ROMEINS RECHT
Externe rechtsgeschiedenis
H1 Inleiding: De wetenschap van het Romeinse recht
1.1 De bedoeling van de studie van het Romeinse recht
Waarom? Het huidige recht is gebaseerd op Romeins recht
Hoe? Juridische vragen blijven dezelfde (ook al verandert de samenleving), deze
vragen werden al besproken door de Romeinse juristen
bvb. Hoe moet ik eigendom hebben? Hoe moet ik iets kopen?
Romeins recht is de basis van het privaatrecht in Europa -> het recht van alle
landen die codificatie gebruiken is gebaseerd op het Romeins recht
Justinianus:
Romeinse keizer uit de 6de eeuw
Zijn wetgeving is heel belangrijk tot op de dag van vandaag in EU =>
‘wetgever van Europa’ genoemd
Doelstellingen
1) Verdere ontwikkeling van een historisch bewustzijn
o Aandacht voor dynamische karakter van recht
2) Begrijpen van ons universitaire denken waarvan het Romeinse
rechtsdenken een component is
o Romeins juridische denken
o Griekse wetenschappelijke logica
o Oosters wiskundig denken
3) Zoeken naar de wortels van het
o gemeenschappelijke Europese rechtsdenken
o RR aanwezig overal in Europa
o Privaatrecht!
4) Juridisch denken ontwikkelen + Kennismaking met juridische
(privaatrechtelijke) begrippen
o Procesrecht: ‘verweermiddel’ (exceptio), ‘rechtsvordering’ (actio),
‘hoger beroep’…
o Verbintenissenrecht: ‘natuurlijke verbintenis’, ‘schuldvernieuwing’,
‘dwaling’, ‘bevrijdende verjaring’, ‘goede trouw’…
o Zakenrecht: ‘eigendom’, ‘bezit’, ‘verkrijgende verjaring’,
‘natrekking’, ‘vruchtgebruik’, ‘erfdienstbaarheden’…
Bezit eigendom
Bezit: 2 voorwaarden
1. Objectief: feitelijke macht hebben over de zaak (=corpus)
2. subjectief: de wil de zaak voor jezelf te houden (=animus)
Eigendom: rechthebbende over de zaak (de eigenaar is niet altijd de
bezitter)
1.2 Romeins recht als wetenschap
1
,1.2.1 Een juridische wetenschap
Romeins recht (zoals opgenomen in wetgeving van Justinianus) was één
van de eerste vakken
o Justinianus heeft een wetgeving gebaseerd op het romeins recht
gemaakt → Corpus iuris civilis (verzameling van het civiele recht)
o Wetgeving Justinianus werd in de 11e en 12e eeuw herontdekt en
verspreid
KU Leuven gesticht in 1425 met RR ook als één van de eerste vakken
o Filips de Goede wou RR bestuderen om het lokaal recht te
hervormen
Ius commune → gemeenschappelijk recht, werd gebruikt om RR in ME te
beschrijven
o Combinatie van RR en kerkelijk recht
o RR werd als gemeenschappelijk recht (commune) gebruikt in EU
o Van de 11e tot de 19e eeuw werd RR gebruikt in EU
o In een geschil/proces/juridisch probleem keek met eerst naar het
lokaal recht en daarna pas naar RR (indien geen lokaal recht) (RR
was subsidiair) → er waren veel rechtsbronnen
Veel romanisten die RR hebben gestudeerd hadden een
belangrijke functie in de politiek
o Guillaume Durand(1230-1296): Bestuurder van regio Romagna +
belangrijk voor procesrecht
o Viglius van Aytta (1507-1577): Leidde regering van den Nederlanden
o Hugo Grotius (1583-1645): Ambassadeur van Zweden in Parijs +
vader van het natuurrecht
o Friedrich Carl von Savigny (1779-1861): Minister in Pruisen +
rechtshistoricus
Applicative vs contemplative legal history (ALH & CLH) → 2
benaderingen om rechtsgeschiedenis / RR te bestuderen
Applicative (toepassing): studie rechtsgeschiedenis gericht op toepassing
van het recht
o Gingen connecties maken tussen het huidige recht en het RR
• Mos italicus: RR gebruiken om huidige juridische problemen
op te lossen
=> geen interesse in de geschiedenis van het RR
o Bartolus (1313-1357): vertegenwoordiger van ALH en mos italicus
o von Savigny (1779-1861): vertegenwoordiger en paste de ALH en
CLH toe
Contemplative: niet geïnteresseerd in het toepassen van RR in jouw tijd
en recht, maar je wil terug gaan en kijken hoe Romeinse rechters het
deden (hoe regels zijn ontstaan, naar de ontwikkeling van het recht)
o Historische wijze, ze zijn geïnteresseerd in de geschiedenis → studie
van RR als dusdanig ‘terug naar de bron’
o bvb. humanisten waren geïnteresseerd in de Oudheid, wilden
oorspronkelijke teksten reconstrueren en wouden terug naar de
2
, oudheid, terug naar de bron
o Cujas = vertegenwoordiger van CLH (16e)
o Mos gallicus: interesse in de geschiedenis, niet in juridische
applicatie
Neo-humanisten
Otto Lenel: zijn werk is een reconstructie van een belangrijke romeinse wet
=> interpolaties: aanpassingen die later door bvb. juristen werden gedaan
aan de originele tekst
Later werd ernaar gezocht en eruit gehaald omdat ze terug wouden naar
de oorspronkelijke tekst
1.2.2 De klassieke filologie
Geen RR zonder Latijn
Tot rond 1800 werden zo goed als alle juridische teksten en commentaren
in het Latijn geschreven
Papyri van Oxyrhynchus: schrijfmateriaal is Papyri van Oxyrhynchus:
handschriften van 3e een v.ch – 5e eeuw na ch was goed bewaard gebleven
en later in 1896 ontdekt door archeologen
o Ze vonden verkoolde boekrollen → konden we zo niet lezen dus
werden CT-scans genomen zodat ze de tekst konden ontcijferen
Lex Irnitana (1e eeuw na ch): inscriptie over staatsrecht in Romeinse
provincie (terug gevonden in 1981)
1.2.3 Handschriftenkunde en tekstkritiek
1450: boekdrukkunst, bronnen hiervoor = handschriften → komt
in aanraking met 2 hulpwetenschappen:
o Paleografie: wetenschap die zich bezig houdt met het
ontcijferen van geschrift (palaios = oud + grafein =
schrijven)
o Codicologie: wetenschap die zich bezig houdt met
externe kenmerken van een handschrift, bvb. stof,
inkt… (codex = boek + logos = denken/leer)
o overgebleven detail van het werk van Justinianus
(littera florentina), deel van digesten (één van de
vier delen van het werk)
Karolingische minsukel – 9e eeuw
o Transliteratie: teksten werden van een alfabet in een anders
omgezet
→ Karolingers hadden alle grote letters vervangen door kleine
(minder plaats)
o Voor juridische handschrift was dit een drama want deze werden
nooit omgezet en raakten kwijt → uitzondering: digesten uit 6de
eeuw
=> Karolingische Renaissance
Palimpsest (opnieuw schrappen): handschrift dat bestaan uit meerdere
3
, lagen-> perkament en dus duur → werd opnieuw gebruikt met andere inkt,
er werd over de oude tekst geschreven
o 1815: Duitse geleerde vond een kerkelijk geschrift in Italië met 2
lagen. De tweede laag bevatte de ‘Instituten’ van de Romeinse jurist
Gaius (was verloren en werd dan in zijn geheel herontdekt alle
andere teksten die werden gevonden zijn enkel fragmenten)
Tekstedities / kritische uitgave van een bron
o Er werden veel fouten gemaakt tijdens het overschrijven van teksten
o Alle manuscripten van een werk werden verzameld om een zo goed
mogelijke tekst te maken die zo dicht mogelijk bij het origineel
aansluit
Hiervoor moest je veel talen kennen en juridische kennis
hebben
1.2.4 De historische kritiek
Tekstkritiek alleen volstaat niet → een tekst met grootste zekerheid
samengesteld, moet toch nog met historische kritiek doorgelicht worden
Tekst moet geplaatst worden in zijn geografische, sociologische,
economische, religieuze en filosofische context
1.2.5 De geschiedenis van de filosofie en de theologie
Juristen werden door filosofen beïnvloed
o Sint-Augustinus van Hippo (354-430)
o Plato en Aristoteles (ca. 4 eeuw v. Chr.)
o Thomas van Aquino (1225-1274)
4
Externe rechtsgeschiedenis
H1 Inleiding: De wetenschap van het Romeinse recht
1.1 De bedoeling van de studie van het Romeinse recht
Waarom? Het huidige recht is gebaseerd op Romeins recht
Hoe? Juridische vragen blijven dezelfde (ook al verandert de samenleving), deze
vragen werden al besproken door de Romeinse juristen
bvb. Hoe moet ik eigendom hebben? Hoe moet ik iets kopen?
Romeins recht is de basis van het privaatrecht in Europa -> het recht van alle
landen die codificatie gebruiken is gebaseerd op het Romeins recht
Justinianus:
Romeinse keizer uit de 6de eeuw
Zijn wetgeving is heel belangrijk tot op de dag van vandaag in EU =>
‘wetgever van Europa’ genoemd
Doelstellingen
1) Verdere ontwikkeling van een historisch bewustzijn
o Aandacht voor dynamische karakter van recht
2) Begrijpen van ons universitaire denken waarvan het Romeinse
rechtsdenken een component is
o Romeins juridische denken
o Griekse wetenschappelijke logica
o Oosters wiskundig denken
3) Zoeken naar de wortels van het
o gemeenschappelijke Europese rechtsdenken
o RR aanwezig overal in Europa
o Privaatrecht!
4) Juridisch denken ontwikkelen + Kennismaking met juridische
(privaatrechtelijke) begrippen
o Procesrecht: ‘verweermiddel’ (exceptio), ‘rechtsvordering’ (actio),
‘hoger beroep’…
o Verbintenissenrecht: ‘natuurlijke verbintenis’, ‘schuldvernieuwing’,
‘dwaling’, ‘bevrijdende verjaring’, ‘goede trouw’…
o Zakenrecht: ‘eigendom’, ‘bezit’, ‘verkrijgende verjaring’,
‘natrekking’, ‘vruchtgebruik’, ‘erfdienstbaarheden’…
Bezit eigendom
Bezit: 2 voorwaarden
1. Objectief: feitelijke macht hebben over de zaak (=corpus)
2. subjectief: de wil de zaak voor jezelf te houden (=animus)
Eigendom: rechthebbende over de zaak (de eigenaar is niet altijd de
bezitter)
1.2 Romeins recht als wetenschap
1
,1.2.1 Een juridische wetenschap
Romeins recht (zoals opgenomen in wetgeving van Justinianus) was één
van de eerste vakken
o Justinianus heeft een wetgeving gebaseerd op het romeins recht
gemaakt → Corpus iuris civilis (verzameling van het civiele recht)
o Wetgeving Justinianus werd in de 11e en 12e eeuw herontdekt en
verspreid
KU Leuven gesticht in 1425 met RR ook als één van de eerste vakken
o Filips de Goede wou RR bestuderen om het lokaal recht te
hervormen
Ius commune → gemeenschappelijk recht, werd gebruikt om RR in ME te
beschrijven
o Combinatie van RR en kerkelijk recht
o RR werd als gemeenschappelijk recht (commune) gebruikt in EU
o Van de 11e tot de 19e eeuw werd RR gebruikt in EU
o In een geschil/proces/juridisch probleem keek met eerst naar het
lokaal recht en daarna pas naar RR (indien geen lokaal recht) (RR
was subsidiair) → er waren veel rechtsbronnen
Veel romanisten die RR hebben gestudeerd hadden een
belangrijke functie in de politiek
o Guillaume Durand(1230-1296): Bestuurder van regio Romagna +
belangrijk voor procesrecht
o Viglius van Aytta (1507-1577): Leidde regering van den Nederlanden
o Hugo Grotius (1583-1645): Ambassadeur van Zweden in Parijs +
vader van het natuurrecht
o Friedrich Carl von Savigny (1779-1861): Minister in Pruisen +
rechtshistoricus
Applicative vs contemplative legal history (ALH & CLH) → 2
benaderingen om rechtsgeschiedenis / RR te bestuderen
Applicative (toepassing): studie rechtsgeschiedenis gericht op toepassing
van het recht
o Gingen connecties maken tussen het huidige recht en het RR
• Mos italicus: RR gebruiken om huidige juridische problemen
op te lossen
=> geen interesse in de geschiedenis van het RR
o Bartolus (1313-1357): vertegenwoordiger van ALH en mos italicus
o von Savigny (1779-1861): vertegenwoordiger en paste de ALH en
CLH toe
Contemplative: niet geïnteresseerd in het toepassen van RR in jouw tijd
en recht, maar je wil terug gaan en kijken hoe Romeinse rechters het
deden (hoe regels zijn ontstaan, naar de ontwikkeling van het recht)
o Historische wijze, ze zijn geïnteresseerd in de geschiedenis → studie
van RR als dusdanig ‘terug naar de bron’
o bvb. humanisten waren geïnteresseerd in de Oudheid, wilden
oorspronkelijke teksten reconstrueren en wouden terug naar de
2
, oudheid, terug naar de bron
o Cujas = vertegenwoordiger van CLH (16e)
o Mos gallicus: interesse in de geschiedenis, niet in juridische
applicatie
Neo-humanisten
Otto Lenel: zijn werk is een reconstructie van een belangrijke romeinse wet
=> interpolaties: aanpassingen die later door bvb. juristen werden gedaan
aan de originele tekst
Later werd ernaar gezocht en eruit gehaald omdat ze terug wouden naar
de oorspronkelijke tekst
1.2.2 De klassieke filologie
Geen RR zonder Latijn
Tot rond 1800 werden zo goed als alle juridische teksten en commentaren
in het Latijn geschreven
Papyri van Oxyrhynchus: schrijfmateriaal is Papyri van Oxyrhynchus:
handschriften van 3e een v.ch – 5e eeuw na ch was goed bewaard gebleven
en later in 1896 ontdekt door archeologen
o Ze vonden verkoolde boekrollen → konden we zo niet lezen dus
werden CT-scans genomen zodat ze de tekst konden ontcijferen
Lex Irnitana (1e eeuw na ch): inscriptie over staatsrecht in Romeinse
provincie (terug gevonden in 1981)
1.2.3 Handschriftenkunde en tekstkritiek
1450: boekdrukkunst, bronnen hiervoor = handschriften → komt
in aanraking met 2 hulpwetenschappen:
o Paleografie: wetenschap die zich bezig houdt met het
ontcijferen van geschrift (palaios = oud + grafein =
schrijven)
o Codicologie: wetenschap die zich bezig houdt met
externe kenmerken van een handschrift, bvb. stof,
inkt… (codex = boek + logos = denken/leer)
o overgebleven detail van het werk van Justinianus
(littera florentina), deel van digesten (één van de
vier delen van het werk)
Karolingische minsukel – 9e eeuw
o Transliteratie: teksten werden van een alfabet in een anders
omgezet
→ Karolingers hadden alle grote letters vervangen door kleine
(minder plaats)
o Voor juridische handschrift was dit een drama want deze werden
nooit omgezet en raakten kwijt → uitzondering: digesten uit 6de
eeuw
=> Karolingische Renaissance
Palimpsest (opnieuw schrappen): handschrift dat bestaan uit meerdere
3
, lagen-> perkament en dus duur → werd opnieuw gebruikt met andere inkt,
er werd over de oude tekst geschreven
o 1815: Duitse geleerde vond een kerkelijk geschrift in Italië met 2
lagen. De tweede laag bevatte de ‘Instituten’ van de Romeinse jurist
Gaius (was verloren en werd dan in zijn geheel herontdekt alle
andere teksten die werden gevonden zijn enkel fragmenten)
Tekstedities / kritische uitgave van een bron
o Er werden veel fouten gemaakt tijdens het overschrijven van teksten
o Alle manuscripten van een werk werden verzameld om een zo goed
mogelijke tekst te maken die zo dicht mogelijk bij het origineel
aansluit
Hiervoor moest je veel talen kennen en juridische kennis
hebben
1.2.4 De historische kritiek
Tekstkritiek alleen volstaat niet → een tekst met grootste zekerheid
samengesteld, moet toch nog met historische kritiek doorgelicht worden
Tekst moet geplaatst worden in zijn geografische, sociologische,
economische, religieuze en filosofische context
1.2.5 De geschiedenis van de filosofie en de theologie
Juristen werden door filosofen beïnvloed
o Sint-Augustinus van Hippo (354-430)
o Plato en Aristoteles (ca. 4 eeuw v. Chr.)
o Thomas van Aquino (1225-1274)
4