onderzoeksmethoden
1) De ontwikkeling van hypothesen
1.1) Een goed idee
Een goed idee
- Gebaseerd op bestaande theorieën, systematische observatie, eerdere onderzoeksresultaten en
persoonlijke ervaringen zo een hypothese opstellen
- Kijken in de literatuur of er al evidentie aanwezig is
1.2) Opzoeken van psychologische literatuur
Opzoeken psychologische literatuur
- Via Web of Science of Google scholar
Primaire bronnen gepubliceerde artikels (de “eerste” rapportage van de studie).
Secundaire bronnen samenvattingen van primaire bronnen (bv. overzichtsartikelen/handboeken;
vaak ook abstracten en samenvattingen in databanken).
Hypothesen en theorieën
Hypothese expliciete, toetsbare voorspelling over het al dan niet optreden van een gebeurtenis.
Deze is specifiek. Het is een toetsbaar feit.
Richtingen:
Directionele hypothese een hypothese die niet alleen voorspelt dat er een effect
of verschil zal zijn, maar ook in welke richting dit effect of verschil zal optreden (bv.
meer of minder, positief of negatief).
Vb: Studenten die stress ervaren, zullen slechter presteren dan studenten zonder stress.
Niet-directionele hypothese een hypothese die enkel voorspelt dat er een effect
of verschil bestaat tussen variabelen, zonder de richting van dit effect te specificeren.
Vb: Er is een verschil in prestatie tussen studenten die stress ervaren en studenten zonder stress.
, Theorie georganiseerd set van abstracte principes die het mogelijk maken om geobserveerde
fenomenen te verklaren. Deze is groter, alles omvattend, het is een aantal bundeling van abstracte
principes.
Goede theorieën zijn
Eenvoudig
Volledig
Generatief (mogelijkheid tot vervolgonderzoek) de maten dat een theorie aanleiding
kan geven tot vervolgonderzoek.
o Lot van elke theorie is dat ze ooit overtroffen zal worden door nieuwe theorieën.
Cultureel bepaald
Hoe minder principes hoe eenvoudiger een theorie is, hoe groter de kans dat een theorie niet
alles voorspeld.
Exploratief onderzoek: verkennend, ideeën genereren
Confirmatorisch onderzoek: hypothesen expliciet toetsen
Falsifieerbaarheid een hypothese moet weerlegbaar zijn. Niet-weerlegbare uitspraken zijn niet
wetenschappelijk.
2) Het operationaliseren van variabelen
Probleem
We hebben de neiging als we over mensen denken, om dat te doen in abstracte termen (attitude,
geweld, conformiteit concepten over mensen).
Hoe moet je deze precies meten? Hoe moet je het operationaliseren? Wat is de maatstaaf
om iemand agressief te noemen?
Conceptuele variabelen: abstracte begrippen (bv. agressie, attitude)
Operationele variabelen: concrete meetbare omzetting van concepten (bv.
agressie gemeten aan de hand van het toedienen van witte ruis of schijn-
elektroshocks).
Operationele definitie
De omzetting van een abstract naar iets concreet. Iets dat theoretisch is, conceptueel om te zetten
naar iets dat daadwerkelijk gedragsmatig gemeten is. Conceptuele variabele meten.
Voorbeeld: agressie
Moeilijk om te meten, doordat het niet altijd ethisch kan gebeuren. Dus moeten ze opzoek
gaan naar iets anders. Elektroshocks