Samenvatting Neurofysiologie ( Januari)
Hoofdstuk 1: Algemene Inleiding & Anatomie
In dit vak = kijken hoe neuronen (door het vuren van AP) gedrag gaan voortbrengen: zaken
zien of horen, sociale interacties met elkaar aangaan
● Sensatie is de informatie aan onze hersenen wordt aangereikt. Hier gebruiken we
zintuigen voor
● Perceptie is wat onze hersenen daarmee doen (interpretatie van info dat onze
hersenen binnenkomen)
● We bespreken negen zintuigen
● Proprioceptie = positie van het lichaam weten, belangrijk om te kunnen lopen
Zenuwstelsel bestaat uit
1. Centrale zenuwstelsel: Hersenen, Ruggenmerg (verlengde van hersenstam)
2. Perifere zenuwstelsel: somatisch (bewuste waarneming van zaken en bewuste
aansturing → Sensorische en Motorische Zenuwen) Autonoom (Orthosympatisch &
Parasympatisch, onbewuste regeling)
Sensorische input naar de hersenen → Transformatie van fysische stimuli (fotonen,
chemische moleculen, drukgolven) in elektrische signalen (gestuurd naar hersenen)
- Perceptie = Interpretatie van informatie in de hersenen
- Na verwerking → Hersenen beslissen om actie te ondernemen via motor output
De werking van hersenen vloeit voort uit:
1. Intrinsieke Eigenschappen van neuronen
2. Schakelingen van neuronen: informatie komt binnen (via receptor epitheel) in de
hersenen en ze zullen ook geschakeld zijn met effector organen (spieren, klieren)
3. Er zijn enorm veel connecties tussen neuronen (Bedrading tussen
hersengebieden)
1
,C.Elegans: vaak gebruikt als modelorganisme
- Connectoom in beeld gebracht = Alle connecties van het zenuwstelsel van het
organisme
Human Connectome Project = Alle connecties in de hersenen in beeld brengen
- Via diffusie metingen = Kijken hoe dat water zich verplaatst in de hersenen
- Kijken hoe dat hersengebieden info met zich uitwisselen
- Vergelijken van gezonde hersenen met personen met hersenaandoening →
Ontwikkeling van gerichte therapie en medicatie
Glia Cellen = Hebben een ondersteunende rol
● Ratio tussen gliacellen en neuronen is verschillend per gebied
● Astrocyten: nodig voor gezonde neuronen, rol in energiemetabolisme van neuronen
● Ook belangrijk voor Regulatie van de werking van neuronale synapsen (glia
cellen zitten rond de synapsen van neuronen en hebben een rol) -> Bij synaps van
neuronen zal er ook Calcium verhoging zijn op een bepaald moment in de
astrocyten
● Ependymcellen: maken hersenvocht aanmaak -> Belangrijk om afvalstoffen te
verwijderen en nieuwe stoffen binnen te brengen in de hersenen
● Microglia = Immuuncellen van het centrale ZNS, belangrijke bescherming
● Oligodendrocyten (centraal) en Schwann cellen (perifeer): maken myeline schede
(isolatie -> Sneller signalen doorsturen)
● Ependymcellen: zorgen voor de productie van hersenvocht
2
,Complexiteit van hersenen komen door
1. Diversiteit van cellen
2. Verschillende niveaus van organisatie
3. Bepaalde processen (zoals leren fietsen, beslissingen nemen, leren spreken)
wordt niet door 1 bepaald eiwit of cel gestuurd → Er zijn duizenden neuronen die
actief worden bij het maken van beslissingen. Het is niet dat een karaktertrek
voorkomt op 1 specifieke plaats in de hersenen.
Centrale Zenuwstelsel omvat hersenen en ruggenmerg
1. Hersenen = Grote hersenen (cerebrum, twee hersenhelften),
cerebellum (kleine hersenen), hersenstam (bestaat uit drie delen)
2. Hersenstam = meest vitale deel, bestaat uit middenhersenen, pons
en medulla (gaat over in ruggenmerg)
● Belangrijk voor regulatie van vitale systemen: ademhaling,
bewustzijn
Hersengroeven en Hersenwindingen
- Hersengroeves zorgen voor oppervlakte toename → Zodanig dat
het volume kleiner blijft
- Buiten stukken = Windingen (Gyri)
- Diepere stukken = Groeven (Sulcus) zijn meer ingestulpt
- Sulcus bestaat uit 2 banken en 1 fundus (bodem, diepste deeltje)
Anatomische referenties voor de hersenen
● Anterior en Posterior = Voor en Achterkant
● Superior en Inferior = Boven en Onderkant
● Rostral = Verwijst naar de bek of de voorkant van het dier
● Caudaal = Verwijst naar de richting van de staart
● Dorsaal = Bovenzijde van de hersenen (Komt overeen met de Rugzijde)
● Ventraal = Onderkant van de hersenen (Komt overeen met de Buikzijde)
3
, ● Mediaal (ligt op de middellijn van de hersenen) en Lateraal (ligt vanaf de middellijn)
● Unilateraal (eenzijdig) en bilateraal (tweezijdig, de twee hersenhelften)
● Ipsilateraal (betekent aan dezelfde kant) en Contralateraal (betekent aan de
tegenovergestelde kant)
Dorsale Ruggenwortels = Aan de kant van de Rug = Sensorische zenuwen (Afferent)
Ventrale Ruggenwortels = Aan de kant van de buik = Motorische zenuwen (Efferent)
Verschillende manieren om in de hersenen snedes te maken
1. Midsagittaal: in het midden van de hersenen, je zal maar 1
hemisfeer kunnen zien
2. Horizontaal: snede parallel met het grondoppervlak (kan
axiaal en transversaal)
3. Coronaal: langsgesneden, resultaat lijkt op een kroon
Atlassen gebruikt binnen de neurofysiologie
- Nulpunt ligt op anterior commissure
4
Hoofdstuk 1: Algemene Inleiding & Anatomie
In dit vak = kijken hoe neuronen (door het vuren van AP) gedrag gaan voortbrengen: zaken
zien of horen, sociale interacties met elkaar aangaan
● Sensatie is de informatie aan onze hersenen wordt aangereikt. Hier gebruiken we
zintuigen voor
● Perceptie is wat onze hersenen daarmee doen (interpretatie van info dat onze
hersenen binnenkomen)
● We bespreken negen zintuigen
● Proprioceptie = positie van het lichaam weten, belangrijk om te kunnen lopen
Zenuwstelsel bestaat uit
1. Centrale zenuwstelsel: Hersenen, Ruggenmerg (verlengde van hersenstam)
2. Perifere zenuwstelsel: somatisch (bewuste waarneming van zaken en bewuste
aansturing → Sensorische en Motorische Zenuwen) Autonoom (Orthosympatisch &
Parasympatisch, onbewuste regeling)
Sensorische input naar de hersenen → Transformatie van fysische stimuli (fotonen,
chemische moleculen, drukgolven) in elektrische signalen (gestuurd naar hersenen)
- Perceptie = Interpretatie van informatie in de hersenen
- Na verwerking → Hersenen beslissen om actie te ondernemen via motor output
De werking van hersenen vloeit voort uit:
1. Intrinsieke Eigenschappen van neuronen
2. Schakelingen van neuronen: informatie komt binnen (via receptor epitheel) in de
hersenen en ze zullen ook geschakeld zijn met effector organen (spieren, klieren)
3. Er zijn enorm veel connecties tussen neuronen (Bedrading tussen
hersengebieden)
1
,C.Elegans: vaak gebruikt als modelorganisme
- Connectoom in beeld gebracht = Alle connecties van het zenuwstelsel van het
organisme
Human Connectome Project = Alle connecties in de hersenen in beeld brengen
- Via diffusie metingen = Kijken hoe dat water zich verplaatst in de hersenen
- Kijken hoe dat hersengebieden info met zich uitwisselen
- Vergelijken van gezonde hersenen met personen met hersenaandoening →
Ontwikkeling van gerichte therapie en medicatie
Glia Cellen = Hebben een ondersteunende rol
● Ratio tussen gliacellen en neuronen is verschillend per gebied
● Astrocyten: nodig voor gezonde neuronen, rol in energiemetabolisme van neuronen
● Ook belangrijk voor Regulatie van de werking van neuronale synapsen (glia
cellen zitten rond de synapsen van neuronen en hebben een rol) -> Bij synaps van
neuronen zal er ook Calcium verhoging zijn op een bepaald moment in de
astrocyten
● Ependymcellen: maken hersenvocht aanmaak -> Belangrijk om afvalstoffen te
verwijderen en nieuwe stoffen binnen te brengen in de hersenen
● Microglia = Immuuncellen van het centrale ZNS, belangrijke bescherming
● Oligodendrocyten (centraal) en Schwann cellen (perifeer): maken myeline schede
(isolatie -> Sneller signalen doorsturen)
● Ependymcellen: zorgen voor de productie van hersenvocht
2
,Complexiteit van hersenen komen door
1. Diversiteit van cellen
2. Verschillende niveaus van organisatie
3. Bepaalde processen (zoals leren fietsen, beslissingen nemen, leren spreken)
wordt niet door 1 bepaald eiwit of cel gestuurd → Er zijn duizenden neuronen die
actief worden bij het maken van beslissingen. Het is niet dat een karaktertrek
voorkomt op 1 specifieke plaats in de hersenen.
Centrale Zenuwstelsel omvat hersenen en ruggenmerg
1. Hersenen = Grote hersenen (cerebrum, twee hersenhelften),
cerebellum (kleine hersenen), hersenstam (bestaat uit drie delen)
2. Hersenstam = meest vitale deel, bestaat uit middenhersenen, pons
en medulla (gaat over in ruggenmerg)
● Belangrijk voor regulatie van vitale systemen: ademhaling,
bewustzijn
Hersengroeven en Hersenwindingen
- Hersengroeves zorgen voor oppervlakte toename → Zodanig dat
het volume kleiner blijft
- Buiten stukken = Windingen (Gyri)
- Diepere stukken = Groeven (Sulcus) zijn meer ingestulpt
- Sulcus bestaat uit 2 banken en 1 fundus (bodem, diepste deeltje)
Anatomische referenties voor de hersenen
● Anterior en Posterior = Voor en Achterkant
● Superior en Inferior = Boven en Onderkant
● Rostral = Verwijst naar de bek of de voorkant van het dier
● Caudaal = Verwijst naar de richting van de staart
● Dorsaal = Bovenzijde van de hersenen (Komt overeen met de Rugzijde)
● Ventraal = Onderkant van de hersenen (Komt overeen met de Buikzijde)
3
, ● Mediaal (ligt op de middellijn van de hersenen) en Lateraal (ligt vanaf de middellijn)
● Unilateraal (eenzijdig) en bilateraal (tweezijdig, de twee hersenhelften)
● Ipsilateraal (betekent aan dezelfde kant) en Contralateraal (betekent aan de
tegenovergestelde kant)
Dorsale Ruggenwortels = Aan de kant van de Rug = Sensorische zenuwen (Afferent)
Ventrale Ruggenwortels = Aan de kant van de buik = Motorische zenuwen (Efferent)
Verschillende manieren om in de hersenen snedes te maken
1. Midsagittaal: in het midden van de hersenen, je zal maar 1
hemisfeer kunnen zien
2. Horizontaal: snede parallel met het grondoppervlak (kan
axiaal en transversaal)
3. Coronaal: langsgesneden, resultaat lijkt op een kroon
Atlassen gebruikt binnen de neurofysiologie
- Nulpunt ligt op anterior commissure
4