Rehabilitation of respiratory, cardiovascular and
metabolic disorders
EXAMEN: 14/20 MC en 6/20 redeneren obv casussen, op elk deel slagen
- MC kort uitleggen, casus over metabole aandoeningen (gelijkaardig aan les)
Cardiovasculaire aandoeningen
LES 1: Cardiale defecten en behandeling
Inleiding
Incidentie CHD: 1% van geboortes
CHD = congenital heart disease
Behandeling shift: mortaliteit reductie → morbiditeit reductie
- Revalidatie (verbetert de laatste jaren)
- Integratie van fysieke activiteit
o school
o recreatief
o competitief
Schematische anatomie
➔ segmentele sequentiële analyse: op elk level kan er probleem zijn
2 circulaties op zelfde moment
Structuren
- Venen
- Atria: RA en LA
- AV-kleppen: tussen atria en ventrikels
o Mitralisklep (links)
o Tricuspedalisklep (rechts)
- Ventrikels: RV en LV
- Arteriële kleppen
o Aortaklep (links)
o Pulmonalisklep (rechts)
- Arteriën
o Aorta (lichaam en links)
o Pulmonale arterie (longen en rechts)
Rechts lage O2, links hoge O2
1
,Concordantie = normale connectie
- Atrio-ventriculaire connectie
- Ventriculo-arteriële connectie
Discordantie = 1 foute connectie
- Enkel ventriculo-arteriële connectie
Dubbele discordantie = 2 foute connecties
Foetale circulatie
Andere circulatie voor en na geboorte! Als foetus is RV het belangrijkste
Cardiale defecten vroeg als foetus gevormd: 8 weken PMA is hart volledige gevormd
PARALELLE CIRCULATIE
Placenta en navelstreng
- Placenta = orgaan dat de foetus van O2 en voedingsstoffen voorziet en afvalstoffen
afvoert
- Navelstreng
o 1 navelstrengader die O2-rijk bloed naar foetus transporteert
o 2 navelstrengaders die O2-arm bloed van foetus afvoeren
Ductus venosus
- Bloedvat dat lever omzeilt (shortcut naar lever)
- O2-rijk bloed uit navelstrengader stroomt rechtstreeks in vena cava inferior
Foramen ovale: shunt
- Opening tussen rechter- en linker atrium
- Grootste deel van O2-rijk bloed kan rechtstreeks van rechteratrium naar linkeratrium
stromen
- Maakt circulatie mogelijk
Ductus arteriosus: shunt
- Bloedvat dat pulmonale arterie met aorta verbindt
- Bloed wordt weggeleid van onderontwikkelde longen
- Maakt circulatie mogelijk
Transitie van foetale (parallelle) naar postnatale (seriële) circulatie
Foetale circulatie
1) Bloed van placenta (gesatureerd) komt via navelstreng in foetus terecht
2) Bloed wordt via foramen ovale naar linkerhart en hersenen geleid
3) O2-arm bloed uit lichaam van foetus komt in rechterhart terecht en gaat naar de niet-
functionerende longen
4) O2-arm bloed via arteriële kanaal naar aorta
Placenta → foramen ovale → LV en hersenen → RV → pulmonale arterie
2
,Navelstreng doorgeknipt
- Druk in longen daalt → longen ontwikkelen
- Gelijke circulatie links en rechts
- 2 aparte bloedcirculaties
Na geboorte
- Longen functioneren
- Overgang van foetale naar postnatale bloedsomloop
- Druk op longen valt weg → lagre weerstand LV → links-rechts shunt → LV belangrijker
(voor geboorte RV)
- Meeste veranderingen tijdens eerste uren tot 3 dagen na geboorte
- Veranderingen
o Sluiting arteriae umbilicales (navelstrengaders)
o Sluiting vena umbilicalis
o Sluiting ductus venosus
o Sluiting foramen ovale (2-3 maanden)
o Sluiting ductus arteriosus
▪ Was essentieel tijdens foetale leven!
▪ Sluiting veroorzaakt door grote toename van zuurstifsaturatie en
exponentiële afname van prostaglandines in de bloedsomloop
o Afname pulmonale arteriële/vasculaire weerstand: 4-6 weken
Dus belangrijk om hartaandoeningen direct aan te pakken, want circulatie verandert
Algemene overwegingen
- Afwijkingen kunnen op elk anatomisch niveau worden aangetroffen
- Alle afwijkingen moeten gedetailleerd worden beschreven voor een geïndividualiseerde
diagnose en behandeling
- Functionele anatomie versus fysiologie
- Specifieke kennis van anatomie is alleen belangrijk voor het behandelbeleid en de
langetermijnprognose
- De indeling in functionele groepen resulteert in een uitgebreid hulpmiddel dat nuttig is in
de dagelijkse praktijk
Presentatie van cardiale defecten in eerste 3 levensmaanden
Shock(>>neonataal)
1. obstructie linkerkant
Verminderde cardiac output naar lichaam (onvoldoende O2/nutriënten)
Stasis van bloed in de longen = pulmonale congestie
Zelfde symptomen als L-R shunt maar gevaarlijker
➔ Let op overmatige druk: risico op plotselinge dood!!
3
, Klinische tekens
- Lange capillaire refill
- Lage cardiac output
- Opwinding, mentale veranderingen
- Koude extremiteiten: bloed gaat naar belangrijkste delen (bv hersenen) en minder naar
andere delen
- Anurie
2. Cardiale musculaire problemen en/of ritmestoornissen
Primaire hartspier problemen: cardiomyopathie (hart functioneert suboptimaal door slechte
musculaire functie)
Secundaire hartspier problemen : infectie, metabole intoxicatie…
Ritmestoornissen NIET ALLE TYPES KENNEN
Aritmie = geen normaal sinusritme
- Onschuldig: extrasystole, sinustachycardie
- Tricky: supraventriculaire tachycardie
- Potentieel gevaarlijk: WPW, ventriculaire tachycardie, complete AV block
- Syncope door inducerende factor
- Vaak genetisch bepaald
Cyanose
R naar L shunt of parallelle circulatie
Lage saturatie: 70-80%
Weinig klachten
- Gelimiteerde trainingscapaciteit en cyanose (blauw)
- Cardiac output behouden
- Indien dyspneu: pas op voor pulmonaal probleem
Decompensatie
Communicatie tussen systemische en pulmonale circulatie
Klepdefect: bloed gaat van hoge naar lage druk
- Normaal van R naar L (behalve als er hogere druk R is)
- Te veel bloed naar longen → longen overvullen
Excessief bloed naar longen
Onvoldoende output naar lichaam
4
metabolic disorders
EXAMEN: 14/20 MC en 6/20 redeneren obv casussen, op elk deel slagen
- MC kort uitleggen, casus over metabole aandoeningen (gelijkaardig aan les)
Cardiovasculaire aandoeningen
LES 1: Cardiale defecten en behandeling
Inleiding
Incidentie CHD: 1% van geboortes
CHD = congenital heart disease
Behandeling shift: mortaliteit reductie → morbiditeit reductie
- Revalidatie (verbetert de laatste jaren)
- Integratie van fysieke activiteit
o school
o recreatief
o competitief
Schematische anatomie
➔ segmentele sequentiële analyse: op elk level kan er probleem zijn
2 circulaties op zelfde moment
Structuren
- Venen
- Atria: RA en LA
- AV-kleppen: tussen atria en ventrikels
o Mitralisklep (links)
o Tricuspedalisklep (rechts)
- Ventrikels: RV en LV
- Arteriële kleppen
o Aortaklep (links)
o Pulmonalisklep (rechts)
- Arteriën
o Aorta (lichaam en links)
o Pulmonale arterie (longen en rechts)
Rechts lage O2, links hoge O2
1
,Concordantie = normale connectie
- Atrio-ventriculaire connectie
- Ventriculo-arteriële connectie
Discordantie = 1 foute connectie
- Enkel ventriculo-arteriële connectie
Dubbele discordantie = 2 foute connecties
Foetale circulatie
Andere circulatie voor en na geboorte! Als foetus is RV het belangrijkste
Cardiale defecten vroeg als foetus gevormd: 8 weken PMA is hart volledige gevormd
PARALELLE CIRCULATIE
Placenta en navelstreng
- Placenta = orgaan dat de foetus van O2 en voedingsstoffen voorziet en afvalstoffen
afvoert
- Navelstreng
o 1 navelstrengader die O2-rijk bloed naar foetus transporteert
o 2 navelstrengaders die O2-arm bloed van foetus afvoeren
Ductus venosus
- Bloedvat dat lever omzeilt (shortcut naar lever)
- O2-rijk bloed uit navelstrengader stroomt rechtstreeks in vena cava inferior
Foramen ovale: shunt
- Opening tussen rechter- en linker atrium
- Grootste deel van O2-rijk bloed kan rechtstreeks van rechteratrium naar linkeratrium
stromen
- Maakt circulatie mogelijk
Ductus arteriosus: shunt
- Bloedvat dat pulmonale arterie met aorta verbindt
- Bloed wordt weggeleid van onderontwikkelde longen
- Maakt circulatie mogelijk
Transitie van foetale (parallelle) naar postnatale (seriële) circulatie
Foetale circulatie
1) Bloed van placenta (gesatureerd) komt via navelstreng in foetus terecht
2) Bloed wordt via foramen ovale naar linkerhart en hersenen geleid
3) O2-arm bloed uit lichaam van foetus komt in rechterhart terecht en gaat naar de niet-
functionerende longen
4) O2-arm bloed via arteriële kanaal naar aorta
Placenta → foramen ovale → LV en hersenen → RV → pulmonale arterie
2
,Navelstreng doorgeknipt
- Druk in longen daalt → longen ontwikkelen
- Gelijke circulatie links en rechts
- 2 aparte bloedcirculaties
Na geboorte
- Longen functioneren
- Overgang van foetale naar postnatale bloedsomloop
- Druk op longen valt weg → lagre weerstand LV → links-rechts shunt → LV belangrijker
(voor geboorte RV)
- Meeste veranderingen tijdens eerste uren tot 3 dagen na geboorte
- Veranderingen
o Sluiting arteriae umbilicales (navelstrengaders)
o Sluiting vena umbilicalis
o Sluiting ductus venosus
o Sluiting foramen ovale (2-3 maanden)
o Sluiting ductus arteriosus
▪ Was essentieel tijdens foetale leven!
▪ Sluiting veroorzaakt door grote toename van zuurstifsaturatie en
exponentiële afname van prostaglandines in de bloedsomloop
o Afname pulmonale arteriële/vasculaire weerstand: 4-6 weken
Dus belangrijk om hartaandoeningen direct aan te pakken, want circulatie verandert
Algemene overwegingen
- Afwijkingen kunnen op elk anatomisch niveau worden aangetroffen
- Alle afwijkingen moeten gedetailleerd worden beschreven voor een geïndividualiseerde
diagnose en behandeling
- Functionele anatomie versus fysiologie
- Specifieke kennis van anatomie is alleen belangrijk voor het behandelbeleid en de
langetermijnprognose
- De indeling in functionele groepen resulteert in een uitgebreid hulpmiddel dat nuttig is in
de dagelijkse praktijk
Presentatie van cardiale defecten in eerste 3 levensmaanden
Shock(>>neonataal)
1. obstructie linkerkant
Verminderde cardiac output naar lichaam (onvoldoende O2/nutriënten)
Stasis van bloed in de longen = pulmonale congestie
Zelfde symptomen als L-R shunt maar gevaarlijker
➔ Let op overmatige druk: risico op plotselinge dood!!
3
, Klinische tekens
- Lange capillaire refill
- Lage cardiac output
- Opwinding, mentale veranderingen
- Koude extremiteiten: bloed gaat naar belangrijkste delen (bv hersenen) en minder naar
andere delen
- Anurie
2. Cardiale musculaire problemen en/of ritmestoornissen
Primaire hartspier problemen: cardiomyopathie (hart functioneert suboptimaal door slechte
musculaire functie)
Secundaire hartspier problemen : infectie, metabole intoxicatie…
Ritmestoornissen NIET ALLE TYPES KENNEN
Aritmie = geen normaal sinusritme
- Onschuldig: extrasystole, sinustachycardie
- Tricky: supraventriculaire tachycardie
- Potentieel gevaarlijk: WPW, ventriculaire tachycardie, complete AV block
- Syncope door inducerende factor
- Vaak genetisch bepaald
Cyanose
R naar L shunt of parallelle circulatie
Lage saturatie: 70-80%
Weinig klachten
- Gelimiteerde trainingscapaciteit en cyanose (blauw)
- Cardiac output behouden
- Indien dyspneu: pas op voor pulmonaal probleem
Decompensatie
Communicatie tussen systemische en pulmonale circulatie
Klepdefect: bloed gaat van hoge naar lage druk
- Normaal van R naar L (behalve als er hogere druk R is)
- Te veel bloed naar longen → longen overvullen
Excessief bloed naar longen
Onvoldoende output naar lichaam
4