EU Governance in an International
Context
Overzicht hoorcolleges 2
Hoorcollege 1 : Introduction and History 3
The historical context 3
Hoorcollege 2 : Grand Theories of European Integration 14
Neofunctionalism 14
Intergouvernementalism 16
Hoorcollege 3 : The EU Institutions 22
The European Commission 22
European Council 25
Council of the European Union / Council of Ministers 25
Hoorcollege 4 : The European Parliament and the European Court of Justice 29
European Parliament 29
European Court of Justice 37
Hoorcollege 5 : EU Policy Making & Interest Groups 42
EU Policy Making 42
Hoorcollege 6 : Economic Governance 51
History 51
The Eurocrisis 55
Hoorcollege 7 : Gastcollege 58
Hoorcollege 8 : The EU Foreign, Security and Defense Policy 59
History of the foreign, security and defense policy 59
Key actors in CFSP/CSDP 60
The EU and Russia’s war in Ukraine 62
Hoorcollege 9 : Migration 63
What is migration 63
Asylum Seeking 66
Hoorcollege 10 : EU Enlargement and Withdrawal 71
EU Enlargement 71
EU Withdrawal 74
Hoorcollege 11 : Strategic Autonomy 76
EU Digital Sovereignty 76
,Overzicht hoorcolleges
History of European integration (lecture 1)
Theories of European integration (lecture 2)
The EU’s institutional architecture and key actors (lecture 3-5)
- European Commission, European Council, and the Council of Ministers
- The European Parliament and the European Court of Justice.
- Interest Groups
Key policy issues in EU studies (lectures 6-11)
- Monetary Union, AI governance, foreign, security and defense policy, migration and
social cohesion, EU enlargement and withdrawal, and EU strategic autonomy
,Hoorcollege 1 : Introduction and History
Phinnemore, D. (2025) ‘Chapter 2: The European Union: Establishment and Development’, in:
European Union Politics, 11-29
Church, D. & Phinnemore, D. (2025) ‘Chapter 3: Carrying the EU Forward,’ in: European Union
Politics, 30-48b.
The historical context
Het idee van Europese eenwording bestond al vóór de Tweede Wereldoorlog, maar kreeg
na de Tweede Wereldoorlog politieke aandacht.
1943: Oprichting van de Europese Federalistische Beweging.
1946: Winston Churchill pleit voor een 'Verenigde Staten van Europa'.
1948: BENELUX-douane-unie
1948: Westerse Unie
1949: Oprichting van de Raad van Europa (OPMERKING: geen onderdeel van de EU!).
Belangrijkste kwesties na de Tweede Wereldoorlog:
- Hoe kan de vrede worden bewaard? Hoe kan een Derde Wereldoorlog worden
voorkomen?
- Hoe kan de economische wederopbouw van Europa worden gewaarborgd? Hoe kan
Duitsland worden gerehabiliteerd?
- Hoe kan worden omgegaan met nieuwe geopolitieke veranderingen (bijvoorbeeld
bipolariteit en het begin van de Koude Oorlog + dekolonisatie)?
Wie zijn de drijvende krachten achter de Europese integratie?
- Is er sprake van spillover-effecten vanuit andere sectoren?
- Streven regeringen naar verdere Europese integratie? Zo ja, welke regeringen?
- Welke rol spelen supranationale instellingen bij het bevorderen van verdere
Europese integratie?
Spillover betekent dat samenwerking in één beleidsterrein automatisch leidt tot meer
samenwerking in andere beleidsterreinen.
Het idee is dat integratie zich uitbreidt, bijna als een domino-effect.
, Zien we een verdieping of verbreding van de Europese integratie?
- Verdieping van de Europese integratie: verwijst naar de intensivering van
samenwerking binnen bestaande EU-beleidsterreinen. Het gaat dus om méér Europa
binnen de EU-structuren.
- Verbreding van de Europese integratie: ‘verwijst over het algemeen naar de
uitbreiding van de EU (aantal lidstaten), maar kan ook worden gebruikt om de
toenemende reikwijdte van de bevoegdheden van de Gemeenschap of de Unie aan
te duiden’.
Voorbeeld: ‘bigbang’-uitbreiding naar het oosten in 2004 (10 nieuwe lidstaten).
Voorbeeld: economisch, politiek en sociaal beleid; toevoeging van GBVB en JBZ
(1992).
Verdieping = bestaande leden gaan méér samenwerken.
Verbreding = meer landen of meer beleidsterreinen worden toegevoegd.
Spanningspunten:
● Te veel verdieping → kan toekomstige uitbreidingen moeilijker maken (want
toetreders moeten aan strengere normen voldoen).
● Te veel verbreding → maakt diepe integratie moeilijker (want meer diversiteit).
Het Schumanplan was het startpunt van Europese integratie en leidde in 1951 tot de
oprichting van The European Coal and Steel Community (ECSC) — de voorloper van de
EU.
Het plan had twee hoofddoelen na WOII:
1. Vrede tussen Frankrijk en Duitsland permanent maken
Door hun strategische oorlogsindustrieën (kolen en staal) samen te voegen, werd oorlog:
● ondenkbaar (omdat samenwerking nodig is), én
● onmogelijk (omdat geen land zelfstandig kon herbewapenen).
Dit is de basis van de Europese integratie: economische verwevenheid als garantie voor
vrede.
2. Economische wederopbouw stimuleren
Europa lag in puin na WOII; gezamenlijke productie maakte wederopbouw sneller en
efficiënter.
Jean Monnet – denker, architect van het plan.
Robert Schuman – Franse minister van Buitenlandse Zaken die het plan presenteerde op 9
mei 1950 (nu: Europe Day).
Context
Overzicht hoorcolleges 2
Hoorcollege 1 : Introduction and History 3
The historical context 3
Hoorcollege 2 : Grand Theories of European Integration 14
Neofunctionalism 14
Intergouvernementalism 16
Hoorcollege 3 : The EU Institutions 22
The European Commission 22
European Council 25
Council of the European Union / Council of Ministers 25
Hoorcollege 4 : The European Parliament and the European Court of Justice 29
European Parliament 29
European Court of Justice 37
Hoorcollege 5 : EU Policy Making & Interest Groups 42
EU Policy Making 42
Hoorcollege 6 : Economic Governance 51
History 51
The Eurocrisis 55
Hoorcollege 7 : Gastcollege 58
Hoorcollege 8 : The EU Foreign, Security and Defense Policy 59
History of the foreign, security and defense policy 59
Key actors in CFSP/CSDP 60
The EU and Russia’s war in Ukraine 62
Hoorcollege 9 : Migration 63
What is migration 63
Asylum Seeking 66
Hoorcollege 10 : EU Enlargement and Withdrawal 71
EU Enlargement 71
EU Withdrawal 74
Hoorcollege 11 : Strategic Autonomy 76
EU Digital Sovereignty 76
,Overzicht hoorcolleges
History of European integration (lecture 1)
Theories of European integration (lecture 2)
The EU’s institutional architecture and key actors (lecture 3-5)
- European Commission, European Council, and the Council of Ministers
- The European Parliament and the European Court of Justice.
- Interest Groups
Key policy issues in EU studies (lectures 6-11)
- Monetary Union, AI governance, foreign, security and defense policy, migration and
social cohesion, EU enlargement and withdrawal, and EU strategic autonomy
,Hoorcollege 1 : Introduction and History
Phinnemore, D. (2025) ‘Chapter 2: The European Union: Establishment and Development’, in:
European Union Politics, 11-29
Church, D. & Phinnemore, D. (2025) ‘Chapter 3: Carrying the EU Forward,’ in: European Union
Politics, 30-48b.
The historical context
Het idee van Europese eenwording bestond al vóór de Tweede Wereldoorlog, maar kreeg
na de Tweede Wereldoorlog politieke aandacht.
1943: Oprichting van de Europese Federalistische Beweging.
1946: Winston Churchill pleit voor een 'Verenigde Staten van Europa'.
1948: BENELUX-douane-unie
1948: Westerse Unie
1949: Oprichting van de Raad van Europa (OPMERKING: geen onderdeel van de EU!).
Belangrijkste kwesties na de Tweede Wereldoorlog:
- Hoe kan de vrede worden bewaard? Hoe kan een Derde Wereldoorlog worden
voorkomen?
- Hoe kan de economische wederopbouw van Europa worden gewaarborgd? Hoe kan
Duitsland worden gerehabiliteerd?
- Hoe kan worden omgegaan met nieuwe geopolitieke veranderingen (bijvoorbeeld
bipolariteit en het begin van de Koude Oorlog + dekolonisatie)?
Wie zijn de drijvende krachten achter de Europese integratie?
- Is er sprake van spillover-effecten vanuit andere sectoren?
- Streven regeringen naar verdere Europese integratie? Zo ja, welke regeringen?
- Welke rol spelen supranationale instellingen bij het bevorderen van verdere
Europese integratie?
Spillover betekent dat samenwerking in één beleidsterrein automatisch leidt tot meer
samenwerking in andere beleidsterreinen.
Het idee is dat integratie zich uitbreidt, bijna als een domino-effect.
, Zien we een verdieping of verbreding van de Europese integratie?
- Verdieping van de Europese integratie: verwijst naar de intensivering van
samenwerking binnen bestaande EU-beleidsterreinen. Het gaat dus om méér Europa
binnen de EU-structuren.
- Verbreding van de Europese integratie: ‘verwijst over het algemeen naar de
uitbreiding van de EU (aantal lidstaten), maar kan ook worden gebruikt om de
toenemende reikwijdte van de bevoegdheden van de Gemeenschap of de Unie aan
te duiden’.
Voorbeeld: ‘bigbang’-uitbreiding naar het oosten in 2004 (10 nieuwe lidstaten).
Voorbeeld: economisch, politiek en sociaal beleid; toevoeging van GBVB en JBZ
(1992).
Verdieping = bestaande leden gaan méér samenwerken.
Verbreding = meer landen of meer beleidsterreinen worden toegevoegd.
Spanningspunten:
● Te veel verdieping → kan toekomstige uitbreidingen moeilijker maken (want
toetreders moeten aan strengere normen voldoen).
● Te veel verbreding → maakt diepe integratie moeilijker (want meer diversiteit).
Het Schumanplan was het startpunt van Europese integratie en leidde in 1951 tot de
oprichting van The European Coal and Steel Community (ECSC) — de voorloper van de
EU.
Het plan had twee hoofddoelen na WOII:
1. Vrede tussen Frankrijk en Duitsland permanent maken
Door hun strategische oorlogsindustrieën (kolen en staal) samen te voegen, werd oorlog:
● ondenkbaar (omdat samenwerking nodig is), én
● onmogelijk (omdat geen land zelfstandig kon herbewapenen).
Dit is de basis van de Europese integratie: economische verwevenheid als garantie voor
vrede.
2. Economische wederopbouw stimuleren
Europa lag in puin na WOII; gezamenlijke productie maakte wederopbouw sneller en
efficiënter.
Jean Monnet – denker, architect van het plan.
Robert Schuman – Franse minister van Buitenlandse Zaken die het plan presenteerde op 9
mei 1950 (nu: Europe Day).