Sociale perceptie
= algemene term voor de processen die de basis vormen van hoe we tot oordelen over anderen
komen
1) Het ruwe materiaal van de eerste
indruk
1.1) De waarnemer
Sociale perceptie
- Werkt NIET zoals een fototoestel mensen nemen de werkelijkheid niet objectief waar, maar
construeren hun eigen realiteit.
- We kijken met onze hersenen eerdere ervaringen beïnvloeden hoe informatie geselecteerd,
geïnterpreteerd en onthouden wordt.
Schema
= georganiseerde verzameling van kennis of categorie van een stimulus
Bevatten alle kennis die we hebben over objecten, personen of categorie. Vb: auto’s, politiek,
professoren
Verschillen tussen personen naargelang ervaring + expertise
Sturen:
Selectie van informatie
Interpretatie van informatie
Geheugen schema-consistente info wordt beter onthouden dan schema-
inconsistente info
1.2) Het uiterlijk
Uiterlijk wordt automatisch + snel verwerkt en vormt een zeer belangrijke bron van sociale
informatie bij de vorming van 1ste indrukken.
Historische context (illustratief): Al sinds de oudheid proberen mensen karakter en persoonlijkheid af
te leiden uit het uiterlijk.
Pythagoras stelde dat men iemands karakter kon afleiden uit de ogen.
Grieken + da Porta mensen vergeleken met dieren (fysiognomie).
Deze voorbeelden tonen aan hoe diepgeworteld en automatisch uiterlijke oordelen zijn, maar
vormen geen wetenschappelijke theorie.
,Automatische perceptie van primaire kenmerken bepaalde uiterlijke kenmerken worden
onmiddellijk + automatisch waargenomen:
Geslacht,
Leeftijd
Huidskleur
Deze kenmerken functioneren als sociale categorieën en beïnvloeden onmiddellijk onze
verwachtingen en oordelen.
Andere uiterlijke kenmerken Ook uiterlijke kenmerken die niet rechtstreeks tot sociale
categorieën behoren, beïnvloeden sociale oordelen, zoals:
Lengte
Gewicht
Haarkleur
Het dragen van een bril
Sommige uiterlijke kenmerken activeren stereotypische opvattingen. Een bekend stereotype is
wat mooi is, is goed – aantrekkelijke personen worden positiever beoordeeld.
Experiment verkiezingen volwassenen
Bij volwassenen bleek dat in 68% van de gevallen de persoon met het meest competente
gezicht effectief de verkiezingen won.
Experiment politiek kinderen
Bij kinderen werd een gelijkaardig effect gevonden: zij konden in 64% van de gevallen correct
voorspellen wie de verkiezingen had gewonnen, louter op basis van gezichten.
Het gelaat is de belangrijkste informatiebron bij 1 ste indrukken.
Gelaatskenmerken
Babyfaces kenmerken:
Grote ronde ogen, ronde kin, bolle wangen, hoge wenkbrauwen, hoog voorhoofd, gladde
huid
Babyfaces worden geassocieerd met:
Ingeschat als hartelijk, vriendelijk, naïef, zwak, eerlijk en onderdanig
Impact op sociale oordelen/ gevolgen van een babyface:
Mindere straffen bij gerechtszaken
Meer kans op verzorgende beroepen
Meer vertrouwen van anderen
, Testosterongelaat kenmerken:
Typische volwassen trekken vb: kleine ogen, laag voorhoofd, hoekige kin, baard
Testosterongelaten worden geassocieerd met:
Sterkte, dominantie en competentie
Gevolg Testosterongelaten worden gemiddeld als minder betrouwbaar gepercipieerd
1.3) Situaties
Situaties vormen een cruciale context voor sociale perceptie + beïnvloeden hoe gedrag
en personen worden geïnterpreteerd.
Script
= een mentale voorstelling of vooropgezette opvatting over hoe een reeks gebeurtenissen normaal
verloopt in een specifieke situatie.
Voorbeeld: eten in een restaurant, op bezoek gaan, examens
Situaties beïnvloeden persoonsperceptie op 2 fundamentele manieren:
1. We zien wat we verwachten te zien
Wanneer een script geactiveerd is wordt nieuwe informatie geïnterpreteerd binnen een
vooraf bestaand kader. Hetzelfde gedrag of dezelfde gezichtsuitdrukking kan daardoor
verschillend geïnterpreteerd worden afhankelijk van de context.
Voorbeeld: Eenzelfde gezichtsuitdrukking wordt anders beoordeeld wanneer iemand net de lotto
heeft gewonnen (geluk) dan wanneer iemand net door een hond werd aangevallen (angst).
Zodra een script geactiveerd is wordt het ruwe materiaal geassimileerd in een
voorbestemd interpretatiekader, dat betekenis geeft aan wat we waarnemen.
2. Kennis van de situatie (script) stuurt persoonsbeoordeling
Het script bepaalt in welke mate gedrag informatief is over de persoon.
Gedrag conform met het script (weinig informatief) we denken dat het gedrag door
de situatie veroorzaakt is
Gedrag niet conform met het script (diagnostische waarde) we linken de oorzaak
ven het gedrag aan persoon zelf
Voorbeeld:
Iemand is beleefd in een restaurant → normaal gedrag → situatie
Iemand is uitzonderlijk onbeleefd in een restaurant → afwijkend gedrag → persoon