1) Het sociale zelf – een inleiding
Wat is het sociale zelf
Het sociale zelf verwijst naar hoe mensen zichzelf begrijpen, ervaren en
sturen, en dit altijd in interactie met anderen.
2 centrale componenten van het zelf
1. Het mij → zelfconcept
= het geheel van kennis, overtuigingen en opvattingen die iemand over
zichzelf heeft.
Wie ben ik?
Voorbeelden: “Ik ben sociaal”, “Ik ben onzeker in grote groepen”, “Ik ben goed
in studeren”
2. Het Ik zelfregulatie
= het actieve, sturende deel van het zelf dat gedachten, gevoelens en gedrag
controleert, bijstuurt en aanpast aan doelen en normen.
Hoe stuur ik mezelf?
Voorbeelden: Je onderdrukt de neiging om te spieken, Je dwingt jezelf om te
studeren i.p.v. te scrollen
Relatie tussen ik en mij
Het ik en het mij zijn niet los van elkaar te begrijpen.
Het ik beïnvloed hoe we naar onszelf kijken (mij):
Succesvolle zelfregulatie positiever zelfbeeld
Falen in zelfcontrole lager zelfbeeld
Het zelfconcept (mij) en zelfregulatie (ik) vormen samen een dynamisch systeem
waarin zelfsturing bepaalt hoe mensen zichzelf evalueren.
Het zelf als sociale constructie
Het idee dat mensen unieke individuen zijn met een persoonlijk zelf is geen
universeel gegeven. Het zelf is een sociale constructie:
Gevormd door sociale interactie
Afhankelijk van historische en culturele context
Historisch perspectief
Sterk individualistisch zelfbeeld is een relatief recent fenomeen. Ontstond vooral:
In Westerse samenlevingen, eerder bij de elite
,In vroegere samenlevingen lag de nadruk meer op:
Familie
Groep
Sociale rollen
Cross-cultureel perspectief
Niet alle culturen benadrukken het individu even sterk. In veel niet-westerse
culturen:
Staat het relationele of collectieve zelf centraal
Definieert men zichzelf vooral via relaties (“dochter van”, “lid van”)
Het zelf is geen vast, biologisch gegeven, maar ontstaat en verandert door
sociale en culturele invloeden.
1.1) De oorsprong van het zelf
Het zelf is relationeel van oorsprong
Het zelf ontstaat niet in isolement, MAAR wordt gevormd en ingevuld door sociale
interactie.
Het zelf is relationeel:
Zonder soortgenoten ontwikkelt zich geen volwaardig zelf
Sociale feedback is noodzakelijk om zichzelf als object te herkennen
Een individu dat nooit met anderen in contact komt, leert zichzelf niet kennen
Spiegelonderzoek bij dieren: Gallup
Doel van de spiegeltest Nagaan of een dier beschikt over zelfherkenning,
een basale vorm van zelfbewustzijn.
Opzet:
Dieren worden voor een spiegel geplaatst
Zelfherkenning blijkt wanneer:
Het dier begrijpt dat het spiegelbeeld zichzelf voorstelt
Het dier zijn eigen lichaam inspecteert i.p.v. te reageren alsof het een
ander dier is
RESULTATEN
Wel zelfherkenning Geen zelfherkenning
Mensapen (chimpansees) Honden
Dolfijnen Katten
Eksters Reageren met angst, agressie of
Lipvissen sociaal gedrag alsof ze een ander
, Olifanten dier zien
Vaak sociale en/of hoog-
intelligente dieren
De rode-vlek-procedure (mark test)
Dieren worden verdoofd en krijgen een rode, geurloze vlek op het voorhoofd
Pretest (geen spiegel) Dieren raken de vlek nauwelijks aan
Test (wel spiegel) dieren raken hun eigen voorhoofd aan ze beseffen dat het
beeld in de spiegel henzelf is en dat er iets veranderd is
CONCLUSIE Zelfherkenning impliceert dat het dier zichzelf als object kan
waarnemen.
Cruciale aanvulling: Andersen & Chen
Mensapen die opgroeiden zonder contact met soortgenoten slaagden niet
in de spiegeltest
Dit toont dat:
Zelfherkenning niet louter biologisch is
Sociale interactie noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het zelf
Spiegelonderzoek bij mensen – Lewis & Brooks-Gunn
(1979)
Ontwikkeling van zelfherkenning
De meeste kinderen herkennen zichzelf tussen 18 en 24 maanden
Wanneer ze een rode vlek op hun gezicht zien proberen ze die bij zichzelf weg
te vegen.
Taal als indicator
Kinderen die slagen in zelfherkenning gebruiken vaker persoonlijke
voornaamwoorden zoals “ik” en “mij”
Kinderen die niet slagen gebruiken deze termen minder
CONCLUSIE Zelfherkenning bij mensapen en jonge kinderen vormt de 1 ste
duidelijke uitdrukking van het bestaan van het zelf.
Na deze 1ste fase wordt het zelf verder ingevuld door sociale ervaringen
Looking glass self – Cooley
Je leert jezelf kennen door de blik van een ander
Het zelfbeeld ontstaat via:
, Hoe we denken dat anderen ons zien
Hoe we denken dat anderen ons beoordelen
Hoe we daarop emotioneel reageren
Voorbeeld: je mama herhaaldelijk zegt dat je onhandig bent ga je dit
kenmerk integreren in je zelfbeeld. ZELFS als het objectief niet klopt.
Generalized other – Mead
= het geïnternaliseerde geheel van waarden, normen en verwachtingen van de
samenleving
Mensen leren:
Wat “men” normaal vindt
Wat sociaal aanvaard is
Wat verwacht wordt van hun rol
Functie
Deze algemene verwachtingen worden:
Geïntegreerd in het zelf
Gebruikt om gedrag te sturen en te evalueren
Voorbeeld Je voelt schaamte omdat je weet dat “men” dit gedrag afkeurt, ook
al kijkt niemand
1.2) Zelfschema’s
Zelfconcept (mij)
= het geheel van opvattingen, kennis en overtuigingen die een individu heeft
over zijn of haar persoonlijke eigenschappen.
Cognitief van aard
Bestaat niet uit 1 geheel, MAAR meerdere zelfschama’s
Zelfschema’s
= georganiseerde kennisstructuren over aspecten van onszelf die we
belangrijk vinden.
Ze fungeren als mentale filters Ze selecteren + Structureren + Interpreteren
informatie over onszelf
Zelfschema’s sturen hoe mensen informatie over zichzelf verwerken,
onthouden en interpreteren.