Hoorcollege 1
Het belang van het procesrecht:
- Verschil maken tussen recht hebben en recht krijgen;
- Je kan het materiële recht afdwingen met procesrecht;
- Evenwicht tussen belangen eiser/ gedaagde;
- Dienende funcie, door middel van bijvoorbeeld een vordering, kun je je recht geldig
maken.
Rechterlijke competentie:
1. Absolute competentie: In eerste aanleg bij de Rb → art. 42 wet Ro
a. Wellicht kantonrechter → art. 93 Rv
b. Voorzieningenrechter bij spoedeisend belang → 254 Rv
2. Relatieve competentie: in principe woonplaats van gedaagde, tenzij uitzondering → art.
99 E.v.
→ Verplichte procesvertegenwoordiging ex art. 79 Rv, behalve bij kantonzaken.
Rechtspraak zou gedigitaliseerd worden omdat de rechtspraak veel papier bevat en mee wil
gaan met de digitale ontwikkelingen. De HR doet dit al, maar het was te risicovol om helemaal
over te gaan, dus → Spoedwet aangenomen die ervoor zorgde dat er een eind aan werd
gemaakt.
Vrijwaring (210 Rv): proces tussen twee partijen, maar gedaagde zou eigenlijk een derde in
een proces aansprakelijk stellen waar de gedaagde in het initiële proces aansprakelijk is
gesteld. In dit geval kan de derde in de zaak worden opgeroepen.
Voeging (217 Rv): recht van een derde om zich tussen een zaak te voegen. Stel, twee buren
procederen over de eigendom van een stuk land, maar de derde zegt dat hij eigenaar is.
WAMCA (Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie
Zie titel 14A jo art. 3:305a BW
Art. 3:305 BW bepaalt dat een stichting of vereniging collectief schadevergoeding in geld kan
vorderen. Het is mogelijk om schadevergoeding te vorderen.
- In principe moet je op grond van lid 2, 3 en 5, aan allemaal vereisten voldoen om een
dergelijke vordering in te stellen. Echter, lid 6 bepaalt dat dat niet hoeft als:
- De rechtsvordering wordt ingesteld met een ideëel doel en zeer beperkt
financieel belang;
- Wanneer de aard van de vordering van de rechtspersoon tot bescherming van
zijn belangen de rechtsvordering strekt.
De WAMCA kan alleen voor gedingen die op of na 1 januari 2020 aanhangig zijn gemaakt en
gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden op of na 15 november 2016.
,De uitspraak gaat in gezag van gewijsde. Het is bindend en je kunt er rechten aan ontlenen. In
een normale procedure kunnen partijen alleen rechten ontlenen aan de uitspraak, maar in de
WAMCA procedure, kan elke belanghebbende dat.
- Opt out (art. 1018f Rv): je moet kenbaar maken dat je geen rechten wil ontlenen aan de
uitspraak.
- Opt in: buitenlanders moeten kenbaar maken dat ze belanghebbende willen zijn in de
procedure.
Ontvankelijkheidsvereiste:
- Bestaat de achterban uit een voldoende groot deel van het totaal gedupeerden/
belanghebbende?
- Is de omvang van de vorderingen van de achterban voldoende groot t.o.v. de
vorderingen van alle gedupeerden?
- Steunt de achterban de collectieve actie?
- Zie art. 1018c lid 5, aannemelijk maken dat het voeren van een collectieve actie
efficiënter en effectiever is dan het instellen van individuele vorderingen door
- Te bepleiten dat de rechtsvragen van de individuen in voldoende mate
gemeenschappelijk zijn;
- Het aantal gedupeerden voldoende is;
- Als het om schadevergoeding gaat, hebben zij een voldoende groot financieel
belang.
Hoorcollege 2 Toegang tot de rechter
Rechter en ADR
Toegang tot overheidsrechter = grondrecht, zie art. 6 EVRM, 17 Gw, 26 Rv etc.
ADR geschiedt op vrijwillige basis.
3 vormen van ADR (alternative dispute resolution), deze vormen worden vastgelegd in een
overeenkomst, bv arbitrage-overeenkomst en moet dus wederzijdse toestemming hebben:
1. Arbitrage (1020 Rv): een wettelijk geregelde vorm van rechtspraak gebaseerd op een
overeenkomst. De (private) arbiter maakt een beslissing in tegenstelling tot de mediator.
Dat levert een arbitraal vonnis op (1059 Rv). Wat (1) executoriale werking heeft en (2)
gezag van gewijsde heeft, wat inhoudt dat het net als een vonnis werkt.
a. Kan ad hoc plaatsvinden, maar dan moet het volgens de regels worden
opgevolgd;
b. Specifieke deskundigheid;
c. Invloed keuze arbiter;
d. Geen verplichte procesvertegenwoordiging;
e. Arbitrage is vertrouwelijk, niet openbaar;
f. Snellere beslissing;
g. Het is wel erg duur (kosten advocaat, arbiter, etc.);
, h. Arbitraal vonnis (art. 1059 Rv) levert niet per direct een executoriale titel op,
daarvoor moet je eerst nog naar de rechter.
i. Geen openbaarheid
2. Bindend advies: geschilbeslechting, er wordt een beslissing genomen door een derde.
Deze kent geen regeling binnen de rechtsvordering en wordt wegeheel beheerst door
het overeenkomstenrecht. Net als bij mediator wordt er een bijzondere
vaststellingsovereenkomst (art. 7:900 lid 1-2 BW) -> zoals Frank Visser/ de rijdende
rechter. In art. 7:900 BW wordt bepaald dat de vso ook door een derde kan worden
vastgesteld, dat is de bindend adviseur.
3. Mediation: geschiloplossing (hij neemt geen beslissing), de mediator helpt partijen tot
het bereiken van een oplossing. Hij kijkt wat de achterliggende problemen bij het geschil
zijn. Belangrijke punten:
a. Vrijwilligheid (je kan niet iemand voor de mediator slepen);
b. Geheimhouding;
c. Je kan er op elk moment uitstappen en naar de rechter;
d. Oplossing? Dan wordt dit vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (art.
7:900 BW).
Nadelen:
ͦ Arbiter is vaak een neventaak. Dat maakt dat de agenda niet altijd even plooibaar is;
ͦ Zaken waar meerdere betrokken zijn en meerdere advocaten. Dus het vinden van
ruimte voor zittingen is niet vaak makkelijk;
ͦ Partijen hebben zelf meer grip op de procedure dus makkelijker wordt omgegaan met
de agenda van zittingen.
Arbitrage kan dus alsnog langzaam gaan.
Overeenkomst: Bovenpartijdige beslissende arbiter. De hoeveelheid ruimte die een arbiter hierin
krijgt, is afhankelijk van de partijen.
Nog een verschil tussen overheidsrechtspraak en andere, is dat de rechter alleen naar het
juridische geschil kijkt.
Verschillen arbitrage & Bindend advies:
Arbitrage Bindend advies
Executoriale titel Partij hoeft geen Partij moet een
dagvaardingsprocedure te dagvaardingsprocedure starten
starten om nakoming te om nakoming te vorderen
vorderen
Rechtsgevolg Declaratieve werking Dispositieve werking
, Toetsing Slechts beperkt toetsbaar op Zowel inhoudelijk als
formele gronden procedureel aan de eisen van
redelijkheid en billijkheid
Gevolgen bij Rechter onbevoegd Eiser niet ontvankelijk
aanhangigheid Exceptief verweer. Deze Principaal verweer.
overheidsrechter verweren moeten voor de Inhoudelijk verweer.
andere verweren worden
gevoerd.
Jurisprudentie
HR Verhuurder/Huurster
De van de bindend adviseurs te vergen onafhankelijke opstelling brengt mee dat de
opdrachtgevers gelijkelijk al dan niet de gelegenheid moeten krijgen om te reageren op een
concept-rapport. Hoor en wederhoor eisen verder in beginsel dat de andere opdrachtgever(s) in
de gelegenheid worden gesteld te reageren op de door een van hen aan de bindend adviseurs
verstrekte gegevens.
HR CSW/PPSB
Verplichting om eerst mediation te proberen kan wel bindend zijn, vooral in een zakelijke
overeenkomst tussen professionele partijen zoals hier het geval is.
- Haviltex-maatstaf: Dit houdt in dat de uitleg van het arbitraal beding afhangt van de
redelijke verwachtingen van beide partijen.
De inhoud en reikwijdte van een mediationclausule moet door uitleg daarvan worden
vastgesteld. Een mediationclausule kan een verplichtend karakter hebben, en het vrijwillige
karakter van mediation vormt daartoe geen belemmering. Een rechter (of arbiter) kan op
verzoek de behandeling van een zaak aanhouden. Een mediationclausule mag echter niet
worden toegepast als het recht van partijen op toegang tot de rechter onaanvaardbaar wordt
aangetast, art. 6 EVRM.
HR HCCEEH/Alpha
Gedeeltelijke vernietiging is slechts mogelijk indien de arbitrale uitspraak verschillende
beslissingen bevat die niet onverbrekelijk samenhangen en aldus ten aanzien van enig gedeelte
vernitiging kan volgen en een ander daarmee niet onverbrekelijk samenhangend gedeelte in
stand kan blijven.
Het belang van het procesrecht:
- Verschil maken tussen recht hebben en recht krijgen;
- Je kan het materiële recht afdwingen met procesrecht;
- Evenwicht tussen belangen eiser/ gedaagde;
- Dienende funcie, door middel van bijvoorbeeld een vordering, kun je je recht geldig
maken.
Rechterlijke competentie:
1. Absolute competentie: In eerste aanleg bij de Rb → art. 42 wet Ro
a. Wellicht kantonrechter → art. 93 Rv
b. Voorzieningenrechter bij spoedeisend belang → 254 Rv
2. Relatieve competentie: in principe woonplaats van gedaagde, tenzij uitzondering → art.
99 E.v.
→ Verplichte procesvertegenwoordiging ex art. 79 Rv, behalve bij kantonzaken.
Rechtspraak zou gedigitaliseerd worden omdat de rechtspraak veel papier bevat en mee wil
gaan met de digitale ontwikkelingen. De HR doet dit al, maar het was te risicovol om helemaal
over te gaan, dus → Spoedwet aangenomen die ervoor zorgde dat er een eind aan werd
gemaakt.
Vrijwaring (210 Rv): proces tussen twee partijen, maar gedaagde zou eigenlijk een derde in
een proces aansprakelijk stellen waar de gedaagde in het initiële proces aansprakelijk is
gesteld. In dit geval kan de derde in de zaak worden opgeroepen.
Voeging (217 Rv): recht van een derde om zich tussen een zaak te voegen. Stel, twee buren
procederen over de eigendom van een stuk land, maar de derde zegt dat hij eigenaar is.
WAMCA (Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie
Zie titel 14A jo art. 3:305a BW
Art. 3:305 BW bepaalt dat een stichting of vereniging collectief schadevergoeding in geld kan
vorderen. Het is mogelijk om schadevergoeding te vorderen.
- In principe moet je op grond van lid 2, 3 en 5, aan allemaal vereisten voldoen om een
dergelijke vordering in te stellen. Echter, lid 6 bepaalt dat dat niet hoeft als:
- De rechtsvordering wordt ingesteld met een ideëel doel en zeer beperkt
financieel belang;
- Wanneer de aard van de vordering van de rechtspersoon tot bescherming van
zijn belangen de rechtsvordering strekt.
De WAMCA kan alleen voor gedingen die op of na 1 januari 2020 aanhangig zijn gemaakt en
gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden op of na 15 november 2016.
,De uitspraak gaat in gezag van gewijsde. Het is bindend en je kunt er rechten aan ontlenen. In
een normale procedure kunnen partijen alleen rechten ontlenen aan de uitspraak, maar in de
WAMCA procedure, kan elke belanghebbende dat.
- Opt out (art. 1018f Rv): je moet kenbaar maken dat je geen rechten wil ontlenen aan de
uitspraak.
- Opt in: buitenlanders moeten kenbaar maken dat ze belanghebbende willen zijn in de
procedure.
Ontvankelijkheidsvereiste:
- Bestaat de achterban uit een voldoende groot deel van het totaal gedupeerden/
belanghebbende?
- Is de omvang van de vorderingen van de achterban voldoende groot t.o.v. de
vorderingen van alle gedupeerden?
- Steunt de achterban de collectieve actie?
- Zie art. 1018c lid 5, aannemelijk maken dat het voeren van een collectieve actie
efficiënter en effectiever is dan het instellen van individuele vorderingen door
- Te bepleiten dat de rechtsvragen van de individuen in voldoende mate
gemeenschappelijk zijn;
- Het aantal gedupeerden voldoende is;
- Als het om schadevergoeding gaat, hebben zij een voldoende groot financieel
belang.
Hoorcollege 2 Toegang tot de rechter
Rechter en ADR
Toegang tot overheidsrechter = grondrecht, zie art. 6 EVRM, 17 Gw, 26 Rv etc.
ADR geschiedt op vrijwillige basis.
3 vormen van ADR (alternative dispute resolution), deze vormen worden vastgelegd in een
overeenkomst, bv arbitrage-overeenkomst en moet dus wederzijdse toestemming hebben:
1. Arbitrage (1020 Rv): een wettelijk geregelde vorm van rechtspraak gebaseerd op een
overeenkomst. De (private) arbiter maakt een beslissing in tegenstelling tot de mediator.
Dat levert een arbitraal vonnis op (1059 Rv). Wat (1) executoriale werking heeft en (2)
gezag van gewijsde heeft, wat inhoudt dat het net als een vonnis werkt.
a. Kan ad hoc plaatsvinden, maar dan moet het volgens de regels worden
opgevolgd;
b. Specifieke deskundigheid;
c. Invloed keuze arbiter;
d. Geen verplichte procesvertegenwoordiging;
e. Arbitrage is vertrouwelijk, niet openbaar;
f. Snellere beslissing;
g. Het is wel erg duur (kosten advocaat, arbiter, etc.);
, h. Arbitraal vonnis (art. 1059 Rv) levert niet per direct een executoriale titel op,
daarvoor moet je eerst nog naar de rechter.
i. Geen openbaarheid
2. Bindend advies: geschilbeslechting, er wordt een beslissing genomen door een derde.
Deze kent geen regeling binnen de rechtsvordering en wordt wegeheel beheerst door
het overeenkomstenrecht. Net als bij mediator wordt er een bijzondere
vaststellingsovereenkomst (art. 7:900 lid 1-2 BW) -> zoals Frank Visser/ de rijdende
rechter. In art. 7:900 BW wordt bepaald dat de vso ook door een derde kan worden
vastgesteld, dat is de bindend adviseur.
3. Mediation: geschiloplossing (hij neemt geen beslissing), de mediator helpt partijen tot
het bereiken van een oplossing. Hij kijkt wat de achterliggende problemen bij het geschil
zijn. Belangrijke punten:
a. Vrijwilligheid (je kan niet iemand voor de mediator slepen);
b. Geheimhouding;
c. Je kan er op elk moment uitstappen en naar de rechter;
d. Oplossing? Dan wordt dit vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (art.
7:900 BW).
Nadelen:
ͦ Arbiter is vaak een neventaak. Dat maakt dat de agenda niet altijd even plooibaar is;
ͦ Zaken waar meerdere betrokken zijn en meerdere advocaten. Dus het vinden van
ruimte voor zittingen is niet vaak makkelijk;
ͦ Partijen hebben zelf meer grip op de procedure dus makkelijker wordt omgegaan met
de agenda van zittingen.
Arbitrage kan dus alsnog langzaam gaan.
Overeenkomst: Bovenpartijdige beslissende arbiter. De hoeveelheid ruimte die een arbiter hierin
krijgt, is afhankelijk van de partijen.
Nog een verschil tussen overheidsrechtspraak en andere, is dat de rechter alleen naar het
juridische geschil kijkt.
Verschillen arbitrage & Bindend advies:
Arbitrage Bindend advies
Executoriale titel Partij hoeft geen Partij moet een
dagvaardingsprocedure te dagvaardingsprocedure starten
starten om nakoming te om nakoming te vorderen
vorderen
Rechtsgevolg Declaratieve werking Dispositieve werking
, Toetsing Slechts beperkt toetsbaar op Zowel inhoudelijk als
formele gronden procedureel aan de eisen van
redelijkheid en billijkheid
Gevolgen bij Rechter onbevoegd Eiser niet ontvankelijk
aanhangigheid Exceptief verweer. Deze Principaal verweer.
overheidsrechter verweren moeten voor de Inhoudelijk verweer.
andere verweren worden
gevoerd.
Jurisprudentie
HR Verhuurder/Huurster
De van de bindend adviseurs te vergen onafhankelijke opstelling brengt mee dat de
opdrachtgevers gelijkelijk al dan niet de gelegenheid moeten krijgen om te reageren op een
concept-rapport. Hoor en wederhoor eisen verder in beginsel dat de andere opdrachtgever(s) in
de gelegenheid worden gesteld te reageren op de door een van hen aan de bindend adviseurs
verstrekte gegevens.
HR CSW/PPSB
Verplichting om eerst mediation te proberen kan wel bindend zijn, vooral in een zakelijke
overeenkomst tussen professionele partijen zoals hier het geval is.
- Haviltex-maatstaf: Dit houdt in dat de uitleg van het arbitraal beding afhangt van de
redelijke verwachtingen van beide partijen.
De inhoud en reikwijdte van een mediationclausule moet door uitleg daarvan worden
vastgesteld. Een mediationclausule kan een verplichtend karakter hebben, en het vrijwillige
karakter van mediation vormt daartoe geen belemmering. Een rechter (of arbiter) kan op
verzoek de behandeling van een zaak aanhouden. Een mediationclausule mag echter niet
worden toegepast als het recht van partijen op toegang tot de rechter onaanvaardbaar wordt
aangetast, art. 6 EVRM.
HR HCCEEH/Alpha
Gedeeltelijke vernietiging is slechts mogelijk indien de arbitrale uitspraak verschillende
beslissingen bevat die niet onverbrekelijk samenhangen en aldus ten aanzien van enig gedeelte
vernitiging kan volgen en een ander daarmee niet onverbrekelijk samenhangend gedeelte in
stand kan blijven.