H5: transport of solutes and
water
Intracellulair en extracellulair vocht
Alle wat been is bevat weinig water!
Vb. botten, tanden
Kinderen + pasgeborenen:
- Grote waterinhoud
- Verliezen meet water door hogere
oppervlakte/volume verhouding
[Na+] = hoog buiten de cel
[K+] = hoog binnen de cel
[Ca²+] = zeer laag in de cel, in
rust
Niet gestimuleerde cel
[Mg²+] = stabiliseert membraan
Correcties op ruwe plasma/interstitium concentraties
- Proteïne vrij plasma
7 g/dl proteïne = ~7% v/h plasma volume waterige oplossing = 93%
Echte ionaire concentratie: ¿
Zelfde voor Cl-: ¿
- Ladingseffecten van plasma proteïnes
Meeste plasma proteïns: negatieve lading (AZ zijketens, fosfaat…)
Trekt kationen aan, stoot anionen af
Effect in concentratieverschil plasma/interstitium: ~5% correctie
¿
¿
- Osmolariteit en netto lading
~ 290 mOsm in plasma
EC fluid: vnl NaCL
IC fluid: ionen + AZ + ATP…
Principe van elektroneutraliteit: ∑ positieve ladingen=∑ negatieve ladingen
Maar: [Na+] + [K+] > [Cl-] + [HCO³-]
Anion gap = verschil tussen genegeerde anionen en genegeerde
kationen
anion gap ( plasma ) =¿ K verwaarloosd
Reden? Negatieve lading op proteïnes
Osmolariteit beschrijft de totale concentratie van alle deeltjes die vrij zijn in
de oplossing
Deeltjes gebonden aan macromoleculen zijn geen deel hiervan
Plasma-eiwitten dragen slechts in geringe mate bij aan totale aantal
osmotische actieve deeltjes:
Meestal veel negatieve ladingen per molecuul
Hoog molecuulevenwicht van het gemiddelde eiwit
, Passief transport
Passieve transportprocessen
Diffusie = spontane netto verplaatsing van atomen en moleculen van een
plaats met relatieve hoge concentratie naar een plaats met lage
concentratie gaat
(“random walk”)
Verplaatsing van opgeloste moleculen met de gradiënt mee
zodat moleculen gelijkmatig verdeeld worden
Verplaatsing is helemaal willekeurig
Diffusie kan bepaald worden door wet van Fick:
Molecule vloeit in richting die zijn concentratie gradiënt teniet
doet
Factoren die diffusie beïnvloeden: concentratiegradiënt,
membraansamenstelling, molecuulgrootte, membraandikte, lipide
oplosbaarheid
Vetoplosbare substanties diffunderen makkelijk doorheen
plasmamembraan (dan N-oplosbare)
Jx d Cx/dx Jx=Px∗¿
Eenheid: Jx (flux) = mM /(cm² * s)
Elektrochemische gradiënt
Px = permeabiliteit (bepaalt door lipiden
oplosbaarheid
Osmose = de cellulaire volumeveranderingen onder invloed van
hypo-/hyperosmolariteit worden normaal, onder fysiologische
omstandigheden, gecorrigeerd door cellulaire volumeregulatie
RVI (Regulatory Volume Increase): osmotisch actieve
substanties (=osmolieten) worden door cel geproduceerd of
opgenomen
RVD (Regulatory Volume Decrease): osmotisch actieve
substanties (=osmolieten) worden naar buiten
getransporteerd
Celvolume bepaald door:
- Cellulaire volumeregulatie
- Osmolariteit medium
- Donnan evenwicht
Fysiologie van osmolaire fluxen en water fluxen:
Als osmolieten zich verplaatsen (osmolaire flux)
Water zal proberen volgen (water flux)
Water verplaatst van een hoge water concentratie (weinig
osmolieten) naar een lage water concentratie (veel
osmolieten)
Gebeurt omgekeerd: als water verplaatste volgen osmolieten
water
Intracellulair en extracellulair vocht
Alle wat been is bevat weinig water!
Vb. botten, tanden
Kinderen + pasgeborenen:
- Grote waterinhoud
- Verliezen meet water door hogere
oppervlakte/volume verhouding
[Na+] = hoog buiten de cel
[K+] = hoog binnen de cel
[Ca²+] = zeer laag in de cel, in
rust
Niet gestimuleerde cel
[Mg²+] = stabiliseert membraan
Correcties op ruwe plasma/interstitium concentraties
- Proteïne vrij plasma
7 g/dl proteïne = ~7% v/h plasma volume waterige oplossing = 93%
Echte ionaire concentratie: ¿
Zelfde voor Cl-: ¿
- Ladingseffecten van plasma proteïnes
Meeste plasma proteïns: negatieve lading (AZ zijketens, fosfaat…)
Trekt kationen aan, stoot anionen af
Effect in concentratieverschil plasma/interstitium: ~5% correctie
¿
¿
- Osmolariteit en netto lading
~ 290 mOsm in plasma
EC fluid: vnl NaCL
IC fluid: ionen + AZ + ATP…
Principe van elektroneutraliteit: ∑ positieve ladingen=∑ negatieve ladingen
Maar: [Na+] + [K+] > [Cl-] + [HCO³-]
Anion gap = verschil tussen genegeerde anionen en genegeerde
kationen
anion gap ( plasma ) =¿ K verwaarloosd
Reden? Negatieve lading op proteïnes
Osmolariteit beschrijft de totale concentratie van alle deeltjes die vrij zijn in
de oplossing
Deeltjes gebonden aan macromoleculen zijn geen deel hiervan
Plasma-eiwitten dragen slechts in geringe mate bij aan totale aantal
osmotische actieve deeltjes:
Meestal veel negatieve ladingen per molecuul
Hoog molecuulevenwicht van het gemiddelde eiwit
, Passief transport
Passieve transportprocessen
Diffusie = spontane netto verplaatsing van atomen en moleculen van een
plaats met relatieve hoge concentratie naar een plaats met lage
concentratie gaat
(“random walk”)
Verplaatsing van opgeloste moleculen met de gradiënt mee
zodat moleculen gelijkmatig verdeeld worden
Verplaatsing is helemaal willekeurig
Diffusie kan bepaald worden door wet van Fick:
Molecule vloeit in richting die zijn concentratie gradiënt teniet
doet
Factoren die diffusie beïnvloeden: concentratiegradiënt,
membraansamenstelling, molecuulgrootte, membraandikte, lipide
oplosbaarheid
Vetoplosbare substanties diffunderen makkelijk doorheen
plasmamembraan (dan N-oplosbare)
Jx d Cx/dx Jx=Px∗¿
Eenheid: Jx (flux) = mM /(cm² * s)
Elektrochemische gradiënt
Px = permeabiliteit (bepaalt door lipiden
oplosbaarheid
Osmose = de cellulaire volumeveranderingen onder invloed van
hypo-/hyperosmolariteit worden normaal, onder fysiologische
omstandigheden, gecorrigeerd door cellulaire volumeregulatie
RVI (Regulatory Volume Increase): osmotisch actieve
substanties (=osmolieten) worden door cel geproduceerd of
opgenomen
RVD (Regulatory Volume Decrease): osmotisch actieve
substanties (=osmolieten) worden naar buiten
getransporteerd
Celvolume bepaald door:
- Cellulaire volumeregulatie
- Osmolariteit medium
- Donnan evenwicht
Fysiologie van osmolaire fluxen en water fluxen:
Als osmolieten zich verplaatsen (osmolaire flux)
Water zal proberen volgen (water flux)
Water verplaatst van een hoge water concentratie (weinig
osmolieten) naar een lage water concentratie (veel
osmolieten)
Gebeurt omgekeerd: als water verplaatste volgen osmolieten