Samenvatting Collectief Arbeidsrecht | Elena Faber
Collectief arbeidsrecht
Samenvatting
Week 1 | Internationale bescherming, toelating tot cao-overleg, aard, binding
en doorwerking cao’s
Wet cao
Binding aan cao - werknemer
1. Lidmaatschap
De werknemer kan een beroep doen op de cao indien hij lid is van een van de
vakbonden die hebben meegetekend in de cao (9 lid 1 WCAO), de werkgever moet
dan ook lid zijn bij deze cao → lidmaatschap aan beide zijden, bedrijfstak-cao
- Art. 10 WCAO: Opzegging van het lidmaatschap tijdens de looptijd van een
cao heeft pas effect wanneer de cao afloopt of wordt gewijzigd
2. Incorporatiebeding
Alle werkgevers in de sector, ook de werkgevers die zelf geen lid zijn van een
werkgeversvereniging, kunnen besluiten gebruik te maken van een bepaalde cao
door een beding op te nemen in de arbeidsovereenkomst
- HR Bornkamp: In de arbeidsovereenkomst hoeft niet de letterlijke naam van
de cao genoemd te zijn, zolang duidelijk is om welke cao het behoort te gaan
3. Via artikel 14 WCAO
Hierbij is de werknemer geen lid, maar moet op deze werknemer wel de cao worden
toegepast door de werkgever. De ongebonden werknemer kan dit artikel niet
inroepen, de vakbond kan dit wel doen voor de werknemer (HR Suk/Britannia)
4. Via algemeenverbindendverklaring
→ Week 6
Binding aan cao - werkgever
1. Lidmaatschap
Als de werkgever lid is van een werkgeversorganisatie die heeft meegetekend in de
cao, dan is de werkgever aan deze cao gebonden mits hij onder de werkingssfeer
van de cao valt → Bedrijfstak-cao
- Art. 10 WCAO: Opzegging van het lidmaatschap tijdens de looptijd van een
cao heeft pas effect wanneer de cao afloopt of wordt gewijzigd
2. Rechtstreeks partij
De werkgever kan ook zelf meetekenen in de cao, waardoor hij rechtstreeks partij is
en gebonden is → Ondernemings-cao/bedrijfs-cao
3. Vrijwillig toepassen → Incorporatiebeding
Als de werkgever in een arbeidsovereenkomst een cao van toepassing verklaart, dan
is hij zelf gebonden om de cao na te leven
4. Algemeenverbindendverklaring
→ Week 6
1
, Samenvatting Collectief Arbeidsrecht | Elena Faber
Elke cao heeft een eigen werkingssfeer, cao-partijen bepalen welke ondernemingen en
werknemers onder de cao vallen. Overlap met andere cao’s is niet de bedoeling, maar ook
niet uitgesloten.
Wie zijn er aan de cao gebonden?
Werkgever Werknemer
Werkgever is lid van Ja Alleen indien zelf lid van
tekenende tekenende vakbond (tenzij
werkgeversvereniging AVV)
Werkgever zelf cao Ja Alleen indien zelf lid van
ondertekend tekenende vakbond (tenzij
AVV)
AVV verklaard Ja Ja
Incorporatiebeding Ja Ja
(contractuele afspraak)
Betrokkenheid (9 lid 1 WCAO)
Artikel 9 WCAO is de juridische basis voor cao-binding. Het artikel verklaart waarom
werkgevers en vakbondsleden automatisch aan de cao gebonden zijn en zorgt voor de
doorwerking van de cao-afspraken in individuele overeenkomsten.
Het artikel stelt dat:
1. Een werkgever is op grond van artikel 9 WCAO gebonden aan een cao
a. Indien hij zelf tekenende partij is bij de cao, of
b. Indien hij lid is van een werkgeversvereniging die de cao ondertekend heeft
- Niet op grond van 9 WCAO gebonden werkgevers kunnen wel via
AVV of arbeidsovereenkomst gebonden zijn
2. Een werknemer is op grond van artikel 9 WCAO gebonden aan een cao
a. Indien hij lid is van een vakbond die de cao ondertekend is
- Niet-vakbondsleden zijn dus niet rechtstreeks gebonden via 9 WCAO
- Niet-vakbondsleden kunnen wel via AVV of arbeidsovereenkomst
gebonden zijn
Samenhang met andere artikelen (normatieve werking)
● Artikel 12 WCAO stelt dat afspraken in strijd met de cao waaraan partijen gebonden
zijn nietig zijn
- De cao is niet afwijkbaar voor leden: dwingende werking
- De arbeidsovereenkomst moet per beding gelijk zijn aan de cao
- Pakketvergelijking is niet toegestaan (HR Boonen/Quicken)
● Artikel 13 WCAO regelt de nawerking van de cao: de normatieve bepalingen van de
cao waaraan partijen gebonden waren, blijven doorwerken in de individuele
arbeidsovereenkomst indien de cao-werking ophoudt
2
, Samenvatting Collectief Arbeidsrecht | Elena Faber
Toegang tot het cao overleg
→ ILO 98/154 + 6 ESH
Uitgangspunten:
1. Beide partijen hebben contractsvrijheid en zijn in beginsel vrij om te bepalen met wie
zij onderhandelen - er bestaat geen algemene wettelijke plicht tot toelating
2. Partijen hebben het recht om te staken om overleg af te dwingen
3. Soms is toch toelating afdwingbaar (HR BVOK), maar levert dit niet het gewenste
resultaat (TUI-arrest)
Een partij heeft recht op deelname aan de cao-onderhandelingen indien:
1. Het gaat om een vakbond/werkgeversorganisatie
- Art. 2 WCAO: De statuten moeten expliciet vermelden dat deze
vakbond/organisatie bevoegd is een cao aan te gaan
2. De partij is voldoende representatief
- HR BVOK: “Een vakbond die een groot aantal werknemers in de branche
vertegenwoordigt en representatiever is dan andere vakbonden, heeft in
beginsel recht op toepassing tot cao-onderhandelingen die met andere
vakbonden worden gevoerd”
3. Uitsluiting belemmert effectief collectief onderhandelen
- Uitsluiting is onrechtmatig als de vakbond structureel wordt uitgesloten en zij
daardoor haar recht op collectief onderhandelen feitelijk niet kan uitoefenen
(6 lid 2 ESH)
BVOK-arrest geldt niet altijd, er is niet altijd een plicht tot collectief overleg (TUI-arrest)
● Als uitgangspunt geldt dat zowel werkgevers en hun organisaties als werknemers en
hun organisaties niet verplicht zijn om met elkaar te onderhandelen over collectieve
arbeidsvoorwaarden
→ Je kunt niet altijd eisen als vakbond dat je het recht hebt om te spreken met de
werkgever
● Ook in zo’n geval – gelet op de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer
betaamt, mede in het licht van het in diverse verdragen gewaarborgde recht op
collectief onderhandelen – kan de weigering van een werkgever om met een
vakbond in onderhandeling te treden onrechtmatig zijn
Er is dus het recht op collectief overleg, maar niet altijd de plicht om het ook echt te doen.
Aanmelden cao
Aanmelding van de cao moet worden gedaan op verzoek aan de Minister: artikel 4 Wet op
de loonvorming → Lid 3: Vervolgens treedt de cao in werking op de dag nadat de Minister
zijn kennisgeving (lid 2) heeft verzonden.
3
, Samenvatting Collectief Arbeidsrecht | Elena Faber
Jurisprudentie overzicht week 1
HR Suk/Brittania - Binding cao, 14 WCAO
Rechtsregel: De werkgever is wel gebonden aan de cao, de werknemer niet altijd. Als
beiden gebonden zijn, gelden bij strijd met de arbeidsovereenkomst of ontbrekende
bepalingen in de arbeidsovereenkomst, de bepalingen uit de cao. Als de werknemer niet aan
de cao gebonden is, is de werkgever verplicht de bepalingen uit de cao ook na te komen in
de individuele arbeidsovereenkomst. Hierbij is niet opgenomen dat de cao voorgaat boven
de arbeidsovereenkomst, zodat de cao niet avv wordt.
Dit brengt ook mee dat een werknemer die geen lid is van een cao-partij, geen beroep kan
doen op artikel 14 WCAO.
Rechtsoverweging: Samenvatting voorblad arrest
HR Boonen/Quicken - Pakketvergelijking
Bedingen die van de cao afwijken zijn op grond van artikel 12 WCAO nietig en worden
vervangen door de betreffende cao-bepalingen. Hierbij moet elk beding in de
arbeidsovereenkomst afzonderlijk worden beoordeeld.
Rechtsregel: Pakketvergelijking is hierbij niet toegestaan. Een werkgever mag in een
individuele arbeidsovereenkomst afwijken van een cao, maar alleen als totale bundel van
arbeidsvoorwaarden en deze moeten minstens even gunstig zijn voor de werknemer als
onder de cao.
Rechtsoverweging: 3.3, 3.4
HR BVOK - Toegang tot het cao overleg, representativiteit
Cao-partijen hebben in beginsel contractsvrijheid en kunnen dus zelf beslissen met wie zij
onderhandelen. De contractsvrijheid kan botsen met het recht op collectief onderhandelen.
Rechtsregel: Een vakbond die een groot aantal werknemers in de branche
vertegenwoordigt en representatiever is dan andere vakbonden, heeft in beginsel recht op
toepassing tot cao-onderhandelingen die met andere vakbonden worden gevoerd.
Rechtsoverweging: 3.4
HR Bornkamp - Incorporatiebeding → toepasselijkheid cao’s
4
Collectief arbeidsrecht
Samenvatting
Week 1 | Internationale bescherming, toelating tot cao-overleg, aard, binding
en doorwerking cao’s
Wet cao
Binding aan cao - werknemer
1. Lidmaatschap
De werknemer kan een beroep doen op de cao indien hij lid is van een van de
vakbonden die hebben meegetekend in de cao (9 lid 1 WCAO), de werkgever moet
dan ook lid zijn bij deze cao → lidmaatschap aan beide zijden, bedrijfstak-cao
- Art. 10 WCAO: Opzegging van het lidmaatschap tijdens de looptijd van een
cao heeft pas effect wanneer de cao afloopt of wordt gewijzigd
2. Incorporatiebeding
Alle werkgevers in de sector, ook de werkgevers die zelf geen lid zijn van een
werkgeversvereniging, kunnen besluiten gebruik te maken van een bepaalde cao
door een beding op te nemen in de arbeidsovereenkomst
- HR Bornkamp: In de arbeidsovereenkomst hoeft niet de letterlijke naam van
de cao genoemd te zijn, zolang duidelijk is om welke cao het behoort te gaan
3. Via artikel 14 WCAO
Hierbij is de werknemer geen lid, maar moet op deze werknemer wel de cao worden
toegepast door de werkgever. De ongebonden werknemer kan dit artikel niet
inroepen, de vakbond kan dit wel doen voor de werknemer (HR Suk/Britannia)
4. Via algemeenverbindendverklaring
→ Week 6
Binding aan cao - werkgever
1. Lidmaatschap
Als de werkgever lid is van een werkgeversorganisatie die heeft meegetekend in de
cao, dan is de werkgever aan deze cao gebonden mits hij onder de werkingssfeer
van de cao valt → Bedrijfstak-cao
- Art. 10 WCAO: Opzegging van het lidmaatschap tijdens de looptijd van een
cao heeft pas effect wanneer de cao afloopt of wordt gewijzigd
2. Rechtstreeks partij
De werkgever kan ook zelf meetekenen in de cao, waardoor hij rechtstreeks partij is
en gebonden is → Ondernemings-cao/bedrijfs-cao
3. Vrijwillig toepassen → Incorporatiebeding
Als de werkgever in een arbeidsovereenkomst een cao van toepassing verklaart, dan
is hij zelf gebonden om de cao na te leven
4. Algemeenverbindendverklaring
→ Week 6
1
, Samenvatting Collectief Arbeidsrecht | Elena Faber
Elke cao heeft een eigen werkingssfeer, cao-partijen bepalen welke ondernemingen en
werknemers onder de cao vallen. Overlap met andere cao’s is niet de bedoeling, maar ook
niet uitgesloten.
Wie zijn er aan de cao gebonden?
Werkgever Werknemer
Werkgever is lid van Ja Alleen indien zelf lid van
tekenende tekenende vakbond (tenzij
werkgeversvereniging AVV)
Werkgever zelf cao Ja Alleen indien zelf lid van
ondertekend tekenende vakbond (tenzij
AVV)
AVV verklaard Ja Ja
Incorporatiebeding Ja Ja
(contractuele afspraak)
Betrokkenheid (9 lid 1 WCAO)
Artikel 9 WCAO is de juridische basis voor cao-binding. Het artikel verklaart waarom
werkgevers en vakbondsleden automatisch aan de cao gebonden zijn en zorgt voor de
doorwerking van de cao-afspraken in individuele overeenkomsten.
Het artikel stelt dat:
1. Een werkgever is op grond van artikel 9 WCAO gebonden aan een cao
a. Indien hij zelf tekenende partij is bij de cao, of
b. Indien hij lid is van een werkgeversvereniging die de cao ondertekend heeft
- Niet op grond van 9 WCAO gebonden werkgevers kunnen wel via
AVV of arbeidsovereenkomst gebonden zijn
2. Een werknemer is op grond van artikel 9 WCAO gebonden aan een cao
a. Indien hij lid is van een vakbond die de cao ondertekend is
- Niet-vakbondsleden zijn dus niet rechtstreeks gebonden via 9 WCAO
- Niet-vakbondsleden kunnen wel via AVV of arbeidsovereenkomst
gebonden zijn
Samenhang met andere artikelen (normatieve werking)
● Artikel 12 WCAO stelt dat afspraken in strijd met de cao waaraan partijen gebonden
zijn nietig zijn
- De cao is niet afwijkbaar voor leden: dwingende werking
- De arbeidsovereenkomst moet per beding gelijk zijn aan de cao
- Pakketvergelijking is niet toegestaan (HR Boonen/Quicken)
● Artikel 13 WCAO regelt de nawerking van de cao: de normatieve bepalingen van de
cao waaraan partijen gebonden waren, blijven doorwerken in de individuele
arbeidsovereenkomst indien de cao-werking ophoudt
2
, Samenvatting Collectief Arbeidsrecht | Elena Faber
Toegang tot het cao overleg
→ ILO 98/154 + 6 ESH
Uitgangspunten:
1. Beide partijen hebben contractsvrijheid en zijn in beginsel vrij om te bepalen met wie
zij onderhandelen - er bestaat geen algemene wettelijke plicht tot toelating
2. Partijen hebben het recht om te staken om overleg af te dwingen
3. Soms is toch toelating afdwingbaar (HR BVOK), maar levert dit niet het gewenste
resultaat (TUI-arrest)
Een partij heeft recht op deelname aan de cao-onderhandelingen indien:
1. Het gaat om een vakbond/werkgeversorganisatie
- Art. 2 WCAO: De statuten moeten expliciet vermelden dat deze
vakbond/organisatie bevoegd is een cao aan te gaan
2. De partij is voldoende representatief
- HR BVOK: “Een vakbond die een groot aantal werknemers in de branche
vertegenwoordigt en representatiever is dan andere vakbonden, heeft in
beginsel recht op toepassing tot cao-onderhandelingen die met andere
vakbonden worden gevoerd”
3. Uitsluiting belemmert effectief collectief onderhandelen
- Uitsluiting is onrechtmatig als de vakbond structureel wordt uitgesloten en zij
daardoor haar recht op collectief onderhandelen feitelijk niet kan uitoefenen
(6 lid 2 ESH)
BVOK-arrest geldt niet altijd, er is niet altijd een plicht tot collectief overleg (TUI-arrest)
● Als uitgangspunt geldt dat zowel werkgevers en hun organisaties als werknemers en
hun organisaties niet verplicht zijn om met elkaar te onderhandelen over collectieve
arbeidsvoorwaarden
→ Je kunt niet altijd eisen als vakbond dat je het recht hebt om te spreken met de
werkgever
● Ook in zo’n geval – gelet op de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer
betaamt, mede in het licht van het in diverse verdragen gewaarborgde recht op
collectief onderhandelen – kan de weigering van een werkgever om met een
vakbond in onderhandeling te treden onrechtmatig zijn
Er is dus het recht op collectief overleg, maar niet altijd de plicht om het ook echt te doen.
Aanmelden cao
Aanmelding van de cao moet worden gedaan op verzoek aan de Minister: artikel 4 Wet op
de loonvorming → Lid 3: Vervolgens treedt de cao in werking op de dag nadat de Minister
zijn kennisgeving (lid 2) heeft verzonden.
3
, Samenvatting Collectief Arbeidsrecht | Elena Faber
Jurisprudentie overzicht week 1
HR Suk/Brittania - Binding cao, 14 WCAO
Rechtsregel: De werkgever is wel gebonden aan de cao, de werknemer niet altijd. Als
beiden gebonden zijn, gelden bij strijd met de arbeidsovereenkomst of ontbrekende
bepalingen in de arbeidsovereenkomst, de bepalingen uit de cao. Als de werknemer niet aan
de cao gebonden is, is de werkgever verplicht de bepalingen uit de cao ook na te komen in
de individuele arbeidsovereenkomst. Hierbij is niet opgenomen dat de cao voorgaat boven
de arbeidsovereenkomst, zodat de cao niet avv wordt.
Dit brengt ook mee dat een werknemer die geen lid is van een cao-partij, geen beroep kan
doen op artikel 14 WCAO.
Rechtsoverweging: Samenvatting voorblad arrest
HR Boonen/Quicken - Pakketvergelijking
Bedingen die van de cao afwijken zijn op grond van artikel 12 WCAO nietig en worden
vervangen door de betreffende cao-bepalingen. Hierbij moet elk beding in de
arbeidsovereenkomst afzonderlijk worden beoordeeld.
Rechtsregel: Pakketvergelijking is hierbij niet toegestaan. Een werkgever mag in een
individuele arbeidsovereenkomst afwijken van een cao, maar alleen als totale bundel van
arbeidsvoorwaarden en deze moeten minstens even gunstig zijn voor de werknemer als
onder de cao.
Rechtsoverweging: 3.3, 3.4
HR BVOK - Toegang tot het cao overleg, representativiteit
Cao-partijen hebben in beginsel contractsvrijheid en kunnen dus zelf beslissen met wie zij
onderhandelen. De contractsvrijheid kan botsen met het recht op collectief onderhandelen.
Rechtsregel: Een vakbond die een groot aantal werknemers in de branche
vertegenwoordigt en representatiever is dan andere vakbonden, heeft in beginsel recht op
toepassing tot cao-onderhandelingen die met andere vakbonden worden gevoerd.
Rechtsoverweging: 3.4
HR Bornkamp - Incorporatiebeding → toepasselijkheid cao’s
4