schrijven geen medicatie voor. Psychiaters hebben een
medische opleiding met specialisatie in psychiatrie, richten zich op de medische kant van
psychische stoornissen en mogen medicatie voorschrijven. Zij geven soms ook
psychotherapie. Rouw is een natuurlijke reactie op verlies en lijkt op depressie, maar bij
depressie blijft iemand vastzitten in somberheid. In zulke gevallen is steun nodig en soms ook
medicatie, waarbij samenwerking tussen psycholoog en psychiater belangrijk is.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen classificatie en diagnose. Classificatie koppelt klachten
aan een bestaande DSM-categorie en zorgt voor een gemeenschappelijke taal tussen
hulpverleners, houvast door duidelijke criteria, ondersteuning bij onderzoek en behandeling
en is nuttig voor verzekeraars en vergoedingen. Nadelen zijn overlap tussen stoornissen,
weinig aandacht voor persoonlijke context, risico op overdiagnose of modeziekten en invloed
van cultuur, commercie en tijdsgeest, wat soms een misleidend beeld van ‘echte ziekte’ kan
geven. Diagnose gaat verder dan classificatie en kijkt ook naar oorzaken en omstandigheden,
waardoor deze individueler is.

Na de stelselwijziging van 2014 ging meer geld naar POH-GGZ en basis GGZ, met de
verwachting dat meer mensen daar terecht zouden komen en minder mensen in de
specialistische GGZ. In de praktijk nam de POH-GGZ sterk toe, steeg de basis GGZ licht en
daalde de specialistische GGZ nauwelijks.

De GGZ kampt met verschillende knelpunten. Het aantal patiënten neemt toe, vooral met
lichte problematiek, er is een personeelstekort en er zijn lange wachttijden. Daarnaast richt de
GGZ zich vaak op één diagnose in plaats van complexe problematiek, waardoor patiënten
soms van het kastje naar de muur worden gestuurd en er weinig integraal overzicht is. EPA-
patiënten blijven bovendien vaak te lang in zorg. Uit gegevens van 78 instellingen blijkt dat
gemiddeld 50–60% van de patiënten baat heeft bij behandeling, 14–53% onveranderd blijft
en 0–15% verslechtert. Deze verschillen hangen samen met de patiëntpopulatie, de kwaliteit

,van hulpverlening en het type therapie. De gemiddelde tevredenheid over de zorg is 4 van de
5.

Het grootste knelpunt binnen de GGZ blijft de wachttijd. Mogelijke oplossingen zijn het
inzetten van meer middelen en therapeuten, efficiëntere behandelingen, het eerder afronden
van zorg voor EPA-patiënten, meer online behandelingen en betere samenwerking tussen
verschillende zorgvormen.

Tot slot kent de GGZ verschillende zorgvormen. Psychische hulp thuis is bedoeld voor
crisissituaties en voor mensen die moeite hebben om het huis te verlaten en veel
ondersteuning nodig hebben; deze vorm vergroot de zelfstandigheid en de betrokkenheid van
de omgeving. Ambulante zorg bestaat meestal uit één tot twee gesprekken per week.
Klinische of residentiële zorg betreft een tijdelijke opname, bijvoorbeeld bij crisis,
detoxificatie of ernstige problematiek. Een nadeel van het grote aanbod aan zorgvormen is dat
het kan leiden tot keuzestress, onduidelijkheid over waar men terechtkan en lange
wachttijden.

Conclusie
Een voordeel is dat de DSM zorgt voor een gemeenschappelijke taal en houvast bij
behandeling en vergoeding. Een nadeel is dat DSM-classificaties weinig zeggen over de ernst
en impact van klachten op het dagelijks functioneren.

2022: Er kwam minder administratieve last, vergoeding op basis van zorgprestaties en
zorgtoewijzing op basis van zorgzwaarte in plaats van DSM-diagnose.

De huisarts is de eerste lijn, beoordeelt de ernst van klachten, biedt basiszorg en verwijst
indien nodig naar de POH-GGZ of specialistische zorg.

De organisatie van de GGZ draagt bij aan zowel kwaliteit als kostenbeheersing. Door zorg te
verdelen over zorglijnen, zorgzwaarte centraal te stellen en specialistische zorg te reserveren
voor complexe problematiek wordt de zorg toegankelijk, doelmatig en betaalbaar gehouden.



Hoorcollege 2: Ethische en juridische aspecten

Binnen de geestelijke gezondheidszorg spelen ethische en juridische aspecten een centrale rol.
De wetgeving wordt in de praktijk verduidelijkt door jurisprudentie. Dit betekent dat
rechters bestaande wetten interpreteren en uitleggen hoe deze wetten moeten worden
toegepast in concrete situaties. Naast nationale wetgeving bestaan er internationale
verdragen, zoals het mensenrechtenverdrag. Deze bevatten afspraken tussen landen en
kunnen boven nationale wetten staan.

Naast wetgeving is er sprake van zelfregulering binnen de zorg. Dit zijn regels die door de
zorgsector zelf zijn opgesteld. Voorbeelden hiervan zijn de beroepscode, die vastlegt hoe een
professional zich hoort te gedragen tegenover een cliënt, gedragsregels en vakinhoudelijke
protocollen, die praktische richtlijnen bieden voor het dagelijks werk. Binnen de
gezondheidszorg bestaan verschillende soorten rechten, waaronder regels voor de verhouding
tussen hulpverlener en cliënt en regels over de beroepsuitoefening, zoals wie een beroep mag
uitoefenen en onder welke voorwaarden.

, Aan de basis van het recht liggen rechtbeginselen, dit zijn algemene normen die het
fundament vormen van het recht. Een belangrijk beginsel is zelfbeschikking. Dit houdt in dat
een patiënt recht heeft op toestemming, deugdelijke informatie en een zorgvuldig genomen
behandelbesluit, zelfs wanneer iemand gedwongen is opgenomen. Daarnaast is er het beginsel
van bescherming, dat inhoudt dat patiënten beschermd moeten worden tegen schade en
ondeskundige zorg, en het beginsel van gelijkheid, wat betekent dat iedereen gelijk
behandeld moet worden.

Moreel, ethiek en recht hangen nauw samen, maar betekenen niet hetzelfde. Moraal verwijst
naar het geheel van waarden en normen dat door een persoon of groep wordt gehanteerd en
bepaalt wat men goed of slecht vindt. Ethiek is het nadenken over en analyseren van deze
moraal en gaat over wat juist en verantwoord handelen is. Recht weerspiegelt een zekere
consensus in de samenleving over wat goed en fout is en is vastgelegd in wetten en regels.

Binnen de hulpverlening moet de behandeling vooropstaan. Wanneer mensen het gevoel
hebben dat alles wat zij vertellen direct wordt doorgegeven, zullen zij minder snel hulp
zoeken. Daarom bestaat het beroepsgeheim, zodat cliënten zich veilig voelen om open te
zijn. Dit geldt ook voor ernstige zaken; alleen wanneer iemand dreigt iemand anders ernstig
kwaad te doen, kan dit anders liggen.

Goede hulpverlening betekent dat een zorgverlener deskundig, zorgvuldig, volgens de regels
en met respect voor de patiënt werkt. Afwijken van een protocol is mogelijk, maar alleen
onder strikte voorwaarden. Er moet een goede reden zijn, dit moet besproken en uitgelegd
worden aan de cliënt en vastgelegd worden in het dossier. Dit wordt samengevat met het
principe ‘comply or explain’.

Het beroepsgeheim houdt in dat een zorgverlener alles wat hij of zij over een cliënt te weten
komt geheim moet houden. Dit is vastgelegd in verschillende wetten, waaronder de Wet BIG,
de WGBO (Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst) en het EVRM. De WGBO
regelt de rechten van de cliënt, zoals het recht op informatie en instemming, en de
behandelrelatie tussen hulpverlener en cliënt. Het beroepsgeheim brengt een zwijgplicht met
zich mee tegenover iedereen behalve de cliënt. Zelfs tegenover de rechter mag informatie
geheim worden gehouden; dit heet het verschoningsrecht. Hierdoor durven mensen eerlijk te
zijn en eerder hulp te zoeken.

Er bestaan echter uitzonderingen op het beroepsgeheim. De zorgverlener hoeft niet altijd
toestemming te vragen aan de cliënt om gegevens te delen, bijvoorbeeld
bij medebehandelaars. Dit mag alleen als het noodzakelijk is voor de behandeling, er alleen
noodzakelijke gegevens worden gedeeld en dit zoveel mogelijk anoniem gebeurt. Ook
mogen ouders van jeugdigen tot 16 jaar informatie krijgen die nodig is voor de
behandeling, waarbij wordt gekeken wie het gezag heeft. Daarnaast kan het beroepsgeheim
worden doorbroken bij een wettelijke plicht, zoals bij zeer besmettelijke ziekten.

Een andere belangrijke uitzondering is het conflict van plichten. Dit speelt wanneer het niet
doorbreken van het beroepsgeheim leidt tot schade aan de cliënt of anderen en de
zorgverlener vrijwel zeker weet dat het delen van informatie deze schade voorkomt of
beperkt. In dat geval moet zo min mogelijk informatie worden gedeeld en moet de
zorgverlener dit achteraf kunnen verantwoorden. Voor een conflict van plichten moeten alle
voorwaarden gelden: alles is gedaan om toestemming te krijgen, het niet doorbreken levert
schade op, de zorgverlener ervaart gewetensnood, er is geen andere manier om de schade te
$10.23
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
annnesnel12 Vrije Universiteit Amsterdam
S'abonner Vous devez être connecté afin de pouvoir suivre les étudiants ou les formations
Vendu
16
Membre depuis
2 année
Nombre de followers
2
Documents
18
Dernière vente
1 semaine de cela

5.0

1 revues

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions