Leerdoelen EMO
- Leerdoel 1: Het verwerven van kennis van en inzicht in de verhouding tussen
overheid, markt en non- profitsector.
- Leerdoel 2: Het verwerven van kennis en inzicht over positieve en normatieve
theorieën over ordening van en interventies in markten door de staat.
- Leerdoel 3: Reflecteren op welvaartseffecten van verschillende marktordeningen en
interventies door de staat in verschillende sectoren van de economie
- Leerdoel 4: Het uitleggen en toepassen van economische begrippen en theorieën in
relatie tot een specifieke casus.
Inhoud van het blok
- Economische benaderingen van de vragen:
- Wat zijn de gevolgen van uiteenlopende institutionele inrichtingen van
markten/sectoren voor de maatschappelijke welvaart?
- Hoe bereiken we ‘the greatest happiness for the greatest number’?
Welke instituties?
Eenvoudig gezegd is de keuze uit 3. We kunnen het beschikbaar komen van producten,
diensten en al het andere dat we waarderen organiseren via:
1. De markt
2. De overheid
3. Particulier initiatief (clubs, non-profits)
Markt/prijsmechanisme:
- Iedere producent is vrij om producten/diensten aan te bieden, en zelf beslissingen te
nemen over hoeveelheden, kwaliteiten en prijzen
- Iedere consument is vrij om producten/diensten af te nemen, en zelf beslissingen te
nemen over wat en hoeveel te consumeren en bij welke producent dat te halen
- Elke vrijwillige ruil tussen ‘consenting adults’ is toegestaan
- Resulterende hoeveelheden en prijzen zijn uitkomst van interactie tussen aanbieders
en vragers
→ Vb.: appels, bier, fysiotherapieMarkt/prijsmechanisme:
Overheid/collectieve besluitvorming:
- Collectieve besluitvorming over welke en hoeveel goederen/diensten/voorzieningen
worden geproduceerd en/of
- Collectieve besluitvorming over wie hoeveel mag of moet consumeren en/of
- Collectieve besluitvorming over wie hoeveel moet meebetalen (belastingen)
- Besluiten zijn bindend voor alle onderdanen
→ Vb.: defensie, openbare kunst, heroïne
Particulier initiatief
- Ieder die dat wil sluit zich aan bij een club, vereniging, stichting of ander collectief
- Volgens de in die club overeengekomen regels worden beslissingen genomen over
wat voor wie en hoeveel te produceren, te consumeren en over wie van de leden
hoeveel bijdraagt
→ Vb.: Bloedbank, Vereniging van Natuurmonumenten, Amateur (voetbal)club.
,Maar ook: allerlei tussenvormen
- Marktvoorziening, maar ordening en regulering van de markt door de overheid
- Zorgverzekeringen: prijsmechanisme, maar met verzekeringsplicht voor
consumenten, acceptatieplicht voor producenten
- Cannabis: productie verboden, aanbieden van kleine hoeveelheden gedoogd,
consumeren gedoogd
- Collectieve besluitvorming, maar:
- Productie uitbesteed aan private ondernemingen of non profits:
inburgeringscursussen, aanleg infrastructuur
- Overheidsproductie, maar bekostiging uit prijzen in plaats van belastingen:
drinkwater
- Particulier initiatief maar:
- Niet bekostigd uit donaties of ledenbijdragen, maar uit belastingen: onderwijs
- Niet (geheel) bekostigd uit donaties of ledenbijdragen maar uit commerciële
verkoop diensten en producten: musea, woningcorporaties
- Etc etc
Centrale punt: efficiëntie
Allocatieve efficiëntie: een zodanige ordening/regeling dat schaarse middelen zodanig
worden ingezet dat de hoogst haalbare bevrediging van de behoeften van de samenleving
wordt bereikt
- Alle behoeften tellen mee
- Materiële welvaart, behoefte aan stilte, natuur en veiligheid, esthetische behoeften,
kortom: alles wat waarde heeft
Welke institutie heeft de voorkeur?
- Wat zijn de welvaartseffecten van uiteenlopende instituties voor alle betrokkenen?
→ Welvaartseffecten = alle kosten en baten zoals door betrokkenen gezien en
gewaardeerd
- Hoe ‘scoren’ de verschillende instituties vergelijkenderwijs?
⇒ Centrale punt: De institutie die in vergelijking met alle andere de hoogste
welvaartseffecten genereert, krijgt de voorkeur
Telt alleen geld?
Formeel en subjectief welvaartsbegrip
- mijn welvaart is de som van al het nut (utility) dat de door mij ‘geconsumeerde’
‘goederen’ ‘voor mij’ hebben
- ‘geconsumeerd’: eet, gebruik, geniet, bezit, waarde aan hecht, etc
- ‘goederen’: bier, onderwijs, hulp aan slachtoffers van een aardbeving of oorlog, stilte
in het natuurgebied etc
- ‘voor mij’: ik (iedereen) bepaal(t) zelf wat de waarde is van een extra fles bier, een
extra college EMO, 10 decibel minder geluidsoverlast etc.
Maximale individuele welvaart
= zodanige besteding van mijn schaarse euro’s en andere schaarse middelen dat ik het
hoogst bereikbare welvaartsniveau bereik
- Moet ik vanavond een fles wijn kopen en consumeren? Verhoogt dat mijn welvaart?
- Antwoord afhankelijk van:
, - Het extra nut dat die fles wijn voor mij oplevert
- De opportunity cost van die fles wijn: de waarde van de zaken die ik moet
opofferen als ik vanavond een fles wijn nuttig:
- Dus niet alleen de prijs die mijn slijter vraagt, maar ook:
- De buskosten van mijn vriendin, omdat ik haar niet meer van het
station kan ophalen.
- Het verlies van een aantal hersencellen tgv alcoholschade.
- Indien extra nut > opportunity costs: kopen
- Indien extra nut < opportunity costs: andere besteding
Wat is de waarde van water?
- Meer of minder dan de waarde van diamanten?
- Objectief of subjectief?
- Voor iedereen hetzelfde?
- Altijd hetzelfde?
- Afhankelijk van wat?
Casus: donornieren
Welke institutie zorgt voor de beste uitkomst?
→ Beste uitkomst: een zo volledig mogelijke vervulling van de behoefte aan donornieren
voor zover vervulling van deze behoefte:
- Medisch mogelijk en wenselijk is
- En de baten de kosten overtreffen (?)
Vraag:
- Nieren:
- Transplantatie goed mogelijk
- In de regel veel betere oplossing dan nierdialyse
- Andere organen (lever, hart, etc)
- In de regel transplantatie enige oplossing
Aanbod:
- “cadaveric donations”
- Beperkt aantal: met name verkeersslachtoffers
- “living donations”
- Bij sommige organen goed mogelijk: 1 nier kan je missen
- Zeer klein risico voor donor
Oplossingen:
Hoe kunnen we het beschikbaar komen van organen voor transplantatie zo optimaal
mogelijk regelen?
→ Optimaal = maximale vervulling van de behoefte aan donororganen
Systeem 1: vrijwillige donatie
- Vrijwillige donatie na overlijden (registratie als donor bij leven of uitdrukkelijke
toestemming nabestaanden); anoniem; betaling niet toegestaan
- Vrijwillige donatie bij leven aan familieleden betaling niet toegestaan
- Vrijwillige donatie bij leven aan niet-familieleden; alleen anoniem; betaling niet
toegestaan
, Systeem 2: presumed consent
Iedereen is donor na overlijden, tenzij bij leven uitdrukkelijk geregistreerd als niet-donor
- In Spanje al geruime tijd van kracht. In Nederland sinds 1 juli 2020 ingevoerd op
basis van de nieuwe donorwet (als je geen keuze maakt, wordt geregistreerd dat je
geen bezwaar hebt; nabestaanden hebben laatste woord).
- Orgaandonatie door levenden blijft geregeld als onder systeem 1
Systeem 3: Dwang
- Vrijwillige ‘living’ donaties
- Verplichte ‘cadaveric’ donaties
- Ieder geschikt orgaan wordt door ziekenhuis geoogst en gebruikt voor
transplantatie
Systeem 4: een markt voor organen
Naast vrijwillige orgaandonatie (door overledenen en levenden) ook orgaandonatie (door
levenden) tegen betaling
- Variant 1: Directe transacties: nierpatiënt zoekt donor en komt prijs overeen
- Variant 2: Indirecte transacties: organenbank koopt nieren van donors, en verdeelt
organen volgens rechtvaardig systeem over nierpatiënten
Bestond/bestaat in enkele landen: India, Iran, Afghanistan. Bestaat als zwarte markt.
Functioneren huidige systeem
Aanbod
- Circa 750 organen van overledenen
- Circa 250 organen van familie aan familie
- Circa 250 organen van anonieme levende donoren
Vraag
- Jaarlijkse vraag veel groter; lange wachtlijst
- Wachttijd is 2 tot 5 jaar
- 20% overlijdt tijdens wachttijd; voor de overigen is de levenskwaliteit verre van
optimaal
Ernstig orgaantekort