~ H4: De peutertijd ~
4.1. Lichamelijke en motorische ontwikkeling
Stadium van volle menswording. => rechtop lopen, taal,
zelfbewustzijn, intelligent handelen. Peutertijd (1/1,5 – 3 jaar). Groot deel
SMOS behoort tot kleutertijd. Preschool age (2/5-6 jaar) kleuter &
peutertijd samen.
4.1.1. Lichamelijke veranderingen
Verandering in lichaamsvorm & structuur => snellere groei dan
gewichtstoename. Door te stappen => actiever en baby vet verdwijnt.
Stevig door spiermassa & botten.
- 80 cm groot – 10 kg (begin peuter)
- 100 cm groot – 14 kg (eind peuter)
- Bij geboorte 50 cm – 3 à 4 kg.
4.1.2. Neurologische veranderingen
- Groeispurt hersenen: aanzet in peutertijd, verdere ontwikkeling
kleutertijd.
- Gewichtstoename hersenen: verbindingen tss neuronen =
neuronennetwerk. Myelineschede in ontwikkeling: isolatielaag rond
zenuwbanen. Meer infodoorstroom.
- Toename in hersenactiviteit (18 – 24 maanden): ceberale +
cognitieve ontwikkeling (taal) gaan samen.
- Lateralisatie start in peutertijd (L = taal, R = niet-taal):
specialisatie per hersenhelft + samenwerking dankzij corpus
callosum (hersenbalk). Hemisferische dominantie (L of R handig).
3.1.3. Motorische ontwikkeling
SLAAP
Ochtend & middagdutje nog altijd heel belangrijk. Slapen moeilijk wnt zijn
heel actief. Last van extreme nachtmerries = pavor nocturnus:
nachtelijke paniekaanval, lijkt wakker maar is niet, moeilijk wekbaar &
troostbaar. Geen herinnering sochtens.
MOTORIEK
Grof motorische nieuwigheden: hele lichaam betrokken (stappen,
fietsen), fundament van alle bewegingen. Leren stappen: exploratie-
wereld verruimd & zelfstandigheid stijgt met stimulering & ondersteuning.
Zal grenzen verleggen door op stoel te klimmen maar eenvoudige
stappen, dansen, gooien & vangen nog te moeilijk.
Fijne motoriek: vaardigheden handen & vingers (knippen, pagina
omslaan). Basis voor schrijven.
, ZINDELIJKHEID
Centrale rol in peutertijd. => motorische & emotionele mijlpaal.
Herkenning lichamelijke gewaarwording: drang kakn & voeln gevulde
blaas. Eerst overdag (2/2,5 jaar) – snachts (3-4 jaar). Het is een proces
gebaseerd op operante conditionering. Zware bedplasser kunnen een
plaswekker gebruiken. Dat leerproces is klassieke conditionering van
de hogere orde: kind leer verband gevoel blaas legen en geluid wekker.
Daardoor zal gevoel van plassen het kind ook wekken.
Encopresis: aan 4 jaar nog niet zindelijk voor ontlasting. Enuresis: op 5
jaar niet zindelijk voor plassen. Kan ook hervallen door bv. nieuw broer,
zus/ scheiding,…
4.2. Waarneming en cognitieve ontwikkeling
4.2.1. Waarneming
Visus of waarneming word gerichter & gedetailleerder. Oogspieren &
oogcoördinatie beter ontwikkeld. Peuter kan zich verplaatsen dus kan
dingen buiten gezichtsveld lagen zien.
- Orthoscopisch waarnemen: los van positie is baby in staat om
recht te zien. Zelfcontrole over eigen bewegingen, automatische
correcties door hersenen want hersenen hebben door dat beelden &
veranderingen te maken hebben met eigen bewegingen.
Ontwikkeling vorm en grootteconstantie: hoe ver of dicht object
blijft even groot.
- Intersensoriële integratie/crossmodale transfer: legt link tss
waarnemingsmodaliteiten zoals zien & voelen. Ook zonder kijken
weten hoe iets voelt.
- Vormdiscriminatie: verdere ontwikkeling van prefrontale cortex,
meer planmatig gedrag.
4.2.2. Cognitie
Preoperationeel stadium maar eerst laatste rechte lijn
sensomotorisch stadium.
HET FINALISEREN VAN HET SENSOMOTORISCH STADIUM
Leert wereld verkennen door kijken, luisteren, grijpen manipuleren.
Geboren in adualisme en gaat verder naar subject-objectsplitsing
(tijdens 2e jaar). => zichzelf als afzonderlijk object beleven losstaand van
buitenwereld.
Er zijn 2 substadias
- 12- 18 maanden tertiare circulaire handelingen: exploratie en
belangstelling voor het nieuwe. Peuter wilt effect op de
buitenwereld nagaan. Valexperimenten => wat als? Objecten op
verschillende manieren laten vallen.
4.1. Lichamelijke en motorische ontwikkeling
Stadium van volle menswording. => rechtop lopen, taal,
zelfbewustzijn, intelligent handelen. Peutertijd (1/1,5 – 3 jaar). Groot deel
SMOS behoort tot kleutertijd. Preschool age (2/5-6 jaar) kleuter &
peutertijd samen.
4.1.1. Lichamelijke veranderingen
Verandering in lichaamsvorm & structuur => snellere groei dan
gewichtstoename. Door te stappen => actiever en baby vet verdwijnt.
Stevig door spiermassa & botten.
- 80 cm groot – 10 kg (begin peuter)
- 100 cm groot – 14 kg (eind peuter)
- Bij geboorte 50 cm – 3 à 4 kg.
4.1.2. Neurologische veranderingen
- Groeispurt hersenen: aanzet in peutertijd, verdere ontwikkeling
kleutertijd.
- Gewichtstoename hersenen: verbindingen tss neuronen =
neuronennetwerk. Myelineschede in ontwikkeling: isolatielaag rond
zenuwbanen. Meer infodoorstroom.
- Toename in hersenactiviteit (18 – 24 maanden): ceberale +
cognitieve ontwikkeling (taal) gaan samen.
- Lateralisatie start in peutertijd (L = taal, R = niet-taal):
specialisatie per hersenhelft + samenwerking dankzij corpus
callosum (hersenbalk). Hemisferische dominantie (L of R handig).
3.1.3. Motorische ontwikkeling
SLAAP
Ochtend & middagdutje nog altijd heel belangrijk. Slapen moeilijk wnt zijn
heel actief. Last van extreme nachtmerries = pavor nocturnus:
nachtelijke paniekaanval, lijkt wakker maar is niet, moeilijk wekbaar &
troostbaar. Geen herinnering sochtens.
MOTORIEK
Grof motorische nieuwigheden: hele lichaam betrokken (stappen,
fietsen), fundament van alle bewegingen. Leren stappen: exploratie-
wereld verruimd & zelfstandigheid stijgt met stimulering & ondersteuning.
Zal grenzen verleggen door op stoel te klimmen maar eenvoudige
stappen, dansen, gooien & vangen nog te moeilijk.
Fijne motoriek: vaardigheden handen & vingers (knippen, pagina
omslaan). Basis voor schrijven.
, ZINDELIJKHEID
Centrale rol in peutertijd. => motorische & emotionele mijlpaal.
Herkenning lichamelijke gewaarwording: drang kakn & voeln gevulde
blaas. Eerst overdag (2/2,5 jaar) – snachts (3-4 jaar). Het is een proces
gebaseerd op operante conditionering. Zware bedplasser kunnen een
plaswekker gebruiken. Dat leerproces is klassieke conditionering van
de hogere orde: kind leer verband gevoel blaas legen en geluid wekker.
Daardoor zal gevoel van plassen het kind ook wekken.
Encopresis: aan 4 jaar nog niet zindelijk voor ontlasting. Enuresis: op 5
jaar niet zindelijk voor plassen. Kan ook hervallen door bv. nieuw broer,
zus/ scheiding,…
4.2. Waarneming en cognitieve ontwikkeling
4.2.1. Waarneming
Visus of waarneming word gerichter & gedetailleerder. Oogspieren &
oogcoördinatie beter ontwikkeld. Peuter kan zich verplaatsen dus kan
dingen buiten gezichtsveld lagen zien.
- Orthoscopisch waarnemen: los van positie is baby in staat om
recht te zien. Zelfcontrole over eigen bewegingen, automatische
correcties door hersenen want hersenen hebben door dat beelden &
veranderingen te maken hebben met eigen bewegingen.
Ontwikkeling vorm en grootteconstantie: hoe ver of dicht object
blijft even groot.
- Intersensoriële integratie/crossmodale transfer: legt link tss
waarnemingsmodaliteiten zoals zien & voelen. Ook zonder kijken
weten hoe iets voelt.
- Vormdiscriminatie: verdere ontwikkeling van prefrontale cortex,
meer planmatig gedrag.
4.2.2. Cognitie
Preoperationeel stadium maar eerst laatste rechte lijn
sensomotorisch stadium.
HET FINALISEREN VAN HET SENSOMOTORISCH STADIUM
Leert wereld verkennen door kijken, luisteren, grijpen manipuleren.
Geboren in adualisme en gaat verder naar subject-objectsplitsing
(tijdens 2e jaar). => zichzelf als afzonderlijk object beleven losstaand van
buitenwereld.
Er zijn 2 substadias
- 12- 18 maanden tertiare circulaire handelingen: exploratie en
belangstelling voor het nieuwe. Peuter wilt effect op de
buitenwereld nagaan. Valexperimenten => wat als? Objecten op
verschillende manieren laten vallen.