KWALITEIT VAN LEVEN BIJ
VERSTANDELIJKE BEPERKING –
VERA EN ELS ’25 – ‘26
HOOFDSTUK 1 : ONTWIKKELINGEN IN DE SECTOR (HANDBOEK P11- P30)
1.1. inleiding
Orthopedagogie: social education care work, education specialisé (kinderen met
leerproblemen)
Verstandelijke beperking: ze willen als gewone mensen worden gezien, willen niet
besproken worden als mentaal beperkten maar we spreken over een verstandelijke
beperking.
Als mensen benaderd worden of als personen
1.2. het concept paradigma
= een geheel van opvattingen over de behandeling van bepaalde mensen
Er bestaan nieuwe paradigma’s als reactie op vroegere paradigma’s, komt vooral door de
maatschappij, ze evolueren door de jaren heen, nieuwe klemtonen ontstaan door de tijd
heen, vgl. van hoe ze hun nu behandelen t.o.v. hoe ze vroeger behandeld werden
Paradigmashift: ontstaan van nieuwe modellen als tegenreactie op de vorig: zo kan er
een verdieping of verbreding zijn van de vorige modellen.
De verschillende soorten paradgima’s
van defectmodel → burgerschapsparadigma probleemmensen → mensen die ook talenten
hebben wat iemand niet kan → wat iemand wel kan
1.3. Defectmodel
- er wordt van een defect gesproken
- ze waren debiel, idioot
- patiënten
- arts, verpleger
- enkel inzet op verzorging: BBB: bed, brood en bad is enkel belangrijk
- ondersteuning focust op het medische en niet op orthopedagogische
aspecten
- grote instituten buiten centrum = segregatie (= apart van de wereld)
- broeders en zusters gemeenschappen
- all-in context: er werd tegen de familie gezegd dat zij
voor niks meer moesten zorgen, de beslissingen van de
client werden genomen door de voorziening
,1.4. Ontwikkelingsparadigma
- Ze werden niet meer gezien als mensen met een
defecten maar ze konden zich ook verder ontwikkelen
- Ontwikkelings-denken staat centraal
- Uitgangspunt: mensen die zich kunnen ontwikkelen
kunnen deelnemen aan het maatschappelijk gebeuren
- ze werden getraind om te eten, ze hadden mogelijkheden
- mens in ontwikkeling, we gaan ze stimuleren
- orthopedagoog, opvoeder-begeleider
- normaal mogelijk leven leiden = integratie
1.5. burgerschapsmodel:
1.5.1. burgerschap
personen met een verstandelijke beperking
- Volwaardige burger die dezelfde rechten en plichten
hebben als elke andere burger in de samenleving
- Krijgen ook kansen om hun leven richting te geven
- Beperking: een belemmering ondervinden om op een
gelijkwaardige manier te participeren in de
samenleving
- cliënten of bewoners
- orthopedagoog, persoonlijke begeleider
- ondersteuning op maat/levenskwaliteit versterken
- inclusie
- context: ouders zien als ervaringsdeskundige
o vb. hoe slaapt u kind? wat eet het kind graag?
- exclusie: geen plaats in samenleving (vb. nazis= moord, opsluiting
- segregatie: naast de samenleving
- integratie: de voorziening zit in de samenleving, maar geen contact
ermee
- inclusie: iedereen bij elkaar (vandaag de dag vaak niet altijd het geval)
,1.5.2. self advocacy
ijveren voor een kijk weg van het individuele defectmodel dat tot op
de dag van vandaag nog subtiel in onze samenleving meandert
Het gaat niet meer langer over mensen die voor hen opkomen maar
over de mensen die zelf contesteren tegen labeling, discriminatie en
ongelijke behandeling
2 vormen van self advocacy :
1. het fungeert als middel voor individuele personen om hun mening te geven en
beslissingen te gaan nemen over hun eigen leven
2. kan ook in de vorm van een collectieve beweging zijn dat gaat opkomen voor de
collectieve belangen en rechten van een groep. Ze willen niet langer gezien worden als
zorgafhankelijk
1.5.3 ervaringsdeskundigheid
Mensen met een verstandelijke beperking zijn ervaringsdeskundigen in het leven met een
verstandelijke beperking in een complexe samenleving. Ze weten als geen ander wat het
inhoud zo te moeten leven. Ze kunnen ingezet worden als co-docent of als co-
onderzoeker. Ze willen niet langer gezien worden als een ‘onderzoeksobject’ maar gaan
effectief gaan parcipiëren.
Dit geeft hen een gevoel van hoop en zelfvertrouwen en hun sociaal netwerk gaat
gaan uitbreiden. Ook geeft dit hen het gevoel van voldoening en erkenning , dit is
belangrijk in hun proces van empowerment. Ze kijken nadien anders naar hun
cliënten als mensen met empowerment.
Verloopt volgens drie stappen: wat is er belangrijk voor mij? Inzicht verwerven in
ervaringen van andere mensen en als slot de ervaringskennis inzetten naar andere toe.
1.5.4. disability studies
Vraagstukken naar mensen met een verstandelijke beperking. Ze vertrekken vanuit de
mensenrechten en houden een pleidooi voor de inclusieve samenleving. Ze zien een
beperking als een sociaal construct dat zo bepaald word door de samenleving.
, HOOFDSTUK 2: DEFINITIE VERSTANDELIJKE BEPERKING (P33-P44)
Verstandelijke beperking = mensen met een te laag IQ
Twee verschillende visies op dat idee: de persoon wordt niet gereduceerd en wordt enkel
beperkt tot zijn IQ
2 belangrijke organisaties:
1) APA: American Psychiatric Assosociation
2) AAIDD: American Assosciation on Intellectual and Developmental Dissabilities
2.1. de dominantie van het IQ
Vroeger: een verstandelijke bepekring is een beperking in het intellectueel functioneren,
defect staat daar centraal
1. licht IQ lager dan 70 (85 procent)
2. matig IQ lager dan 55
3. ernstig IQ lager dan 40
4. diep IQ lager dan 20
deze indeling is voorbij gestreefd, IQ zegt niet genoeg over wie de persoon is, de
verschillen bij dezelfde IQ zijn enorm groot dus je kan dit niet als maatstaf gaan
gebruiken.
2.2 intelligentie als multidimensioneel concept
Beperkingen werden lang gezien als een beperking in het intellectueel functioneren, het
itelligentiequotiënt of IQ (verhouding verstandelijke teeftijd ten opzichte van de
kalenderleeftijd) x 100 geeft aan hoe ver een persoon zit van de normgroep , werd
geintroduceerd door William Stern
Verstandelijke beperking? Verstandelijke leeftijd lager dan de kalenderleeftijd.
IQ meten kan door psychodiagnostische testen, de ontwikkeling ging als volgt…
- Weshler Adult Intellligence scale (WAIS) werd gepubliceerd
- 10 jaar later kwam er een soortgelijke test voor kinderen: Weshler Intelligence
scale for children (WISC)
Hieruit onderstonden testen die we de dag vandaag nogsteeds gebruiken
Er zijn verschillende factoren die deze uitkomsten zullen beïnvloeden en zal er ook
voor zorgen dat de gegevens soms afwijken : gezondheid, vermoeidheid, stress
Intelligentie houd de capiciteit in om dingen in de omgeving te begrijpen en zich hiernaar
aan te kunnen passen, het is een multidimensioneel dat versschillende dimensies bevat:
- Plannen, eerst denken dan pas handelen
- Complexe problemen doorgronden en oplossen
- Informatie in het geuheugen opslaan en daar weer uithalen
VERSTANDELIJKE BEPERKING –
VERA EN ELS ’25 – ‘26
HOOFDSTUK 1 : ONTWIKKELINGEN IN DE SECTOR (HANDBOEK P11- P30)
1.1. inleiding
Orthopedagogie: social education care work, education specialisé (kinderen met
leerproblemen)
Verstandelijke beperking: ze willen als gewone mensen worden gezien, willen niet
besproken worden als mentaal beperkten maar we spreken over een verstandelijke
beperking.
Als mensen benaderd worden of als personen
1.2. het concept paradigma
= een geheel van opvattingen over de behandeling van bepaalde mensen
Er bestaan nieuwe paradigma’s als reactie op vroegere paradigma’s, komt vooral door de
maatschappij, ze evolueren door de jaren heen, nieuwe klemtonen ontstaan door de tijd
heen, vgl. van hoe ze hun nu behandelen t.o.v. hoe ze vroeger behandeld werden
Paradigmashift: ontstaan van nieuwe modellen als tegenreactie op de vorig: zo kan er
een verdieping of verbreding zijn van de vorige modellen.
De verschillende soorten paradgima’s
van defectmodel → burgerschapsparadigma probleemmensen → mensen die ook talenten
hebben wat iemand niet kan → wat iemand wel kan
1.3. Defectmodel
- er wordt van een defect gesproken
- ze waren debiel, idioot
- patiënten
- arts, verpleger
- enkel inzet op verzorging: BBB: bed, brood en bad is enkel belangrijk
- ondersteuning focust op het medische en niet op orthopedagogische
aspecten
- grote instituten buiten centrum = segregatie (= apart van de wereld)
- broeders en zusters gemeenschappen
- all-in context: er werd tegen de familie gezegd dat zij
voor niks meer moesten zorgen, de beslissingen van de
client werden genomen door de voorziening
,1.4. Ontwikkelingsparadigma
- Ze werden niet meer gezien als mensen met een
defecten maar ze konden zich ook verder ontwikkelen
- Ontwikkelings-denken staat centraal
- Uitgangspunt: mensen die zich kunnen ontwikkelen
kunnen deelnemen aan het maatschappelijk gebeuren
- ze werden getraind om te eten, ze hadden mogelijkheden
- mens in ontwikkeling, we gaan ze stimuleren
- orthopedagoog, opvoeder-begeleider
- normaal mogelijk leven leiden = integratie
1.5. burgerschapsmodel:
1.5.1. burgerschap
personen met een verstandelijke beperking
- Volwaardige burger die dezelfde rechten en plichten
hebben als elke andere burger in de samenleving
- Krijgen ook kansen om hun leven richting te geven
- Beperking: een belemmering ondervinden om op een
gelijkwaardige manier te participeren in de
samenleving
- cliënten of bewoners
- orthopedagoog, persoonlijke begeleider
- ondersteuning op maat/levenskwaliteit versterken
- inclusie
- context: ouders zien als ervaringsdeskundige
o vb. hoe slaapt u kind? wat eet het kind graag?
- exclusie: geen plaats in samenleving (vb. nazis= moord, opsluiting
- segregatie: naast de samenleving
- integratie: de voorziening zit in de samenleving, maar geen contact
ermee
- inclusie: iedereen bij elkaar (vandaag de dag vaak niet altijd het geval)
,1.5.2. self advocacy
ijveren voor een kijk weg van het individuele defectmodel dat tot op
de dag van vandaag nog subtiel in onze samenleving meandert
Het gaat niet meer langer over mensen die voor hen opkomen maar
over de mensen die zelf contesteren tegen labeling, discriminatie en
ongelijke behandeling
2 vormen van self advocacy :
1. het fungeert als middel voor individuele personen om hun mening te geven en
beslissingen te gaan nemen over hun eigen leven
2. kan ook in de vorm van een collectieve beweging zijn dat gaat opkomen voor de
collectieve belangen en rechten van een groep. Ze willen niet langer gezien worden als
zorgafhankelijk
1.5.3 ervaringsdeskundigheid
Mensen met een verstandelijke beperking zijn ervaringsdeskundigen in het leven met een
verstandelijke beperking in een complexe samenleving. Ze weten als geen ander wat het
inhoud zo te moeten leven. Ze kunnen ingezet worden als co-docent of als co-
onderzoeker. Ze willen niet langer gezien worden als een ‘onderzoeksobject’ maar gaan
effectief gaan parcipiëren.
Dit geeft hen een gevoel van hoop en zelfvertrouwen en hun sociaal netwerk gaat
gaan uitbreiden. Ook geeft dit hen het gevoel van voldoening en erkenning , dit is
belangrijk in hun proces van empowerment. Ze kijken nadien anders naar hun
cliënten als mensen met empowerment.
Verloopt volgens drie stappen: wat is er belangrijk voor mij? Inzicht verwerven in
ervaringen van andere mensen en als slot de ervaringskennis inzetten naar andere toe.
1.5.4. disability studies
Vraagstukken naar mensen met een verstandelijke beperking. Ze vertrekken vanuit de
mensenrechten en houden een pleidooi voor de inclusieve samenleving. Ze zien een
beperking als een sociaal construct dat zo bepaald word door de samenleving.
, HOOFDSTUK 2: DEFINITIE VERSTANDELIJKE BEPERKING (P33-P44)
Verstandelijke beperking = mensen met een te laag IQ
Twee verschillende visies op dat idee: de persoon wordt niet gereduceerd en wordt enkel
beperkt tot zijn IQ
2 belangrijke organisaties:
1) APA: American Psychiatric Assosociation
2) AAIDD: American Assosciation on Intellectual and Developmental Dissabilities
2.1. de dominantie van het IQ
Vroeger: een verstandelijke bepekring is een beperking in het intellectueel functioneren,
defect staat daar centraal
1. licht IQ lager dan 70 (85 procent)
2. matig IQ lager dan 55
3. ernstig IQ lager dan 40
4. diep IQ lager dan 20
deze indeling is voorbij gestreefd, IQ zegt niet genoeg over wie de persoon is, de
verschillen bij dezelfde IQ zijn enorm groot dus je kan dit niet als maatstaf gaan
gebruiken.
2.2 intelligentie als multidimensioneel concept
Beperkingen werden lang gezien als een beperking in het intellectueel functioneren, het
itelligentiequotiënt of IQ (verhouding verstandelijke teeftijd ten opzichte van de
kalenderleeftijd) x 100 geeft aan hoe ver een persoon zit van de normgroep , werd
geintroduceerd door William Stern
Verstandelijke beperking? Verstandelijke leeftijd lager dan de kalenderleeftijd.
IQ meten kan door psychodiagnostische testen, de ontwikkeling ging als volgt…
- Weshler Adult Intellligence scale (WAIS) werd gepubliceerd
- 10 jaar later kwam er een soortgelijke test voor kinderen: Weshler Intelligence
scale for children (WISC)
Hieruit onderstonden testen die we de dag vandaag nogsteeds gebruiken
Er zijn verschillende factoren die deze uitkomsten zullen beïnvloeden en zal er ook
voor zorgen dat de gegevens soms afwijken : gezondheid, vermoeidheid, stress
Intelligentie houd de capiciteit in om dingen in de omgeving te begrijpen en zich hiernaar
aan te kunnen passen, het is een multidimensioneel dat versschillende dimensies bevat:
- Plannen, eerst denken dan pas handelen
- Complexe problemen doorgronden en oplossen
- Informatie in het geuheugen opslaan en daar weer uithalen